Het dogmatische denken is de vijand

interview vrijdag 25 juni 2010

Michael Sandel

Toen James Watson, de man die samen met Francis Crick de structuur van het DNA wist te ontcijferen, onlangs een lezing gaf aan de universiteit van Harvard maakte hij zich openlijk zorgen over de levensomstandigheden van de armste tien procent van de Amerikaanse bevolking. Daar moet iets aan gebeuren, stelde hij, en hij zocht de oplossing in biotechnologie. Die mensen vormen volgens Watson immers niet toevallig een onderklasse. Er mankeert heel wat aan hen dat mits een paar goed gerichte stamceltherapieën opgelost zou kunnen worden. Een student uit het publiek ging daar nuchter op in met de vraag of het niet beter zou zijn sociale maatregelen te treffen in plaats van die mensen als biologische proefkonijnen te gebruiken. “Oh nee,” reageerde Watson daarop neerbuigend, “je wil de maatschappij toch niet gaan veranderen? Dat lukt nooit”.

Ook politiek filosoof Michael Sandel zat toen in de zaal en hij vond Watsons antwoord ontstellend naïef. “Typisch voor onze neoliberale tijd,” zegt hij, “de sociale omgeving is zover geprivatiseerd geraakt dat niemand nog in een publiek initiatief gelooft en men zijn heil dan maar zoekt in gentechnologie.” Michael Sandel zou men nog het best kunnen omschrijven als de Steve Jobs van de Amerikaanse politieke filosofie. Hij is bekend voor zijn colleges waarin hij in een auditorium met twaalfhonderd zitjes losweg met een microfoon in de hand over het podium heen en weer loopt, uitweidend over Aristoteles, Bentham en Kant, waarbij het studentenvolkje twee uur lang aan zijn lippen hangt. En ook buiten de universiteit wordt zijn expertise erkend. Toen de regering Bush in 2002 haar National Council on Bioethics samenstelde, het orgaan dat een ethisch advies diende uit te brengen over stamcelonderzoek, werd er precies één Democraat in opgenomen, Sandel dus.

Filosofisch gezien is Sandel een gemeenschapsdenker. Wanneer we op zoek gaan naar wat moreel gezien wel en niet kan, beweert hij in het boek Rechtvaardigheid, hebben we in feite niet veel aan formele systemen zoals Immanuël Kants categorische imperatief. Die stelt dat wanneer je iets doet je je altijd moet afvragen of de essentie van je daad tot een algemene ethische wet zou kunnen gemaakt worden. Je wederhelft een kwakkel in de nek slaan kan dus niet volgens Kant, nooit of te nimmer, want je kunt onmogelijk verdedigen dat een leugen vertellen een algemene ethische wet zou moeten zijn. En dat terwijl iedereen beseft dat wanneer vrouwlief ‘s avonds laat thuiskomt en vraagt of je je zoon van tien netjes op tijd naar bed hebt gebracht, het een stuk beter is voor de huiselijke vrede om niet te verklappen hoe jullie tot veel te laat naar het WK voetbal hebben zitten kijken. Goed en fout zijn dus geen principiële categorieën maar ze hangen af van de context. We leven niet alleen, aldus Sandel, maar wel in een gemeenschap met verhalen en tradities en die bepalen mee wat wel en niet kan.

“Kants ethiek veronderstelt dat we abstractie maken van al onze particuliere identiteiten, verbintenissen en levenservaringen,” legt Sandel uit, “maar het is niet alleen onrealistisch dat we ooit abstractie zouden kunnen maken van onszelf, het is ook een reductionistisch en onwerkbaar ideaal. Datgene wat ons mens maakt is immers niet alleen onze capaciteit om de rede te gebruiken, maar ook dat we in staat zijn na te denken over de specifieke omstandigheden, ervaringen en tradities die ons een plaats geven in de wereld. Kants filosofie negeert dat deel van de menselijke conditie volstrekt en is daardoor onwerkbaar. Wie altijd onder alle omstandigheden de waarheid zegt, houdt immers weinig vrienden over.”

