Een cohabitation van democratie en religie is een linke zaak, beweert filosoof Jacques Rancière, want wie gelooft dat de uiteindelijke macht bij God berust, is geen democraat. Een interview met de man die door Ségolène Royal haar favoriete filosoof wordt genoemd, over sensibiliteit, Franse rap en het einde van de schrijverij. Interview door Marnix Verplancke. Jacques Rancière lijkt niets liever te doen dan vanzelfsprekendheden op hun kop zetten. Toen filosofisch Europa nog met Das Kapital onder het hoofdkussen sliep en menige universiteitsbibliotheek volstroomde met achteraf gezien compleet onzinnige boekwerken over de klassenstrijd, stelde hij de nuchtere vraag wie dat proletariaat waar iedereen de mond vol van had, in feite wel was. Welke rol speelden de armen in het intellectuele leven van al die warmpjes in de watten gelegde professoren, wou hij ook weten, en echt populair maakte hij er zich niet mee. Hetzelfde deed hij met de al net zo grote en verdachte liefde van menige Franse filosoof voor de psychoanalyse. "Ik heb een paar colleges gevolgd bij Lacan als student", herinnert Rancière zich wanneer we hem ontmoeten naar aanleiding van twee boeken van en over hem die onlangs zijn verschenen, "en wat me meteen tegenstak aan de psychoanalyse is de manier waarop ze zich binnenwurmt in het culturele, filosofische en politieke en daar aanleiding geeft tot een discours over verlies en verwording dat niet zou misstaan voor een Amerikaanse tv-predikant." In Het esthetische denken worden twee van Rancières bekendste essays voor het eerst in het Nederlands vertaald, eentje over Freud en eentje over de manier waarop het esthetische in de negentiende eeuw politiek werd. Centraal in beide, en in feite in de hele filosofie van Rancière, staat de term emancipatie, en zoals hij zelf zegt, is dat echt geen toeval: "Die term is inderdaad sterk verbonden met mijn eigen traject door de filosofie. Na de experimenten van de 68'ers en de marxisten heb ik me verdiept in de geschiedenis van de sociale bewegingen en zo begon ik het belang van het concept emancipatie in te zien. Een klassiek marxistisch idee is dat de arbeidersklasse onderdrukt wordt omdat ze onwetend is. Ze moet dus bewust gemaakt worden om zo de vrijheid te verkrijgen. Uit de archieven die ik raadpleegde, bleek echter iets heel anders. Van onwetendheid was geen sprake, maar wel van een dwingende, circulaire sociale logica waarin de arbeidersklasse opgesloten zat. Men diende dus te ontsnappen aan zichzelf en aan de klasse waartoe men behoorde, want die werkte als een systeembevestigende gevangenis. Wat we nodig hadden was dus geen klassenstrijd, maar wel de creatie van een zelf, zo merkte ik. Het marxistische idee van emancipatie ging uit van een meester die van bovenaf uitlegt wat goed is voor de arbeidersklasse, terwijl ik emancipatie veel meer zie als mensen de mogelijkheid geven om zichzelf op te werken. Wij moeten zelf onze toekomst kunnen ontdekken en deze niet opgelegd krijgen van buitenaf." En geldt dat ook voor de 'arbeidersklasse' van vandaag, die vooral uit migranten bestaat? Jacques Rancière: Je kunt de historische periode van de emancipatie van de arbeidersklasse natuurlijk niet transponeren naar het heden. Vandaag kan praktisch iedereen lezen en schrijven, wat een immense streep voor betekent bij de emancipatie. Migranten wonen in Frankrijk nogal eens geconcentreerd in de banlieus, die te vergelijken zijn met eilanden in onze maatschappij. Op zich is dat al verkeerd, want zo geven we de indruk dat we hun cultuur sterk afscheiden van de onze en dat er geen overgang mogelijk is van de ene naar de andere. Ware gelijkheid betekent immers dat iedereen kan kiezen tot welke cultuur hij behoort. Kijk bijvoorbeeld naar de manier waarop wij omgaan met rap. Dat is een muziekrichting die tot een bepaalde cultuur behoort, zeggen wij en daarom moeten wij die respecteren, en daarmee is de kous af. Ik vind dat we mensen de mogelijkheid moeten geven om zich in die rap te vervolmaken, waardoor die echt in het midden van ons leven komt te staan en het niet langer een getolereerd randverschijnsel blijft. Kan rap tot emancipatie leiden? Jacques Rancière: Dat is een dubbele zaak. Uitdrukkingswijzen zoals rap kunnen een affirmatieve kracht krijgen in het sociale weefsel. Tegelijk kun je je ook bedenkingen maken bij een affirmatie die berust op agressie en geweld. Ik vind het belangrijk het creatieve aspect van de rap te benadrukken want dat leidt immers tot emancipatie. Rap is immers niet alleen een bevestiging van een cultuur, het is er ook een breuk mee. Rappers willen immers het getto van de migrantencultuur doorbreken door op artistieke wijze bezig te zijn. Het respect voor andere culturen wordt nogal eens afgeremd door de religieuze inhoud ervan. In hoeverre kunnen democratie en religie naast elkaar bestaan? Jacques Rancière: Democratie is voor mij meer dan de optelsom van de democratische instellingen. Het is een geheel van principes en wetten, en dus van een politieke ruimte. In een echte democratie kan dus geen plaats zijn voor wie gelooft dat de uiteindelijke macht bij een God berust, net zomin als