|
Zonsverduistering vormt het tweede deel van de autobiografie van de Hongaarse schrijver György Konrád. In het eerste deel Geluk beschrijft György Konrád zijn herinneringen aan de jodenvervolging en de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog. In Zonsverduistering heeft hij het over zijn studententijd, over het jaar 1956, over het ontstaan van zijn schrijverschap en de donkere vijftien jaar waarin hem in Hongarije een publicatieverbod was opgelegd. Het resultaat is een scherpe ontmaskering van het communisme als een mensonwaardig systeem door een man die het aan den lijve ondervonden heeft. Voor al wie nog zou geloven in de ‘weldaden’ van het communisme, in de glorie van de socialistische ‘heilstaat’ en in de dictatuur van het proletariaat vormt dit boek een antidotum. Het failliet van dit collectivistisch systeem bleek niet alleen economisch maar ook, en vooral, moreel. Omdat het de mens niet beschouwde als een unieke persoonlijkheid, met zijn intrinsieke en persoonlijke talenten, kwaliteiten en tekortkomingen, maar als een ding, een voorwerp, een zielloos object net zoals een tafel, een stoel of een paar schoenen. Iets dat je kan gebruiken of wegwerpen in functie van je behoeften. De verpulvering van de mens tot ‘een ding’ is wellicht de grootste tragedie geweest van de voorbije eeuw en György Konrád beschrijft dit meesterlijk. Dat doet de auteur niet door een opeenstapeling van feiten, data en gebeurtenissen, maar eenvoudigweg door terug te blikken op zijn rijk gevulde leven. Over zijn dromen, zijn liefdes, zijn schrijverschap. En schijnbaar achteloos verwijst hij terloops naar iemand die hem dierbaar was maar verdween in de nevelen van de geschiedenis. Dirk Verhofstadt interviewde György Konrád bij zijn verblijf in Antwerpen. U hebt zich gedurende jaren uitgesproken voor de integratie van Hongarije in de Europese Unie. Hongarije werd op 1 mei 2004 lid van de EU. Hoe belangrijk is dat voor u? György Konrád: Heel belangrijk. Hongarije bevond zich gedurende de 70 jaar van mijn leven voortdurend in een toestand van oorlog of bijna oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zes miljoen joden in Europa vermoord. Onder hen bijna al mijn familieleden en alle andere joodse kinderen uit Beretytyoujfalu, de plaats waar ik leefde. Ook na de oorlog bleef de angst voortduren. Dat kwam door de verdeling van Europa zoals afgesproken in Jalta. We kwamen terecht onder het vreselijk communistisch regime. Tot in de jaren tachtig leefden we ook met de nucleaire dreiging. Op honderd kilometer van Boedapest bevonden zich silo’s met nucleaire raketten. Voor mij was dat een nachtmerrie. Ik ben dus blij met de opname van mijn land in de Europese Unie. Hongarije is nu eindelijk een normaal land. In de Europese Unie gelden de mensenrechten die de vrijheid en de veiligheid van de burgers waarborgen. U schreef ooit dat de onschendbaarheid van het individu belangrijker is dan het belang van de staat. Kan u dat verduidelijken? György Konrád: De onschendbaarheid van de individuele burger is iets heel tastbaars en concreet. Zo is het een groot verschil om te slapen in uw eigen bed of in een gevangenis. Maar wat betekent nu eigenlijk ‘het belang van de staat’? Wie bepaalt dat? Tijdens het nazisme beslisten de nazileiders wat het belang van de staat was, en onder het stalinisme bepaalden de communistische leiders dat. Het belang van de staat is een relatief begrip. Voor mij zijn de universele mensenrechten veel belangrijker en meer respectabel dan het zogenaamde belang van de staat. Wat is uw mening over de oorlog in Irak? Is dit een