Helemaal in lijn hiermee schroomt de hedendaagse staat ervoor terug morele eisen te stellen aan zijn burgers. De overheid moet moreel neutraal zijn, wil het neoliberale credo, maar of dat wel zo’n goed idee is, betwijfelt Sandel sterk. “Omdat zo’n neutrale staat ertoe leidt dat de markt alles beslist, verklaart hij. ”Toen de koude oorlog in het voordeel van het Westen was beslecht werd in een vlaag van euforie alles geprivatiseerd. Het publieke domein werd onder het mom van de neutraliteit een marktplaats, maar markten zijn niet neutraal en je kunt het publieke terrein niet aan hen overlaten. Wie het publieke goed voorstaat moet bereid zijn als burger te discussiëren over soms controversiële zaken als waarden en de vraag wat het betekent een goed leven te leiden, eerder dan een neutraliteit na te streven die toch onbereikbaar is. Neem abortus of het homohuwelijk, wie zegt daar neutraal over te kunnen oordelen, houdt zichzelf voor de gek. Iedereen heeft een persoonlijk standpunt, voor of tegen, maar neutraal is dat nooit. Anders zou het niets inhouden. Ieder beleid is gefundeerd op ideeën en waarden. Wanneer we beweren neutraal te zijn smokkelen we onze voorkeuren mee het debat in zonder ze openlijk te verdedigen, wat leidt tot huichelarij en zeker niet tot neutraliteit.”

U ziet er zelfs geen graten in als politici openlijk hun religie belijden en die religie laten spelen bij hun beslissingen. Wij in Europa staan daar veel weigerachtiger tegenover.

Michael Sandel: Je moet hier een onderscheid maken tussen twee principes. Het ene is de scheiding tussen kerk en staat, die ik heel belangrijk vind, en het andere de scheiding tussen politiek en religie, die volgens mij gewoon niet haalbaar is. Als je ervan uitgaat dat politiek op waarden en morele argumenten gebaseerd is, wordt het heel moeilijk om vast te houden dat alleen morele argumenten die uit een seculiere traditie stammen in het publieke domein mogen treden. Vandaar dat ik voor een publiek domein ben dat openstaat voor alle morele argumenten, waar ze ook vandaan mogen komen. De poging om het publieke domein te vrijwaren van op religie gebaseerde morele waarden en argumenten leidt trouwens tot een moreel vacuüm dat binnen de kortste keren gevuld zal worden door fundamentalistische stemmen. Volgens mij is de opflakkering van het fundamentalisme in verschillende delen van de wereld daardoor te verklaren. Wie een werkelijk moreel pluralisme voorstaat, zorgt niet alleen voor een gezondere morele discussie, die werpt volgens mij meteen ook een dam op tegen het fundamentalisme.

Het probleem lijkt me dat veel verdedigers van religieuze waarden niet echt bereid zijn tot een compromis.

Michael Sandel: Het is waar dat bepaalde mensen die religieuze overtuigingen in het publieke debat introduceren nogal eens dogmatisch zijn en niet bereid blijken een beredeneerd argument naar voor te brengen. Dogmatisch denken hoort inderdaad niet thuis binnen democratische onderhandelingen, maar ik wil hier wel opmerken dat niet alleen de religieuzen dogmatisch zijn. Er bestaat ook seculier dogmatisme. Het religieuze denken is dus niet de vijand, maar wel het dogmatische denken.

U heeft zware bedenkingen bij de neoliberale ethiek die de mens zelfbeschikkingsrecht geeft over zijn eigen lichaam. Wat denkt u dan van België, een land met een van de liberaalste euthanasiewetgevingen ter wereld?

Michael Sandel: Dat hangt af van de reden waarom men euthanasie toestaat. Sommigen argumenteren dat euthanasie toegelaten moet worden omdat het onmenselijk is mensen in leven te houden die geen toekomst hebben en ondraaglijke pijnen moeten doorstaan. Dat is het compassie-argument en daar ben ik helemaal voor. Waar ik echter problemen mee heb is de gedachtegang dat ik als individu de eigenaar ben van mijn lichaam en mijn leven, en dat ik daar mee mag doen wat ik wil. Dat libertaire argument slik ik niet. Ons lichaam en ons leven kunnen niet beschouwd worden als eigendom, noch die van onszelf, noch van eender wie. Eigendom heeft niets te maken met wat het betekent een individu te zijn. Wanneer je je lichaam louter als bezit beschouwt, is de kans groot dat je er uiteindelijk ook te weinig respect voor zal hebben. Voor je het weet, zit je dan met mensen die hun nieren verkopen of die er wel iets in zien om door een kannibaal opgegeten te worden, zoals in 2001 in Duitsland gebeurde. Daar plaatste een computerprogrammeur een kleine advertentie op het internet waarin hij zei een kannibaal te zijn die op zoek was naar iemand die wou opgegeten worden. Hij kreeg tweehonderd reacties op de advertentie en sloot uiteindelijk een deal met een jongeman die dat helemaal zag zitten. De programmeur vermoordde de man, sneed hem in stukken en stak alles, netjes in zakjes verpakt, in de diepvries. Toen de politie hem uiteindelijk op het spoor kwam, had hij al twintig kilo opgegeten. Gelukkig ging de rechtbank niet akkoord met de stelling van de advocaat van de kannibaal dat de twee mannen een contract hadden afgesloten en dat er dus geen sprake was van een misdaad. De kannibaal kreeg levenslang.

