Liegen is mijn recht als schrijver, als politicus sprak ik altijd de waarheid

interview vrijdag 17 januari 2003

Mario Vargas Llosa

Mario Vargas Llosa is een Peruaan in Europa. Tien jaar geleden, toen Vargas Llosa kandidaat was voor het Peruaans presidentschap, leek hij als wereldberoemd auteur al bij voorbaat verzekerd van een plek op het regeringspluche. Schijn bedriegt, zeker in Latijns-Amerika, dus pakte hij na de verkiezingen zijn pen weer op. Maar wie een jetsetter verwacht die arrogant tussen wereldpolitiek en wereldliteratuur heen en weer flitst, heeft het mis. Vargas Llosa is een voorkomende man met een warm vest en een duidelijke mening: "Steun van bevolkingen maakt regeringen, tanks niet."

Fantasie en werkelijkheid lijken in Latijns-Amerika voortdurend in elkaar over te lopen, zowel in de literatuur als in het leven van alledag. "De verklaring hiervoor is deels dat in de Spaanse koloniën drie eeuwen lang een door de Inquisitie uitgevaardigd verbod op romans rustte", aldus Vargas Llosa. "Fictie zou gevaarlijk zijn voor 'inheemsen', het zou hen maar van God en het ware geloof afhouden. Maar ficties is essentieel voor mensen. Om hun leven te verrijken, te completeren. De werkelijkheid raakte dan ook van fictie doordrenkt. Fictie besmette religie, politiek, gewoontes, instituties. Alles! Dat leidde tot een boeiend artistiek leven, maar ook tot enorme verwarring. In veel gevallen hebben we sociaal en politiek gefaald, mede door ons onvermogen feit van fictie te onderscheiden."

Met gevoel voor drama schudt Vargas Llosa zijn hoofd en roept - in een mengelmoes van Spaans en Engels - "absoluut" (wat zijn stopwoord zal blijken). "Weet je welk land in de loop van zijn geschiedenis de meeste grondwetten heeft gekend? Haïti. En Haïti is waarschijnlijk ook het land waar de formele spelregels het vaakst geweld zijn aangedaan. Maar Haïti is geen uitzondering; heel Latijns-Amerika is niet in staat gebleken binnen de feitelijke wetten te leven."

In 1959, het jaar van de Cubaanse revolutie, debuteert Vargas Llosa op 23-jarige leeftijd met De Bazen. Zeven jaar later slaat Het Groene Huis in als een bom. Plots geldt hij als een van de kopstukken van literair links dat Cuba een warm hart toedraagt. In Het Groene Huis voert Vargas Llosa Bonifacia ten tonele, een indianenmeisje dat door nonnen van een missiepost in de jungle uit haar natuurlijke omgeving is gehaald om door hen te worden geciviliseerd. Haar tocht naar de beschaving eindigt in een bordeel waar zij als prostitué de kost verdient. 'Zonder het te willen of zelfs maar te weten', schrijft Vargas Llosa met inktzwarte humor, 'zorgden de nonnen van Santa Maria de Nieva ervoor (…) dat de sloppen en bordelen van de beschaving niet leegraakten.'

Die literaire aanval op de goede werken van de missie laat hij vanuit Berlijn volgen door een even venijnige kritiek op al diegenen die de indiaanse culturen willen beschermen door ze af te zonderen van de moderne beschaving: "Die goedbedoelde benadering levert uiteindelijk hetzelfde resultaat op als de beschavingsmissie van de arme nonnen. De inheemsen worden het slachtoffer van uitbuiting en vernietiging. Welke vertegenwoordigers van de moderne maatschappij bereiken inheemse culturen tegenwoordig? Guerrillero's, drugsdealers, maffiosi. Uiterst primitieve zakenlui die hun voordeel doen met de onwetendheid en zwakheid van deze culturen. Om zich te kunnen verdedigen is het essentieel te moderniseren, zodat alles wat verenigbaar is met de moderne tijd gered kan worden. Ik vind het onacceptabel dat westerse intellectuelen in naam van deze arme culturen verkondigen dat hun identiteit moet worden gerespecteerd. Daarmee dragen ze in feite bij aan hun exploitatie, hun tweederangs burgerschap, hun ondergang." Vargas Llosa is ervan overtuigd dat als de keuze aan indianen zelf zou worden gelaten, die nooit op continuering van het primitieve maar altijd op vooruitgang zou vallen.