legitieme oorlog? György Konrád: Ik overleefde twee dictaturen. Wanneer ergens in de wereld een dictator wordt uitgeschakeld door zijn eigen volk of door een buitenlandse interventie dan ben ik daar niet ongelukkig om. Saddam Hoessein was niet beter of aardiger dan andere dictators. Maar of de oorlog legitiem was, is een andere vraag. Misschien bestond er een meer efficiënte methode om het regime van Hoessein aan te pakken. Zoals destijds de strategie van het westen tegenover Centraal en Oost-Europa. Ik bedoel daarmee niet een soort embargo, afsluiten van grenzen of stopzetten van communicatie maar net het tegendeel. Juist door meer communicatie kan men interne omwentelingen versterken. Op die manier eroderen de sterkste dictaturen. Er bestaan nog tal van landen waar mijn collega-schrijvers onveilig zijn. Vooral in moslimlanden waar de wetten van de sharia gelden en mensen die iets schrijven dat door de geestelijken verworpen wordt, kunnen gedood worden. Zoals in Iran waar een fatwa werd uitgesproken tegen Salman Rushdie. Het is beter om dergelijke regimes te bestrijden met ideeën, boeken en communicatie dan met wapens. De originele titel van je eerste autobiografische boek was ‘Vertrek en terugkeer’. Maar de Nederlandse versie heeft als titel ‘Geluk’. Waarom hebt u daarvoor gekozen? György Konrád: Mijn Duitse uitgever vond de titel Vertrek en terugkeer te droog. Het woord Geluk heeft trouwens een dubbele betekenis. Enerzijds betekent het gelukkig zijn, maar anderzijds betekent het ook geluk hebben, het tegengestelde van tegenslag. Al wie de Endlösung overleefde heeft geluk gehad als gevolg van toevallige omstandigheden. Het feit dat ik als een van de enige joodse kinderen uit mijn dorp de oorlog overleefde bewijst dat ik veel geluk heb gehad. Imre Kertész beschrijft in zijn boeken zelfs goede momenten in Auschwitz. Zelfs in de grootste miserie kan de mens momenten van geluk kennen. In uw boek ‘Geluk’ schreef u dat u reeds volwassen werd op uw elfde levensjaar. Wat bedoelt u daarmee? György Konrád: Elke mens wordt pas volwassen als hij de dood voor ogen heeft gezien. Zonder begrip van onze eigen sterfelijkheid begrijpen we het leven niet. Zelf werd ik op mijn elfde jaar volwassen toen ik geconfronteerd werd met de dood en mijn sterfelijkheid. In de winter van 1944-1945 zag ik heel wat lijken en zelf ben ik enkele keren ternauwernood ontsnapt aan de dood. Als je beseft dat je leven in gevaar is dan wordt je praktisch om te overleven. In uw tweede autobiografisch boek ‘Zonsverduistering’ schrijft u dat het jaar 1956 het meest indrukwekkende was uit uw jeugd. Hoe ervaarde u de Hongaarse revolte? Dacht u toen dat de vrijheid binnen handbereik lag? György Konrád: Neen, eigenlijk niet. We dachten wel dat er een nieuwe verhouding kon komen tussen de westerse machten en de Sovjet-Unie waardoor Centraal en Oost-Europa een soort ‘finlandisering’ zouden doormaken. Voor Hongarije zou dat alvast een verbetering hebben meegebracht, met meer vrijheid dan voordien. Een dergelijke ‘finlandisering’ was helemaal niet zo onmogelijk. Maar het liep fout toen de Sovjetleiders plots geconfronteerd werden met de problemen in het Midden-Oosten en de Suezcrisis (Israël bezette op 29 oktober 1956 de Sinaï en stootte door tot het Suezkanaal en Gaza. Op 1 november trok Hongarije zich terug uit het Warschaupact. Op 4 november trokken de Sovjets Hongarije binnen. Een dag later landden Franse en Britse troepen bij het Suezkanaal. Nvdv). Eisenhower heeft de Sovjetunie toen snel verwittigd dat hij niet zou tussenbeide komen in Hongarije. Het Westen heeft ons toen in de