|
Albert Maertens werd geboren op 24 april 1915 in Aardenburg en kreeg de drie pijlers die het doen en denken van zijn leven funderen, namelijk liberalisme, Vlaamsgezindheid en vrijzinnigheid, mee van thuis uit. Hij studeerde rechten en was een prominent figuur in de studentenverenigingen 't Zal Wel Gaan en in het Liberaal Vlaams Studenten Verbond (LVSV). Hij was medestichter van het Neohumanisme en medeoprichter van de Vereniging van Antifascistische Studenten. Tijdens WO II was hij de spilfiguur van een weerstandsbeweging waarin ook Karel Poma terug te vinden was. Hij richtte ook het illegale sluikblad De Kleine Belg op. Na de oorlog begon hij zijn carrière in Het Laatste Nieuws waar hij tot 1985 actief bleef als afgevaardigd beheerder. Hij speelde een belangrijke rol in de liberale partij, het Liberaal Vlaams Verbond, het Willemsfonds en nog vele andere verenigingen. Albert Maertens heeft zich altijd verdienstelijk gemaakt voor het Vlaamse liberalisme en voldoet aan eigenschappen als verdraagzaamheid, onkreukbaarheid, sociale edelmoedigheid, politieke rechtlijnigheid, burgerzin en het streven voor de ontvoogding van de Vlaamse mens. Hij is en blijft een persoonlijkheid om naar op te kijken. U staat bekend als een overtuigde liberaal, sterk Vlaamsgezind en overtuigd vrijzinnig. Was u al van jonge leeftijd gebeten door de politieke microbe? Ik werd als liberaal geboren. Mijn twee grootouders waren liberaal, zonder evenwel een politiek mandaat te bekleden. Mijn vader, die aan de Gentse Universiteit geneeskunde studeerde, was op het einde van de 19e eeuw een ijverig lid van 't Zal Wel Gaan. Toen hij zich in 1901 te Torhout vestigde om er mijn grootvader als geneesheer op te volgen, nam hij er de leiding van de liberale verenigingen en stichtte er nieuwe, o.a. het Willemsfonds en de ziekenkas Hulp in Nood. Hij bleef er meer dan 40 jaar gemeenteraadslid en was er ook enkele jaren provincieraadslid. Mijn vader was geabonneerd op alles wat de Vlaamse liberale pers uitgaf. Ik mag zeggen dat ik heb leren lezen met o.a. Het Laatste Nieuws, Het Volksbelang en De Vlaamse Gids. In die tijd was er nog een scherpe scheiding naargelang de politieke gezindheid, vooral in kleinere gemeenten. De liberalen gingen naar de liberale geneesheer, notaris of brouwer en deden hun aankopen bij liberale handelaars. Dit had tot gevolg dat men opgroeide in een liberaal of katholiek milieu en de anderen niet kende. Toen mijn vader ouder werd, was het vanzelfsprekend dat ik, nog zeer jong, hem opvolgde aan het hoofd van de liberale verenigingen. Ik richtte ook het Jong-Willemsfonds op, werd er provinciaal voorzitter van en de medeoprichter van het ledenblad Groei. U kunt dus stellen dat ik al vroeg gebeten was door de politieke microbe. In 1934 begon u rechten te studeren aan de Gentse Universiteit. Het was ook de beginperiode van het LVSV, dat nu nog altijd een goeddraaiende studentenvereniging is. En de vernederlandsing van de Gentse Universiteit was nog maar net doorgevoerd. Hoe was die beginperiode van het LVSV? Het was vanzelfsprekend dat ik aan de Gentse Universiteit andere liberale studenten opzocht. Toen ik in Gent op kot kwam, was de Gentse Universiteit nog maar een paar jaar volledig vernederlandst. Er bleven nog overblijfsels bestaan van de vroegere toestand. Sommige professoren deden hun best om hun cursus in het Nederlands voor te lezen. Ook waren er nog Franstalige liberale studentenverenigingen, zoals La Gé Libérale, waarvan de Franstalige liberale studenten, maar ook Vlaamse, lid waren. Een paar liberale Vlaamse studenten vonden evenwel elkaar en vormden een begin van wat weldra het LVSV zou worden. In Gent ging ik op kot in een huis waar ook mijn vriend Willy Calewaert zijn intrek nam. Wij waren goede vrienden want ook hij was van liberalen huize en voorzitter van het Jeugdverbond van het Willemsfonds te Antwerpen. Wij hadden reeds veel samengewerkt. Wij gingen dus beide op zoek naar de liberale Vlaamse studenten en vonden de nodige medewerking bij Versichelen, de assistent van Prof. Haesaert en de enige overgeblevene van de eerste groep liberale Vlaamse studenten. De anderen waren afgestudeerd en uit Gent vertrokken. Versichelen was de zoon uit het café Nollet aan