Er is geen god en Philipse is zijn profeet. De onredelijkheid van een atheïst, zo luidt de titel van een schotschrift van gereformeerd theoloog Gert van den Brink. De kaft van het boek poneert zelfverzekerd: ‘Van den Brink toont aan dat het atheïsme van Philipse niet solide is en argumenteert dat het christelijk geloof in redelijk en moreel opzicht een beter alternatief is.’ Herman Philipse denkt er ander over: ‘De atheïst is niet arrogant, hij denkt gewoon beter na.’ Tijdens debatten veegt Philipse nogal eens eloquent de vloer aan met (gelovige) opponenten, zoals met Van den Brink. Herman Philipse (1951) is filosoof en is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht en bekend vanwege zijn uitgesproken atheïsme. Hij publiceert regelmatig inNRC Handelsblad over actuele onderwerpen. Philipse studeerde rechten en wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Leiden. Ook studeerde hij filosofie te Oxford, Parijs en Keulen. Vanaf 1985 was hij verbonden aan de Universiteit Leiden als hoogleraar wijsbegeerte met als specialisatie kennistheorie. Sinds 2003 is hij als universiteitshoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht. Philipse is actief op verschillende terreinen, met name kentheorie (epistemologie), wetenschapsfilosofie, geschiedenis van de wijsbegeerte en godsdienstwijsbegeerte. Ook is hij actief in het maatschappelijke debat. Hij heeft bekendheid gekregen door de uitgave van zijn Atheïstisch manifest en door zijn polemieken over theologie en moraal. Een bundeling van zijn essays over uiteenlopende maatschappelijke onderwerpen verscheen onder de titel Filosofische Polemieken (2009). Internationaal maakte hij indruk met de kritische Heidegger-studie Heidegger’s Philosophy of Being. A Critical Interpretation (Princeton UP, 1998). Philipse was televisiecolumnist bij het actualiteitenprogramma Buitenhof (2004-2005). Bij Home Academy verschenen acht reeksen hoorcolleges die Herman gaf bij Studium Generale aan de Universiteit Utrecht en die een groot gedeelte van de wijsbegeerte beslaan en bijdragen aan de popularisering van filosofie: de geschiedenis van de filosofie, wetenschapsfilosofie, religiefilosofie, atheïsme, filosofie van de biologie en ethiek. Herman is vermaard om zijn excellente redenaarskunst. Zijn talrijke flamboyante voordrachten zijn scherpzinnig, eloquent en zijn argumentaties zijn messcherp. Begin 2012 verschijnt bij Oxford University Press zijn boek God in the Age of Science? A Critique of Religious Reason, een lijvige studie over religiefilosofie. Toen ik in Leiden college bij hem volgde hield hij zijn studenten voor dat je je opponent eerst zo sterk mogelijk moet interpreteren, en pas dan je opponent weerleggen. Wanneer je dat dan gedaan hebt, dan weet je zeker dat je opponent KO is. Na een KO met Heidegger is het nu de beurt aan god: 2-0 voor Herman. In Filosofische Polemieken, de bundeling van artikelen, grotendeels bestemd voor NRC Handelsblad, spreekt Herman Philipse zich uit over een aantal onderwerpen. De Filosofische Polemieken zijn een pleidooi voor een zakelijk immigratiedebat, tegen theologie (in de zin van godskennis) als wetenschap en dus een pleidooi voor het afschaffen van theologische faculteiten, voor het Franse systeem van de laïcité, tegen de erfelijke monarchie, voor meer geld voor universitair onderzoek, voor ontzuiling van het omroepbestel en een pleidooi dat Heidegger, in tegenstelling wat apologeten beweren, nooit spijt heeft betoond van zijn enthousiaste nazi verleden. De artikelen zijn allemaal geschreven naar aanleiding van een concrete casus. Philipse geeft geen ethische of politiek filosofische theorie, maar zijn krantenartikelen zijn een uiting van wat men Verlichtingsdenken kan noemen, een pleidooi voor liberale democratie, redelijkheid en individuele autonomie en vrijheid. Herman Philipse werd gekozen tot Vrijdenker van het Jaar 2011. Naar aanleiding hiervan maakte Floris van den Berg een interview met