Ik ken geen enkel geslaagd voorbeeld van migratiestop in de wereldinterview vrijdag 14 januari 2011Doug Saunders
Voor het eerst in de geschiedenis leven er meer mensen in steden dan op het platteland. Het is een wereldwijde trek, die zich vooral toont in de aankomststeden, beter gekend onder namen als favela’s, banlieues, bidonvilles of sloppenwijken. Vaak bekeken als broeinesten van armoede, geweld en fundamentalisme schuilt daar volgens Saunders, die drie jaar lang deze nieuwe stadswijken in alle continenten bezocht en bestudeerde, ook een enorme energie die, mits goed beleid, een positieve bijdrage kan leveren aan de ontvangende samenleving. Migratie naar de stad kan een verrijking zijn, als je het tenminste verstandig aanpakt. Interview door Yves Desmet. Het is niet de gewoonte, maar ik wil niet beginnen met een vraag, maar met een compliment: uw boek was een echte eyeopener voor mij, ook al dacht ik toch iets van stedelijkheid te begrijpen. Doug Saunders: Dank je wel. Eigenlijk was dit boek gewoon een manier om mijn eigen ontdekkingsreis in die aankomststeden te documenteren. Ik ben gestart met dezelfde vooroordelen als iedereen: enkel de grauwheid van die wijken en hun armoede leken mij bepalend. En dat zou, dacht ik, ook altijd wel zo blijven. Maar er begonnen me dingen op te vallen die dat beeld bijstelden, zowel in Canada, waar ik woon, als op veel andere plekken in de wereld. Zo bleek dat niet alleen veel maatschappelijke conflicten in deze wijken ontstaan, maar dat ze in behoorlijk veel gevallen ook een motor waren voor sociale en economische mobiliteit, een eerste plek waar migranten neerstrijken om er vervolgens aan een klim op de maatschappelijke ladder te beginnen. En wat meer is, ze slagen daar in vele gevallen ook in, waarna ze verhuizen naar betere wijken en hun plaats wordt ingenomen door nieuwe nieuwkomers. De sloppenwijk op zich blijft zo arm, maar haar bewoners niet. Voor het eerst in de geschiedenis zullen er meer mensen in de stad leven dan op het platteland. Hoe komt dat eigenlijk? Doug Saunders: Ik sta nogal sceptisch tegenover toekomstprojecties, die vaak vooral bewijzen dat ze ernaast zitten. Maar tenzij een echt gruwelijk conflict zoals een derde wereldoorlog miljoenen mensen wegmaait, zal de stadsmigratie, die begon na de Tweede Wereldoorlog, binnen enkele jaren haar piek bereiken, en zullen Azië en Zuid-Amerika even stedelijk worden als Europa, zal hun landbouw daar even commercieel en productief worden als de onze. Dat is ook geen slechte evolutie: dertig jaar geleden spuwden de telexen niets anders dan revolutie-, staatsgrepen- en socialeonrustberichten uit over Zuid-Amerika, vandaag is het een relatief stabiel, economisch sterk groeiend en democratisch continent geworden, en dat heeft veel, zo niet alles met die verstedelijking te maken. Nochtans lijden grootsteden onder massa’s vooroordelen: ze zijn overbevolkt, vuil, oorden van verval en armoede. Doug Saunders: Nochtans zullen de steden er paradoxaal genoeg voor zorgen dat de overbevolking vermindert: overal zie je dat stedelijke gezinsstructuren veel minder kinderen voortbrengen dan plattelandsgezinnen. Wereldwijd zit je in de steden zelfs onder twee kinderen per gezin, wat dus een daling van de bevolking inhoudt. Dat heeft overigens niets te maken met cultuur en godsdienst. In Teheran, waar niet direct een feministische of geboortebeperkende politiek wordt gevoerd, zitten die cijfers ook rond de twee kinderen per gezin, terwijl je op het Iraanse platteland meer dan zes kinderen per gezin telt. De stedelijke omgeving scoort op bijna alles beter: de levensverwachting is er hoger dan op het platteland, het basisinkomen, zelfs in de sloppenwijken, ligt er hoger, de alfabetiseringsgraad is er beter, er is een hogere scholingsgraad bij vrouwen, en minder kans op ziekte. De verstedelijking biedt niet alleen voordelen, bovendien zijn de remmen erop de afgelopen decennia verdwenen: er