Waar het in de ethiek vooral om draait is loyaliteit, schrijft u, en die is niet voor ieder mens even groot. Michael Sandel: Stel dat je twee kinderen in een kolkende rivier ziet vallen, je zoon en een kind dat je niet kent. Het water is zo wild dat je slechts één kind zal kunnen redden. Welk kind neem je dan? Zou het verkeerd zijn om je eigen kind te redden? Of moet je nog gauw een muntje opwerpen, zoals Kant misschien zou willen? De meeste mensen zouden daar niet op aandringen. Meer zelfs, als ze iemand dat wel zouden zien doen, zouden ze het wellicht een schande vinden, want voor degenen met wie we een speciale band hebben, hebben we ook speciale verplichtingen.

Een evolutiebioloog zou het de normaalste zaak van de wereld vinden dat we voor onze eigen kroost kiezen wanneer die in gevaar is. Heeft onze moraal een evolutionaire basis?

Michael Sandel: Daar zou ik toch voorzichtig mee zijn. Ik wil zeker niet ontkennen dat een evolutiebioloog kan aantonen hoe onze ethische regels een invloed hebben op ons overlevingssucces als soort, maar ik zou hevig protesteren indien hij daaruit morele gevolgtrekkingen zou maken. Onze biologie zegt niets over onze ethiek. Er bestaat vandaag een trend in de ethiek om onze moraal als een uitvloeisel te zien van onze biologie, maar ik sta daar heel sceptisch tegenover. Voor je het weet zit je bij de sociaaldarwinisten, en waar dat toe kan leiden zagen we al in de jaren dertig. Een gelijkaardig gevaar schuilt volgens mij trouwens ook in de opmars van de biotechnologie. Deze moet gebruikt worden om mensen te genezen, niet om ze op bestelling te construeren. Ouders willen het geslacht van hun kind kiezen, of ze willen van hun zoon een basketbalspeler maken en geven hem groeihormonen. Dat is eigenetica waarbij kinderen producten worden. Het enige verschil met vroeger is dat die eugenetica toen uitging van de overheid terwijl ook zij vandaag geprivatiseerd is.


Interview door Marnix Verplancke

Michael J. Sandel, Rechtvaardigheid, wat is de juiste keuze?, vertaald door Dick Lagrand in samenwerking met Marjolijn Stoltenkamp, Ten Have, 349 p., 25 euro.

Michael Sandel was een van de deelnemers aan de Nexus Conferentie die op 11 juni 2010 in Amsterdam werd gehouden. Jaarlijks nodigt het Nederlandse Nexus, een organisatie die de Europese cultuur wil onderzoeken en promoten, tijdens zo’n conferentie veertien beroemde wetenschappers en kunstenaars uit om over een bepaald thema te discussiëren. Deze keer was dat What’s Next for the West? Superman meets Beethoven, en de mensen die daarover verzocht waren hun gedachten te laten gaan waren onder meer George Steiner, Dominique de Villepin, Volker Schlöndorff, Colm Toibin en Robert Kagan.

