Georges Kamanayo werd geboren in Rwanda in 1947 als zoon van een Rwandese moeder en een Belgische vader. Hij kwam in 1960 naar België, net voor de onafhankelijkheid van Rwanda en werd als pleegzoon in een Antwerpse familie opgevangen. Na zijn middelbare studies aan het college van Overijse, ging hij film studeren aan het Narafi in Brussel. In zijn loopbaan was hij achtereenvolgens cameraman, regisseur en producent, onder andere bij de VRT. Als cineast heeft Georges Kamanayo heel wat reportages en films in Afrika gedraaid. Met zijn autobiografische documentaire Kazungu de Metis (Kleine blanke blanke) dat via een twintigtal tv-zenders wereldwijd werd uitgezonden, ging hij dieper in op de métissen problematiek, één van zijn stokpaardjes. In zijn recentste film La fille du Grand Monsieur, vertelt hij het levensverhaal van Emma Dardenne, één van de eerste métissen. Zij werd geboren in Rwanda in 1908, als dochter van een Rwandese vrouw en een Duitse generaal. Als Emma enkele jaren later wees wordt, ontfermt de familie van Joseph Dardenne, de eerste Belgische gouverneur in Rwanda, zich over haar en later gaat ze met hen mee terug naar België. In de film gaat Emma op 96-jarige leeftijd samen met haar dochter en kleinzoon terug naar haar geboorteplaats aan het Kivumeer. Tegelijkertijd wordt een onbekend en complex stuk Belgische koloniale geschiedenis in Centraal-Afrika bekeken. Momenteel is hij voorzitter van de Stedelijke Overlegraad voor het beleid ten aanzien van etnisch culturele minderheden in Antwerpen. Als Belg van gedeeltelijke Afrikaanse afkomst tracht hij zo iets toe te voegen aan het vreemdelingenbeleid in Antwerpen. In een gesprek met Olivier Van Horenbeeck praat Georges Kamanayo over zijn maatschappelijke visie. U bent nu meer dan 30 jaar actief in de mediawereld. Hebt u sinds uw aankomst in België 45 jaar geleden, het beeld van ‘de vreemdeling’ in de Vlaamse media en bij de bevolking zien ontaarden? Georges Kamanayo: Toen ik in de jaren zestig in Antwerpen kwam wonen, was er nog geen sprake van ‘gastarbeiders’ of ‘allochtonen’. Ik werd meestal aangeduid als ‘de neger uit de Kongo’. Over mijn geboorteland Rwanda hadden de meeste Vlamingen nog nooit gehoord. Over het algemeen waren de meeste Antwerpenaren nieuwsgierig en vriendelijk voor me. Er was toen nog geen sprake van vreemdelingenhaat, alhoewel ik intuïtief een vorm van meewarigheid aanvoelde, een soort mengeling van missioneringdrang en koloniaal paternalisme. Het gif van racisme en uitsluiting was lang voor mijn komst in de Vlaamse samenleving uitgezaaid. Ik geloof dat België nooit helemaal in het reine is geraakt met zijn koloniale verleden. Een deel van de bevolking zit nog altijd met een enorm ‘Kongo-complex’. Zelfs nu kan men nog altijd heel moeilijk over dat verleden praten. Met alle soorten middelen en manipulaties trachten sommigen nog altijd dat verleden te verdoezelen om maar niet te moeten toegeven dat België de natuurlijke rijkdommen van Kongo heeft geëxploiteerd en er een rijk en welvarend land is van geworden. Zoals iedereen nu weet, kreeg België zijn kolonie in 1908 van Leopold II aan wie ‘de Kongo’ op eerder gelukkige wijze als privé-bezit was toegekend tijdens de Conferentie van Berlijn in 1885. Onder het mom van ontvoogding en evangelisatie is Kongo vervolgens geëxploiteerd. Wel, dat verleden is voorgoed voorbij. Wel, het wordt voor iedereen tijd om er een streep onder te trekken en voorgoed te beginnen met dat aanvaardingsproces. Heeft het kolonialisme een bepaalde verhouding geïnstalleerd die tot op vandaag onze blik op Kongo en zwart Afrika blijft bepalen? Georges Kamanayo: Het alibi van de Belgen om naar ginder toe te trekken