In 1971 breekt Vargas Llosa met Cuba als de dichter Herberto Padilla naar aanleiding van zijn kritiek op de Cubaanse revolutie gearresteerd wordt. De beruchte Padilla-affaire, die aangeeft dat Castro's Cuba een dictatuur geworden is, verdeelt (Latijns-Amerikaanse) kunstenaars tot op het bot. Vargas Llosa komt steeds verder van kameraden als Gabriel 'Honderd jaar eenzaamheid' Marquez af te staan en drijft richting liberale rechteroever. In Oorlog van het einde van de wereld schudt hij zijn ideologische veren af en stelt de twee grote plagen van Latijns-Amerika - fanatisme en onbegrip - aan de kaak. De roman speelt in Brazilië, waar tegen het einde van de negentiende eeuw de republiek is uitgeroepen. De autoriteiten zijn er ten onrechte van overtuigd dat achter een primitieve religieuze sekte van 'De Raadgever' een Engels en monarchistisch complot schuilgaat. De Raadgever en zijn sekte op zijn beurt menen dat de goddeloze republiek de antichrist in Brazilië neergedaald is. Wat volgt is een slachtpartij in en de ondergang van het dorp Canudos, waar de Raadgever en zijn volgelingen zich verschanst hebben.

"Economische groei zonder sociale, politieke en culturele winst is geen vooruitgang"

Hoe verleidelijk ook, fanatisme en onbegrip moeten volgens Vargas Llosa niet als iets 'typisch Latijns-Amerikaans' worden gezien: "Intolerantie is de oudste en sterkste traditie in de menselijke geschiedenis. Ideeën als samenleven in verscheidenheid en respect voor verschillende waarheden zijn opgekomen met de moderne wereld. De cultuur van de vrijheid, van pluralisme, is nog zeer jong. Ondanks de vooruitgang wordt ze nog steeds bedreigd door fundamentalisme, en dan heb ik het niet alleen over islamitische maar ook christelijke onverdraagzaamheid, en nationalisme."

Met een plotse treurige blik in zijn ogen verzucht hij: "Kijk naar wat op de Balkan gebeurt, waar honderdduizenden door nationalisme ten onder zijn gegaan, terwijl we dachten die duivel uitgedreven te hebben! En kijk naar Algerije, zo dicht bij Europa, het hart van de westerse beschaving, waar mensen dag in dag uit op de meest gruwelijke manieren worden afgeslacht. Door religieuze intolerantie en fanatisme die elkaar versterken, net als in mijn fictieve dorp Canudos."

Ondanks alles lijkt Vargas Llosa in niets op de gedesillusioneerde intellectueel die altijd aan de verkeerde kant van de bar zit. Integendeel, met een passie waar Europese liberalen jaloers zouden op zijn praat hij over 'de vrije markt'. Vargas Llosa: "Ik ben voorstander van een vrije markt omdat ik aan de arme mensen denk. De enige manier om armoede te bestrijden is rijkdom te creëren. En de vrije markt is voor een maatschappij de enige manier om dat te doen. Overheidsinterventies, nationalisaties, importsubstituties; wat heeft dat opgeleverd? Armoede. Achterlijkheid. Corruptie. Noem me één succes. Cuba? Rusland? Het Latijns-Amerika van de jaren zestig en zeventig? Maar talrijk zijn de voorbeelden van landen die hun grenzen openstelden, privatiseerden, zich nestelden op de wereldmarkt en groei op gang brachten."

Vargas Llosa ziet de 'zwarte' of informele economie die in ontwikkelingslanden welig tiert niet als een probleem maar als een oplossing. Vargas Llosa: "In veel landen is de informele economie de enige echte en vrije economie. Zij is louter op marktwerking gebaseerd en heeft miljoenen banen gecreëerd. Zou die in de legale economie kunnen worden opgenomen of, nog een stap verder, die kunnen vervangen, dan zou dat een sterke impuls geven. Waarom is in welvarende landen, waar 'rechtsstaat' voor iedereen hetzelfde inhoudt, nauwelijks sprake van zwarte economieën? In ontwikkelingslanden beschermt de informele economie de gemarginaliseerden en gediscrimineerden tegen corruptie en privileges van de staat, absoluut."