waren een halve eeuw geleden geen deftige wegen en dus geen mobiliteit, er was geen communicatie mogelijk tussen de pionier-migrant en zijn thuisbasis. Vandaag is er wel een infrastructuur en kan je via internet en de gsm niet alleen contact onderhouden, maar ook makkelijk geld terugsturen. De verstedelijking in Frankrijk had 400 jaar nodig om meer mensen in de stad dan op het platteland te laten wonen, dat gebeurt nu binnen één of twee generaties in Afrika en Azië. Ik had gehoopt mijn boek te beginnen met een familie die ergens de trein neemt naar de stad, en alles achterlaat. We hebben er zo geen gevonden, omdat die er ook niet zijn. Migratie is een gradueel proces, dat vaak begint met seizoensarbeid in de stad, die dan een permanent karakter krijgt voor iemand, die er een sociaal netwerk uitbouwt en pas dan andere familieleden laat overkomen. Het gaat druppelsgewijs. Ik ken Italiaanse families in Toronto, waarvan de eerste grootouder aankwam in de jaren 50, en die nu, drie generaties verder, nog steeds op vakantie gaan naar het dorp van die grootvader, waar ze nog altijd familie hebben die ze geld toesturen. Opvallend in uw analyse is dat u, waar ook ter wereld, telkens dezelfde socio-economische processen in alle aankomststeden terugvindt. Doug Saunders: Dat is een controversiële stelling, omdat mensen niet willen geloven dat een migrantenbuurt in Europa hetzelfde werkt als eentje in Mumbai. Maar als je de culturele verschillen wegstreept, zie je veel gelijkenissen. Ik vroeg telkens hetzelfde: hun huishoudboekje. Hoeveel geld komt er binnen, waar komt het van, en waar geef je het aan uit? Hoeveel spaar je, hoeveel stuur je terug naar je dorp, wat zet je opzij voor de scholing van je kinderen? Soms is dat nul euro besteedbaar inkomen, maar meestal vond ik toch hetzelfde patroon. In de jaren na de rellen in Los Angeles veranderden die buurten van Afro-Amerikaanse slums, waar mensen van de rand afvielen, in een plek waar vooral mensen van Centraal-Amerikaanse oorsprong aankwamen: hun bestedingspatroon was net hetzelfde als dat in Turkije of in China. Mijn aha-moment kwam er overigens in Turkije, dat ik zeker tien keer bezocht heb. Ik was in Istanbul, een stad met 12 miljoen inwoners, en ik besefte dat ik nooit meer had gezien dan het klassieke centrum, waar hooguit een half miljoen mensen wonen. Dus trok ik er op uit, naar de plekken waar wel veel mensen wonen, en ik herkende het patroon. De geschiedenis van die mensen is ongeveer alles wat kan gebeuren in die aankomstwijken overal ter wereld. Ze werden eerst niet aanvaard, dus kraakten ze het land; ze werden weggebulldozerd en geïsoleerd, dus radicaliseerden ze politiek en religieus. Ze werden gewelddadig, eerst onderdrukt door de centrale overheid, die ten slotte niet anders kon dan deze illegale buurten te erkennen. Eenmaal ze de mogelijkheid kregen om bezit te verwerven en een winkeltje te beginnen kalmeerde de toestand, begonnen ze aan hun maatschappelijke klim, lieten ze hun kinderen schoolgaan en vandaag is de president van Turkije iemand die zijn jeugd in zo’n wijk heeft doorgebracht. Zij zijn uiteindelijk de middenklasse geworden die nu Turkije regeert. Die evolutie is vrij universeel, al is het ook geen wetmatigheid. Wat maakt het verschil tussen een geslaagde aankomststad en een mislukte? Tussen een motor voor sociale mobiliteit en een armoedegetto? Doug Saunders: Wanneer de bewoners zien dat hun wijk verandert op een manier die voor hen zin heeft, en hun een perspectief biedt, komt het meestal goed. Het heeft te maken met een dubbele ontwikkeling. Vooreerst een goed stuk liberaal laissez-faire: geef de mensen de kans bezit en eigendom op te bouwen, en het economische en sociale weefsel ontwikkelt zich vrij spontaan. Daarnaast heb je een forse scheut Keynes nodig: gerichte overheidsinvesteringen om mobiliteit mogelijk te maken tussen de woonwijk en de werkplek, begeleiding naar en op de