De oorlog in Irak blijft omstreden. Elke dag vallen er in Bagdad en andere Irakese steden slachtoffers bij aanslagen tegen de Amerikaanse en Britse bezetters. Een bomaanslag op het hotel, waar op dat ogenblik onderminister voor Defensie Paul Wolfowitz aanwezig was, vormde een voorlopig hoogtepunt. Hoe komt het dat de Irakese bevolking de Amerikaanse en Britse troepen, die de dictator Saddam Hoessein toch van de macht verdreven, niet als bevrijders verwelkomt? Om de relatie tussen Irak, de andere Arabische landen en het Westen te begrijpen moet men het boek De zwarte wieg. Irak, nazi’s en neo-conservatieven van VRT-journalist Jef Lambrecht lezen. Hij legt de verbanden bloot tussen de geschiedenis van de vorige eeuw en de huidige situatie. Liberales had een interview met de auteur.

Liberales: Voor velen is de oorlog in Irak een machtsstrijd om de controle over de Arabische wereld en zijn grote olierijkdom te verwerven. Deelt u die mening?

Jef Lambrecht: Dat de oorlog is gevoerd terwille van de olie is een populaire opvatting, zowel in Europa als in de Arabische en moslimwereld. Ongetwijfeld is de controle over de oliebronnen een belangrijke overweging van de Amerikaanse regering. De oliebevoorrading is een traditionele strategische prioriteit van Washington en nooit was de oliesector beter vertegenwoordigd in een Amerikaanse regering. Washington heeft er tijdens het aan de gang zijnde conflict geen geheim van gemaakt dat het de olie beschouwt als de hefboom voor het economisch herstel van Irak. Het land beschikt, na Saoedi-Arabië, over de rijkste reserves ter wereld.

De verdenking van vermenging met privé-belangen wordt in de hand gewerkt door de toewijzing, voor de oorlog al en zonder openbare aanbesteding, van het contract voor het herstel van de Iraakse oliesector aan Halliburton, het bedrijf dat in de jaren ’90, en tot zijn aantreden als vice-president, werd geleid door Dick Cheney. Ook de interventie in Afghanistan diende de belangen van Halliburton, dat al jaren hoopt via dat land de pijplijn aan te leggen die de Centraal Aziatische oliereserves moet ontsluiten voor de Westerse markt en, meer nog, de snel groeiende markten van het Verre Oosten. Toch is de controle over de olie niet de enige en, zeker voor sommigen binnen de regering Bush, misschien zelfs niet de belangrijkste drijfveer van het Amerikaans beleid. In de ogen van de neoconservatieven, die sinds 11 september zwaar wegen op het buitenlands beleid van de regering Bush, is de oorlog in eerste instantie, een ideologisch conflict. Liberales: In je boek situeer je de oorsprong van het conflict tussen het Westen en de Arabische wereld in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kan je dit toelichten?

Jef Lambrecht: In feite is het conflict tussen het Westen en de Arabische en moslimwereld nog ouder. Al sinds de industriële revolutie wordt de evolutie van het Westen kritisch gevolgd. De Duitse Romantiek stond aan de oorsprong van het Arabisch nationalisme en de politieke bewustwording van de moslims in hun confrontatie met de Europese, Westerse, toen nog hoofdzakelijk Britse uitdaging. Het ‘romantische’ wij-gevoel zocht in het Midden-Oosten zijn vertaling in religieus integrisme en (Arabisch) nationalisme, die tevens laat 19de eeuwse en vroeg 20ste eeuwse reacties waren op het kolonialisme en de industriële revolutie van het Westen. Daarover schreef ik in mijn vorige boek IX-XI, Hoe 11 september mogelijk werd. Niet onbelangrijk is dat ook het zionisme tot op zekere hoogte een vrucht is van de Romantiek.

