Onze democratie is allang populistisch

interview vrijdag 30 oktober 2009

Aleksander Melli

“Schrijven is zoals het priesterschap,”, lacht hij, “een roeping waarvoor je pas na de dood wordt beloond.” Nu mag dit misschien voor de eerste de beste parochiepriester opgaan, voor de Italiaans-Noorse Aleksander Melli is dit steeds minder het geval. Niet alleen werd zijn recentste Barneregjeringen bekroond met de Riksmålspris voor de beste kinder- en jeugdroman, het boek werd ook nog eens in het Nederlands vertaald, wat hem meteen heel wat buitenlandse belangstelling opleverde. En terecht, want Het boek van Max Berg, zoals de titel bij ons luidt, is dan ook een bijzondere roman. “Ik had eerder al drie boeken geschreven,” legt Melli uit, “allemaal puur voor het geld, maar deze was anders, dat wist ik meteen. Het boek komt immers voort uit mijn vaderschap. Ik wou iets schrijven voor mijn twee zoons van 13 en 16, een boek dat op een eenvoudige, maar hopelijk ook fascinerende manier over een paar van mijn stokpaardjes zou gaan. Voor kinderen schrijven, of voor de jeugd, is een goede manier om de rotzooi uit je werk te bannen. Ik wou een eenvoudige taal gebruiken en me richten tot een cultuur die - zeker wat zijn aanpak van onze klimaatverandering betreft - toch vrij kinderachtig is. Maar, zo besef ik ook wel, die cultuur luistert niet. We houden onze handen stijf tegen onze oren gedrukt en zingen ‘lalalalala’”.

Melli’s roman gaat over Max, die zich samen met zijn vriend Egil inschrijft om mee te doen aan het met veel bombarie aangekondigde Baluba Experiment. Dit is een realityshow georganiseerd door TV7 waarbij twintig kinderen op een eiland voor de Noorse kust afgezet worden en daar hun eigen samenleving moeten zien op te bouwen. Verspreid over het eiland staan een paar honderd camera’s die verbonden zijn met duizend touchscreens die in even zoveel jeugdkamers opgesteld zijn. Zij bepalen het verloop van het programma. Het idee, uit het brein ontsproten van ene Bob Hoop, een branieschopper die al gauw van het project gehaald wordt nadat hij op de nationale feestdag zijn blote kont heeft laten zien aan het koninklijk echtpaar, is dat de kinderen zelf politieke partijen oprichten, met een heus programma, waarna de duizend kiezers zullen bepalen wie er voor een week aan de macht komt. Na negen weken loopt het experiment af, waarna de regisseurs aan het werk kunnen om er een spannende tv-reeks van te maken. Aldus het plan, maar zo ver komt het echter niet. Al na de eerste verkiezingsronde komt Boris aan de macht, een populistische autocraat die het mooiste meisje aan zijn zijde wil, eist dat iedereen hem aanspreekt met “geliefde Maaquq” en al na een paar dagen de helft van de andere kinderen naar huis heeft gestuurd. Politiek, zo leren de kinderen, is een gevaarlijk spel, zeker als je je kiezers aan het verstand wil brengen dat er dringend iets aan de opwarming van de aarde gedaan moet worden.

“In 2005 woonde ik met mijn twee zoons gedurende zes maanden op Sicilië,” legt Melli het ontstaan van zijn boek uit. “Ik vatte het plan op om een moreel geladen fabel voor hen te schrijven, uitgaand van het idee wat er zou gebeuren wanneer kinderen de politieke regels zouden mogen opstellen. Wellicht kwam ik daar op door naar Berlusconi’s tv te kijken. Die tv is wat Italië in feite bijeen houdt, en in dat opzicht is hij zelfs nog belangrijker dan Garibaldi. Humor, spelletjes en een eenzijdige, overtrokken kijk op de waarheid - de typische kenmerken van Berlusconi’s tv-monopolie - zijn al meer dan een decennium bezig de politiek te besmetten. En ook ik ben daar niet ongevoelig voor, besefte ik nog vóór 2005. Ik ben voor de helft Italiaans, maar woon al sinds mijn twaalfde in Oslo. Ik heb me daar lang niet echt thuis gevoeld, tot ik een satellietschotel kocht en naar de Italiaanse tv kon kijken. Ik kreeg mijn dagelijkse portie plezier en afgrijzen voorgeschoteld en voelde me meteen helemaal thuis.”

U laat Bob Hoop zeggen dat reality-tv de ultieme vorm van democratie is. Lang leve het populisme, denken wij dan.