In feite stonden twee vragen centraal: leidt kunst tot civilisatie en wat heeft de toekomst in petto voor ons Avondland, want, zoals Steiner in zijn zoals steeds van zware Midden-Europese cultuur doordrongen openingslezing al zei, “Op een of andere manier kunnen we niet over onze Europese erfenis spreken zonder er Spengler en zijn Untergang des Abendlandes bij te halen”. Nadat deze op zijn eenentachtigste nog steeds zo fris als een hoentje klinkende personificatie van de eruditie de bakens had uitgezet en de problematische relatie tussen muziek en ethiek had verduidelijkt - iedereen is gek op Beethovens “Alle Menschen werden Brüder”, en de Sovjets misbruikten het even graag als de EU - was het tijd om dieper in te gaan op het civilisatiepotentieel van de kunst wat meteen tot een paar ontmoedigende uitspraken leidde. Zo merkte regisseur Schlöndorff op dat de kunst de wereld nooit verandert, maar dat ze er integendeel het resultaat van is en dat het in die zin verontrustend is dat er vandaag geen Beethovens meer zijn. Waarna dirigent Hartmut Haenchen wees op het hedendaagse algemene gebrek aan klassiek scholing waardoor niemand nog weet wie Coriolanus was en waardoor Beethovens Coriolanus-ouverture praktisch nooit meer gespeeld wordt. Grandioos was Toibin, die in zijn sappig golvende Iers betoogde dat Europa het continent van de eenzaamheid is geworden. We zijn als Euridice, zei hij, die toen ze door de wonderbaarlijke zanger Orfeus de Hades werd uitgeleid en deze tegen alle bevelen in toch omkeek en daardoor haar redding ongedaan maakte, zelfs niet triest was om haar lot. Euridice verzette zich niet. Ze herkende Orfeus zelfs niet meer, ze zag alleen iets onbestemds, iets wat erop wees dat ze ooit iets anders had gekend, maar ze herinnerde zich niet wat.

Voor vuurwerk diende het publiek te wachten tot na de middag, toen de conservatieve historicus Robert Kagan zwaar achterover leunend oreerde dat de titel van de conferentie de bal volstrekt missloeg. “Beethoven meets Superman”, lachte hij, “beseffen jullie dan niet dat Superman Beethoven niet eens zou willen ontmoeten? Amerika heeft zich altijd van Europa proberen onderscheiden, en toen het land zowel tijdens de Eerste als de Tweede Wereldoorlog het oude continent ter hulp schoot was dat niet om de Europese beschaving te redden, maar wel om die beschaving uit de handen van Europa te redden.” De Villepin de vroegere Franse minister-president die vorige zaterdag zijn nieuwe politieke beweging boven de doopvont hield en hoopt Sarkozy op te volgen als president, ging vervolgens eveneens de allegorische weg op en verweet Superman er een boeltje van te maken in Afghanistan en Irak. In een voor Franse intellectuelen typisch hyperbolisch maar in feite nietszeggende taaltje weidde hij uit over het grote goed wat Europa de rest van de wereld te bieden heeft en wat het onderscheidt van de V.S.: Verlichtingswaarden.

Dat je in onze keiharde, door het Verre Oosten gedomineerde economische wereld met waarden geen brood op de plank tovert werd het publiek duidelijk gemaakt door Kishore Mahbabani, voormalig diplomaat van Singaporese afkomst en auteur van een aantal boeken over de rijzende macht van Azië. “Het is heel vermakelijk om de V.S. en Europa te horen kissebissen ,” zei hij breed glimlachend in zijn innemend Indiaas Engels, “maar ondertussen merken zij niet dat de wereld veranderd is.” De Villepin moet zich geen zorgen maken over zijn waarden, er staan een paar miljard mensen te trappelen om hun plaats op te eisen in de wereld, die waarden over te nemen en net zo rijk te worden als het Westen. Zij erkennen zowel de schoonheid als de lelijkheid van het Westen. Zij bewonderen de moderniteit, de kennis en de vrede binnen Europa, maar zij zijn tegelijkertijd de kolonisatie niet vergeten. Zij haten de dubbele standaard in de mensenrechtenretoriek en zien vooral in Palestina welk een lelijk gezicht die heeft. “Wie constant 1,3 miljard moslims tegen zich in het harnas jaagt moet niet op medelijden rekenen,” aldus Mahbabani, wiens woorden soms een apocalyptische bijklank kregen. “Voor die onderdrukten zijn de V.S. en Europa een pot nat en de economie biedt hen eindelijk de kans om wraak te nemen.” Wat aan Kagan de opmerking ontlokte dat het Oosten wat eigenwaan betreft alvast niets meer te leren heeft van het Westen.

Michael Sandel

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

4 Liberales-sessies over Economie

Om het economisch nieuws beter te begrijpen, organiseert Liberales in januari en februari vier sessies over Economie (te Brussel). De sessies behandelen pensioenen, strategisch gedrag, financieringswet en de financiële crisis. Toegang is 3 euro per sessie. Plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via deze link. Meer info onder Activiteiten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be