|
Prof. Jacques Pelkmans is directeur van de economische faculteit van het Europacollege te Brugge en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Hij is de auteur van talrijke publicaties over diverse aspecten van de Europese economische integratie en het internationale handelsbeleid. Het LVSV ging hem opzoeken in Breda voor een gesprek over de Bolkestein-richtlijn, de houdbaarheidsdatum van het zogenaamde Europese sociale model, de grenzen van belastingconcurrentie en het gevaar van een budgettaire crisis in de EU. Met de zogenaamde Bolkestein-richtlijn is de liberalisering van de dienstensector eindelijk op gang gekomen. Vakbonden, sociaal-democraten en NGO’s vrezen echter voor sociale dumping vanuit Oost-Europese landen, vermits bijvoorbeeld Tsjechische uitzendarbeiders hun arbeid zouden kunnen aanbieden tegen een lager loon dan ons minimumloon. Is deze kritiek terecht? Jacques Pelkmans: In Nederland, maar in België veel meer, in België extreem eigenlijk, is er een soort opstand ontstaan tegen de dienstenrichtlijn, en daar stond ik stomverbaasd van. Dat ging hoofdzakelijk over twee dingen, en het gekke is, het ene heeft er helemaal niets mee te maken, het andere maar een heel klein beetje. Hetgeen er niets mee te maken heeft, maar waarvoor de mensen zelfs de straat zijn opgegaan, zijn de diensten van algemeen belang, die expliciet zijn uitgesloten. De diensten waar een vergoeding tegenover staat, vallen er wel onder, dacht ik. De vrees is immers dat ook onderwijs en gezondheidszorg eronder vallen. Jacques Pelkmans: Nee, als je de richtlijn leest, dan staat het glashelder in de zogenaamde Overwegingen. Bolkestein heeft dat drie of vier keer voorgelezen. Als de mensen gewoon niet luisteren en zeggen: je belazert ons, wat kun je dan nog doen? Voor alle duidelijkheid: onderwijs en gezondheidszorg vallen dus niet onder de dienstenrichtlijn. Jacques Pelkmans: Dan zou je het echt moeten hebben over commercieel onderwijs en commerciële gezondheidszorg. Diensten van algemeen belang, voor zover die in een gemeen stelstel zitten, zullen er niet onder vallen. Hetgeen er wel wat mee te maken heeft, is de detacheringsrichtlijn. Er staat duidelijk in de ontwerprichtlijn dat de detacheringsrichtlijn uit 1996 niet wordt veranderd. Er is toch een soort ideologisch of angstgedreven verkramping van mensen die weinig met Europa te maken hebben gehad, die altijd mooi zijn afgeschermd. Er is een soort angstpsychose, want rationeel is het meeste van deze zaken niet te verklaren. In andere sectoren is die interne markt helemaal niet controversieel. Maar met mensen die al boos worden bij het woord wederzijdse erkenning, kan je natuurlijk geen zaken doen. Gewenning aan Europese concurrentie is dus het hoofdprobleem. Dat gaat jaren duren. Kijk, als dit niet goed geregeld wordt, blijven we achter met een uitgeklede dienstenrichtlijn, of blijft hij jaren voor de Raad liggen. Dat is ontzettend jammer, want de dienstenrichtlijn is enorm belangrijk. Ongeveer 70% van het nationaal inkomen van Europa komt uit diensten, waarvan ongeveer 40% verhandelbaar is. Daar moeten wij dus ook een deel van onze welvaart uithalen, en als daar geen concurrentie en productiviteitsdrang is, allicht dat we dan niet groeien. Ik ben daar dus heel erg bezorgd over. Zonder een echte interne markt voor diensten wordt het nog moeilijker om de groei te verhogen. Dat is de hoofdzaak, en deze wordt bijna niet besproken. De dienstensectoren lopen dertig jaar achter op de interne markt, zie het rapport van 2002 van de Commissie waar eindeloos veel voorbeelden van zeer ernstige protectie in staan. Elke regelgeving moet eerst op zijn baten worden beoordeeld, en daarna moet men naar de kosten kijken. Dat wordt helemaal niet gedaan. Als hoofdzaken