arbeidsmarkt, gezondheidszorg, onderwijs, die dingen. Geen ultraliberalisme, geen planeconomie, eigenlijk heb je een Scandinavisch model nodig van een actieve staat die veel vrijheid geeft aan de ondernemingszin van zijn burgers. Je moet vooral oppassen voor isolement: wijken die niet fysiek verbonden zijn met de economie van de stad verslonzen en verpauperen. En je moet ook oppassen voor monofunctionaliteit: pure slaapsteden, of pure winkelcentra werken niet. De sociale en economische functies moeten allemaal samen zitten. De banlieues nabij Parijs zijn mislukt omdat de mensen drie busconnecties ver van hun werk zaten, en het hen dus vier uur tijd kostte om te gaan werken. Bovendien werkten ze tegen minimumlonen, wat niet eens het grootste probleem was, maar wel dat ze zich daardoor geen kinderopvang konden veroorloven. Dan blijf je liever thuis, al dan niet met een uitkering. Bovendien zaten ze allemaal in hun flatje, en was er niemand verantwoordelijk voor de lege vlaktes ertussen die dus het speelterrein werden van criminele gangs. In Parla nabij Madrid is daarentegen een dorp uitgegroeid van 10.000 naar 120.000 mensen, voornamelijk geregulariseerde Noord-Afrikaanse illegalen. Er is een hogesnelheidslijn aangelegd naar Madrid, er is geïnvesteerd in sociale voorzieningen en laagbouw in plaats van in torenflats, er is liberaal omgegaan met vergunningen voor de eigen winkeltjes. Dat is nu een bruisend stadje geworden, waar mensen van Marokkaanse afkomst zich in de eerste plaats Spanjaard voelen, en waar je haast geen enkel meisje met een hoofddoek ziet rondlopen. In Nederland heb je ook het failliet gezien van de torenflats in de Bijlmermeer, en vervolgens een wel succesvol model in Slotervaart. Of neem de Bengali in Londen: die bevolkingsgroep is wonderwel geïntegreerd, dankzij het feit dat een eerste generatie zich een bestaan heeft kunnen opbouwen via restaurantjes, die makkelijk te openen waren zonder al te veel bureaucratie. Het curryrestaurant heeft ervoor gezorgd dat daar geen hele generatie verloren is gegaan. Het derde belangrijke element is burgerschap, wettelijk en reëel. Kreuzberg, de Turkse wijk van Berlijn, is een verarmd getto geworden omdat de Turken en zelfs hun in Duitsland geboren kinderen er niet aan de Duitse nationaliteit konden geraken, en dus ook niets konden opbouwen. Wanneer je integratie als eenrichtingsverkeer beschouwt, waarbij migranten zich alleen maar moeten aanpassen, werkt het niet. Ze moeten ook het gevoel hebben dat ze zo niet welkom zijn, dan toch minstens de kans hebben door hard te werken hogerop te komen. Je hebt ze bovendien ook nodig in een verouderend Europa. Migranten willen zich zeker economisch integreren, vooruitgaan, en als hen dat lukt, integreren ze ook cultureel veel makkelijker achteraf. Het zijn in wezen pioniers, ondernemers, die kapitaal proberen te accumuleren om het in de toekomst van hun kinderen te investeren. Dat lukt ook: bij een gelijk sociodemografisch profiel zie je dat meer migrantenkinderen in Engeland beginnen aan hogere studies dan bij de autochtone bevolking, die zich vaak genesteld hebben in generatiearmoede. Migranten doen er alles aan om daaraan te ontsnappen, tenzij je ze natuurlijk dwingt om daarin te blijven steken, door hun geen kans te geven op de arbeidsmarkt of in de middenstand. Veel hangt ook af van stadsplanning. Als iemand ooit een abortus had moeten overwegen, dan wel de moeder van Le Corbusier, leer ik uit uw boek. Doug Saunders: Dat is misschien wat drastisch, maar het klopt wel. (lacht) De filosofie van Le Corbusier levert architecturaal prachtige dingen op op papier, maar onleefbare wijken in de praktijk. Omdat ze niets te maken hebben met de manier waarop mensen écht leven. Le Corbusier ging uit van een negatief vooroordeel tegenover de binnenstad die de mensen zouden willen ontvluchten. Integendeel, ze willen er juist naartoe. Zijn parkachtige utopia is nooit gelukt. Het ideaal is een drie