Ajit Shetty, voormalig bedrijfsleider van Janssen Pharmaceutica, is nog geen maand met pensioen of hij komt, tussen al zijn reizen door, al met een boek. In Beyond Borders geeft hij raad aan jonge managers en ondernemers. Gesprek met een gedreven gepensioneerde. 'Ik blijf nieuwsgierig, ik blijf gepassioneerd door het leven en de wereld. Meer heb je niet nodig om je niet oud te voelen.'

Zijn krukken staan in de hoek van de kamer. Stilzitten lukt niet. Om de haverklap zoekt hij een nieuwe, draaglijke zithouding. "Ik heb onlangs een knieprothese - wij, Johnson & Johnson, produceren die zelf - laten inplanten. De operatie is succesvol verlopen. Maar de revalidatie vereist geduld. Gelukkig heb ik pijnpleisters; ook die zijn van eigen makelij, van Janssen dan, 80 procent krachtiger dan morfine. En straks, meteen na dit gesprek, komt de fysiotherapeute. Ze heeft me duidelijk gemaakt dat ik de oefeningen moet doen zoals zij ze voorschrijft. Met de juiste buig- en strekbewegingen, in een bewegingshoek die ik aankan. Ik moet erover waken dat ik tijdens die oefeningen en bij het dagelijkse bewegen mijn pijngrens niet overschrijd. Een mens moet hoe dan ook naar zijn lichaam luisteren.

Voelt het lichaam van een gepensioneerde anders aan dan dat van een man die nog volop in zijn carrière zit?

Ajit Shetty: Ik heb vroeger veel gesquasht en getennist. Op mijn twintigste overwoog ik zelfs een professionele tenniscarrière. Ik trainde voor en na de school. Waarschijnlijk heb ik aan die jaren mijn zwakke knieën te danken. Maar mijn ouders lieten niet toe dat ik mijn leven zou vullen met balletjes slaan. Studie en kennis werden in mijn familie als erg belangrijk beschouwd. Dankzij het netwerk van mijn vader - hij vervulde in India verscheidene hoge, nationale politieposten - kon ik na mijn middelbare school in Madras naar de universiteit van Cambridge, waar ik eerst fysica en daarna metallurgie studeerde; op dat laatste vak heb ik ook gedoctoreerd. Aanvankelijk probeerde ik in Engeland sport en studie op hoog niveau te combineren. Mijn studies leden eronder. Toen heb ik besloten te kiezen. Kiezen is essentieel in het leven. Wie niet kan kiezen, zal nooit excelleren. Maar om op uw vraag te antwoorden: ik kan op lichamelijk vlak natuurlijk niet meer wat ik dertig jaar geleden kon. Mijn knieën waren versleten. Eén knie werd eerder al vervangen door een prothese, enkele weken geleden was de andere dus aan de beurt. Geestelijk ervaar ik zeker nog geen verlies aan spankracht. Ik blijf nieuwsgierig, ik blijf gepassioneerd door het leven en de wereld. Meer heb je niet nodig om je niet oud te voelen. En ik ben hoewel ik met pensioen ben de hele tijd aan het werk. Ik pendel tussen Beerse, India en de VS, waar ik verbonden ben aan de universiteiten van Johns Hopkins in Baltimore en Carnegie Mellon in Pittsburgh. Op alle plaatsen voel ik me thuis. Ik ben niet gehecht aan mijn geboortegrond. Ik trek naar waar de dingen gebeuren. Ik denk dat dat met nieuwsgierigheid te maken heeft. Wie nieuwsgierig is, is per definitie flexibel en past zich dankzij die drang om te weten snel aan een nieuwe context aan. Ik praat met iedereen en luister naar iedereen. Ik wil weten hoe mijn omgeving in elkaar steekt, waar ik ook ben. Je scherpt op die manier je sociale intelligentie aan. Taalkennis is daarvoor uiteraard noodzakelijk.

Alleen wie luistert, zal weten?