hem. Wat is filosofie? Herman Philipse: Er zijn heel veel verschillende concepties van filosofie. Welke conceptie je hanteert hangt af van zowel het publiek waarvoor je schrijft, als van het probleem of het onderwerp, en voor dit soort meer populaire publicaties, zeg ik meestal dat filosofie beredeneerde wereldbeschouwing is. Waarbij ik moet aantekenen dat de filosoof geen vakwetenschappelijk onderzoek doet en zijn empirische gegevens ontleent aan de vakwetenschappen. De filosoof probeert daar een coherent geheel van te maken. Mooie voorbeelden van dat soort problemen zijn hedendaagse neurowetenschappers die de relatie tussen bewustzijn en hersenprocessen, tussen beleving van menselijk vrijheid en hersenprocessen, in een nieuw perspectief plaatsen. Filosofie gaat over levensbeschouwelijke kwesties die op de een of andere manier belangrijk zijn en die conceptuele verheldering vergen, vaak door toepassing van wetenschapsfilosofie of logica. Daar zullen niet alle filosofen het mee eens zijn. Herman Philipse: Een van mijn beste filosofische vrienden is Peter Hacker in Oxford en die ziet filosofie als conceptuele analyse van een zeer specifieke door Wittgenstein geïnspireerde soort, namelijk het geven van overzichten van begripsvelden waardoor duidelijk wordt dat bepaalde filosofische problemen schijnproblemen zijn of berusten op onbegrip van diepte logica van ons conceptuele veld. Dat soort concepties heeft een volledig recht. Maar ze zijn op bepaalde problemen van toepassing en op andere niet. Ik geloof niet dat die concepties van filosofie allemaal in competitie met elkaar zijn, ze vullen elkaar aan. Maar er zijn ook scholen waarvan ik noch de concepties zou aanvaarden, noch de methode van werken. Bijvoorbeeld scholen die heel sterk op het navolgen van bepaalde autoriteiten zijn gericht op het bevorderen van irrationaliteit, neem bijvoorbeeld iemand als Heidegger. De geschiedenis van het woord ‘vrijdenker’ is interessant, omdat het eerst een scheldwoord was voor mensen die de christelijke autoriteit niet accepteerden en later is het omgevormd tot een zelf-prijzend etiket. Een vrijdenker buigt niet zomaar zijn hoofd voor allerlei autoriteiten. In die zin zijn er bepaalde concepties van filosofie die ik afkeur. Herman Philipse: De filosofie loopt voortdurend het risico in hoogdravend gezwets en humbug te vervallen. Laat ik eerlijk zijn: als je filosofie studeert, dan zit er ook een enorme hoeveelheid humbug bij, er is maar weinig echt heel grote filosofie. Van veel filosofie van deze tijd vind ik bovendien dat het te veel vaktechnisch geneuzel is geworden: vijfentwintig Kantspecialisten die met elkaar delibereren over de betekenis van een bepaalde passage. Of, zoals je dat in Amerika veel ziet: wetenschapsfilosofen die boeken vol schrijven over een piepplein aspect van de wetenschap. Tegen allerlei vormen van cultureel relativisme zal de wetenschappelijk geïnspireerde filosoof inbrengen dat de moderne wetenschappelijke methode, die in feite bestaat uit een ingewikkeld geheel van normen, procedures en technieken die telkens worden aangescherpt, weliswaar grotendeels in Europa werd ontwikkeld, maar dat de geldigheid van deze methode en van haar resultaten universeel is. Is wetenschap niet ook een geloof? Herman Philipse: Moet ik daar echt op antwoorden, op dat soort onzin? Nee! De openingszin in zijn onlangs verschenen boek ‘Religon for Atheists. A non-believer’s guide to the uses of religion’ van Alain de Botton luidt: ‘The most boring and unproductive question one can ask of any religion is whether or not it is true […]’. Jouw boek over religie gaat precies over die vraag. Herman Philipse: Ja, omdat het antwoord vast staat volgens De Botton. Ook de filosoof-bioloog David Sloan Wilson bijvoorbeeld, auteur van een studie over religie, Darwin’s Cathedral. Evolution, Religion, and the Nature of Society, vindt de vraag naar de waarheidsclaims van religie volkomen irrelevant en overbodig. Toch