Academische vrijheid onder Stalin was een farce

interview vrijdag 01 oktober 2010

Rachel Polonsky

Wanneer Rachel Polonsky in Moskou komt wonen, krijgt ze van haar bovenbuurman de sleutels van het voormalige appartement van Vjatsjeslav Molotov toegestopt. Molotov was minister van Buitenlandse Zaken onder Stalin, de man ook van het beruchte Molotov-Ribbentrop Pact dat de Sovjet-Unie op 23 augustus 1939 met nazi-Duitsland sloot. In het appartement van die ‘laatst overgebleven trouwe volgeling van Stalin’ - Molotov overleed in 1986 - vond de Britse cultuurhistorica behalve een toverlantaarn ook een aantal boeken, sommige met opdracht van schrijvers en wetenschappers die daarna in de Goelag zouden verdwijnen. De boeken van deze belezen massamoordenaar met hun annotaties in paarse inkt zijn het vertrekpunt voor een reis door de geschiedenis van Rusland. Polonsky mengt op ingenieuze wijze politiek en cultuur, het leven van onderdrukkers en onderdrukten, het lot van kleine mensen en van grote ideeën. Haar stijl is elegant, haar beschrijving van de natuur en van haar reisgezellen zowel doordacht als levendig, haar passionele liefde voor de Russische literatuur hartverwarmend. Molotovs toverlantaarn is tevens een hommage aan de miljoenen naamloze slachtoffers van Stalins terreur. Polonsky geeft hen een gezicht, een verhaal, een toekomst. ‘Alle verleden tijd is heden,’ schrijft ze. ‘Iedereen keert weer, met name genoemd, herschapen.’

Waarom hebt u gekozen voor Molotovs toverlantaarn als titel? Rachel Polonsky: Die lantaarn is een metafoor voor mijn kijk op de geschiedenis, en dus ook voor de manier waarop ik mijn onderwerp heb benaderd. Geschiedenis is voor velen niet meer dan een reeks afbeeldingen, een soort diorama. In feite zijn het stuk voor stuk willekeurige fragmenten die enkel de oppervlakte laten zien. Wat zit er onder die oppervlakte? Het documentatiemateriaal is uiteraard belangrijk. Maar we stellen er vaak teveel vertrouwen in, alsof dat het enige is waardoor we de geschiedenis kunnen kennen.

Literatuur is uw grote liefde. Had u niet liever in de bibliotheek van een van uw literaire idolen zitten neuzen in plaats van in de boeken van een van Stalins meest beruchte handlangers?

Rachel Polonsky: Ik was bijzonder opgetogen dat ik bij Molotov ben terechtgekomen. De Sovjetleiders bemoeiden zich intens met het leven en het werk van schrijvers. Het is al vrij uniek dat een tiran belangstelling toont voor een individuele dichter. In de Sovjet-Unie hadden ook de trawanten van Stalin een persoonlijke band met schrijvers. Molotov bood mij daarom de kans om die relatie vanuit het standpunt van de machthebbers te bekijken. Ik ben trouwens altijd al gefascineerd geweest door de relatie tussen politiek en cultuur.

Waarom was literatuur voor die Sovjetbonzen zo onmetelijk belangrijk?

Rachel Polonsky: Dat zat in de Russische traditie. Het was een land van ideeën, een land ook waar schrijvers de motor van die ideeën waren. De Russische leiders hebben daarom altijd opgekeken naar hun auteurs, aan de ene kant omdat die het land groot prestige bezorgden, aan de andere kant omdat die als het ware de aspiraties van het volk vertolkten. Poesjkin werd daarom als de gelijke van een Goethe of een Dante of een Shakespeare opgevoerd. Onder Stalin werd Poesjkin ook naar voren geschoven als de man die elke burger met elkaar verbond. In 1937, het jaar van de Grote Terreur, werd de 100ste verjaardag van zijn dood uitgebreid gevierd en werd zijn verzameld werk opnieuw uitgegeven. Het is ongelooflijk dat er zelfs tijdens de ergste jaren van Stalins terreur niet werd geraakt aan de literaire canon. Je mag ook niet vergeten dat de Sovjet-Unie een nieuwe mens wilde creëren. Die mens moest uiteraard kunnen lezen en schrijven. Literatuur speelde daar een cruciale rol in. In 1918 al werd Maxim Gorki benoemd tot baas van de uitgeverijen, en zorgde hij ervoor dat schrijvers brood op de plank kregen. Toegegeven, er werd een zorgvuldige selectie gemaakt. Enkel schrijvers die de marxistisch-leninistische kijk op de geschiedenis bevestigden kregen steun. In de jaren’20 ging het van kwaad naar erger. Lyrische poëzie viel toen uit de gratie, zodat beroemde dichters zoals Anna Achmatova en Osip Mandelstam aan de kant werden geschoven. Velen schakelden daarom over naar proza, of ze schreven reisverhalen.

