|
In 1983 deed Peter Piot, toen nog verbonden aan het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde, voor het eerst onderzoek naar aids in Zaïre. In het Mamayemu ziekenhuis in Kinshasa werd hij geconfronteerd met talloze jonge aids-patiënten. Vooral het feit dat er zoveel vrouwen bij waren, trof hem diep. “Ik heb daar en toen beseft dat ik oog in oog stond met een nieuw en enorm probleem dat het aanschijn van de wereld mee zou gaan bepalen, en dat mijn eigen leven zou veranderen.” Hij heeft sindsdien heel veel ontmoetingen gehad met seropositieve mensen, en geluisterd naar de verhalen over de uitsluiting waarvan zij het slachtoffer zijn. “Een gesprek met weduwen van de genocide in Rwanda, die door verkrachting besmet raakten en dus ook seropositieve kinderen op de wereld zetten, maakt me woedend, en stimuleert me om iets aan dat onrecht te doen.” De bijdrage die Piot de voorbije twintig jaar geleverd heeft in de strijd tegen aids is niet bescheiden. Sinds eind 1994 is hij directeur van UNAIDS, en in die hoedanigheid bemoedigt hij slachtoffers, stimuleert hij vrijwilligers die hun schouders onder aids-campagnes zetten, en vuurt hij regeringen aan om meer te doen tegen de epidemie. In het jaarrapport 2003 stelt UNAIDS dat er dit jaar 3 miljoen mensen gestorven zijn aan aids en dat er 5 miljoen mensen besmet geraakt zijn door het hiv-virus. Is dat een stijging? Peter Piot: In 1999 telden we ongeveer 2 miljoen aids-doden, vier jaar later zijn dat er 3 miljoen. Een stijging van vijftig procent, dus, op een periode van vier jaar. En we zijn nog niet aan de piek. In een aantal landen, vooral in Afrika, raken minder mensen besmet. Dat betekent dat de preventie-inspanningen toch beginnen te werken. Oeganda is een bekend verhaal, waar de stevige preventieaanpak echt gewerkt heeft en waar de infectiecijfers blijven dalen. Hetzelfde zien we nu gebeuren in landen als Rwanda en Ethiopië. In Azië en Oost-Europa groeit de epidemie dan weer. Wereldwijd zit het aantal hiv-besmettingen op een stabiel, maar erg hoog niveau. Aids heeft op pakweg twintig jaar tijd zeventig miljoen mensen besmet. Hoe is dat kunnen gebeuren? Peter Piot: De explosie van aids heeft zeker te maken met het feit dat het een silent epidemic is: je geeft de besmetting door op het moment dat je niet ziek bent. In Afrika is de epidemie gestart voordat we de ziekte echt kenden en konden opsporen. Bovendien is aids heel sterk verbonden met schaamte en maatschappelijke stigma's, omdat het in de beginjaren vooral ging over homoseksuele mannen, prostituees en drugsverslaafden. Daardoor werd het hele probleem ondergronds geduwd. In Afrika werd het echt totaal ontkend, zowel door de Afrikanen als door iedereen die zich met ontwikkelingssamenwerking bezighield. Ik hoop dat dezelfde fouten van ontkenning en verdringing zich niet herhalen in Azië, nu de epidemie daar serieuze afmetingen begint aan te nemen. Is de wereldwijde reactie op sars een voorbeeld van hoe het ook met aids had moeten gaan? Peter Piot. Als men destijds op aids gereageerd had zoals nu op sars, zouden we nu voor een totaal andere situatie staan. Al zijn er natuurlijk ook grote verschillen. Sars verspreidt zich heel snel en doodt ook heel snel, waardoor de alarmsignalen ook meteen op rood springen - ook al omdat de economische gevolgen zo onmiddellijk en zo groot zijn. Sars had ook helemaal geen last van de sociale stigma's. Ik was eind oktober in China met de boodschap: wat jullie gedaan hebben met sars, dat moet je nu ook doen met aids - weliswaar zonder de mensen op te sluiten. Wat betekent dat concreet? Peter Piot: Openheid is het allerbelangrijkste in de strijd tegen hiv/aids. Men moet de moed opbrengen om te erkennen dat mensen seks hebben met elkaar - ook als dat niet gebeurt op de manier die sociaal algemeen aanvaard is. Men moet durven erkennen dat drugsverslaving bestaat en dat er een probleem is met het gezamenlijke gebruik van naalden. Daarnaast is de strijd tegen hiv/aids niet enkel een zaak van het ministerie van Gezondheid of van de medische sector. Aids is een probleem van de hele maatschappij, en iedereen moet er bij betrokken worden. Tenslotte moet elke actie in verband met aids gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderbouwde kennis. Ideologie, vooroordelen en zelfs menselijke bezorgdheid moeten wijken voor wetenschappelijk bewezen feiten. Als ouder kan je moeite hebben met het feit dat je kind wisselende seksuele contacten heeft, maar dat kind moet wel weten dat een condoom effectieve bescherming biedt tegen aids-besmetting. Open communicatie over alles en wetenschap boven moraal: klinkt dat niet