Het pan-Arabisme, vertegenwoordigd door zowel Nasser als Saddam en de Baath, is gevoed door een verzameling van factoren. De brandstof van dat nationalisme is het verzet tegen de kolonisering van Palestina door Europese zionisten. Het verzet had al vroeg een mobiliserend effect in de Arabische wereld, toen nog onder Turks-Ottomaans bestuur. Tegenstrijdige beloftes van de Britse regering tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de Arabieren en hun leider, de sharif van Mekka, enerzijds, en aan Chaim Weizmann, voorzitter van de Zionistische Wereldorganisatie (de Balfour-verklaring), anderzijds, veroorzaakten een impasse, waarin radicale leiders van beide partijen tijdens het interbellum konden gedijen. Voor zover het de Arabieren van Palestina betreft, raakte hun voorman, Haj Amin al-Husseini, de moefti van Jeruzalem, al gauw in de ban van het nationaal-socialisme. Hij was de drijvende kracht achter een nazi-staatsgreep in Irak, in 1941. In die gebeurtenis reiken de wortels van het nazisme van Saddam Hoessein. Tijdens zijn ballingschap in het Berlijn van Hitler was de moefti een onvermoeibaar pleitbezorger van de Endlösung. Tot zijn familieclan behoort Yasser Arafat. De joodse tegenspeler van de moefti, Vladimir Jabotinsky, de stichter van ondergrondse milities zoals Hagana en Irgun, was de architect van het joodse zelfverweer en vindt zijn erfgenamen vandaag in de neoconservatieve beweging in de Verenigde Staten (en elders) en in de Israëlische Likoed.

Liberales: Klopt het dat na de Tweede Wereldoorlog gewezen Gestapo-leden belangrijke posities verwierven in een aantal landen van het Midden-Oosten?

Jef Lambrecht: Na de oorlog probeerde de SS te hergroeperen. Dat gebeurde op initiatief en onder leiding van Otto Skorzeny, stuntman van Hitler en stichter van Odessa, de organisatie van voormalige SS-officieren. Die vonden asiel in het Argentinië van Peron, maar ook in het Midden-Oosten, waar ze hun deskundigheid ter beschikking stelden voor het organiseren van politie- en inlichtingendiensten en de (staats)media. Joegoslavië vroeg de berechting van de moefti op het proces van Nuremberg maar de Palestijnse leider en zijn lotgenoot, de nazi-premier van Irak, konden (met Amerikaanse hulp) na de oorlog ontkomen naar het Midden-Oosten waar ze gastvrijheid kregen, de moefti van de Egyptische koning Faroek, ex-premier Rashid Ali bij koning Saud. Voor Odessa waren ze belangrijke contacten in de regio.

De anti-monarchistische machtsgreep van 1958, in Irak, was een wraakoefening voor het neerslaan van de nazi-coup van ’41. Hij effende het pad voor de uiteindelijke terugkeer van het nationaal-socialisme in Bagdad in de persoon van Saddam Hoessein. Van het nazisme ging sinds het begin van de Joods-Palestijnse confrontatie, in de jaren ’20, een grote aantrekkingskracht uit op Arabische nationalistische studenten aan de Sorbonne. en pan-Arabisten, niet enkel in Palestina, maar in de hele Arabische wereld. Het voedde zich ook met wraakgevoelens voor het Britse ‘verraad’, dat na de stichting van Israël werd verruimd met het ‘verraad’ van Amerika. Dat ressentiment vergemakkelijkte de opvang van voormalige SS-ers aanzienlijk, zeker nadat een aantal Arabische nationalisten de macht had veroverd.

Liberales: In welke mate speelde het anticommunisme in de periode van de Koude Oorlog een rol in de relaties tussen het Westen en de moslimlanden?

Jef Lambrecht: Het anticommunisme was bijna een halve eeuw lang een bepalende factor in de Amerikaanse politiek. In het Midden-Oosten waren de invloedssferen grosso modo verdeeld in pro-Amerikaanse monarchieën (Jordanië, Saoedi-Arabië, Iran, de Golfmonarchieën, Marokko…) en door de Sovjets gesteunde nationalistische republieken (Egypte onder Nasser, Syrië en Irak onder Baath, in eerste instantie). In de jaren ’50 en begin jaren ’60 was Nasser de onbetwiste vaandeldrager van het Arabisch nationalisme. Tijdens de Koude Oorlog steunde Washington het Moslimbroederschap. Dat had de militaire machtsgreep tegen Faroek mogelijk gemaakt maar werd weldra door Nasser vervolgd. Vluchtende Egyptische moslimbroeders vonden asiel in Jordanië en Saoedi-Arabië. De Zesdaagse Oorlog was een nieuwe ‘vernedering’ en uit de radicale vleugel van het Broederschap ontstonden Hamas en al-Qaeda. De opkomst van Bin Laden valt samen met de eindfase van de Koude Oorlog. In de jaren ’80 streed hij aan de zijde van de CIA tegen de Sovjetbezetter in Afghanistan en stichtte hij al-Qaeda.