Aleksander Melli: Maar onze democratie is toch al lang populistisch, zelfs in de serieuze Noord-Europese staten is dat zo. Er wordt vaak de spot gedreven met Berlusconi, maar misschien is hij wel de typisch Italiaanse manifestatie van een wereldwijd democratisch probleem, en kunnen we veel leren door hem nauwgezet te observeren. De manier waarop Berlusconi de media monopoliseert en commercialiseert is niet louter een Italiaanse zaak. We zien dat overal. De politiek zit in slechte papieren wanneer het democratisch debat bepaald wordt door de kijkcijfers. Nog niet zo lang geleden waren er verkiezingen in Noorwegen. Geen enkele van de partijen durfde het over de echte issues te hebben, die op lange termijn de toekomst van het land en het milieu zullen bepalen. Er heerste een zelfopgelegd verbod om het over meer te hebben dan akkefietjes, en dat kwam vooral door de media en de manier waarop die de verkiezingsagenda bepaalden. Zij wilden het volk geven wat het wou, of tenminste toch wat de regisseurs dachten dat het volk wou, trivialiteiten verkleed als hete politieke hangijzers dus.

Veel realiteit zit er niet in reality-tv, toont u. Alles wordt in feite gepland en gemanipuleerd. Is het niet gevaarlijk dit soort fictie als realiteit te verkopen?

Aleksander Melli: Reality-tv is niet gevaarlijk, maar mensen zijn dat wel. De meeste volwassenen zijn mediawijs genoeg om het verschil tussen realiteit en fictie te zien. Laat ons niet vergeten dat er in de negentiende eeuw eenzelfde achterdocht bestond tegenover de roman. Die zou mensen fictie voor realiteit laten nemen, werd toen gezegd. Veel gevaarlijker dan het genre - het plezier om anderen te observeren - is de tendens die van dat soort programma’s uitgaat om hebzucht, egoïsme en narcisme doodnormaal te gaan vinden. Wat specifiek kinderen betreft, ben ik minder gerust. Reality-tv vervormt de werkelijkheid immers en ik hoop dat mijn boek hen laat zien op welke manier dat gebeurt en hoe ze door die vervormingen heen kunnen kijken. Bovendien heb ik soms het gevoel dat het omarmen van al die virtuele realiteit een beetje te ver aan het gaan is. Gisteren nog sprak ik met een vriend over het Engelse spelletje conkers, waarbij twee kinderen een kastanje aan een touwtje vasthouden en ze om beurten met hun kastanje op die van de andere mogen slaan, tot een van de twee breekt. Het is nu herfst in Noorwegen en de kastanjes vallen van de bomen. Mijn kinderen lachen me uit omdat ik als een oude man iedere dag twee kastanjes opraap vanonder de boom in onze tuin en die de hele dag in mijn zak houd. Ik hou van het gevoel van een kastanje in mijn hand, en ik wou dat er weer kinderen op straat conkers zouden spelen. Er is niets mis met een Xbox of Facebook, maar het lijkt me een gezonde reflex om af en toe een kastanje op te rapen zonder er een foto van te nemen en die toe te voegen aan je persoonlijk profiel.

Heeft het niet veel te maken met onze fixatie op het beeld dat bijna automatisch tot trivialisering leidt?

Aleksander Melli: Sorry dat ik nog eens naar Italiaanse toestanden verwijs, maar de RAI heeft bijvoorbeeld tegen alle verwachtingen in nog steeds en paar keigoeie programma’s, net zoals de BBC trouwens en onze Noorse NRK. Je moet alleen de moeite doen om ze tussen de drab te zoeken natuurlijk. Ik vind tv een fantastisch medium, ook al moet ik bekennen dat we tegenwoordig nogal wat triviaals te zien krijgen. Stel mensen de vraag of ze hun hele leven lang naar bewegende beeldjes op een scherm willen liggen kijken en ze zullen zeker nee antwoorden, maar dat is niettemin wat ze doen. Vooral bij aan tv verslaafde kinderen is het risico groot dat ze veranderen in passieve, laakbare en moreel verwerpelijke wezens. Ik moraliseer niet graag, maar soms heb ik het gevoel dat we een generatie jongeren aan het grootbrengen zijn die de wereld niet meer kent en constant wegzapt van de essentiële onderwerpen van onze tijd.

Zoals de klimaatverandering?