de Minardschouwburg waar reeds in de tijd van mijn vader de 't Zallers thuis waren. Onder de stuwkracht van Versichelen kwamen weldra een tiental liberaal-Vlaamse studenten samen en werd een bestuur opgericht onder het voorzitterschap van Frans De Hondt uit Hemiksem, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Duits concentratiekamp is overleden. Willy Calewaert en ikzelf, beide schachten, werden ondervoorzitter. Toen we naar buiten traden en bekend werden, kwamen andere Vlaamse liberale studenten zich aanmelden, ook leden van de Gé Libérale. Weldra werden wij een toonaangevende studentenvereniging waarvan minister Lippens en Julius Hoste het erevoorzitterschap aanvaardden. Ook de professoren Van Werveke, Ganshof, Gunzberg, Hegmans en nog anderen werden steunend lid en traden op als voordrachtgevers. Wij slaagden er zelfs in het 'rode' 't Zal Wel Gaan in handen te nemen door alle bestuursmandaten te bezetten. Ik werd er voorzitter van en later ook nog van het Antifascistisch front. Dat laatste was een koepelorganisatie van 'linkse studenten' die omhalingen deed voor steun aan de strijders tegen Franco, en in eigen land ten strijde trok tegen de nazi-gezinde studenten aan de universiteit. In uw rijk gevulde studentenperiode leerde u dus vele vrienden kennen. En zoals geweten zijn studentenbanden ook levensbanden. Hebt u nog altijd contact met de vrienden van toen? Van die eerste leden van het LVSV zijn er niet veel meer in leven. Geregeld telefoneer ik nog met twee trouwe leden van het eerste uur die allebei in een 'home' verblijven: de heren Maes en Rooman. Ook ontmoet ik nog Karel Poma, oud-minister en de kranige Albert Claes, gewezen volksvertegenwoordiger van Brugge en de ideoloog van het jonge LVSV en tevens medeoprichter van Neohumanisme. Het LVSV was, in navolging van het Willemsfonds en het LVV waarmee het nauwe banden onderhield, Vlaamsgezind en sociaalvoelend en het is dat steeds gebleven. Ik heb er echte vrienden aan over gehouden. De periode van de jaren '30 en '40 is ook verbonden met opkomst van het fascisme. Zoals gezegd had u een grote afkeer van het fascisme. Welke concrete acties ondernamen jullie? Wij moesten in den beginne, en dat nog vele jaren, meer strijden tegen de franskiljonse en conservatieve liberalen dan tegen de politieke tegenstanders. Eerlijkheidshalve moet ik getuigen dat er wel enkele liberale Walen een open oor hadden voor onze opvattingen. De oorlog van 1940-45 legde de werking van het LVSV stil. Enkele leden van het LVSV die toevallig nog in Gent verbleven, meenden dat wij toch de strijd tegen het nazisme moesten voortzetten. Wij vonden nog enkele medewerkers en gaven in september 1940 het eerste gestencilde verzetsblad uit dat we De Kleine Belg noemden. Diezelfde groep verspreidde het blad te Gent en op trein en tram. Weldra werd die Gentse groep door allerlei omstandigheden uiteengerukt en velen zetten hun verzetswerk in hun thuisbasis verder. Het was waarschijnlijk een moeilijke periode om te overleven? Inderdaad. Voor de oorlog was ik reeds gehuwd met Lea Verkein, die bestuurslid van het LVSV was en later voorzitter van de oud-ledenbond werd. Terwijl mijn vrouw nog studeerde, deed ik mijn stage bij een uitstekende advocaat, meester Vermast, een groot patriot en liberaal. Verder had ik als jong advocaat veel steun aan Karel de Wette die inwoonde bij het echtpaar Preys. Zij waren de spil van Help U Zelve, de Gentse vereniging van Vlaamsgezinde liberalen, waarbij ook Alfons Colle, de bestuurder van de liberale vakbonden, aangesloten was. Karel De Wette kende ik zeer goed. Wanneer hij als hoofd van de verkoopdiensten van Het Laatste Nieuws de verkopers in West-Vlaanderen bezocht, kwam hij bij mijn ouders eten. Hij vroeg mij ook vrijwillige correspondent voor de universiteit te worden, wat ik graag heb aanvaard. De Wette en zijn vrienden hebben mij als jonge advocaat veel gesteund. Ook de liberale vakbonden, die moeilijke tijden doormaakten, hadden bijna dagelijks advies nodig. U was actief in het verzet en bent zelfs opgepakt geweest door de Duitsers. Was dat het einde van uw verzetswerk? Hoe ik in Gent in het Onafhankelijkheidsfront terecht kwam en verschillende verzetsbladen kon uitgeven en einde 1942 door