voor degenen die ervan uitgaan dat de gemeenschap geleid moet worden door een uitgelezen gezelschap wijzen. Democratie veronderstelt de absolute gelijkheid van iedereen en het recht van niemand om te definiëren hoe onze gemeenschap er moet uitzien. Vandaar dat democratie en geloof niet samen kunnen gaan en dat ik het idee van een moslimdemocratie problematisch vind. We moeten hierbij oppassen dat we islam en islamisme niet gelijk schakelen. Dat laatste is niet meer dan een extreme reactie tegen de 'decadentie' van de democratie, die ieder archaïsch onderscheid op basis van hiërarchie, rijkdom of expertise bant. Maar de islam is anders. Wanneer we ervan uitgaan dat de islam een godsdienst is als het judaïsme of het christendom, is er geen reden tot wanhoop. Onze democratie is immers uit deze godsdiensten gegroeid en het is dus niet ondenkbaar dat ook de gelovige moslim zich - net zoals de gelovige christen - kan opsplitsen in een privaat en een publiek deel, waarbij hij dus persoonlijk gelovig kan zijn zonder publiek antidemocratisch te worden. U zei net dat artistiek bezig zijn een emancipatorische werking kan hebben. Hoe ziet u dit? Jacques Rancière: Het is niet zo dat schilderkunst of beeldhouwkunst op zich emancipatorisch zouden zijn, het gaat meer om de sociale ruimte die gecreëerd wordt door artistiek bezig te zijn. Laten we eens naar het verleden kijken. Tussen het einde van de achttiende en het begin van de twintigste eeuw klapte het systeem dat aan de kunst vooral een sociale rol toedichtte, in elkaar. Kunst diende tot dan om - en ik zeg het nu een beetje karikaturaal - kerken en paleizen te verluchten en aan de smaak van de 'gecultiveerden' te voldoen. Het was de tijd van de schone kunsten die regels volgden conform de burgerlijke wereldvisie. Begin negentiende eeuw zien we dat die schone kunsten ter discussie gesteld worden. In de literatuur probeert men de regels te overtreden. Men gebruikt verschillende genres door elkaar en haalt daarmee de aloude hiërarchie die stipuleerde dat bepaalde genres bij bepaalde vormen hoorden, totaal overhoop. Men begon bijvoorbeeld op een verheven manier te spreken over de kleine man. Het museum begon opgang te maken en mensen trokken naar een gebouw dat vol hangt met schilderijen die uit hun religieuze of burgerlijke context zijn gehaald. De functie van die schilderijen was irrelevant geworden. Er ontstond een esthetisch universum dat niet langer in verbinding stond met de sociale wereld. Schiller wou een algemene esthetische opvoeding invoeren en op die manier een emancipatie bewerkstelligen die politiek onhaalbaar leek. Sensibiliteit werd gezien als een middel om een nieuwe wereld te scheppen. Men ging zelfs het idee koesteren dat de artistieke praktijk en de artistieke gemeenschap voor liepen op de politiek, wat aanleiding gaf tot de modernistische belofte dat kunst nieuwe vormen van samenleven mogelijk zou maken. De vraag is of de hedendaagse schilderkunst en literatuur nog steeds diezelfde functie hebben? Jacques Rancière: Onze literatuur zoals we die vandaag kennen is ontstaan uit een breuk met het traditionele achttiende-eeuwse idee dat je alleen kon schrijven over verheven onderwerpen en hogere klassen. Een aantal mensen stelde dat alle onderwerpen evenwaardig waren en dat je dus met hetzelfde recht over alles kon schrijven. Wat volgde was het gouden tijdperk van de literatuur, en ik vrees dat dit inmiddels al lang afgelopen is. Figuren als Proust, Musil of Joyce zal de literatuur niet meer voortbrengen omdat die leefden en werkten tijdens een specifiek historisch moment, toen wat zij deden relevant was. Vandaag behoort de literatuur niet langer tot de avant-garde. Haar plaats is overgenomen door andere expressievormen, zoals de film, die veel beter aansluit bij onze alledaagse leefwereld. En dat roept wrevel op. In Frankrijk kun je geen krantenpagina omslaan of je wordt om de oren geslagen met de neergang van de cultuur van de sensibiliteit. Er zijn alleen nog computers en schermen, is de klacht, en mensen zitten de hele dag naar hun gsm te staren. Er zijn echter regisseurs - en om een of andere reden lijken ze bijna allemaal uit Azië te komen - die onze tijd perfect weten te vatten, zoals Eric Khoo dat doen in Be With Me. In die film komt er een scène voor die op ironische wijze toont dat warme liefde en een koude gsm elkaar niet per se hoeven te bijten: de een stuurt de ander een sms met 'I love you', waarop de ander die bikkelhard deletet. Vandaag speelt de film dezelfde rol die de roman had ten tijde van Balzac. Maar dat is geen reden om te treuren. Ook de schilderkunst heeft haar glorieperiode gehad, en ook zij staat al lang niet meer op de barricaden. Kunst wordt altijd in reactie op een tijd gemaakt, en als de tijd verandert, verandert ook de kunst. Wie meent iets te melden te hebben mag dat van mij rustig opschrijven natuurlijk, zelf doe ik niets anders, maar dat zij met hun boeken de wereld zullen veranderen mogen ze niet langer verhopen. Daarvoor hebben we nu andere kanalen.
Jacques Rancière Linksmailto:marnixverplancke@skynet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|