Aleksander Melli: Inderdaad. De wetenschap is er inmiddels wel over uit: de wereld is niet plat en klimaatverandering is een feit. We hebben maximaal tien jaar de tijd om een ramp af te wenden waartegen Wereldoorlog II een schoolreisje zal lijken. Het ergste komt op ons af, schaarste aan hulpbronnen, voedseltekorten, energiecrises, droogte en overbevolking. Het lijkt allemaal zo immens - zeker voor kinderen - dat een zekere mate van psychologische ontkenning de normaalste zaak van de wereld is. De ontkenning die we vandaag de dag zien is echter onverantwoord, ze wijst op een pijnlijk gebrek aan verbeeldingskracht en een mankement in ons politiek systeem. Ik besef ook wel dat hetgeen gevraagd wordt niet weinig is. De Westerse mens zal zijn leven moeten veranderen, en dat kan, te beginnen in het kieshokje. De mens is een dynamisch wezen. Over de eeuwen heen heeft hij zich aan tientallen fundamentele wijzigingen aangepast. Hij is snel om nieuwe technologieën toe te passen en redelijk snel in het overnemen van nieuwe morele paradigma’s. Het enige wat vandaag moet gebeuren is dat de mens zijn aanpassingsvermogen een beetje opdrijft om het in overeenstemming te brengen met het veranderende klimaat. Ik denk dus niet dat mensen bang zijn voor verandering. Het echte probleem is dat het hen geen bal kan schelen. De huidige generatie lijkt beslist te hebben dat hun luxueuze en extreem vervuilende leventje meer waard is dan het leven en het milieu van alle toekomstige generaties samen.

Een rampscenario dus?

Aleksander Melli: Ik heb er geen goed oog op, ook al zou ik zo graag geloven dat we er ons uiteindelijk wel door zullen slaan. We kunnen nieuwe wetten uitvaardigen, sommige zaken zwaarder belasten en andere een belastingvoordeel toekennen, het helpt natuurlijk allemaal, maar is het wel genoeg? De opwarming beperken tot twee graden lijkt vandaag al heel ambitieus, terwijl er veel meer nodig is. Persoonlijk denk ik dat als het globale bewustzijn niet binnen het jaar een serieuze ommekeer kent, we op een ramp afstevenen.

Zal de komende klimaattop in Kopenhagen iets opleveren?

Aleksander Melli: Ik denk niet dat er een overeenkomst inzit die onze koolstofuitstoot beperkt tot wat volgens de wetenschappelijke wereld nodig is, maar zo’n top heeft ook een wereldwijde psychologische invloed. Het bewustzijn dat er iets moet veranderen zal erdoor groeien, en dat is ook al iets. Het belangrijkste is in feite wat er na Kopenhagen gebeurt, in ieder land afzonderlijk, hoe we onze politiek beïnvloeden. In die zin vind ik het opiniestuk dat vorige week in de New York Times stond en waarin de democraat John Kerry en de republikein Lindsey Graham samen oproepen om een reeks milieuwetten te stemmen veelbelovend. Er beweegt echt wel iets.

Is onze democratie wel opgewassen tegen het oplossen van dergelijke lange-termijnproblemen?

Aleksander Melli: Als we allemaal Chinezen waren hoefden we ons nergens zorgen over te maken natuurlijk. Nee, ik ben geen fan van autoritaire systemen, ook al ben ik een Italiaan en zit er een fascist in het diepst van ieder van ons (lacht). Dit is inderdaad een grote test voor de democratie, maar we moeten erin blijven geloven. Desillusie is een westerse luxe die ons geen stap verder helpt. De democratie zorgde ervoor dat Obama aan de macht kwam. Ik vind dat een geruststellende gedachte.

Is het fundamentele probleem niet de enorme bevolkingstoename op een beperkte aardoppervlakte?

Aleksander Melli: Dat is een typische opmerking van een blanke man uit het welvarende Europa. Ik las onlangs een artikel waarin aangetoond werd dat in arme streken, waar de bevolking het snelst groeit, de koolstofuitstoot trager toeneemt dan in rijke streken met slechts een heel beperkte bevolkingsaangroei. Tussen 1980 en 2005 is de bevolking in zwart Afrika met 18,5 procent gestegen terwijl er slechts een toename was van 1,4 procent in de uitstoot van CO2. In Noord-Amerika zijn er gedurende die periode slechts 4 procent meer mensen bijgekomen, maar de CO2-uitstoot is er wel met 14 procent omhoog gegaan. Het is dus pervers om de klimaatsverandering in de schoenen van de arme kinderen te schuiven die bijna geen CO2 produceren en blind te zijn voor de tonnen die onze kleine rijke kroost uitstoot.


Aleksander Melli, Het boek van Max Berg, Lannoo, 2009, 608 p., 18,95 euro



Interview door Marnix Verplancke



Dit interview verscheen in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen.

Aleksander Melli

Links
Mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be