niet van bijzaken worden onderscheiden, komen we er nooit. De detacheringsrichtlijn zelf verandert dus niet. Jacques Pelkmans: Nee, maar wat wel verandert, is de beleidsvrijheid die lidstaten zich mogen permitteren om van alles in de uitvoering te doen, met gevolgen die voor de diensten waanzinnig zijn. Vier maanden papieren invullen om twee arbeiders te kunnen meenemen voor een week schilderen over de grens, dat is toch buiten proportie! De achilleshiel van de detacheringsrichtlijn is nog altijd de uitvoering. De detacheringsrichtlijn en de discussies daarover destijds in 1996 en ervoor, hebben eigenlijk alle protectionistische instincten losgeweekt, en die zijn niet getemd. Het gaat dus niet over uitzendbureaus die Tsjechen of Polen binnensjouwen en dan Belgische stelsels ondermijnen. Bovendien zijn dat soort dingen onder de detacheringsrichtlijn verboden. Er zijn daar heel strakke grenzen getrokken aan wat je wel en niet kan doen, en ik zou er ook geen bezwaar tegen hebben dat misbruik of oneigenlijk gebruik verder wordt beteugeld, maar niet dat de lidstaten dat zelf mogen bepalen. Je moet het zo doen dat de regelgevingskosten bij de overheid liggen en niet bij de dienstverleners die de grens overtrekken. Dit zijpad gaat dus over uitvoering, en op dat vlak is de detacheringsrichtlijn bijzonder slecht. Dus de algemene kritiek dat de dienstenrichtlijn neerkomt op sociale, fiscale en ecologische dumping… Jacques Pelkmans: Dat is gewoon larie. De idee dat bedrijven zich gaan vestigen op locaties met de laagste sociale bescherming, de laagste belastingen, de minst veeleisende milieunormen, is toch de belangrijkste kritiek op de dienstenrichtlijn. Jacques Pelkmans: Dat slaat echt nergens op. Daarom heb ik ook het idee dat dit uit de onderbuik komt. Het heeft niets te maken met redeneren en ratio, ook niet met ervaringen en feitelijke rapporten, helemaal niet. Maar als het uit de onderbuik komt, dan zullen ze ook niet luisteren naar mij. Dan houdt alles op. Er is trouwens nog een ander probleem met die detacheringsrichtlijn, dat wil zeggen op het zijpad van de dienstenrichtlijn, namelijk dat regeringen te laks zijn om hun eigen wetten te handhaven. EU-burgers en vakbonden hebben overschot van gelijk dat ze daar kwaad over worden. Een voorbeeld. Tussen ongeveer 1992 en 2001 was Berlijn één grote bouwput. Het stikte er van de illegale Polen, die daar een handig centje verdienden, en 6000 à 7000 Berlijnse bouwvakkers zaten thuis. Dan krijg je dus een enorm onderbuikprotectionisme, dat gaat naar de Duitse regering, die komt in Brussel en maakt die detacheringsrichtlijn superprotectionistisch. Kijk, als die Polen een vergunning hebben, dan is het goed. Als ze die vergunning niet hebben, moet je niet de Polen de schuld geven, maar hun bazen. Je moet niet de EU daarvan beschuldigen. Je moet gewoon je eigen wetten handhaven. Sinds de jaren ’80 wordt Europa geplaagd door een zwakke economische groei. Noch de voltooiing van de interne markt noch de EMU hebben de motor weer op gang gekregen. De combinatie van lage groei en hoge werkloosheid zetten de overheidsfinanciën onder druk. Is het zogenaamde Europese sociale model, met een hoog niveau van sociale bescherming, niet langer houdbaar? Jacques Pelkmans: Kijk, hét Europese sociale model bestaat natuurlijk niet. Er zijn drie à vier families van sociale modellen, ze zijn wel alle vier anders dan de VS. Hét Europese sociale model, laten we het dan zo noemen, wordt alleen maar onder druk gezet als je tot de laatste millimeter alles wil handhaven wat je nu hebt. Dat is natuurlijk onzin. Dingen moeten kunnen veranderen en dingen kunnen ook gewoon doorgeschoten zijn. Iets wat verkregen recht is, is daarmee nog niet precies optimaal. Maar een systeem