was om het christendom en de westerse beschaving naar die ‘achterlijke’ beschaving te brengen. Dit gold niet alleen voor België, maar voor alle westerse landen die naar Afrika trokken. Kongolezen of andere Afrikanen werden niet beschouwd als volwaardige mensen. Via de kolonisatie zouden we ze even verheffen tot complete mensen zoals wij. Deze beschavingsdrang, in combinatie met de verspreiding van het christendom, gaf natuurlijk een prachtig alibi om de rijkdom van Kongo (en later ook Rwanda en Burundi) te exploiteren. Het belangrijkste element om dat koloniaal systeem in stand te houden, was een soort apartheidsregime, ondersteund door een zekere xenofobie. Om te kunnen exploiteren, moet men immers zowel exploitanten als geëxploiteerde hebben. De exploitant is in dit systeem een soort ‘Ubermensch’ en de geëxploiteerde een soort ‘Untermensch’. De rolverdeling is duidelijk: als men bijvoorbeeld tegen een Kongolees verkondigt dat ‘die God van hem een slechte god is’ en ‘dat de Belgen een veel betere God hebben’, dan impliceert dit dat hij nog heel veel bij te leren heeft. De koloniaal heeft als Ubermensch altijd de wijsheid in pacht en zo voelt de Kongolees zich automatisch een Untermensch. Op die manier kan de koloniaal zijn christelijk ideaal bereiken om de arme stakkers te verheffen tot ‘évolués’, zgn. gëevolueerden. Een welbepaalde groep is men in dit systeem doelbewust uit het oog verloren, de métisse of de tussengroep. Die tussengroep was daar, maar werd genegeerd omdat die niet paste in heel dat bestel. Dit werd duidelijk bij één van de eerste landen die onafhankelijk zijn geworden van hun koloniale mogendheid, namelijk Haïti. De Haïtianen hebben onder leiding van halfbloeden het leger van Napoleon verslagen. De métisse is tijdens die periode als een soort duivel geworden. Ik heb historische documenten doorgenomen van de Internationale Vereniging voor de Kolonies, een forum waar alle koloniale mogendheden regelmatig bij elkaar kwamen. Die vereniging heeft verschillende colloquia gewijd waren aan rassenvermenging waaronder één in Brussel op 11 en 12 oktober 1935 (La Conférence pour les problèmes résultants des mélanges des races). Men erkende dus dat er een probleem was en men zocht naar een manier om dat op te lossen. Dit alles om te illustreren dat er twee kanten nodig waren, de exploitant en de geëxplodeerde, en géén drie. De métisse paste niet in dat plaatje. In de Verenigde Staten loste men dat op door te zeggen ‘Voor ons zijn er geen tussengroepen, het zijn allemaal zwarten’. In Zuid-Afrika voerde men het Apartheidsregime in, een aparte ontwikkeling geschraagd door wetgeving. België en andere mogendheden verdoezelden de problemen en deden alsof het probleem niet bestond. Dat heeft geresulteerd in het feit dat er in de officiële versie nooit geen culturele - laat staan een fysieke -toenadering is geweest tussen Belgen en Kongolezen. Uiteraard was dit enkel zo in theorie. Als men vandaag gaat kijken naar de invloed van de Kongolese cultuur op de Belgische cultuur, gaat men niks terugvinden. Terwijl dat die kruisbestuiving wel degelijk heeft plaatsgevonden. Hoe heeft u – als levend bewijs van die toenadering - persoonlijk leren omgaan met het groeiend racisme en uitsluiting? Georges Kamanayo: Ik herinner me nog als gisteren de avond toen ik voor de eerste keer uitging in Antwerpen. De buitenwipper vroeg me in het Frans of ik niet kon lezen en wees naar een opschrift achter het venster. In grote letters stond er ‘interdit aux étrangers’. Ik schrok even, maar liet niets merken en drong aan om binnen te komen. Mijn vrienden waren reeds binnen en hadden niet gezien dat de portier me had tegengehouden. Ik