zit juist daarin de clou. Als filosoof ben ik primair in waarheid geïnteresseerd. Maar als je je in de filosofische complexiteiten van de waarheidsclaims gaat verdiepen dan blijkt het uitdagend en zeer interessant te zijn.” Waarom ben je atheïst? Herman Philipse: Tijdens mijn studie wijsbegeerte en lange tijd daarna was ik overtuigd van de seculariseringsthese, het idee dat religie ten gevolge van de modernisering langzaam zou verdwijnen. De laatste decennia geven echter weinig bewijs voor deze stelling en religie is in feite in opmars door mondiale demografische ontwikkelingen. De concrete aanleiding voor mijn publieke engagement met religie was mijn ergernis over uitspraken tijdens de verkiezingscampagne van (destijds) minister Hirsch Ballin. Ik ben een agnost over de claim of religie door de bank genomen een positieve dan wel een negatieve invloed op de mensheid heeft en heeft gehad. Ik deel niet de morele veroordeling door mensen als Richard Dawkins in The God Delusion dat religie alles bij elkaar genomen meer kwaads dan goeds teweeg brengt. Dat neemt niet weg dat je heel duidelijk kunt wijzen op slechte of goede effecten.” In ‘Atheïstisch Manifest’ schrijf je ‘Wie godsdienstwetenschap wil beoefenen, moet eerst het atheïsme omhelzen.’ Herman Philipse: Ik ben geen dogmatisch naturalist in de wetenschap die a priori het bovennatuurlijke (in casu god) buitensluit. Maar ook voor het bovennatuurlijke moet er empirisch bewijs zijn. Je kunt als wetenschapper niet al het gewenste antwoord (zoals god) a priori in je onderzoek aannemen. A priori is het gewenst om de mogelijkheid van het bovennatuurlijke open te houden, de facto leidt dit tot naturalisme omdat er nog nimmer empirisch (of logisch) bewijs voor het bovennatuurlijke is geleverd. Er zijn een heleboel mensen die vinden dat wetenschappelijk onderzoek naturalistisch is, in de zin dat je nooit een beroep op het bovennatuurlijke mag doen. Maar dat vind ik dogmatisch. Het beroep op het bovennatuurlijke kan net zo goed een wetenschappelijke hypothese zijn als een andere. En die moet je ook testen. Je kunt niet a priori uitsluiten dat dat kan. De evaluatie van de hypothese zit in het proces van toetsing. Theologie op de universiteit is daarom zeer problematisch. Aan de universiteit horen geen vakken thuis die onverdedigbare hypothesen aannemen als vaststaand waar. En wat vind je ervan dat er religieuze beroepsopleiding op de universiteit zijn, zoals de Katholieke Theologische Universiteit bij de Universiteit Utrecht? Herman Philipse: Je kunt hier ook pragmatisch over zijn, als er toch religieuze opleidingen zijn, dan liever aan een Nederlandse universiteit waar studenten theologie hopelijk nog iets van de wetenschappelijke methode meekrijgen en niet helemaal beunhazen worden op wetenschappelijk gebied. Wat vind je van bijzonder (met name religieus) onderwijs in Nederland? Herman Philipse: Ik ben een sterke voorkeur van het Franse systeem van de laïcité, waarbij er een strikte scheiding is tussen religie en staat en waar het onderwijs volkomen seculier is. Voor religie is in dit model de privésfeer toebedeeld. Frits Bolkestein en anderen spelen weleens met de gedachte van de pragmatische functie van religie in een samenleving. Ik ben, zoals gezegd, een voorstander van laïcité en zodoende geen voorstander van bijzonder onderwijs. Ik ben ervoor dat de staat alleen maar onderwijs financiert wat puur wetenschappelijk is en niet levensbeschouwelijk. De levensbeschouwingen laat je dan aan de burger over. In die zin ben ik liberaler dan Bolkestein. Dat deel waar mensen duidelijk van elkaar verschillen en allerlei meningen willen meegeven waar geen enkele goede reden voor is, mensen die hun kinderen indoctrineren met bepaalde onwaarheden, daar moet de staat niet aan mee betalen. Dat vind ik niet juist. Het beginsel van laïcité of de scheiding van kerk en staat berust op drie onderling nauw verweven waarden: gewetensvrijheid, rechtsgelijkheid