Het Westen raakte gaandeweg verdeeld in zijn houding tegenover het Midden-Oosten. Werd het beleid in een eerste fase vooral nog bepaald door het trauma van de Tweede Wereldoorlog en schuldgevoelens over de Endlösung, dan kwam er eind de jaren ’60 geleidelijk een kentering ten gunste van de Palestijnen, zeker in een aantal Europese landen. De Verenigde Staten bleven Israël beschouwen als hun meest betrouwbare bondgenoot in de regio, zeker na de opkomst van Likoed in de jaren ’70, maar Washington werd daarin niet langer door al zijn Europese partners gevolgd. Onder invloed van de Franse nationaal-socialistische baron Jacques Benoist-Méchin was het meteen bij de machtsgreep van ’68 in Bagdad al tot een stevig bondgenootschap gekomen van Parijs met de Iraakse Baath, die ook goede betrekkingen onderhield met Moskou, al was de partij uitgesproken anticommunistisch.

Tijdens de Koude Oorlog was de Angelsaksische wereld in het defensief in de dicht bevolkte en arme Arabische landen en verloor belangrijk terrein in de olierijke Golf. De Sovjetunie was de partner van een groeiend aantal nationalistische republieken en van de PLO. Het anticommunisme was het bindcement van een alliantie van het Westen met het Moslimbroederschap. Eens het communisme was verslagen viel die coalitie uiteen en werden de partners natuurlijke vijanden. 11 september was nodig om dat in Washington toe te geven, maar Osama had dat al acht jaar tevoren duidelijk gemaakt met een eerste bloedige aanslag op de Twin Towers.

Liberales: Hoe staat de Arabische wereld vandaag tegenover Adolf Hitler?

Jef Lambrecht: Het is gevaarlijk uitspraken te doen namens ‘de Arabische wereld’. Ofschoon democratie er in de beste gevallen experimenteel is, zijn modale Arabieren veel sterker politiek bewust en realistischer dan doorsnee Westerlingen, die moeilijk de verleiding weerstaan om de werkelijkheid te zien zoals die hen behaagt. Ik heb geregeld de proef op de som genomen door gewone Arabieren te confronteren met de namen van hun eigen en andere politieke leiders. Ook voor wie geen Arabisch spreekt is al snel duidelijk dat er niet enkel kennis is maar dat een heel gamma van emoties, bedenkingen en nuances bepalend is voor de mening van de ondervraagde en dat er een waaier van opvattingen leeft. Toch zijn er grote lijnen. Clinton was een ‘goed president’, bijvoorbeeld, en Bush is dat niet. Een vast ijkpunt is Israël. Een stereotiep verwijt is dat het Westen, en vooral dan de Verenigde Staten, twee maten en twee gewichten hanteert. Israël moet de VN-resoluties niet naleven, de Arabische landen wél, zo heet het. In de Arabische wereld wordt de staat Israël vrij algemeen ervaren als een historisch onrecht. Van overheidswege wordt niets ondernomen om de anti-Israëlische gevoelens in te dijken. Op een nationalistische voedingsbodem, die historisch met het nationaal-socialisme is bemest, is er ruimte voor een positief beeld van Hitler. Dat blijkt ook uit de beschikbaarheid van de anti-joodse propaganda waarvan de nazi’s zich bedienden en de waardering die soms te horen is voor de Führer. In de dagen voor de Golfoorlog van ’91 lag de Arabische vertaling van Mein Kampf in stapeltjes in de boekhandels van Bagdad. Het was ook mogelijk om de Protocollen van de Wijzen van Zion en vergelijkbare geschriften in Engelse vertaling aan te treffen in de bookshops van internationale hotels in Amman. De alliantie van het Arabisch nationalisme met het nazisme is terug te voeren op het bondgenootschap van de nazi’s met de Palestijnse partij van de moefti tijdens het interbellum.

Liberales: Je schrijft dat Frankrijk zich in de loop van de voorbije decennia een goede relatie heeft opgebouwd met de Arabische landen in het algemeen en met Irak in het bijzonder. Hoe komt dat en verklaart dit de terughoudendheid van Frankrijk voor de oorlog in Irak?

Jef Lambrecht: Zoals uit het antwoord op een vorige vraag blijkt, is er een oud bondgenootschap van Parijs met de Iraakse Baath. Die goede verstandhouding verklaart de houding van Frankrijk in de aanloop van het laatste conflict, maar ook in de vele discussies over Irak in de jaren ’90.

