Van Ismail Kadare zijn er alleen al in de laatste zes jaar vijf romans in het Nederlands verschenen. Het ongeluk is zijn nieuwste creatie. De gebeurtenissen spelen zich af in Albanië na de Joegoslavische burgeroorlogen aan het einde van de 20ste eeuw. Een taxi verongelukt op weg naar het vliegveld van Tirana. Een man en een vrouw worden uit de auto geslingerd en zijn op slag dood. Wanneer de chauffeur uit zijn coma ontwaakt, kan hij de politie weinig meer vertellen dan dat hij de controle over zijn stuur verloor toen hij in zijn binnenspiegel had gezien dat zijn twee passagiers hadden geprobeerd elkaar te kussen. Het politiedossier, aanvankelijk geklasseerd, wordt toch weer geopend, en een rechercheur probeert te reconstrueren wat er tijdens de laatste veertig weken met Besfort Y. en Rovena St. is gebeurd. Ze hadden een relatie, dat staat vast. Maar verder? Wat is er in de taxi gebeurd? Waren de passagiers geliefden? Of was de vrouw een escortdame en was de man haar cliënt? Zal de rechercheur de waarheid achterhalen? En zal Kadare wel over zijn roman willen praten? Soms spreekt een boek voor zich, zegt hij, en dan is commentaar overbodig. Op het eerste gezicht leek het een gewoon ongeval’. Kan het zijn dat de eerste vier woorden van ‘Het ongeluk’ ook de eerste vier woorden van heel uw oeuvre zijn Ismail Kadare: Eerste indrukken zijn zelden de juiste, dat is zeker. Alles is ingewikkelder dan we denken. De waarheid laat zijn gezicht niet zo maar zien. Het is daarom mijn taak om door de verschillende lagen van de waarheid heen te dringen. Alleen op die manier kan een schrijver erin slagen objectief te blijven. U mag ook niet vergeten dat ik uit Albanië kom, een land waar de schizofrenie tijdens de dictatuur doodgewoon was. Mensen accepteerden die gespletenheid trouwens. Wat was de waarheid en wat was een leugen? We wisten dat wel, maar we moesten doen alsof we het niet wisten. In de relatie tussen Besfort en Rovena is er ook een gespletenheid. Hij verlangt naar haar, maar hij beseft dat ze gevaarlijk is. Net zoals een dictator verlangde hij ‘naar de liefde van degenen die hem ontrouw waren’. Is de liefde een vorm van dictatuur, net zoals de dictatuur een vorm van liefde is? Ismail Kadare: Dictators hebben eerder nood aan de eeuwigheid, dat is hun tragedie. Ze beseffen wel dat ze ooit zullen doodgaan, maar ze willen die waarheid niet onder de ogen zien. De werkelijke tragedie is natuurlijk dat de dictator zijn hele volk treft. Om er zeker van te zijn dat hij onsterfelijk is, moet hij ontzettend wreed zijn. Als hij dat niet zou zijn, verliest hij de greep op zijn volk. Een dictator moet daarom paranoďde zijn, neem ik aan. Zonder vermeende complotten tegen zijn bewind kan hij geen terreur uitoefenen, terreur die nodig is om te laten zien wie de baas is. Hebben Besfort en Rovena ook last van paranoia? Ze verdenken elkaar ervan ontrouw te zijn, of tenminste bepaalde zaken voor elkaar geheim te houden. Ismail Kadare: Paranoia in een dictatuur en in een roman hebben met elkaar helemaal niets van doen. In een dictatuur is paranoia een onvermijdelijke aberratie. In een roman is ze een onvermijdelijkheid zonder meer. Een schrijver toont pas zijn ware kracht als hij zijn personages laat inzien dat het onmogelijk is om elkaar te kennen, waardoor er een ruimte ontstaat waarin achterdocht en angst welig kunnen tieren. De rechercheur die belast is met het onderzoek naar de dood van Besfort en Rovena begrijpt dat er verschillende waarheden zijn. Maar waarom zegt hij dat we die waarheden ook niet willen zien? Niet kunnen zien? En misschien zelfs niet mogen zien?<.I> Ismail Kadare: Wie er absoluut op staat om de waarheid te leren kennen, verwijdert zich met rasse schreden van die waarheid. Maar in feite willen de meeste mensen de ware toedracht zelfs niet kennen. Meer nog: ze beseffen niet eens dat ze de waarheid niet willen leren kennen. Is dat niet tragisch? Twee verliefden die gedoemd zijn om elkaar niet te begrijpen? Ik citeer uit uw boek: ‘De liefde – het mooiste dat er op de wereld bestaat – kan het minst de waarheid verdragen.’ Ismail Kadare: Dat is helemaal niet tragisch. Integendeel, het is komisch. In een roman, zeker. Maar ook in het echte leven? Ismail Kadare: Het ene staat niet met gekruiste degens tegenover het andere. We hebben de neiging te veronderstellen dat kunst uit het leven voortvloeit. Zeker, de kunst heeft het leven in al zijn vormen en verschijnselen nodig. Maar evengoed kan het leven de kunst vernietigen. De grote kunstenaars vinden een evenwicht tussen de twee: ze maken gebruik van het echte leven om hun kunst vorm te geven, en tegelijk houden ze dat leven op een armslengte, zodat ze in hun kunst de vrijheid bewaren om commentaar te leveren, om vragen te stellen, om feiten met een kritisch oog onder de loep te nemen. Wat is dan de verhouding tussen de kunstenaar en de dictator? Ismail Kadare: De dictator voelt zich vaak bedreigd door de kunstenaar, niet omdat die noodzakelijkerwijs een gevaar voor hem betekent, wel omdat hij beseft dat de kunst een gevaarlijk terrein is. Maar omdat een dictator vindt dat hij overal toegang moet krijgen, ook tot plaatsen die voor hem verboden zouden moeten zijn, maakt hij zich uiteraard belachelijk wanneer hij zijn invloed ook op het artistieke terrein wil laten gelden. Dat kan desastreus zijn, ook voor de kunstenaar. Hoe moet die nu tegenover de dictator staan? Slaafs, veronderstel ik. Anders valt hij in ongenade en staat zijn leven misschien op het spel. Ismail Kadare: Een journalist vroeg me eens of schrijvers niet anders kunnen dan zich slaafs op te stellen. Ik heb gezegd dat ze dat niet hoeven te doen. Maar de journalist liet niet los. U hebt ooit een lang onderhoud met Enver Hoxha gehad, zei hij. Moest u toen niet onderdanig zijn? Hoxha heeft twee en een half uur lang een monoloog afgestoken, heb ik gezegd, en zelf ben ik twee minuten aan het woord geweest. In feite was de dictator onderdanig. Hij wilde absoluut een goede indruk op mij maken, laten zien dat hij geen monster was. De journalist – hij was nogal diabolisch – bleef aandringen. U hebt dus twee minuten gesproken, zei hij. Hebt u toen niet voor hem gekropen? Trek zelf uw conclusie, heb ik geantwoord. De ene is twee en een half uur aan het woord, de andere twee minuten. Wie van de twee maakt de beste kans om slaafs te zijn? Ik ontken natuurlijk niet dat er schrijvers zijn die plat op hun buik gaan voor een dictator. De twee soorten komen voor, dat is nu eenmaal zo. In uw oeuvre schopt u regelmatig tegen de enkels van dictators. Voelde Enver Hoxha die schoppen niet? Ismail Kadare: Ik heb mijn kritiek proberen te verhullen. In een aantal van mijn boeken heb ik het over het Turkse rijk, dat natuurlijk ook dictatoriaal was. En een keer heb ik zelfs gebruik gemaakt van de ijdelheid van Hoxha toen ik dossiers mocht inkijken over de naoorlogse relatie tussen de Sovjet-Unie en Albanië. Zoals u weet hebben die twee landen in 1961 met elkaar gebroken. Op die manier kon ik al mijn kritiek richten aan het adres van Nikita Chroesjtsjov, terwijl iedereen natuurlijk wist dat beide partijen hypocriet waren en bespottelijke argumenten gebruikten. Hoxha is dood, de dictatuur verdwenen. In ‘Het ongeluk’ bevinden we ons in het hedendaagse, moderne Albanië. Heeft het land helemaal gebroken met zijn verleden? Ismail Kadare: Ja en nee. Vroeger bestond er in mijn land bijvoorbeeld een traditie van bloedwraak. Onder Hoxha was die ten strengste verboden. Na de val van het communisme ontstond er een tegenreactie: wat eens verboden was, werd opnieuw omarmd. Maar een serieus probleem is bloedwraak allerminst, ze is en blijft een uitzondering, iets exotisch, iets dat een film interessant maakt. En is de traditie van de ballade nog springlevend? ‘Als er een juridische kwestie speelde,’ zo schrijft u, ‘oriënteerde men zich op de Balkan op de oude balladen, waarin pasklare modellen waren te vinden om elke kwestie op de juiste manier af te handelen’.<.I> Ismail Kadare: Jammer genoeg is die traditie bijna verdwenen. Op school wordt er nog maar weinig aandacht aan besteed. Maar is die traditie ook niet gevaarlijk? In ‘Rouwzangen voor Kosovo’ smeekt de Turkse sultan Moerad om vergetelheid. Alleen dan kunnen de strijdende volkeren hun ruzies vergeten. Ismail Kadare: U verwart twee zaken. De sultan verwijst naar de slag op het Merelveld, waar de Turken in 1389 een verpletterende nederlaag aan de christenen toedienden. Die slag is tot een mythe uitgegroeid, niet tot een ballade. Een ballade biedt oplossingen aan, een mythe creëert leugens. Of liever: politici wenden mythes aan voor hun eigen doeleinden. De leugen laat dan niet lang op zich wachten. Kijk naar Slobodan Milosevic. Hij heeft de mythe van het Merelveld, die op zich heel nobel is, misbruikt om het Servische nationalisme aan te zwengelen. De historische werkelijkheid was dat zowel Serviërs als Bosniërs als Albanezen toen tegen de Turken hebben gevochten. Hebben ze toen niet voor de laatste keer broederlijk naast elkaar gestreden? Ismail Kadare: Zeker niet. De hele Balkan is door de Turken overrompeld geweest. Het was een Apocalyps voor alle christenen. Wat Milosevic heeft gedaan, was idioot, misdadig. En Karadzic is geen haar beter.
Ismail Kadare Linksmailto:joseph.pearce@telenet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|