heel erg westers in de oren van Afrikanen, Aziaten en Arabieren? Peter Piot: Ik ken het land niet waar het makkelijk is om ernstig en open over seks te praten. Grapjes, ja, en allerlei toespelingen aan de bar, maar daar schiet je niet mee op. Toch moeten alle landen en gemeenschappen hun manier vinden om de nodige openheid en eerlijkheid te realiseren. Daarom is het ook zo belangrijk dat we een beroep doen op de medewerking van kerken en religieuze groepen. Hoe belangrijk is cultuur in de strijd tegen aids? Peter Piot: Cultuur kan een rem zijn op onze inspanningen om aids te bestrijden, maar het kan ook een kracht betekenen. Dé belangrijkste culturele factor die mee verantwoordelijk is voor de verspreiding van aids, is de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Nu eens uit zich dat in het feit dat vrouwen erfenisrecht ontzegd wordt, waardoor weduwen heel snel in de armoede belanden. Dan weer betekent het dat een vrouw, bij het overlijden van haar man, moet trouwen met haar zwager. Of het betekent dat mannen niet aanvaarden dat een vrouw neen zegt tegen seks. In Afrika blijken oudere mannen te denken dat het perfect aanvaardbaar is om seks te hebben met jonge meisjes. Of dat in overeenstemming is met traditionele culturen of niet - en de meeste mensen zeggen van niet- maakt mij niet uit: het is een praktijk die de meisjes schaadt en die aids verspreidt. Het gevolg is dat meisjes van vijftien, zestien jaar in sommige landen tienmaal meer kans lopen om besmet te zijn door het hiv-virus dan de jongens van hun leeftijd. Daar moeten we tegen vechten. In onze strijd voor de gelijkheid van vrouwen sluiten we geen compromissen - wat niet betekent dat de boodschap overal op dezelfde manier gebracht moet worden. Is het taboe op homoseksualiteit ook zo'n taaie culturele factor? Peter Piot: In de Caraïben bijvoorbeeld is er niet alleen een maatschappelijk taboe, seks tussen mannen is er - als gevolg van de anti-sodomy laws uit de Victoriaanse tijd, die er nog geldig zijn- ook illegaal. In zo'n context is het natuurlijk onmogelijk om het probleem openlijk bespreekbaar te maken, waardoor er nodeloos doden vallen. We willen de cultuur toleranter maken, maar daar gaan misschien wel generaties overheen. Vandaag willen we in de eerste plaats een manier vinden om die wet af te schaffen, zodat het gegeven dat mannen seks hebben met elkaar uit de illegaliteit gehaald wordt. Dat zou een eerste stap zijn op weg naar bespreekbaarheid. Ook in Afrika is het taboe op homoseksualiteit heel groot. Daarom ondersteunen wij, bijvoorbeeld in Zimbabwe, verenigingen van seropositieve homoseksuele mannen. We proberen hen ook bescherming te bieden, want er is niet alleen maatschappelijke afwijzing, ze krijgen ook te maken met regelrechte repressie. 95 procent van de nieuwe besmettingen doet zich voor in lage- en middeninkomenslanden. Dat suggereert een sterk oorzakelijk verband tussen armoede en aids. Peter Piot: Er is een verband, al is armoede niet de oorzaak van aids. In het Noorden was aids in het begin overigens helemaal geen ziekte van armen, eerder van de hogere middenklasse. Ook in Afrika zijn het meestal de rijkere mannen die eerst besmet geraken. Zij hebben de middelen om seks te kopen. Toch zijn het inderdaad de armste landen die de grootste aids-problemen hebben. Dat heeft onder andere te maken met migraties, die gezinnen en families uiteenrukken. Mannen verlaten hun onleefbare dorpen om in de stad te gaan werken, terwijl vrouwen en kinderen niet mee kunnen of mogen. De seksuele expressie van die gemigreerde mannen kan dan drie kanten uit: met zichzelf, met elkaar of met prostituees. Exact wat een virus als hiv nodig heeft om zich explosief te verspreiden. De sociale ontworteling als gevolg van economische marginalisering speelt volgens mij een grotere rol dan bijvoorbeeld analfabetisme of een staat die de middelen niet heeft om grote campagnes op te zetten. We moeten de kloof tussen arm en rijk dus uit de wereld helpen om aids te overwinnen? Peter Piot: Ik denk dat het eerder andersom werkt. Wie in Afrika ontwikkeling wil realiseren, moet twee zaken eerst oplossen: de gewapende conflicten en aids. Zonder vrede geen ontwikkeling, en zonder een oplossing voor aids zullen alle andere inspanningen verdwijnen in een bodemloze put. Daarom is het zo belangrijk dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking een prioriteit maakt van aids-bestrijding en de Belgische bijdrage bijna verdubbelt. Dat is een voorbeeld voor de hele wereld.
Peter Piot Linkshttp://www.mo.be/article.aspx?ed_id=26&a_id=87&type=mondiaal |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|