tot vijf verdiepingen hoog gebouw, zonder lift. Een eigen toegang tot de straat, een mix van woningen, winkels, restaurants. Dat zorgt vanzelf voor sociale controle. Een openbaar domein is van niemand, dus neemt niemand er ook verantwoordelijkheid voor. Vaak is een park niets meer dan een plek waar je ’s avonds snel doorloopt in de hoop dat je niet overvallen wordt. In een straat die ’s avonds nog bruist van de activiteit heb je dat niet. Je ziet zelfs dat zulke geslaagde wijken vol leven op hun beurt weer jonge gezinnen uit de stad aantrekken die er nog betaalbare woningen vinden en een levendige atmosfeer. Zo heeft het gewerkt bij de Lower East Side in New York, Bricklane in Londen of Belleville in Parijs. Dat zijn stuk voor stuk wijken die ooit een rotslechte reputatie hadden als vervallen achterstandswijken vol migranten, maar die nu bij de hipste van hun stad horen, waar iedereen wil gaan wonen. Wanneer je niet inzet op zo’n ontwikkeling en de mensen aan hun lot overlaat, krijg je inderdaad getto’s die vaak nog conservatiever en religieuzer van aard worden dan het thuisland waar ze ooit vandaan kwamen. Waar jonge generaties enkel criminaliteit als inkomstenbron gaan zien en gangs vormen en territoriumgevechten gaan voeren. Het platteland in het thuisland is vaak niet eens zo bijzonder religieus, fanatisme is meestal een luxe voor de rijken. Het gaat dus niet om dorpse culturele waarden die worden geïmporteerd, veel vaker is het een zoektocht naar identiteit in een wereld die hen niet wil aanvaarden. Zelfs de hoofddoeken zie je minder in Marokko dan hier, en dat heeft te maken met de typische transitiecultuur van de migrant, die zich ofwel aanpast ofwel terugplooit, afhankelijk van de omgeving waarin hij terechtkomt. Vooral de tweede generatie zal een overgeromantiseerd beeld van het thuisland gaan ontwikkelen wanneer het project van sociale mobiliteit mislukt. Dat zag je ook bij de Pakistanen die de bommen in de metro van Londen legden: zij waren tweedegeneratiefundamentalisten, nochtans kinderen van Pakistanen die zelf zo liberaal waren dat ze hun thuisland ontvlucht waren. Politici praten altijd over wat er zou moeten gebeuren, schrijft u, nooit over de planning van wat er echt gebeurt. Wij hebben bijvoorbeeld officieel een migratiestop sinds 1974, maar ondertussen zijn er 1 miljoen mensen van vreemde origine in dit land gearriveerd. Alleen doen we alsof ze er niet zijn, en alsof we ze morgen weer allemaal kunnen buitenzetten. Doug Saunders: Er is niets democratisch verkeerd met een bevolking die een partij aan de macht stemt die nul procent migratie belooft. Je kan dat doen, en wie weet is het in sommige omstandigheden misschien wenselijk. Maar zelfs als je er een paar jaar in slaagt, op termijn is het niet tegen te houden. Een niet-groeiende bevolking creëert economische problemen die je haast alleen met migratie opgelost krijgt. Bovendien zullen de aanwezige migranten een steeds grotere vinger in de pap krijgen, cultureel, economisch, maar ook politiek. Gezinshereniging verbieden werkt ook niet, dat leidt alleen tot dramatische situaties want dan krijg je alleenstaande jongemannen die vaak crimineel worden. Alleen moet je er wel voor zorgen dat die mensen een kans krijgen om ook aan werk te geraken, om een kapitaal op te bouwen. Ik ken geen enkel geslaagd voorbeeld van migratiestop in de wereld eigenlijk, het lukt gewoonweg niet. Bij ons is alleen gezinshereniging en de asielprocedure toegelaten. Het eerste trekt vaak laaggeschoolde bruiden, die thuisblijven, het tweede verbiedt migranten te werken zolang ze in de procedure zitten. De economische opbrengst is nul. Doug Saunders: Dat is dus zowat de domste manier om het aan te pakken. Je verhindert dat migranten economische meerwaarde opbouwen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de ontvangende samenleving. En vervolgens zijn we verbaasd wanneer de publieke opinie een probleem heeft met