liet me echter niet afschepen en bleef aandringen, maar de portier werd razend en dreigde de politie erbij te halen. Toen ik zag dat er echt niets aan te doen viel, droop ik stilletjes af en keerde alleen terug naar huis. Ik geloof dat er op dat moment iets kostbaars brak in me, nl. het gevoel van geborgenheid en aanvaarding in mijn nieuwe vaderland. Ik werd kwaad,wanhopig en onzeker omdat ik wist dat ik onrechtvaardig werd behandeld zonder dat ik me kon verdedigen. Maar wat kon ik er aan doen? Na enkele dagen over het voorval te hebben nagedacht, besloot ik terug te keren naar dezelfde dancing, dit keer zonder vrees en gewapend met goede argumenten. Opnieuw werd ik door dezelfde portier geweigerd en weer dreigde hij met een politietussenkomst. Ik liet hem even doen en zei dan zelfverzekerd dat hij de politie er maar moest bijhalen. Ik zou het wel even aan de politie uitleggen en hen vragen of er nu werkelijk twee soorten Belgen waren in Antwerpen. Toen de buitenwipper merkte dat ik niet meer bang was voor zijn dreigementen, werd hij vriendelijk en liet me binnen. Proefondervindelijk had ik op een harde manier geleerd dat in dit land niemand voor mij zou opkomen. Denkt u dat een gelijkaardige situatie vandaag anders zou verlopen? Georges Kamanayo: Ik ben er zeker van dat mijn ervaringen toen voor de meeste vreemdelingen van mijn generatie herkenbaar zijn. Cafés en dancinguitbaters zijn in de jaren zestig en zeventig nog jaren blijven discrimineren, zonder dat er één enkele politicus of politieagent zich over de zaak bekommerde. De omstandigheden zijn vandaag veranderd en zulke situaties zijn niet meer zo eenvoudig op te lossen als toen. Gelijkaardige voorvallen worden vandaag in Antwerpen beslecht met vechtpartijen, messteken of schietpartijen. Stilaan is er een ‘wij’ tegen ‘zij’ situatie ontstaan. We spreken nu over ‘autochtonen’ en ‘allochtonen’, alsof het gaat om een twee legers die tegenover elkaar staan. Dat vind ik een verschrikkelijk dwaas idee! Heeft de overheid gefaald in haar inspanningen van de laatste jaren om integratie en inburgering bovenaan de politieke agenda te plaatsen? Georges Kamanayo: Sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen is er bij sommige politieke partijen een naijver ontstaan in gestrengheid ten aanzien van allochtonen en nieuwkomers. Deze nieuwkomers moeten zich zo snel mogelijk aanpassen of anders liefst opkrassen. Hypocrisie en kortzichtigheid bij politici en overheden hebben van België één van de meest racistische landen van Europa gemaakt. Vlamingen, en Antwerpenaren in het bijzonder zijn enorm bang geworden voor alles wat vreemd voor hen is. Ze voelen zich steeds meer bedreigd door een situatie die ze zelf mee hebben gecreëerd. Bevat het cliché ‘petit pays, petit esprits’ over Vlaanderen dan toch enige waarheid wanneer u het heeft over die alsmaar dieper wordende kloof tussen allochtonen en autochtonen? Georges Kamanayo: Integratie en gelijke kansenbeleid gaan over zware thema’s zoals onderwijs, tewerkstelling, cultuur en media die niet met bescheiden middelen kunnen worden behandeld. De overheid ziet diversiteit en multiculturalisme niet altijd als een meerwaarde in de samenleving, maar meestal als een last. Het percentage van allochtonen dat wordt tewerkgesteld in overheidsinstellingen is ronduit bedroevend. In de privé-sector is het iets beter gesteld, maar het is nog altijd niet voldoende. Als de overheid een definitieve oplossing wil geven aan al deze problemen, moet zij werkelijk investeren, ook in lokale allochtonenverenigingen. Het is bijzonder opvallend dat ondanks een groot aantal goede initiatieven en aanbevelingen uit verschillende etnisch-culturele