De vrije markt is maar één kant van de medaille die Vargas Llosa voor de gelegenheid blinkend oppoetst. Democratie vormt de andere kant. Niet alleen omdat een vrije markt slechts werkt als werkgevers en werknemers, spaarders en investeerders zonder aanzien des persoons worden beschermd. Maar ook omdat "alleen steun van bevolkingen regeringen sterk maakt, tanks niet." Omdat een samenleving van vrije burgers de cultuur van de vrijheid binnen handbereik brengt. Alleen aandacht voor de economische kant van de medaille leidt volgens Vargas Llosa tot "walgelijke hybriden". Tegenwerpingen hoort hij niet. De vraag of de industriële revolutie in Europa niet onder autoritaire regimes tot stand kwam; lost op in Latijns vuur. En bleek economische groei in landen als Zuid-Korea, Taiwan en Singapore niet mogelijk onder autoritaire regimes? Daar gaat Vargas Llosa wel op in: "Ze waren succesvol omdat ze min of meer een vrije-marktpolitiek voerden! Maar door de afwezigheid van democratie, de onafscheidelijke compagnon voor succesvolle maatschappijen, is de economische vooruitgang ondermijnd. Wat hebben de Aziatische Tijgers geproduceerd? Corruptie, grote corruptie. Omdat machthebbers niet kritisch aan de tand werden gevoeld en er maffia-achtige verstrengelingen tussen politici en ondernemers groeiden; al het soort dingen dat je krijgt als je geen vrije, open maatschappij hebt. Economische groei zonder sociale, politieke en culturele winst is geen vooruitgang." Degenen die beweren dat 'je eerst moet verdienen om vrij te zijn', zijn bij Vargas Llosa aan het verkeerde adres: "Ten minste vijftig procent van wat ik schrijf over politiek is gewijd aan de bestrijding van het denkbeeld dat economische vrijheid en politieke vrijheid gescheiden grootheden zijn. Als het waar is dat voor economische successen dictators nodig zijn, zou Latijns-Amerika het meest welvarende continent ter wereld zijn!"

In 1987, om precies te zijn op 28 juli, is voor Vargas Llosa de maat vol. Terwijl hij in het afgelegen vissersdorpje Punta Sal drukproeven aan het corrigeren is, zo schrijft hij in zijn politieke autobiografie Een vis in het water, kondigt de toenmalige Peruaanse president Alan Garcia met krakende radiostem aan "dat alle banken, verzekeringsmaatschappijen en financiële instellingen genationaliseerd worden." Dat is het moment waarop de schrijver het helemaal gehad heeft met de grenzeloze Latijns-Amerikaanse werkelijkheid. Nog geen maand later, op 21 augustus, houdt hij in Lima zijn eerste politieke toespraak op een met 130 duizend Peruanen volgepakt Plaza San Martin, genoemd naar de libertador die Peru in 1824 van het koloniale juk bevrijdde. Het is de aanloop naar zijn kandidaatstelling voor de presidentsverkiezingen van 1990. Hierover zegt Vargas Llosa, terugblikkend: "Hoewel ik een liefhebber ben van fictie, wilde ik paradoxaal genoeg de Peruaanse politiek in omdat ik ervan overtuigd was dat juist daar realisme geboden is. Realisme is een pure politieke noodzaak. Om het huis in orde te krijgen, vooruitgang te bewerkstelligen." Toch slaagde de bekende Peruaan, afkomstig uit een oude katholieke familie, er niet in om de verkiezingen te winnen van de onbekende, protestantse immigrantenzoon Fujimori. Hoe was dat mogelijk? Vargas Llosa: "Mijn tegenstanders zijn erin geslaagd mij af te schilderen als een vertegenwoordiger van het conservatieve establishment. Veel Peruanen waren bang voor de door mij voorgestelde hervormingen. Ik ben er onvoldoende in geslaagd om die op een overtuigende manier uit te leggen."

Was hij wellicht te weinig politicus en te veel intellectueel? Vargas Llosa (verontwaardigd): "Dat laatste werd zelfs tegen mij gebruikt! Ik kon het me aanvankelijk niet voorstellen. Maar de propaganda werkte. 'Die intellectueel is geen echte Peruaan want hij zit altijd in het buitenland en kent ons land niet.' Dat soort uitspraken miste zijn uitwerking niet."

Daarna ging het volgens Varga Llosa met Peru de verkeerde kant op. Maar vindt hij het dan niet vreemd dat Fujimori de verkiezingen van 1995 met een overgrote meerderheid won? "Peru ging in de jaren tachtig door een diep dal. Door een populistische politiek met hyperinflatie als gevolg. En hyperinflatie is niet alleen economisch maar ook psychologisch rampzalig. De catastrofe waar guerillero's als Sendero Luminoso en de MRTA - de niets ontziende contra-acties trouwens ook - voor zorgden was onbeschrijfelijk. Alleen Fujimori en de militairen zouden daar een antwoord op hebben. Zo presenteerden ze zich althans. Dat is Peru's tragedie. Aangezien Fujimori's economische hervormingen meteen vruchten afwierpen raakte het publiek enthousiast. Dat enthousiasme werd door de militairen misbruikt om democratische regeringen - die in Peru in het verleden inderdaad inefficiënt en corrupt waren - zwart te maken en de autogolpe of zelfcoup van 1992 te plegen. Meteen daarna werd korte metten gemaakt met de persvrijheid en een psychologische terreur jegens de oppositie ontketend. Toen was het vervolgens heel eenvoudig om de verkiezingen te controleren."