Ajit Shetty: Zo is dat. Ik ben nergens lid van verenigingen van expats. Ik wil me integreren in de gemeenschap waarnaar ik verhuis. Die houding neemt lang niet iedereen aan, dat weet ik. In de Verenigde Staten en Engeland bestaan wijken waar Indiase migranten samenwonen. Ze hebben er een klein India gecreëerd dat overeenstemt met hun geboorteland, dat ze veertig jaar eerder verlieten. Elke stad kent dat fenomeen; het komt voor bij alle nationaliteiten. Natuurlijk heb ik twee meesterlijke luisteraars gehad als voorbeeld. Mijn vader bewoog zich onder de mensen en wilde altijd echt weten wat er omging. Ik merkte snel het gezag op dat hij met zijn open en geïnteresseerde houding uitstraalde. Ook Paul Janssen luisterde als geen ander. En altijd dacht hij mee. Meedenken is motiveren. En motiveren is een wezenlijk onderdeel van leiding geven. Onder meer dankzij die eigenschap werd Paul Janssen, met medewerking van zijn team, de meest productieve onderzoeker die de wereld op farmaceutisch vlak ooit gehad heeft. Hij werd twee keer genomineerd voor de Nobelprijs maar kreeg hem niet. De Schot James Black, die voor de uitvinding van een bètablokker in 1988 de Nobelprijs voor geneeskunde kreeg, gaf toe: Paul Janssen had hem moeten winnen, maar het probleem van Janssen is dat hij zo veel ontdekkingen heeft gedaan dat de jury van de Nobelprijs ze niet benoemd krijgt.

Een mens moet naar zijn eigen lichaam luisteren, zegt u. Moeten Janssen Pharmaceutica en Johnson & Johnson zo ook luisteren naar de patiënt? Hoe ervaart hij pijn, welke soorten pijn bestaan er zoal?

Ajit Shetty: Natuurlijk. Een patiënt is in zekere zin expert van zijn ziekte, van zijn pijn, van zijn noden. Hij weet meer dan wij. Dus moeten we die kennis combineren. Dat was trouwens de hoofddoelstelling van Paul Janssen toen hij in 1953 Janssen Pharmaceutica oprichtte; hij wilde streven naar meer levenskwaliteit door de ontwikkeling van betere geneesmiddelen. Je kunt alleen tot 'beter' komen als je je zo goed mogelijk informeert. Ik benadruk het zo vaak mogelijk: innovatie is niets anders dan het resultaat van 'a smart combination'. Het is onze taak - die van elke goede bedrijfsleider - om zoveel mogelijk veelzijdige informatie te verzamelen. Een brede benadering van een onderwerp leidt makkelijker tot iets nieuws. En iets nieuws is noodzakelijk. Hoe denkt u dat we tot die pijnpleisters gekomen zijn? Ook door allerhande mensen, zorgvuldig geselecteerde specialisten, uit allerhande sectoren samen te brengen. Volgens mij is dat een fout die vele ondernemingen maken: ze stellen zich te weinig open. Of ze openen zich enkel pro forma voor de buitenwereld, maar als puntje bij paaltje komt blijven ze binnen de veilige eigen grenzen en laten ze de echte creatieve prikkels aan zich voorbijgaan. Maar out of the box denken, doe je niet door in the box te blijven zitten. Soms heb je als bedrijfsleider niet eens door hoe verstard je eigenlijk bezig ben. Toen ik aantrad bij Johnson & Johnson in de VS was ik verbijsterd omdat de marketingafdeling van OB-tampons, een van onze merken, uitsluitend bevolkt werd door mannen. Niemand was op het idee gekomen om dat intieme product voor vrouwen ook door vrouwen te doen promoten. Onvoorstelbaar toch! Vrouwen spelen binnen de farmaceutische sector trouwens sowieso een cruciale rol.

Hoezo?