aanpassen is niet hetzelfde als afbreken. Trouwens, we moeten niet overdrijven, het verschil met Amerika is helemaal niet zo groot als meestal wordt gezegd. Europa heeft gewoon gekozen voor meer vrije tijd, inclusief vakantie enzovoort, en vooral in de hogere leeftijdsklassen een veel lagere participatie, maar dat is ook welvaart. Als je 59 bent en je kunt lekker thuis gaan zitten in de tuin, dan is dat natuurlijk een vorm van welvaart. Welvaart is uiteindelijk voor een econoom maar één ding, namelijk de bevrediging van je voorkeuren. Dat is niet alleen een kwestie van geld. Als je voorkeur vrije tijd is, en je werkt dus minder, dan is dat wel degelijk iets wat je wil, en wat je tevredenheid schenkt. Er is dus geen gevaar dat we afglijden naar het Amerikaanse model om de simpele reden dat er geen draagvlak voor is. Jacques Pelkmans: Nee, dat wil niemand, van links tot rechts. Je hebt natuurlijk wel meer of minder, maar ik heb nog nooit iemand ontmoet die de verzorgingsstaat wil afbreken. Ik hoor wel beschuldigingen, maar ik heb nog nooit iemand ontmoet die Amerikaanse toestanden wil. Er zijn drie redenen voor de wat lagere groei op lange termijn, hoewel je goed moet begrijpen dat Europa tot 1995 harder groeide dan de VS. Productiviteit per gewerkt uur - want dat is de enige manier waarop je die vakantie eruit kunt krijgen - is in de rijkere EU-landen even hoog als in de VS. Het is een sprookje dat wij niet zo productief zijn, behalve voor zover wij af en toe geen zin hebben om te werken. Er zijn dus drie belangrijke redenen waarom de groei laag is: rigide arbeidsmarkten, nationale afscherming van de dienstensectoren en het pensioenprobleem. In de eerste plaats is niet primair de verzorgingsstaat het probleem, maar de rigide arbeidsmarkten. En, met permissie, in Nederland werken ze niet goed, maar in België werken ze nog slechter. Dat komt ten dele door bepaalde wetgeving, maar natuurlijk ook door de splitsing tussen Vlaanderen en Wallonië. Jullie hebben geen nationale arbeidsmarkt. Er is geen Waal die in Vlaanderen werkt! De arbeidsmarkten werken dus slecht, en de vraag is: hoe ver moet je gaan in de verbetering van die arbeidsmarkten wordt voor het asociaal of antisociaal wordt? Wij hebben in feite een dubbele bescherming, en die moet eruit. De werkloosheidsuitkering mogen gerust hoog blijven, maar de ontslagbescherming moet sterk verminderd worden. Het zou in elk geval enorm helpen als de arbeidsmarkten flexibeler gereguleerd worden, maar toch met bodems erin, zodat je geen Amerikaanse toestanden krijgt. Punt twee: in de dienstensectoren zijn de arbeidsmarkten veel te veel afgeschermd, vaak door zelfregulering of door andere vormen van protectie. Daarmee kom ik dus weer terug op de dienstenrichtlijn. Er is in sommige diensten nu al veel meer internationale concurrentie, maar in heel veel diensten nog helemaal niet. Nationaal is het dichtgereguleerd, gewoon dichtgemetseld. Dat is in de VS veel minder het geval. Derde punt: het pensioenprobleem. Tussen generaties is er natuurlijk een probleem, en de ouwe hap kijkt niet naar de jonge hap. Ja, dat vind ik uiterst kwalijk. Het besef komt nu wel, het heeft vijf jaar geduurd, dat er tussen generaties natuurlijk ook een vorm van evenredige lastenverdeling moet zijn, en dat is nu dus niet het geval. Als later de jongere generatie zeer hoge pensioenlasten zou hebben, wordt onze concurrentiepositie natuurlijk waardeloos. Daar moet dus iets aan gedaan worden. Het is een nationaal probleem, maar omdat het in heel Europa zo is, is het toch een Europees probleem. De meeste landen bewijzen toch gewoon lippendienst aan de Lissabondoelstellingen. De coördinatie werkt niet. Jacques Pelkmans: Kijk, neem nu meneer Schröder. Hij heeft in zijn eerste regeerperiode