een misverstand werd aangehouden en na een zeker tijd weer vrijkwam, heb ik reeds meerdere malen uiteengezet. Dit is onder andere te lezen in het boek dan mijn vrienden bij het Liberaal Archief hebben uitgegeven. Na mijn vrijlating uit de Duitse gevangenis heb ik enige tijd bij vrienden verbleven en stilaan mijn werk terug opgenomen, maar mij van alle verzetsdaden onthouden zoals dat een ijzeren regel was bij het Onafhankelijkheidsfront. Na de oorlog moest u terug werk zoeken. Hoe kwam u bij Het Laatste Nieuws terecht? Bij de bevrijding heb ik onmiddellijk met de vrienden contact opgenomen en o.a. de liberale vakbonden kunnen redden van een bezetting door de communisten. Ik werd ook onmiddellijk door de dienstdoende Procureur-generaal verzocht de taak van substituut van de krijgsauditeur te velde op te nemen. Aangezet door al mijn vrienden en kennissen meende ik niet te mogen weigeren en ik trad met de eerste lichting in dienst einde september 1944. Na de bevrijding kwam Julius Hoste samen met de regering Pierlot, waarvan hij deel uitmaakte, uit Groot-Brittannië terug. Ook Marcel Stijns kwam als officier terug. Ze namen Het Laatste Nieuws in handen. Het was niet eenvoudig want heel wat journalisten en kaderleden hadden met de Duitsers geheuld en moesten vervangen worden. Hoste wilde ook het Vlaamse liberalisme opnieuw vorm geven. Daartoe riep hij enkele vooroorlogse vrienden samen. Ik was bij die uitverkorenen als vertegenwoordiger van de jeugd. Weldra stelde Hoste vast dat hij steun nodig had om zijn opzet te verwezenlijken en deed hij op mij beroep. Dit voorstel viel bij mij in goede aarde. Ik zou zijn rechterhand worden, zoals hij dat uitdrukte. Ik was nog geen dertig jaar. Door tussenkomst van Hoste werd ik na een paar maanden van mijn militaire verplichtingen vrijgesteld en kon ik beginnen op Het Laatste Nieuws waar nog alles te doen was. Ik deed beroep op enkele oud-LVSV'ers om mij bij te staan in de verschillende diensten. Wij hebben de krant met succes kunnen leiden gedurende bijna 40 jaar, ook in de zeer moeilijke tijden waarin de Standaard Groep, de Volksgazet en anderen failliet gingen. Op 70-jarige leeftijd heb ik de fakkel doorgegeven aan de door mij gevormde opvolgers. Het Laatste Nieuws was in die tijd nog de echte liberale krant van Vlaanderen. Was de scheidingslijn tussen liberale partij en Het Laatste Nieuws nog duidelijk? Het Laatste Nieuws werd door vader Hoste opgericht als een liberaal dagblad. Vader Hoste was een strijdersfiguur en had een scherpe pen. Zijn doel was het liberalisme in Vlaanderen te steunen en te verspreiden door middel van een volks en goedkoop dagblad. Na een moeilijk begin sloeg de formule aan en verhoogde de oplage van jaar tot jaar. Vader en zoon Hoste waren de eigenaars en lieten zich door niemand de les spellen, zeker niet door de liberale partij die ook in Vlaanderen nog in Franstalige handen was. Zij volgden de lijn van het Willemsfonds en het LVV waarin zij zelf een vooraanstaande rol speelden. De enkele Vlaamse liberale mandatarissen konden op hun volle steun rekenen. Julius Hoste jr. was door zijn vader in diezelfde liberale geest opgevoed en heeft de lijn voortgezet tot hij in 1954 overleed. Daarna ben ik niet van deze lijn afgeweken omdat het ook de mijne was. In 1985 nam u afscheid van uw functie bij Het Laatste Nieuws. In die bijna 40 jaar dat u er actief was, is er enorm veel veranderd in het politieke en maatschappelijke leven. Ook de invloed van de kranten is enorm gewijzigd. Velen verwijten zowel de gesproken als geschreven pers oppervlakkigheid. Deelt u die mening? Nog tijdens het leven van Julius Hoste jr. en op zijn voorstel was ik begonnen aan het oprichten van de Stichting Het Laatste Nieuws die er voor moest instaan dat Het Laatste Nieuws liberaal en Vlaams zou blijven, ook nadat gebeurlijk andere aandeelhouders de macht in handen zouden nemen. Onder mijn directeurschap was het winstbejag niet het hoofddoel maar dat veranderde stilaan door de concurrentie van radio en TV en kreeg het economische steeds meer belang. Dat is trouwens niet enkel in België zo, maar overal ter wereld. Dit werkt vanzelfsprekend de oppervlakkigheid in de hand. Dit belet evenwel niet dat de Stichting Het Laatste