U hebt voor dit boek ook veel gereisd, schrijvers zoals Tsjechov en Dostojevski achterna.

Rachel Polonsky: Ik wilde niet alleen zien waar ze waren geweest, maar ook de plaatsen door hun ogen zien. Hun verbeelding veranderde steden, dorpen en landschappen nu eens in sprookjeachtig mooie en dan weer in angstaanjagende locaties. De ondertitel van mijn boek is niet voor niets een reis door de Russische geschiedenis. Ik vind die titel heel toepasselijk. Ik reisde letterlijk naar en door de geschiedenis. Alleen, ik wilde naar een verbeeldingsvolle, spirituele geschiedenis, een die schrijvers in hun dromen en nachtmerries hadden gezien en meegemaakt. Bovendien wilde ik onderzoeken waar en hoe de politieke geschiedenis van Rusland met die van de schrijvers ofwel spoorde ofwel in conflict kwam. En ten slotte was het van groot belang dat ik in het gezelschap van mensen van vlees en bloed was, en niet van abstracties die de propaganda naar voren heeft geschoven. Echte mensen laten immers sporen na. De waarheid kun je alleen achterhalen door de verhalen van zulke mensen op te graven, niet door die van al die helden die door de partij werden gecreëerd om hun ideologie kracht bij te zetten.

Is het mogelijk om de waarheid te achterhalen? Is dat geen romantische illusie?

Rachel Polonsky: Ik denk van niet. Je kunt vanuit het kleine en het individuele een beeld vormen van het grote. Mijn boek is in feite literaire archeologie. Een potscherf is voor een archeoloog veel meer dan een stuk bewerkte klei. Mijn schijnbaar losse notities zijn ook veel meer dan afzonderlijke fragmenten. Ik geef toe dat dit inzicht pas achteraf is gekomen. Ik was namelijk begonnen met miniaturen in de Times Literary Supplement, brieven uit Rusland waarin ik persoonlijke ontmoetingen, literatuur en geschiedenis met elkaar verweefde. De specifieke stem die in het boek opklinkt, heb ik daar voor het eerst laten horen. Maar vanuit die mozaïek is uiteindelijk een eenheid ontstaan. Op die manier is het mogelijk, denk ik, om niet alleen achter de waarheid aan te gaan, maar haar ook te vinden.

Hebt u ook de Russische ziel weten te vinden? Rachel Polonsky: Hoewel ik tien jaar in Rusland heb gewoond en mijn kinderen er zijn opgegroeid, vind ik het ongepast om over de Russische ziel te pontificeren. Natuurlijk is mij een aantal zaken opgevallen. Bij Russen komen hun intiemste gevoelens snel naar de oppervlakte. Dat is erg stimulerend, maar soms ook verontrustend of vermoeiend of zelfs walgelijk. Al bij al vind ik het fantastisch. Russen verbergen niets, ze zeggen wat ze te zeggen hebben. En ze gaan daarbij heel diep. De pianolerares van mijn kinderen leerde hen niet enkel pianospelen, ze gaf hen ook wijze raad, ze discussieerde met hen over de betekenis van het leven bijvoorbeeld. Er is ook een ongeremdheid en wildheid die vaak uitmondt in absurde humor, een verschijnsel dat zowel in de literatuur als in de muziek nadrukkelijk aanwezig is. In het gezelschap van anderen is er daarom dikwijls een gebrek aan terughoudendheid. De waarheid zal en moet gezegd worden. Wellicht komt dat deels ook door de wodka.

Wordt die Russische ziel ook door het landschap gevormd?

Rachel Polonsky: Zonder twijfel. De oneindigheid van de steppen en de wouden en de hemel geeft de Russen het gevoel dat ze een stofje in het heelal zijn. Fatalisme zit in hun bloed. Het noodlot kun je niet tegenhouden, zeggen ze. Russen dragen nauwelijks autogordels. Als ze dodelijk verongelukken, heeft het zo moeten zijn. In het westen gaan we ervan uit dat we ons lot in eigen handen hebben. Niet zo in Rusland. Dat resulteert dan ook vaak in politieke passiviteit. Pas op, dit zijn allemaal veralgemeningen. In mijn boek probeer ik die te vermijden.

Wordt de Russische ziel ook voortdurend heen en weer geslingerd tussen Europa en Azië?