van verschillende religieuze of geestelijke richtingen, en de neutraliteit van de politieke macht. Is het wel moreel om kinderen te indoctrineren met religie waarvan je wel kunt nagaan dat dat niet waar is? Herman Philipse: Nou, als de ouders er van overtuigd zijn dat het niet waar is, is het zeker immoreel. Ja, maar als de ouders het zouden kunnen weten? Herman Philipse: Ja, dat is nog een interessante vraag. Als de ouders er van overtuigd zijn dat het wel waar is, dan is het niet immoreel. Jouw vraag is: kunnen die ouders er fatsoenlijker wijze er van overtuigd zijn dat het waar is? In elke Nederlandse bibliotheek kun je bijvoorbeeld ‘Atheïstisch manifest’ lenen. Herman Philipse: Ja, maar goed, dan is het probleem natuurlijk dat er, als je kijkt in de academische wereld, er zowel zeer intelligente hoogleraren zijn die vinden dat geloof in god gerechtvaardigd is, zelfs, als je kijkt naar bijvoorbeeld Alvin Plantinga, dat geloof gerechtvaardigd kan zijn zonder dat de gelovige er enig argument voor geeft. Je kunt gerechtvaardigd zijn om te geloven volgens Plantinga ook al heb je geen enkel bewijs of argument. En als je grote autoriteiten hebt die dat beweren, en je hebt andere, veel kleinere autoriteiten, zoals ik, die zeggen het atheïsme is de juiste uitkomst van argumenten, dan kun je als leek zeggen – en dit is de klassiek probabilistische visie, die van de Jezuïeten in Frankrijk: “Ja, als de ene expert dit zegt, en de andere expert dat, dan ben je als leek gerechtvaardigd om de ene expert te volgen of de andere expert.” En dan mag je daar niet op worden aangesproken. Dit is een mogelijke visie. Ik wil niet meteen tegen ouders het beschuldigende vingertje opheffen, als die er eerlijk van overtuigd zijn dat een bepaalde religie waar is en als ze gezien het feit dat ze geen tijd hebben om al het onderzoek daarnaar te doen en wel naar bepaalde autoriteiten kunnen wijzen die duidelijk intelligent zijn, dan ben ik niet geneigd om meteen te zeggen dat die ouders immoreel zijn. Dat gaat mij te ver. Ik ben tolerant daarin. Als we nu een orthodox joods gezin nemen die hun kinderen nogal wat aandoen. Herman Philipse: Ik kan als buitenstaander wel zeggen dat ik dat immoreel vind, maar dan is de vraag: vind ik ook dat die mensen immoreel zijn om dit te doen, als zij zelf geloven in de waarheid van die godsdienst en daar argumenten voor hebben. Maar ze hadden beter kunnen weten. Herman Philipse: Het is maar de vraag of ze hadden kunnen weten, maar het is natuurlijk altijd een interessante vraag. Als ze mijn boeken lezen dan waren ze misschien dichterbij de waarheid gekomen. Wat vind je van de wetenschappelijke kwaliteit van een universiteit wanneer mensen die een studie met succes hebben afgerond en nog steeds religieus zijn? Herman Philipse: Het interessante is dat ik in God in the Age of Science? het werk behandel van een aantal experts en de belangrijkste zijn Richard Swinburne en Alvin Plantinga, en die zijn, in mijn ogen, intelligenter dan ik. Als filosoof zijn ze zeer vooraanstaand. En ik zou niet het lef willen hebben om te zeggen dat er in hun opleiding iets mis is gegaan omdat ze dit nog geloven. Ik denk wel dat het feit dat ze geloven terug gaat op een diepe emotionele behoefte en niet zozeer op rationele argumenten. Ik heb het altijd een groot mysterie gevonden dat iemand zoals Swinburne, die echt buitengewoon intelligent is, in zijn eigen argumentaties is blijven geloven. Maar dat doet hij. En dat is een interessant psychologisch fenomeen. Ik vind het te makkelijk om te zeggen dat er iets misgelopen is in het onderwijssysteem. Kijk, Swinburne heeft in Oxford gestudeerd, hij is uitstekend opgeleid, daar kan je weinig bezwaren tegen hebben. Dus, dat zou ik te weinig vrijdenkerij vinden. Je moet niet dogmatisch worden in dit soort opvattingen. Omdat er in de filosofie zelden eensgezindheid over opvattingen is, kun je ook voorstellen dat extreem slimme filosofen zoals Alvin Plantinga, tot een andere conclusie komen dan ik. Je schrijft: ‘Een democratie kan pas goed werken als bij politici en burgers de wetenschappelijke houding voor het bepalen van een standpunt overheerst.’ Dat lijkt nogal een utopische uitspraak. Herman Philipse: Ja, dat is niet zo! Dat is een kritische en normatieve uitspraak; zo zou het moeten zijn. Democratie leunt op verschillende pijlers, de vrijheid van expressie is er een van, evenals de wetenschappelijke methode, en, heel belangrijk, tolerantie ten opzichte van minderheden. Ben je humanist? Herman Philipse: Ik houd helemaal niet van al dit soort predicaten. Humanist is een te vaag begrip. Dat kan van alles beteken. Ik heb er geen idee van. Hetzelfde geldt voor vrijdenker. En zelfs voor atheïst. Zo ik iets ben, ben ik een disjunctieve, half-semantische, half klassieke, universele, sterke atheïst. Atheïsme zegt echter niks over waar je dan wel voor staat. Humanisme is een bredere term. Vrijdenken is een bredere term. Je wordt wel aangeduid als liberaal. Herman Philipse: Ja, ik ben een soort liberaal. Ik houd niet van etiketten, omdat etiketten vaak de lading niet geheel dekken. En ik houd niet van verenigingen en ik ben er dan ook van geen lid de De Vrije Gedachte; ik ben geen lid van het Humanistisch Verbond. Ik ben niet zo’n verenigingsmens. Behalve dan dat ik nog niet zo lang geleden lid van een politieke partij ben geworden, niet omdat ik het met alles eens ben, maar omdat ik vind dat er te weinig mensen lid zijn van een politieke partij. Maar ik vind het wel belangrijk dat er verenigingen zijn die bijvoorbeeld het vrijdenken bevorderen, zoals De Vrije Gedachte. Deze organisaties zijn zeker nuttig. Wat is de functie van filosofie? Herman Philipse: Filosofie is een groot vakgebied met een grote verscheidenheid aan onderwerpen, van de geschiedenis van de Griekse filosofie, de logica en mathematische logica en de ethiek. Als je vraagt ‘is filosofie nuttig?’ moet je dat specifieker vragen. Er is ruimte voor diversiteit. Zo kunnen verschillende talenten bloeien. Er zijn bijvoorbeeld wereldvreemde kamergeleerden zoals Saul Kripke en David Lewis die in de ivoren toren briljant theoretisch werk verrichten en daardoor het hele vakgebied veranderen, en er zijn filosofen die publiek geëngageerd zijn, en er zijn mixen daarvan. Ik vind dat mensen moeten doen waar ze zin in hebben en waar ze goed in zijn. Talent moet bloeien waar het kan.” Is normatieve filosofie, dat wil zeggen ethiek en politieke filosofie nuttig? Herman Philipse: Ja, ik denk dat het goed is om ook over normatieve vragen ook heel zorgvuldig na te denken met informatie op academisch niveau en discussie op academisch niveau. Er zijn de afgelopen decennia talloze boeken over atheïsme verschenen. Hoe past jouw boek ‘God in the Age of Science?’ in die traditie van het zogenaamde Nieuwe Atheïsme, waarvan Richard Dawkins de bekendste vertegenwoordiger is? Herman Philipse: Ik vind veel boeken die verschenen zijn, zoals bijvoorbeeld die van Dawkins, te populistisch, dat is argumentatief niet goed genoeg. Ik heb wat meer sympathie voor het boek dan andere mensen, maar ik vind het toch tekort schieten. In vergelijking met bijvoorbeeld Dawkins boek, The God Delusion, is mijn boek technischer, voor een iets selecter, academisch gevormd publiek. Het is om twee redenen heel anders dan de andere boeken. Ten eerste, het basisplan van het boek is een beslisboom voor de gelovigen waar ik alle mogelijke opties van de gelovige ten aanzien van een bepaalde geloofsstelling, zoals “God bestaat”, laat zien, bijvoorbeeld, is het een waarheidsclaim, enzovoorts. Dat doet niemand. De meeste mensen gaan meteen argumenteren. Die kijken te weinig vanuit het oogpunt van de gelovigen naar de opties die die heeft om zijn positie in te vullen en zinvol te maken. Ten tweede, er is geen boek dat het werk van Richard Swinburne integraal behandeld. Wat is dan jouw uitgangspunt? Herman Philipse: Als uitgangspunt