Nieuws nog steeds goed werkt en geregeld met het bestuur van de krant overlegt. Na de oorlog lag u volgens Karel Poma aan de basis om van de liberale partij een Vlaamse en niet Franskiljonse of Fransgezinde partij te maken. U wou dus een duidelijke Vlaamse liberale lijn bepalen? Tijdens mijn directeurschap speelde Het Laatste Nieuws en zijn redactie een belangrijke politieke rol. Vooral met Herman Vanderpoorten, die ik na de bevrijding kon overhalen aan actieve politiek te doen, met Frans Grootjans die directeur werd van ons blad De Nieuwe Gazet, met mijn verzetsvriend Karel Poma en met Willy De Clercq, onze hoop in het Gentse, en nog anderen die van jaar tot jaar talrijker werden, werd de liberaal Vlaamse lijn bepaald. Wij vormden een blok en ontmoeten elkaar geregeld om de bakens te verzetten en het liberalisme in Vlaanderen volledig te vervlaamsen, wat ons gelukt is met de oprichting van een onafhankelijke liberale partij zoals we die nu kennen. Is ze de laatste jaren wel wat opener geworden, liberaal blijft ze en moet ze blijven, wil ze niet in een grijze massa ten onder gaan. Voor u behoeft het woord 'liberalisme' dus geen adjectief? Nee. Nu voegt men soms, om opportunistische redenen, het woord sociaal of menselijk bij het woord liberaal. Voor mij hoeft dat niet want het Vlaams liberalisme zoals het LVV, het LVSV of het Willemsfonds het altijd zagen, was ook altijd sociaal en menselijk. Kwaad kan het evenwel niet er de nadruk op te leggen want in de oude generatie zijn er nog te veel die denken aan de oude, conservatieve liberale partij. U hebt een lange carrière achter de rug binnen de liberale beweging. U was de man achter de schermen. Door uw persoonlijkheid en via onder andere Het Laatste Nieuws, het LVV en het Willemsfonds, hebt u decennia lang een enorme invloed gehad op het reilen en zeilen binnen het Vlaamse liberalisme. Waarom wou u niet op de voorgrond treden? Had u zelf geen ambitie als politicus? Vele vrienden hebben zich soms afgevraagd waarom ik nooit een mandaat nagestreefd heb. Daarvoor zijn vele redenen. Eerst en vooral omdat ik mij volledig wou vrijmaken voor mijn taak in de media. Ik werd niet enkel directeur-generaal en afgevaardigd beheerder in de uitgeverij J. Hoste N.V. en al zijn uitgaven. Ik werd ook beheerder en voorzitter van de BRT en beheerder van het agentschap Belga. Niemand heeft voor mij of nadien de ganse media bestreken. Voeg daarbij de werking in de verschillende besturen als voorzitter of bestuurslid. Dat alles was meer dan een volle dagtaak. Ik heb ze enkel door de steun en medewerking van velen kunnen vervullen. Een andere zwaarwichtige reden was dat ik als mandataris niet volledig vrij zou zijn. Ik wilde actief meewerken aan de vervlaamsing en uitbouw van het liberalisme in Vlaanderen, en dit in volle vrijheid, zonder druk van een partij of personen. Dat heb ik trouwens aan Omer Vanoudenhove gezegd toen hij mij voorstelde om gecoöpteerd senator te worden. Hij begreep het. Ik heb me ook altijd ingezet voor de onbaatzuchtige, gewone militanten die te vlug vergeten worden. U bent nog steeds een voorbeeld voor vele jonge liberalen. U hebt zich onbaatzuchtig verdienstelijk gemaakt voor het Vlaamse liberalisme. U voldoet aan de eigenschappen als verdraagzaamheid, onkreukbaarheid, sociale edelmoedigheid, politieke rechtlijnigheid, burgerzin en het streven voor ontvoogding van de burger, zoals zo mooi werd omschreven bij de uitreiking van de LVV-prijs Herman Vanderpoorten. Welke boodschap geeft u mee aan de jonge liberalen? Soms stel ik vast dat bij de jongeren de geest van onbaatzuchtigheid vermindert. Alles moet onmiddellijk opbrengen. Aan hen zou ik willen zeggen dat strijden voor een vrijheidsideaal zeer veel levensvreugde brengt. Nu ik het geluk heb oud te worden, is het goed te kunnen vaststellen dat ik heb meegeholpen, hoe klein mijn bijdrage ook was, aan de uitbouw van een vrijere, edelmoediger en dus betere wereld. Dat is de boodschap die ik aan de jongeren meegeef. In naam van Liberales dank ik u voor dit interview en uw inzet voor het Vlaamse liberalisme. Bart Ameye Oktober 2002 (met gewaardeerde medewerking van het Liberaal Archief) Albert Maertens |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|