De verkiezingen van 2000 vervulden Vargas Llosa met hoop en vrees. Hopen deed hij op een oppositie die verstandig genoeg was om samen te werken. Vargas Llosa: "Alle onderzoeken wijzen uit dat inmiddels twee derde van de Peruanen zich tegen de dictatuur heeft gekeerd. Daar ben ik van opgeknapt! Tot voor kort was er sprake van veertig, vijftig, zelfs zestig procent steun voor Fujimori. (Schaterlachend) Maar weet je, sommige dictaturen zijn heel populair hè …"

Zoals het een schrijver betaamt, trok hij voor zijn vrees meer woorden uit: "Ik betwijfel ten zeerste of de verkiezingen vrij zullen zijn. Peru is een gecamoufleerde dictatuur die internationaal salonfähig geworden is; het heeft een burgerpresident en alle verschijningsvormen van een democratie, terwijl militairen er aan de touwtjes trekken. De internationale gemeenschap is heel tolerant geweest met Fujimori. Zolang de economische politiek maar acceptabel was voor het Internationale Monetaire Fonds, maakte het de internationale gemeenschap niet uit dat er sprake was van een militaire dictatuur die martelt en moordt. Het interesseert haar niet. Zij zegt - ik denk niet eens ten onrechte - 'wat zouden wij ons druk maken als Peruanen het zelf accepteren'. Om een dictatuur ten val te brengen is verzet van binnenuit nodig. Dat groeit. Maar of het in het jaar 2000 sterk genoeg is en eendrachtig zal optreden? Ik betwijfel het."

Met Peru mag het dan de verkeerde kant zijn opgaan, volgens Vargas Llosa is het land een uitzondering op de positieve trend in Latijns-Amerika: "Nooit in de geschiedenis hebben we in Latijns-Amerika zoveel burgerregeringen gehad. Nooit in onze geschiedenis hebben we minder oorlogen gekend. Nooit hebben we zoveel investeringen aangetrokken. Dat is het resultaat van wat? Van een democratische politiek en een vrije-marktbeleid. Het gaat de goede kant op, hoewel het beter kan. Peru en Cuba zijn de uitzonderingen op de regel."

Toch voelt Vargas Llosa er niets meer voor om Peru als president in de vaart der volkeren te storten. Zelf stelde hij zich niet meer kandidaat. De roddel dat hij wou terugkeren weerlegt hij met klem. "Daar is niet van waar! (Trots): "Ik heb gedurende mijn campagne gezegd dat ik alleen lieg als ik romans schrijf. Dat is mijn recht als schrijver. Als politicus heb ik nooit gelogen, nooit! Altijd sprak ik de waarheid, in Peru presteerde men het om ook dat tegen mij te gebruiken. Ik heb gezegd dat ik me nooit meer kandidaat zal stellen. Daar hou ik me aan. Natuurlijk blijf ik schrijven over politiek, als intellectueel participeren in het publieke debat. Maar professionele politiek, mij niet meer gezien…"

PS: Intussen zijn de verkiezingen van 2000 voorbij. Fuyimori won ze onder heel dubieuze omstandigheden. Na massaal protest en bewijzen van omkoping vluchtte hij naar Japan. Een jaar later werd oppositieleider Alejandro Toledo verkozen als president. Hij versloeg in 2001 de gewezen president Alan Garcia, de man waartegen Mario Vargas Llosa zich altijd had verzet. In Arequipa hield Vargas Llosa samen met Garcia een toespraak om Garcia tot staan te brengen en het lukte. Het leek wel een uitgestelde revanche van de schrijver op de gehaaide politicus. De overwinning van de rede op de sprookjesverteller.


Interview: Didier Seroo, verschenen in Internationale Samenwerking mei 1998. Met dank aan Maarten Steenmeijer's Mythenbouwer van de Nieuwe Wereld, Wereldbibliotheek.



Op 4 februari 2003 organiseert het 'Centre of Hispanic Studies' een debat met Mario Vargas Llosa over 'Cultuur, Politiek en Globalisering'. Ook Eddy Boutmans (Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking), Dirk Verhofstadt (auteur van Het menselijk liberalisme), Bert Cornillie (Centre of Hispanic Studies), José Lambert (Instituut voor Culturele Studies) en Yves Desmet (Moderator). Deze activiteit start om 20u en gaat door in de Aula Pieter De Somer, Deberiotstraat 24, 3000 Leuven. De inkom is gratis. Vooraf inschrijven is noodzakelijk via de website: http://www.arts.kuleuven.be/ceh

Mario Vargas Llosa

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be