Tot op zekere hoogte lagen die goede betrekkingen ook in het verlengde van een Franse politiek met veel aandacht voor de Arabische wereld. Die belangstelling was een logisch gevolg van het Frans koloniaal verleden en van de geografische ligging van Frankrijk, met een kust aan de Middellandse Zee. Pragmatisme en een politiek van fysieke aanwezigheid heeft de Fransen in de Arabische wereld een benijdenswaardige positie opgeleverd. Parijs ziet geen reden om die op het spel te zetten, maar weet zijn belangen bedreigd. Mocht de ‘Amerikanisering’ van de regio zich voltrekken, zoals Washington wil, dan dreigt voor Frankrijk een terugkeer naar af. Het ‘verlies’ van Irak komt alvast als een klap.

Liberales: Klopt het dat ook de Verenigde Staten en andere westerse landen jarenlang steun verleenden aan Saddam Hoessein?

Jef Lambrecht: Er zijn vermoedens dat Saddam tijdens zijn periode van ballingschap in Egypte, in de vroege jaren ’60, contacten onderhield met de CIA. Wellicht belangrijker is de Amerikaanse, zeg maar Westerse, steun voor Saddam Hoessein tijdens diens lange en bloedige oorlog met Iran, in de jaren ’80. Het Westen was toen vrij eensgezind over de noodzaak Saddam te helpen een dam op te werpen tegen het fundamentalisme van Khomeini, waarvan werd aangenomen dat het expansionistisch was. De Islamitische Revolutie had een trauma veroorzaakt. De oudste dynastie ter wereld, tevens een trouwe bondgenoot van het Westen, had plaats moeten ruimen voor een onberekenbaar en als fanatiek ervaren obscurantisme. Dat was een dreiging van een nieuwe orde. Dat Saddam, die als volbloed racist een diepe haat koesterde tegenover de ‘Perzen’, bereid was oorlog te voeren met het pas geïnstalleerde regime in Teheran, kwam goed uit. Tijdens die oorlogsjaren werd met Westerse hulp de basis gelegd van het beruchte Iraakse wapenprogramma. Tijdens die oorlog werden massavernietigingswapens ook effectief ingezet. Er zijn weinig Westerse landen die niet hebben bijgedragen tot het verboden arsenaal van de Iraakse leider.

Liberales: Blijkbaar is de houding van de VS dan toch plots veranderd. Hoe komt dat?

Jef Lambrecht: Al vroeg in de oorlog met Iran werkte Saddam Hoessein in een door de Fransen geleverde reactor aan de ontwikkeling van een atoombom. Dat lokte een Israëlisch bombardement uit op de installatie. De Israëli’s wisten dat niet alleen de Perzen maar ook zij op het lijstje stonden van Saddam. Het was niet evident het bevriende Amerika te overtuigen van het gevaar. Het gifgasbombardement op Halabja, in het voorjaar van ’88, confronteerde de twijfelaars met de ware aard van het regime in Bagdad. Zijn oorlogszuchtige retoriek en Saddam’s onomwonden bedreiging van Israël in het voorjaar van 1990, maakten verder duidelijk dat de koers van Irak avontuurlijk was. Zijn bedreiging van de Amerikaanse olieleveranciers en bondgenoten in de Golf, Koeweit en Saoedi-Arabië, deed het licht op rood springen. Het heeft er de schijn van dat Washington de deur voor de inval in Koeweit opzettelijk op een kier heeft gelaten. De transcriptie van een onderhoud tussen ambassadeur Glaspie en de Iraakse leider wijst alvast in die richting.

Liberales: Je hebt het ook over een radicalisering in de Amerikaanse politiek en dan vooral de groeiende invloed van de neoconservatieven. Wie zijn dat juist en hoe groot is hun invloed op het buitenlands beleid van president Bush?

Jef Lambrecht: Men kan welhaast spreken van een neoconservatieve machtsgreep in Washington in de dagen na 11 september. Plannen, die al jaren door de neocons werden gekoesterd konden nu worden uitgevoerd en neoconservatieve strategieën werden verheven tot beleidsprogramma’s. De neoconservatieven vormen een relatief kleine groep hoog tot zeer hoog opgeleide intellectuelen, overwegend joodse migrantenkinderen uit gezinnen die zijn getraumatiseerd door de holocaust. Tot het neoconservatieve kamp behoren regeringsfunctionarissen, academici, journalisten en politieke commentatoren. Ze zijn verenigd in verschillende denktanks die met privé-fondsen worden gefinancierd. Een van de grootste en belangrijkste is het American Enterprise Institute. In de media vinden de neoconservatieven een medestander in Rupert Murdoch.