Rachel Polonsky: Het is een waarheid als een koe dat de intelligentsia in de 19de en begin 20ste eeuw door waarden van het westen werden aangetrokken, door democratie en vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld. De laatste jaren is daar verandering in gekomen. Men vindt dat Rusland niet het westerse pad moet volgen. Rusland heeft een autocratie nodig, zo luidt de redenering. De staat en de orthodoxe kerk zijn niet alleen de pijlers van de macht, ze zijn ook twee handen op één buik. Ik vind dat zeer verontrustend. De wet is de staat, en de staat is de wet. Het recht is in de handen van een politieke en religieuze kaste. Dat is zeer gevaarlijk.

In het middeleeuwse Novgorod was wel sprake van democratie. Het bewijst, zo schrijft u, dat Rusland niet tot een keiharde autocratie was voorbestemd. Maar is Novgorod niet de uitzondering op de algemene regel?

Rachel Polonsky: Wellicht. Feit is dat Novgorod voor velen een baken in de inktzwarte autocratische nacht is, een stad waar de machthebbers niet enkel werden verkozen maar na hun verkiezing ook verantwoording voor hun daden dienden af te leggen. Zelfs onder Stalin keken intellectuelen zoals Dmitri Lichatsjov naar de stad als een burgerrechtsymbool, de plaats bij uitstek waar je de Russische geschiedenis kon begrijpen. Ook de opstand in 1825 van de Dekabristen tegen tsaar Nicolaas I is altijd een teken van hoop geweest. Oliemagnaat Michaïl Chodorkovski verwees er nog tijdens zijn proces naar.

Mensen zoals Lichatsjov speelden met hun leven, nietwaar?

Rachel Polonsky: Zijn lot en dat van talloze andere wetenschappers en schrijvers is hartverscheurend. Academische vrijheid onder Stalin was een farce. De partijlijn diende te worden gevolgd, dat was alles. Maar er was ook willekeur. Iemand kon zijn uiterste best doen om te gehoorzamen en toch in de Goelag eindigen, of geëxecuteerd worden.

Molotov heeft miljoenen mensen de dood helpen injagen. Wat dacht en voelde u toen u in zijn boeken bladerde, en nu en dan een haar van hem tussen de bladzijden vond?

Rachel Polonsky: Het was een grimmige ervaring. Het is heel gemakkelijk om op die momenten de afschuwelijke werkelijkheid van het Sovjetregime onder Stalin te vergeten, om te vergeten dat mensen elkaar deze vreselijke dingen konden aandoen, dat mensen zoals Molotov tot aan hun dood niet of nauwelijks werden geplaagd door hun geweten. Hij was een fanaticus, een extreem enggeestige man, maar iemand die er zichzelf van kon overtuigen dat hij correct handelde. Ik denk echt dat hij een true believer was, een man die dacht dat de dood van miljoenen mensen nodig was om het communistische paradijs te scheppen. Hij begreep trouwens al dat gepraat over moraliteit en humaniteit niet. Toen hem aan het einde van zijn leven werd gevraagd wat hij ervan vond dat er nergens in de Sovjet-Unie vlees in de winkels lag, antwoordde hij dat het imperialisme de pot op kon.

Bent u nog welkom in Rusland? U oefent niet enkel felle kritiek op Stalin uit, maar ook op Poetin.

Rachel Polonsky: Uit de eerste reacties op mijn boek blijkt dat ik nog geen persona non grata ben. De situatie in Rusland is niet simpel. Er is censuur, maar die werkt vaak indirect. De televisie wordt wel streng gecontroleerd, maar zelfs daar vertonen ze documentaires over de Goelag en Solzjenitsyn. Kritische reportages over het huidige regime zijn er dan weer niet, hoewel Poetin de intelligentsia een zekere vrijheid van discussie laat, zeker in de grote steden. Het internet is ook vrij. Maar het grootste gevaar komt wellicht uit een andere hoek. Racistisch geweld neemt slag om slinger toe. Lev Goemiljovs rassenmystiek heeft vaste voet aan de grond gekregen. De orthodoxe kerk en de veiligheidsdiensten zijn rabiaat antisemitisch. Dat raciale superioriteitsgevoel creëert ook een mythologie van bloed en bodem, en het wordt gebruikt om de orthodoxie en de autocratie en de nationaliteit op te hemelen. Het doet terugdenken aan de tijd toen de bourgeoisie en de plattelandsbevolking op de grond spuwden als er een Joodse naam werd genoemd. Het is een huiveringwekkende ontwikkeling.


Interview door Joseph Pearce

Dit interview verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen.

Rachel Polonsky, Molotovs toverlantaarn, uit het Engels vertaald door Nico Groen, Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2010, blz. 432

Rachel Polonsky

Links
Mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be