misschien wat weinig hervormd, misschien omdat hij dat niet durfde met de groenen, dat beoordeel ik ook verder niet, maar het is in ieder geval duidelijk dat hij nu wel wil hervormen. Hij is glashelder, hij heeft er een harde minister op gezet, Clement, hij is ook bereid er electoraal verlies voor te lijden. Het wordt inderdaad niet geapprecieerd door de kiezer. Jacques Pelkmans: Raffarin: precies hetzelfde verhaal. Hij zei: ik doe die pensioenhervorming toch, al staan jullie met één miljoen op straat. Meneer Schröder wil dus wel hervormen, en daar heb ik geen serieuze kritiek op. Hij ziet, misschien wat te laat, dat de hervormingen moeten, ook al kost het hem politiek uiteindelijk misschien zelfs de kop. En wat gebeurt er? De Bundestag zegt: meneer Schröder, u kunt doodvallen. In de Bundesrat, waar de regio’s vertegenwoordigd zijn, wordt een politiek spelletje gespeeld, omdat de CDU daar de meerderheid heeft. In de Bundestag kunnen ze het er in principe doorkrijgen, maar zijn eigen partij komt in opstand. Duitsland heeft nog veel meer nood aan hervormingen dan België en Nederland, en Schröder krijgt het er bijna niet door! Gevolg na verloop van tijd: hij moet extreme maatregelen nemen voor de werkloosheidsuitkering. Ander voorbeeld: Berlusconi, verkozen met een grote meerderheid, en bovendien had hij de hervormingen vanaf het begin in zijn programma staan. Het programma is goed, maar wat heeft hij op drie jaar tijd gepresteerd? Voor zijn eigen imperium heeft hij alles voor elkaar gekregen, hij is ook immuun als premier, maar economische hervormingen? Raffarin heeft op pensioenen tenminste dapperheid getoond, en wat doen ze? De kiezers onthoofden hem. Hoe kan nu het Lissabonproces iets coördineren als het binnenlands-politiek al niet kan? Die hervormingsproblematiek is dus één grote paradox: de regeringen van de drie grote landen willen wel, maar ze kunnen niet. Dat mag je niet naar Lissabon schuiven. Het is sodemieters moeilijk om de Europese bevolking, die verwend is door vrije tijd en verkregen rechten, om te turnen. De nieuwe lidstaten van de EU-25 hebben overwegend lagere belastingen dan de EU-15. Recent worden er dan ook voorzichtige pogingen ondernomen om de vennootschapsbelasting in de EU te harmoniseren. De Franse minister van Financiën Sarkozy stelde zelfs voor om de uitkering van Europese economische steun te koppelen aan een minimale vennootschapsbelasting. Is dit wenselijk? Jacques Pelkmans: Dat is natuurlijk lariekoek. Het voorstel van Sarkozy is dan ook afgewezen. Jacques Pelkmans: Ja, maar het gaat nu over de redenering die erachter zit. Belastingconcurrentie is niet schadelijk volgens u? Jacques Pelkmans: Neen, zo mag je het niet zeggen. Dat is onzin, ook analytisch. De OESO heeft wel rapporten geschreven over harmful tax competition. Jacques Pelkmans: Precies, maar je hebt allerlei vormen van tax competition. Er is schadelijke en gunstige tax competition, ze bestaan allebei. Je moet geval per geval bekijken waarom dat schadelijk is en in hoeverre dat schadelijk is. In de indirecte belastingen, bijvoorbeeld in de BTW, bestaat er een beperkte vorm van belastingconcurrentie. Aanvankelijk was er veel angst om dat in te voeren, maar we hebben dat nu een jaar of vijftien, en niemand praat er nog over. Alle tarieven boven 15% zijn vrij, je hebt dus concurrentie in die tarieven. Dat betekent niet dat iedereen naar 15% convergeert, zoals je altijd hoort beweren. De Denen hebben al jaren 23 à 24%, en dat hebben ze nog. Andere landen, zoals Duitsland bijvoorbeeld, hebben een veel lager BTW-tarief, en toch zijn het buren. Dat levert wel spanningen op, en dan krijg je grenswinkelverkeer, maar daar kun je een evenwicht in vinden. Bij vennootschapsbelasting is het precies hetzelfde. Je