De eerste bloeitijd van de neoconservatieve macht was er onder Ronald Reagan. Onder vader Bush was die macht kleiner. Onder Clinton waren ze in het defensief, al voerde de eclectische Clinton verschillende van hun programmapunten uit. Door een monsterverbond met het populistische protestantisme van de zuidelijke Bible-belt wisten de neoconservatieven de macht te veroveren in de Republikeinse partij. De Republikeinen zijn historisch wars van ideologie, pragmatisch en geneigd tot isolationisme. Onder de neoconservatieve invloed brak de partij met dat verleden en evolueerde in de richting van een programmapartij met een internationaal offensieve opstelling. Tot 11 september leek de greep van de neoconservatieven op het beleid nog marginaal. Daarna veranderde alles. Het neoconservatieve bolwerk (met o.a. Richard Perle, Paul Wolfowitz, Douglas Feith en tot op zekere hoogte Donald Rumsfeld) situeert zich in het Pentagon, dat een interne strijd uitvecht met het State Department van Colin Powell. Bush jr., die geen volbloed neoconservatief is maar eerder een protestants populist, is allerminst een expert in internationale aangelegenheden. Na 11 september is hij zich steeds meer gaan verlaten op Rumsfeld en Wolfowitz. Het resultaat is dat het Amerikaans buitenlands beleid werd gekaapt door Defensie, al lijkt de strijd tussen de ‘neoconservatieve’ Rumsfeld en de ‘pragmatische’ Powell nog niet definitief beslecht.

Liberales: Waar staan de neoconservatieven eigenlijk voor? Hebben ze ook banden met de zogenaamde Moral Majority in de VS?

Jef Lambrecht: In de neoconservatieve beweging speelt een amalgaam van invloeden. Er zijn de trotskistische roots van een aantal grondleggers en die komen tot uitdrukking in een dynamische visie op de geschiedenis en in een neoconservatieve vertaling van de ‘permanente revolutie’. Gemeenschappelijk is de herinnering aan de holocaust en het geloof dat de Verenigde Staten een herhaling daarvan kunnen voorkomen. Van grote betekenis voor het ontstaan en de ontwikkeling van het neoconservatisme zijn twee professoren van de universiteit van Chicago, de militaire strateeg en wiskundige Albert Wohlstetter, een tegenstander van Kissinger’s overleg- en verdragsdiplomatie, en de filosoof Leo Strauss. De figuur van Strauss is opmerkelijk en raadselachtig. Hij was een wereldautoriteit op het gebied van klassieke filosofische teksten, van de oude Grieken tot Spinoza. Tegelijk was hij als Duitse jood getraumatiseerd door de ondergang van de Weimar-republiek. Die schreef hij toe aan een afwezigheid van verweer tegen het extremisme. Het ontbreken van de bereidheid om de liberale democratie te verdedigen was voor hem tegelijk gevolg van het liberalisme en de achillespees ervan. Dat bracht hem, begin de jaren dertig, in het vaarwater van Carl Schmitt, de meest eminente grondwetspecialist van nazi-Duitsland en een verdediger van het autoritair bestuur met volmachten. Strauss ontmoette ook de zionistische revisionist Jabotinsky. Het belang van die ontmoeting is onduidelijk, maar vast staat dat zijn neoconservatieve volgelingen erg dicht aanleunen bij Likoed, de behoedster van Jabotinsky’s erfenis in Israël.

Liberales: Bush en Blair hebben de oorlog tegen Irak steeds verantwoord wegens het dreigend gevaar van de massavernietigingswapens. Maar die zijn alsnog niet gevonden. Hebben ze hun parlementen voorgelogen?

Jef Lambrecht: Die vraag wordt steeds meer gesteld, gelukkig voor de democratie ook in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië. Een dieptepunt voor de regering Bush was de toegeving dat een van de hoofdbeschuldigingen frauduleus was. De documenten waarmee werd aangetoond dat Irak uranium wou kopen in Niger waren een vervalsing. De vraag of de president en andere regeringsleden dat wisten op het ogenblik dat de beschuldiging werd gebruikt (o.a. in de State of the Union van januari 2003) is nog onopgelost. Ook de beschuldiging van Tony Blair dat Irak in staat was om chemische wapens te lanceren in 45 minuten tijd was onjuist.