steek gelaten. Onder het communistisch regime hebben verschillende van uw collega’s zelfmoord gepleegd. Heeft u er ooit aan gedacht zelfmoord te plegen of naar het westen te vluchten? György Konrád: Ik heb er nooit aan gedacht om zelfmoord te plegen of naar het westen te emigreren. In 1974 had ik wel eens de mogelijkheid om mijn land te verlaten toen ik aangehouden werd en het mij duidelijk werd dat ik in Hongarije niet kon publiceren. Toen werd me zelfs aangeboden om het land te verlaten. Dat vond ik eerst aantrekkelijk want mijn overgebleven familie leefde in Parijs. Het was dus geen eenvoudige zaak maar ik bedankte ervoor. Later kreeg ik een studiebeurs in West-Berlijn en New-York en heeft men mij wel de toelating gegeven om het land gedurende twee jaar te verlaten. Maar ik wou mijn land niet verlaten omdat ik schrik had dat ik niet zou mogen terugkeren. Alleen in Hongarije kon ik de ‘herinnering’ vasthouden. Moest ik mijn land en Boedapest verlaten hebben dan had ik niet verder kunnen werken aan mijn taak. In het begin van de jaren zeventig verklaarde ik al in een interview dat ik zou schijven wat ik wou en zou publiceren wat ik kon, zoniet in mijn eigen land, dan toch in het buitenland of in de ondergrondse pers. Ik beschouwde dat als een dienst aan de samenleving. En daar heb ik mij altijd aan gehouden. U bent oud geworden onder het communisme. Daarover schreef u: “Mijn beste jaren heb ik in de schaduw van stupiditeiten doorgebracht.” Wat is uw essentiële kritiek op autoritaire systemen? György Konrád: Ik was twaalf toen ik het nazisme overleefd had, vijftien jaar oud toen het communisme werd ingevoerd en al vijfenzestig toen het regime de geest gaf. Alle argumenten die totalitaire en autoritaire systemen verdedigen zijn bij definitie ‘dom’. Dergelijke systemen steunen altijd op leugens en propaganda waarmee hun leiders willen aantonen dat dit het beste is voor hun burgers. Om hun officiële ideologie te beschermen, hebben ze trouwens een politieke politie nodig. Ook tal van intellectuelen maken de fundamentele vergissing dat centralisatie en etatisering noodzakelijk zijn voor een betere samenleving. Ze zien de mens niet als een individuele mens, maar als een anonieme staatsburger die het bevel van de leiders moet steunen. Ze proberen de mens een collectieve identiteit aan te meten. Maar ik heb een eigen identiteit als man, als lid van een familie, als schrijver, als oorspronkelijke bewoner uit het oosten van Hongarije, als inwoner van Boedapest, als jood, enzovoort. Als voorzitter van de ‘Akademie der Künste’ in Berlijn heb ik me ook zes jaar Berlijner gevoeld. Ik heb dus meerdere identiteiten. In die zin voel ik mij eerder een soort kantiaanse wereldburger. Het is beter dat elke mens zelf zijn identiteit vormt dan dat een staat dat bepaalt. Op de laatste bladzijden van uw boek ‘Zonsverduistering’ schreef u: “Waar is thuis? Waar ze me niet doodslaan. Waar ik mijn kinderen in veiligheid kan weten. Waar personen en woorden respect verdienen.” Het klinkt alsof u schrik heeft dat de gruwel terugkomt. György Konrád: Er bestaat steeds een gevaar dat de geschiedenis zich herhaalt. In de jaren negentig zijn in Duitsland, zowel in het vroegere Oost-Duitsland als in het westen, honderden personen gedood bij racistische incidenten. Onder hen Turkse, Afrikaanse en Vietnamese slachtoffers. Ik heb ook ervaren dat extreem rechts en extreem links bijzonder dicht bij elkaar liggen. Kijk naar het leven van de Duitse advocaat Horst Mahler die eerst lid was van de Baader-Meinhof groep en deelnam aan acties van de ‘Rote Armee Fraction’ en na zijn