moet eerst kijken naar de belastingbasis, de grondslag. Als je het hebt over tarieven zonder grondslag in de vennootschapsbelasting, dan heb je het nergens over. Het gaat om de effectieve vennootschapsbelasting: die hangt af van het tarief én van de grondslag. Het probleem is dat de grondslag eerst van zijn distorties in de interne markt moet worden ontdaan. Vaak worden uitzonderingen of gekke constructies opgezet om elkaar vliegen af te vangen in het Europese circuit. Dat moet echt afgelopen zijn. Daar zijn alleen maar kosten, geen baten. Er is dus een goede basis voor een pleidooi voor harmonisatie van de grondslag van de vennootschapsbelasting. Daar krijg je heftig verzet tegen, allerlei kletsverhalen vanwege ministers van Financiën, maar dat is een belangenkwestie. Het is wel een nationale competentie. Jacques Pelkmans: Whatever, dat interesseert me niet. De interne markt wordt erdoor gefrustreerd, dus moet het weg. Je moet maar harmoniseren, en dan hef je vervolgens op die gelijke grondslag de tarieven die je wil. Je mag niet de belastingregimes van anderen onder de duiven schieten. Ik zou dus willen pleiten voor een laag tariefminimum ter bescherming van een zeker minimumrevenu, laten we zeggen 10%, en daarboven kun je concurrentie invoeren. En dan komt meneer Sarkozy, en vooral de Duitsers, want die hebben veel meer last dan de Fransen van exitdreigingen van ondernemingen. Kijk, een belastingstraf voor Letland of Hongarije omdat ze in Duitsland niet willen hervormen, dat is een kromme redenering. Ik ben wel voor grondslagharmonisatie en een laag minimumtarief, waardoor je zuivere belastingconcurrentie krijgt. Bedrijven gaan niet zomaar naar Letland voor een paar procent belastingen. Bovendien, als je naar de belastingregels kijkt in Centraal-Europa, dan staat daar wel een laag tarief, maar die grondslag is opnieuw het probleem. Bijvoorbeeld: Estland heeft een vennootschapstarief van nul. Op geherinvesteerde winsten. Jacques Pelkmans: Precies, maar anders is het 26%. Daar hebben we het over. Je gaat dus echt niet met een hoofdvestiging van Philips of Siemens naar Estland, want de vestigingsfactoren zijn daar helemaal niet goed voor zulke grote bedrijven. Enkel dienstenbedrijven en kleine assemblagebedrijven kunnen daar zitten, maar Siemens heeft honderd toeleveranciers nodig op het hoogste technische niveau, dat gaat gewoon niet in Estland. We moeten daar nuchtere, simpele economie op toepassen. Er zit dus een hoop waste in belastingconcurrentie, en nadat je die eruit hebt gehaald, ben ik wel gewonnen voor belastingconcurrentie, om twee redenen. Punt één: je houdt de overheden scherp om niet te gemakkelijk de belastingen te verhogen. Dat is een natuurlijk mechanisme. De tweede reden is dat belastingconcurrentie de welvaart wellicht ook wel dient, maar het eerste argument vind ik eigenlijk belangrijker. Dit najaar moet er worden onderhandeld over de meerjarenbegroting 2007-2013. De nettobetalers, in de eerste plaats Duitsland, zijn echter steeds minder bereid om diep in de geldbuidel te tasten. In december 2003 werd zelfs voorgesteld om het Europese budget te plafonneren op 1 procent van het Europese bruto product. Dreigt er een budgettaire crisis voor de Europese Unie? Jacques Pelkmans: Het antwoord is ja en nee. Welk antwoord wil je horen? Ik ben bereid beide antwoorden te verdedigen. Het is eigenlijk koffiedik kijken, zegt u. Jacques Pelkmans: Nee hoor, helemaal niet. Ik zeg het: het is allebei waar. Welnu, waarom zou er een budgettaire crisis kunnen komen? Jacques Pelkmans: Laat me eerst het ‘ja’-antwoord toelichten. De begroting van de EU is heel klein, peanuts eigenlijk. Op het moment is het 1% van het Europese bruto product. Het plafond is wel hoger, namelijk 1.24%, maar