minderheden, men er nooit is in geslaagd deze om te zetten in coherente bestuursmaatregelen. Er zijn een heel aantal vragen die tot op vandaag onbesproken blijven. Welke vreemde krachten hebben politici belet om harmonieus samenleven tussen allochtonen en autochtonen in Antwerpen te realiseren? Is het een gebrek aan vertrouwen of politieke moed van politici? Of is het veeleer het falen van allochtone politici die het niet hebben aangedurfd op te komen voor specifieke belangen van allochtonen? Of bestaat het doorgedreven, opgeschroefde egoïsme en eigenbelang van de Antwerpenaar? Het zijn allemaal vragen waarop zo snel mogelijk een antwoord moet worden gegeven vooraleer men wat dan ook onderneemt. Heeft de steile opgang van het Vlaams Belang er mee voor gezorgd dat beleidsmakers geen antwoorden durfden te formuleren, eerst in Antwerpen en nadien elders? Georges Kamanayo: Door haar jarenlange haatcampagnes tegen de Belgische Staat en de allochtonen, voelen vele Vlamingen zich ten onrechte tekort gedaan en gekrenkt door het centraal gezag en bestolen door vreemdelingen. In haar zogenaamde ijver om het zogenaamde recht van de Vlamingen te verdedigen, richt het Vlaams Belang al zijn pijlen op de allerzwaksten in de samenleving, inwijkelingen, die ze belaadt met alle zonden van Israël. De Vlaams-Waalse problemen worden daarenboven uitvergroot en met opzet vermengd met de allochtonenproblematiek van heel Europa. Op deze manier tracht deze partij zich te profileren als de redder van ‘het eigen volk’. Het Vlaams Belang probeert mensen te doen geloven dat ze ooit Vlaanderen zal verlossen van alle Waalse profiteurs en van alle vreemdelingen, die slechts uit zijn op de rijkdom van Vlaanderen. Op deze wijze heeft het Vlaams Belang in enkele decennia haat en tweedracht gezaaid tussen ‘autochtonen’ en ‘allochtonen’. Met haar verdeel -en heerspolitiek probeert deze partij vooral chaos te creëren in de Vlaamse steden om dan nadien als ‘redder’ orde op zaken te komen stellen. De Vlaamse bevolking staat vandaag voor een dilemma. Enerzijds worden zij aangemaand om partij te kiezen voor de vage pseudo-zekerheden met een wrange ‘Blut und Bodem’ bijsmaak. Anderzijds weet ik zeker dat het op hun geweten moet drukken om te kiezen voor een nieuwe diverse en rechtvaardige, maar onzekere samenleving. Dreigt een dergelijke explosieve ‘wij’ versus ‘zij’ situatie op korte termijn te ontploffen en in Antwerpen rellen te creëren zoals in Frankrijk? Georges Kamanayo: Er is volgens mij sprake van een reële bedreiging van de Vlaamse samenleving. In sommige Antwerpse en Brusselse wijken is de situatie af en toe explosief te noemen. In sommige grootsteden gaan geruchten over pesterijen van allochtonen door politieagenten alsmaar luider de ronde. Privacy en de bewegingsvrijheid van burgers worden in zogenaamde probleemwijken steeds meer aan banden gelegd. Deze nu nog onschuldige vormen van repressie kunnen niet veel aan de situatie veranderen. Integendeel, zoals de situatie in Frankrijk jammer genoeg heeft aangetoond, doet een nultolerantiebeleid de situatie alleen maar escaleren. De relatie tussen de allochtone en de autochtone bewoners in bepaalde wijken is volledig verziekt. Er is zeker en vast meer intelligentie en fijngevoeligheid nodig van de politie en van de overheden om de jarenlange verziekte situatie weer recht te trekken. Deze genezing kost geld. Het beleid in de grootsteden moet aan haar bewoners een duidelijk signaal geven en de bevolking tonen dat de overheid de spanningen tussen de gemeenschappen ernstig neemt. De allochtonengemeenschap in Antwerpen is momenteel ontgoocheld en ontredderd. Ze is weerloos tegen racisme en