gevangenschap steeds meer sympathiseerde met extreem rechts en het neonazisme. Ik herinner me ook hoe sommige schrijvers, filmmakers en andere intellectuelen in Parijs in de jaren zeventig de heropvoeding van en de moord op miljoenen mensen in communistisch China negeerden en zelfs goed praatten. “Je m’en fous”, zeiden ze. Denk aan Jean Paul Sartre. Denk ook aan wat Daniël Goldhagen schreef in zijn boek Hitlers gewillige beulen. Vaak waren het heel gewone mensen die de meest gruwelijke wandaden begingen. Die mensen waren niet slecht of geestelijk ziek, ze waren heel normaal, zelfs liefhebbende familievaders. Twee weken geleden bezocht ik nog Auschwitz-Birkenau en ik zag er opnieuw het huis waar Rudolf Höss, de commandant van het concentratiekamp, leefde. Op kerstavond moet het daar zelfs bijzonder idyllisch geweest zijn, terwijl het bijna onmogelijk moet geweest zijn om niet het geroep en getier te horen van de SS-bewakers en het gehuil van de gevangenen. De verleiding van gewone mensen om te ontsporen bestaat altijd, zelfs in vredevolle periodes. De afstand tussen goed en slecht is bijzonder klein. Mensen kunnen heel slecht zijn. Onlangs las ik het boek ‘Negen koffers’ van de joodse schrijver Béla Zsolt. Tot enkele maanden geleden was hij nog een complete onbekende. Was hij een bekende figuur in Hongarije? György Konrád: Béla Zsolt overleefde de oorlog en stierf in 1949. Voor de oorlog stond hij bekend als een goed journalist. Na de oorlog was hij medeoprichter van het weekblad Progressie. Hij was een liberaal, geen socialist of rechtse figuur, die een eigen partij oprichtte, de Hongaarse Radicale Partij. Mijn vader las graag zijn hoofdartikels. Maar hij kreeg het steeds moeilijker door de communistische censuur. Béla Zsolt was een van de joden die uit de concentratiekampen ontsnapte dank zij de hulp van Resco Kasztner. Later was er heel wat beroering rond Kasztner en ook over de houding van de leiders van de zogenaamde Jodenraden. Hoe kijkt u daar tegenaan? György Konrád: Ik heb te weinig gelezen over de zaak Kasztner om daar een definitieve uitspraak over te doen. Hij was een beetje een ambigue figuur. In elk geval kon men alleen maar iets bereiken door te onderhandelen met de nazi-autoriteiten. Mensen als Raoul Wallenberg en Carl Lutz moesten voortdurend onderhandelen met Eichmann, de SS en de Hongaarse Pijlkruisers. Via zijn relaties heeft Kasztner in elk geval heel wat joden kunnen redden. De intentie van Kasztner was goed en de persoon die hem doodschoot was verkeerd (Sommige joden verweten Kasztner dat hij enkel zijn vrienden en welstellende joden had gered en dat hij de Hongaarse joden onvoldoende had ingelicht van de plannen van de nazi’s. Nog tijdens zijn rechtszaak hierover werd hij vermoord door een Israëliër. Hij werd postuum vrijgesproken van elke schuld. Nvdv). Ik ken wel de aanklachten tegenover hem en ook tegen de leiders van de Joodse Raden die onder dwang van de nazi’s moesten meewerken met het systeem. Maar laat me u een voorbeeld geven over het feit dat velen niet konden geloven wat er toen allemaal gebeurde. Rudolf Vrba en Fred Wetzler waren twee ontsnapte gevangenen uit Auschwitz. Zij getuigden in de zomer van 1944 over wat daar precies gebeurde. Toen men hen wegstuurde zei men: “laat die mannen niet meer terugkomen want ze zijn gek”. Wat zijn nu uw toekomsplannen? György Konrád: Ik ga een derde boek schrijven over de vrienden rondom mij. Ik zou graag dit derde deel afwerken en dan terug fictie schrijven.
Gyorgy Konrad Linksmailto:verhofstadt.dirk@telenet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|