dat is natuurlijk nog peanuts, want als je de nationale overheden optelt, dan kom je op ongeveer dertig keer zoveel uit. Waarom wordt daar dan toch zo om gevochten? Omdat het binnenlands-politiek aantrekkelijk is om te zeggen dat je wat minder aan Europa hoeft te betalen of dat je er wat meer uit kunt halen. Het is populistisch, maar het werkt overal. Je krijgt dus enorm opgeblazen gevechten over de Europese begroting om twee redenen. Punt één: die populistisch-politieke redenen werken overal. Punt twee: journalisten snappen het. Journalisten snappen zero-sum games. Optellen en aftrekken. Ze zoeken de winnaars en de verliezers. Jacques Pelkmans: Ja, omdat het daar makkelijk is, maar dat is natuurlijk de grootste volksverlakkerij, want Europese integratie gaat helemaal niet over budgetten. Europese integratie gaat over de interne markt, de euro, dat soort dingen. Dat is verre van volmaakt, maar eigenlijk toch een geweldige prestatie die onze economie enorm ondersteunt. En dat budget is hoofdzakelijk cohesie en landbouw, samen meer dan 80% van de begroting. Het is evident dat die betalingen op de hele lange duur steeds minder nodig zijn, de Europese integratie loopt lekker door. De economische betekenis van dat gevecht is dus ontzettend gering. Als de speciale korting van Engeland gehalveerd wordt, dan wordt Engeland daar economisch niet koud of warm van, maar dan moet je die tabloidbaden zien! Het antwoord van “ja” betekent dus dat discussies rond de zevenjarige financiële perspectieven altijd gepaard gaan met een budgettaire crisis, omdat de EU geen belastingen kan heffen, en omdat het formeel gesproken een communautaire, maar in de praktijk een intergouvernementele methode is. Het ‘nee’-antwoord is dat dat opgeblazen gedoe hoofdzakelijk voor binnenlandse consumptie is, zodat het helemaal geen echte crisis is. Het budget is vrij onbelangrijk, en het voorstel van 1% van die zes landen is niet vreselijk erg. Het budget bedraagt momenteel niet meer dan 1% van het Europese bruto product. Zijn dat nu de radicale voorstellen om het hout te kappen? De Commissievoorstellen zijn nu binnen. De Commissie kijkt naar inhoudelijke argumenten voor nieuwe uitgaven, en ik vind die voor het grootste deel heel sterk, maar politiek wordt het spelletje zo niet gespeeld. Er komt altijd een hanengevecht van. Het gaat in de eerste plaats natuurlijk over de VK-korting. Er is een voorstel geweest om die af te schaffen. Jacques Pelkmans: De Commissie moet wel natuurlijk, maar daar zal het VK zich met hand en tand tegen verzetten. Er is dus geen crisis, maar een en ander kan wel crisisproporties aannemen als het volgende gebeurt. De grondwet ligt heel gevoelig in veel landen, vooral in het VK. Die budgetkorting, waar ik mordicus tegen ben, moet weg, maar als je ooit de verkeerde timing hebt, is het nu wel. Als je die Grondwet erdoor wil hebben, moet je zeggen: hou jij die korting maar, we komen over zeven jaar wel eens terug. Dat zie ik nog niet gebeuren. Straks ontstaat er irritatie bij de kiezer in het VK over de budgetkorting die ze dreigen te verliezen en dat kan de stemming negatief beïnvloeden. Daar hou ik mijn hart voor vast, want dan zitten we met een afgewezen grondwet, en is er een gigantische crisis in de EU. Ik moet er niet aan denken wat de gevolgen kunnen zijn van een afwijzing van de grondwet. Niemand weet het. Maar bij de journalisten gaat alle aandacht nu naar de budgetonderhandelingen, want ze hebben bladvulling nodig, en wat is nu mooier dan vechtende ministers? Kijk, je hebt een kartel tussen politici en journalisten, en de mededingingswetten van Europa en België zouden dat kartel eens aan de kaak moeten stellen (lacht).
Jacques Pelkmans |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|