asielzoekers die ze niet zien werken, en die ze als een bedreiging voor de sociale zekerheid bekijken. Een echte asielzoeker die binnenkomt vanuit een conflictgebied is inderdaad een problematische migrant: zij hebben geen toekomstplan, zij willen gewoon weg waar ze zijn. Hoe paradoxaal ook, maar je zal minder last hebben met economische migranten die hier onder het mom van asiel binnenkomen, want die hebben wel een plan voor hun toekomst. Maar als die de kans niet krijgen officieel aan het werk te gaan, een kapitaaltje op te bouwen voor een eigen winkeltje of voor de opleiding van zijn kinderen, dan duw je ze in het pre-zwarte circuit. Als je ze in het limbo houdt, krijg je spoken. Dat is het probleem in Europa: veel mensen die zijn er, maar worden niet toegelaten te participeren. Als je de onderste treden van de maatschappelijke ladder wegneemt, krijg je een generatie van hopelozen en verbitterden. En hun kinderen. Dan creëer je op termijn een sociale tijdbom. Als je hen de normale sociale mobiliteit ontzegt, ben je dom bezig. Dan krijg je de hopeloze sloppenwijk, de generatiearmoede. Dat zijn dan de ‘slums of despair’, tegenover de ‘slums of hope’, de tijdelijke verblijfplaats waar je doorheen moet om uiteindelijk beter te worden. Je wordt inderdaad het stereotype dat racisten van je maken wanneer je ambities gefnuikt worden. Anderzijds kunnen we moeilijk iedere migrant ter wereld toelaten. Doug Saunders: Natuurlijk, de wijd-open-deurenkeuze is geen optie, daar is geen economisch of maatschappelijk draagvlak voor. Ik denk dat Spanje daar redelijk slim in is geweest. Zij zijn vertrokken van een systeem waarbij ze iedereen van het strand moesten oprapen die er aanspoelde, om hen na tien jaar noodgedwongen te moeten regulariseren. Nu onderhandelen ze met de landen van herkomst en dat alleen heeft het aantal drastisch doen dalen. Ze spreken quota af, geven beperkte maar verlengbare verblijfsvergunningen voor mensen die werken en niet profiteren. Dat werkt hoor, wanneer de economie niet draait, zie je de migratie vanzelf opdrogen. De latino’s komen vandaag ook niet meer naar de Verenigde Staten sinds de crisis er is en er dus minder jobs zijn. Dat migranten komen voor de sociale zekerheid is een mythe, zo goed zijn die uitkeringen nu ook weer niet, en de investering die je moet doen om te kunnen migreren, verdien je niet terug door die uitkeringen. Wanneer de werkloosheid stijgt, daalt de migratie, dat is in zowat ieder land zo. Vandaag zijn er in Europa zelfs meer mensen die uit het continent vertrekken dan erin toekomen, dat reguleert zichzelf een beetje. Maar anderzijds geeft Duitsland, waar de economie wel groeit, en waar men historisch toch niet zo gek is op migratie, toe dat ze 200.000 migranten per jaar gaan nodig hebben. Kijk, je moet niet alle deuren open zetten, maar wel leren beseffen dat migratie niet alleen onvermijdelijk, maar zelfs wenselijk is, omdat het, mits goede begeleiding, een verrijking van je samenleving betekent. Het domste wat je kan doen is weigeren hen echte burgers te laten worden. Wanneer een aankomststad mislukt, is het omdat men de mensen er jarenlang zonder enig perspectief laat zitten, hen de toegang ontzegt tot de onderste treden van de maatschappelijke ladder. Dan worden ze inderdaad hun eigen vooroordelen: getto’s waar een onderklasse woont, met een cultuur en een gedachtegoed dat de ontvangende samenleving totaal afwijst. Mensen die zich voelen vastzitten zonder mogelijkheden tot sociale promotie worden woest. Maar waarom zou je dat doen? Migranten hebben er geen probleem mee om even arm te zijn, wel om arm te blijven. Zorg dat ze de kans krijgen om hun kinderen een betere toekomst te bieden dan hun eigen leven, en ze zullen altijd een verrijking voor je samenleving zijn. Dat zie je in iedere succesvolle aankomststad in de hele wereld.
Doug Saunders Linksmailto:yves.desmet@demorgen.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|