|
Taslima Nasreen, de controversiële schrijfster en dichteres uit Bangladesh werd al meerdere keren met de dood bedreigd. Zowel religieuze als politieke fanatici dreigden ermee haar levend te verbranden en haar boeken te vernietigen. Zelf is ze sinds de publicatie van haar eerste boek in het begin van de jaren negentig gewoon geraakt aan die razende tirades en bittere bedreigingen. Zij blijft voorstander van het secularisme en spreekt zich uit tegen de niet-erkende fundamentalisten. In Le Nouvel Observateur van 19 september 2002 schreef ze zelfs een bijdrage onder de titel: "Il faut critiquer l'islam". Literairen loven haar geschriften en moedige standpunten. "Taslima is de stoutste schrijfster op het subcontinent. Ze geniet van haar vrijheid van meninguiting en oefent het ook uit", zegt Nikhil Wagle, die de vertaling van haar boeken Shodh (Revenge), Lajja (Shame) en Phera (Return) alsook delen van Diwali heeft gepubliceerd. Vooral haar boek Lajja werd als een belediging voor het geloof opgevat omdat de schrijfster een passage over het 'vrouwonvriendelijke' karakter van de Koran aanhaalde. Intussen ontving ze al tal van onderscheidingen waaronder de Sakharov Prize for Freedom of Thoughts van het Europees Parlement. In 1995 verkreeg ze het Doctor Honoris Causa aan de Gentse Universiteit en in 2000 ontving ze Ananda Award in India. Het weekblad Week interviewde Taslima Nasreen. Week: Was u verrast door het felle protest van sommige groeperingen tegen uw boeken? Taslima Nasreen: Ik ben daar aan gewend. Ik heb fundamentalisten in mijn land gezien die me wilden vermoorden, levend verbranden, me ophangen. Ik weet dat de meeste mensen hier geen fundamentalisten zijn? De fundamentalisten vormen hier in India een erg kleine groep. Ik was niet verrast want er zijn overal in de wereld fundamentalisten: Moslims, Hindoes, Christenen, Joden en Boeddhisten. Ik geloof in de mensenrechten en ik weet dat er veel geseculariseerde mensen zijn in Mumbai (Bombay) die me steunen en aan mijn zijde staan. Week: Ben je bang als je hoort dat mensen je willen verbranden en van de constante dreiging voor je leven? TN: Ik leef al sinds 1989 met dit probleem. Ik schreef al voordien maar de problemen begonnen pas met demonstraties van fundamentalisten in Bangladesh. Ik geef er niet om. (Herhaalt duidelijk) Ik geef er niet om omdat ik weet dat de meerderheid van de mensen de mensenrechten en vrijheid van meningsuiting respecteert. Ik weet dat ze mij steunen en solidair zijn. Ik ben heel fier op India, het is de grootste democratie in de wereld. Gelukkig is het geen fundamentalistisch land waar ik schrik voor moet hebben. De regering hier is zo vriendelijk om me een visum te geven en voor bescherming te zorgen dus waarom zou ik bang moeten zijn? Week: Vertel ons eens over je leven in Parijs. Welke organisaties steunen u in Europa? TN: Er zijn geen organisaties in het bijzonder maar elke democratische regering in Europa, die gelooft in mensenrechten en vrijheid van meningsuiting, steunt me. Ook mijn vrienden en vele anderen steunen me. Ik heb in verschillende Europese steden gewoond en heb steun gekregen van verscheidene organisaties en van veel gewone mensen. Ik ben enkele maanden geleden naar Parijs verhuisd. Ik heb de Franse taal nog niet geleerd maar ik wil het leren opdat ik Franse literatuur zou kunnen lezen. Ik doe er niks anders dan schrijven. Ik schrijf in het Bengali en dan worden mijn boeken vertaald in verschillende talen. Ik heb fundamentalisten in mijn land gezien die me wilden vermoorden, me levend verbranden. Ik ben niet bang van hen want ik weet dat de mensen die geloven in mensenrechten en vrijheid van meningsuiting een meerderheid vormen en dat ik hun steun heb. Week: Wat is jouw favoriete stad om in te wonen? TN: (Lachend) Calcutta. Natuurlijk mijn geboorteplaats Dhaka ….(pauze). Calcutta is heel inspirerend, een erg culturele stad. Ik heb er veel vrienden en mensen die van me houden. Ik hou van mijn land maar ik kan er niet teruggaan door de fundamentalisten. De regering is er ook tegen mij. Na zes jaar, heb ik een visum om naar India te gaan. Het is heel belangrijk voor me om Calcutta te bezoeken en er vrienden te ontmoeten. De taal en de cultuur zijn dezelfde als de mijne en de mensen zijn er meer ruimdenkend en progressief. Week: Wat is jouw mening over wat er gebeurt in delen van India waarbij een groep mensen kledingcodes opdringen aan vrouwen en waarbij men zich gedraagt als 'culturele politieagenten'? TN: De wereld wordt kleiner en culturen bewegen. Dit kan je niet verhinderen. Natuurlijk moeten mensen hun eigen cultuur en taal respecteren. Maar mensen dwingen is geen goede zaak. Mensen moeten de kleren dragen die ze willen en doen wat ze willen. Georganiseerde religies moeten mensen niet dwingen om bepaalde dingen te doen. Ik geloof in mensenrechten. Ik vind niet dat je de westerse cultuur zomaar moet volgen en je eigen cultuur vergeten. De Indiase cultuur is zo rijk, ik ben er zeer trots op, hier leven verschillende culturen samen. Je eigen cultuur vergeten en die van een ander overnemen is bovendien niet verstandig. Het toont aan dat je niet houdt van jezelf. Ik hou van het Bangali en ik hou van Sari en draag Sari maar ik heb het recht en de vrijheid om westerse kleren of een Chinese of Perzische jurk te dragen. Iedereen moet die vrijheid hebben. Week: Het is uit de mode om vandaag een feministe te worden genoemd. Hoe komt het dat vrouwen dat zo aanvoelen? TN: Als je in humanisme gelooft, dan geloof je ook in feminisme, in het vechten voor rechten voor vrouwen. Het is een noodzakelijke strijd want vrouwen worden in de meeste landen onderdrukt. 'Feminist' zou geen negatief woord mogen zijn. Ik ben er trots op dat ik een feministe ben. De westerse landen hebben heel handig van feminisme een negatief woord gemaakt. Week: Wat zijn de ergste moeilijkheden voor vrouwen vandaag? TN: Die zijn verschillend in de diverse landen. Hier (in India) moeten ze vechten voor basisrechten. Ze genieten geen onderwijs, er is geen economische vrijheid. In het westen is er andere soort beweging, één die ijvert voor een betere vertegenwoordiging in de regering. Vrouwen moeten vechten. Ze zijn zich niet bewust van hun rechten. Gedurende eeuwen dachten ze dat ze de slaaf van de man waren. Deze ideeën die vooral voorkomen in Moslimlanden moeten veranderd worden. De mentaliteit van de man moet veranderen. Het is erg belangrijk voor een land om seculier te zijn, om gelijkheid en rechtvaardigheid voor zowel mannen als vrouwen te kennen.
Taslima Nasreen Linkshttp://taslimanasrin.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|