Voor het overige waren de aantijgingen van Londen en Washington hoofdzakelijk gebaseerd op de bevindingen van de VN-wapeninspecteurs die Irak eind ’98 hadden moeten verlaten. Na die tijd kwam er nog weinig nieuwe informatie binnen en zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië hechtten te gemakkelijk geloof aan paniekerige maar onbetrouwbare berichten van Iraakse overlopers. Tegelijk moet erop worden gewezen dat de gevestigde inlichtingendiensten (CIA, DIA en MI6) tegenover die nieuwe informatie sceptisch stonden, maar met dat voorbehoud werd amper rekening gehouden.

Liberales: Intussen worden dagelijks aanslagen gepleegd tegen de Amerikaanse en Britse troepen. Kunnen Amerikanen en Britten de zaken wel onder controle krijgen? Of is de toestand uitzichtloos?

Jef Lambrecht: Madame Soleil kan die vraag gemakkelijker beantwoorden. Toch is zeker dat weinig is gebeurd om de harten te winnen van de Irakezen, voor zover die kans overigens reëel was. Tot de culture-clash in Irak behoort het Amerikaanse onvermogen om zich het tijdsbesef van de Arabieren eigen te maken. Het geheugen reikt er veel verder terug. Toen vader Bush de Irakezen tijdens de oorlog van ’91 tot twee keer toe opriep tot de opstand, had de bevolking iets anders verwacht dan totale passiviteit van de Amerikaanse troepen, die nog vlakbij waren.

Een ander aspect van de clash is de onderschatting van de nationalistische reflex in Irak en de algemene afwijzing van elke vorm van vreemde – en a fortiori Westerse - bezetting. Het gebruik van het leger voor politietaken, de veelvuldige nachtelijke huiszoekingen, het uitblijven van normale vormen van contact tussen bezetter en bevolking, de nervositeit van soldaten in een vijandige omgeving waarin de onzichtbare tegenstander zich schuil houdt, zijn even zoveel redenen om de onmiddellijke toekomst zonder veel optimisme tegemoet te zien. Het project van een democratisch en vrij Irak, hoe nobel en misschien zelfs hoe noodzakelijk ook, heeft door ondoordachte beslissingen en een foute inschatting van de situatie zware schade opgelopen. Toch is het weinig waarschijnlijk dat Washington het snel zal opgeven.

Liberales: We krijgen in het Westen vaak een beeld van een eensgezind Arabisch front, maar is dit wel zo?

Jef Lambrecht: Zoals ik eerder zei is het hachelijk te spreken van dé ‘Arabische wereld’, alsof het een monoliet betreft die spreekt met één stem en denkt met één stel hersenen. Het is ook een gevaarlijk stereotiep omdat het generaliseert. Tenslotte is het een fout stereotiep. De Arabische wereld is geschakeerd, ook politiek en diplomatiek. De heimelijke steun van de Jordaanse koning aan de operatie tegen Saddam spreekt wat dat betreft boekdelen. Wel gemeenschappelijk is de afkeuring van de wijze waarop met Irak is afgerekend.

Liberales: Iets wat weinig of niet gekend is, is de enorme schade aan het cultureel erfgoed van Irak? Hoe groot is dit verlies?

Jef Lambrecht: Beide oorlogen (die van ’91 en de laatste) waren een ramp voor het erfgoed, dat overigens van een nauwelijks te overschatten betekenis is voor de mensheid. Na de Golfoorlog van ’91 werden op grote schaal regionale musea geplunderd. Tegelijk raakte in de loop van de jaren ’90 de bescherming van de duizenden archeologische sites in verval en werd het erfgoed een winstgevend bedrijf van illegale opgravers en antiek-smokkelbendes. Een regelrechte catastrofe was op het eerste gezicht de plundering van het Nationaal Museun van Bagdad, kort na de val van het Baathregime. Dat de plundering oogluikend werd toegestaan wierp een smet op het Amerikaans blazoen. Ook de Nationale Bibliotheek werd geplunderd en in brand gestoken, zodat het collectief geheugen van Irak samen met een uniek patrimonium van handschriften en uiterst zeldzame documenten voorgoed verloren is gegaan. Ook regionale musea stonden andermaal bloot aan een golf van plunderingen. Wat het verlies van duizenden kleitabletten en rolzegels uit de vroegste tijd van de menselijke beschaving betekent voor de wetenschap, zal wellicht nooit duidelijk worden. Veel van die documenten waren immers nog niet ontcijferd en bestudeerd. Bovendien zijn nog steeds een aantal topstukken van het Nationaal Museum zoek.


Interview door Dirk Verhofstadt.



Een bespreking van het boek ‘De zwarte wieg’ van Jef Lambrecht kan je hier lezen.


Jef Lambrecht

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be