voor mijn boek heb ik de analytische godsdienstwijsbegeerte gekozen en daarbinnen de meest intelligente vertegenwoordigers, dat zijn Alvin Plantinga en met name Richard Swinburne, die heb ik als sparring partner genomen. Mijn boek neemt als uitgangspunt het oogpunt van gelovigen en geeft hun een beslisboom met de verscheidene opties die dan beargumenteerd worden weerlegd. Swinburne emeritus hoogleraar aan de universiteit van Oxford, ontwikkelt in zijn werk een ingewikkelde Baysiaanse waarschijnlijkheidstheorie voor het bestaan van god waarin hij tal van argumenten aan elkaar koppelt. Het gaat mij erom om die analyse integraal te analyseren en te weerleggen. Wat vind je van dierenrechten? Herman Philipse: Dierenrechten, zoals ontwikkeld door Tom Regan, vind ik problematisch omdat dieren geen rechtssubject kunnen zijn en omdat ze niet voldoende bewustzijn hebben om die rechten zelf te kunnen verdedigen. Ik ben er natuurlijk voor dat dieren fatsoenlijk behandeld worden. Peter Singer daarentegen spreekt over dierenwelzijn, daar ben ik wel erg voor. Ik eet daarom ook vrijwel geen vlees meer om die reden. Ik bedoel: je moet je eigen leven ook een beetje aanpassen daaraan. Ik vind dus het idee dat iedereen alsmaar vlees moet eten geschift en ik erger me ontzettend aan de gewoonte van heel veel restaurants om veel vlees en heel weinig groenten op het menu te zetten. Dat vind ik slecht. In onze moraal zijn wij voor een deel gericht op verkeerde obsessies, zoals ook Peter Singer betoogt. Zoals de boer die het met een koe doet en dat iedereen zich daar vreselijk over opwindt. Maar hoe erg is dat? Maar als de koe het leuk vindt, en de boer vindt het leuk. Dan zou je kunnen zeggen: dit is moreel indifferent. Waar je je wel over moet opwinden, zegt Singer, en terecht, is als mensen als hobby gaan auto racen. Want dat is schadelijk. Dus daar moeten ze onmiddellijk mee ophouden. Of al die rare bromfietsjes in Nederland die lawaai maken en ontzettend stinken. Laten mensen gewoon op de fiets stappen. Ik vind dat wij ons hele morele terrein in heroverweging moeten nemen – en ik ben niet de enige die dit vindt, Singer vindt dat ook bijvoorbeeld – in het licht van klimaatverandering. Wat is het grootste probleem van de mensheid? Herman Philipse: Ik denk dat het grootste probleem is of de mensheid door factoren als bevolkingsgroei, economische groei, de aarde niet zal uitputten. En dat zal zeker gebeuren als er niets verandert. Dus ik denk dat de mensheid in grote problemen zal komen binnen zeker 50 tot 100 jaar. Wordt het dan niet tijd voor een nieuwe Verlichting als beweging, maar nu op wereldschaal? Staat er in onze tijd niet ongelooflijk veel op het spel? Is een universele verbreiding van de Verlichting als houding bijvoorbeeld niet noodzakelijk om de mondiale problemen van milieu, overbevolking, en grondstoffenschaarste zonder oorlogen op te lossen? Moet gezien de angstaanjagende groei van de wereldbevolking de invloed van religies die geboortebeperking tegengaan, niet beteugeld worden door het propageren van verlicht denken? Loop de mens anders niet het risico zijn eigen habitat op de planeet aarde in steeds sneller toenemende mate te verwoesten? Wat kunnen we daar aan doen? Herman Philipse: De vraag is of ons morele apparaat wel voldoende is toegerust om er wat aan te doen. Je ziet altijd dat mensen in hun morele gedrag – ik wil niet zeggen: in hun oordelen – groepsdieren zijn die de belangen van hun eigen groep belangrijker vinden dan belangen van andere groepen. En dat is in problemen als mondiale klimaatverandering een catastrofe, omdat dat problemen zijn die iedereen gelijkelijk zullen treffen. Wij zijn heel slecht geëquipeerd om met dat soort problemen om te gaan. Ik denk dat dat veruit het grootste en urgentste probleem is waar wij mee worstelen. De Eurocrisis valt daarbij in het niet.
Herman Philipse Linksmailto:florisvandenberg@dds.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|