uitsluiting. Sommigen zeggen nu al hardop dat het niet meer uitmaakt wie er in 2006 de gemeenteraadsverkiezingen wint. Ze vrezen een scenario waarin de Antwerpenaars sowieso nogmaals extreem-rechts zullen stemmen en daarmee de andere partijen nog meer in richting van het Vlaams Belang zullen doen opschuiven. Er zal dan nog meer druk om de allochtone gemeenschap komen zonder dat dit een verbetering zal opleveren en intussen zal de spanning tussen de gemeenschappen nog verder stijgen. De tijd dringt om de jeugd van Antwerpen uit de klauwen van allerhande extremisten te houden. U ziet de toekomst van het stedelijke samenleven tussen beide gemeenschappen in Antwerpen niet echt rooskleurig in? Georges Kamanayo: Het is helaas een feit dat elders in Europa aanslagen worden gepleegd door moslimextremisten en misnoegde jeugdbenden verschillende Europese steden onveilig maken. Een rechts-extremistische Vlaamse partij profiteert van deze trieste situatie om Vlamingen nog meer de stuipen op het lijf te jagen. De angst voor vreemdelingen en voor de toekomst wordt op die manier aangewakkerd bij een groot deel van de Vlamingen, maar ook bij sommige allochtonen. We mogen echter niet toestaan dat men ons bang maakt en opsluit in een vicieuze cirkel van angst, repressie en racisme. Als voorzitter van de Stedelijke Overlegraad voor het beleid ten aanzien van etnisch culturele minderheden in Antwerpen, ben ik ervan overtuigd dat we op korte termijn een oplossing zullen moeten zoeken voor de twee grootste problemen: racisme en angst. Stadsbewoners van een andere afkomst in Antwerpen en andere Vlaamse grootsteden zijn ook Vlamingen en willen zonder dwang of betutteling deelnemen aan de alle aspecten van de samenleving. Ze zijn daarom bereid om samen met de Vlamingen te strijden voor een leefbaar en verdraagzaam Vlaanderen. Daarom moet elke vreemdeling durven eisen te genieten van dezelfde rechten en te moeten voldoen aan dezelfde plichten als elke andere Vlaming. Niemand in Vlaanderen wil behandeld worden als een tweederangsburger. Ik heb gemerkt dat sommige allochtone, maar ook Vlaamse organisaties veel te geïsoleerd werken en daardoor mijlenver verwijderd zijn van de Antwerpse dagelijkse werkelijkheid. Kruisbestuiving tussen deze organisaties is absoluut noodzakelijk. Mensen moeten worden aangemoedigd om uit hun isolement te komen en elkaar te ontdekken. Mensen van verschillende culturen en achtergronden die vrijwillig en onbevangen samenwerken, doen automatisch wederzijdse waardering, vertrouwen en zelfs vriendschappen ontstaan. Het volstaat niet alleen om een intensief sportbeleid uit te tekenen, zoals sommigen nu durven te suggereren. Sport is immers meestal ontspanning en voor sommige allochtonen zelfs een luxe. Er moet in eerste instantie paal en perk worden gesteld aan de discriminatie op de woning- en arbeidsmarkt opdat de ‘nieuwe Vlamingen’ een faire plaats in onze samenleving kunnen verwerven. Indien beide partijen, zowel de allochtone als de autochtone gemeenschap, duidelijk bekommerd zijn om de diversiteit en de integratie van andere, nieuwe samenlevingsvormen, zal dit onvermijdelijk leiden tot meer begrip en verdraagzaamheid in Antwerpen. Wederzijds respect, universele mensenrechten, samenwerking en dialoog moeten daarbij de voornaamste uitgangspunten zijn. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat dan de wind van de Verlichting die de hele geschiedenis over Antwerpen heeft gewaaid, opnieuw door de straten en geesten zal waaien en de Antwerpenaren zal verlossen van eigenbelang en onverdraagzaamheid.
Georges Kamanayo Linksmailto:olivier.van.horenbeeck@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|