Ajit Shetty: Zij zijn het die met hun kroost naar de arts gaan, en bij de apotheker de nodige medicijnen en producten kopen. Zij kopen de verzorgingsproducten voor het gezin. Zij vormen de kern van dit bestedingspatroon. Het zou dom zijn om geen rekening te houden met dat economisch argument. Bovendien is 80 procent van de studenten farmacie en de meerderheid van de studenten geneeskunde vrouw. Daarnaast mag je de meerwaarde van vrouwen binnen het hedendaagse management niet onderschatten. Vrouwelijke waarden als empathie en communicatie zullen in het toekomstige bedrijfsleven alleen maar belangrijker worden. Binnen Janssen Pharmaceutica hebben we een mentoringprogramma opgesteld. Ervaren vrouwen nemen jonge medewerksters onder hun hoede om hen klaar te stomen voor hogere functies; we geven de vrouwen dat extra duwtje omdat ze het nog nodig hebben. Positieve discriminatie is dat niet, aan het einde van de rit zullen we altijd de beste kandidaat kiezen, man of vrouw. Ik voorspel dat we over enkele decennia niet meer over dit man-vrouwthema zullen spreken. Geef de samenleving nog een paar generaties en het glazen plafond is, in elk geval in het Westen, geen 'issue' meer.

Streven naar groter welzijn door betere geneesmiddelen, luidt het credo van Janssen. Toch zijn de grote farmaceutische bedrijven, waaronder Janssen, geen voorstander van generische middelen. Terwijl die goedkopere geneesmiddelen groter welzijn voor een groter deel van de wereldbevolking kunnen inhouden.

Ajit Shetty: Ik kan er geen bezwaar tegen hebben dat geneesmiddelen voor zoveel mogelijk mensen voor een zo schappelijk mogelijke prijs beschikbaar en toegankelijk zijn. Maar ik pleit voor respect voor de regels van het spel. En dat spel is ingewikkeld. Veel ingewikkelder dan populistische stemmen doen vermoeden. Ik zal u heel eenvoudig uitleggen hoe het business model van onze sector tot voor kort in elkaar zat. We zochten naar een nieuw geneesmiddel, we patenteerden het noodzakelijkerwijs al tijdens de onderzoeksfase, we brachten het middel op de markt en verdienden onze investeringen terug. In dit systeem was de duur van het patent twintig jaar, daarna was de markt voor generische middelen vrij. Dat systeem werkte. Vandaag werkt datzelfde systeem om meerdere redenen niet meer. Het onderzoekswerk wordt bijvoorbeeld almaar ingewikkelder. De ziektes waarvoor we medicijnen proberen te ontwikkelen, worden almaar moeilijker. De controle op de ontwikkelingen van nieuwe geneesmiddelen is veel rigider, complexer en dus duurder geworden. De klinische studies die de overheden eisen voor ze ons de toestemming verlenen om een product te commercialiseren, zijn strenger geworden en vergroot. Enzovoort. De duur van een patent is echter nog altijd twintig jaar. Ik zal het in cijfers toelichten. Vandaag kost de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel één tot anderhalf miljard euro. Tien jaar geleden was dat 200 tot 300 miljoen euro. Vandaag hebben we voor de ontwikkeling van een nieuw medicijn een jaar of dertien nodig. Tien jaar geleden deden we dat op acht jaar tijd. We moeten nu dus in een zevental jaar een hogere kostprijs terugverdienen dan vroeger, toen we voor een vijfde van de kostprijs twaalf jaar de tijd kregen. Als de overheid wil dat wij gezond blijven, dan moet de looptijd van een patent met pakweg vijf jaar worden verlengd.

De farmaceutische industrie verdient nu al genoeg geld op de rug van de zieken, wordt geschamperd.

Ajit Shetty: Ja, met dat imago zitten we opgezadeld. Maar dat plaatje klopt niet. Een geneesmiddelenbedrijf als Janssen Pharmaceutica wil en moet in eerste instantie nieuwe geneesmiddelen blijven vinden en ontwikkelen. Door onze medicijnen en door onze drang naar vernieuwing leven de mensen langer, en leven ze langer beter. Maar hoe kun je als bedrijf gestimuleerd worden om te innoveren en te groeien als je zin voor innovatie, onder meer door zo'n kort lopend patent, gefnuikt wordt? En als wij het niet doen, wie dan wel? Wij spenderen meer dan 20 procent van onze omzet aan onderzoek en ontwikkeling. We nemen financiële risico's die geen enkele andere sector kan en wil nemen. Dat risico moet worden beloond. Vandaag is dat niet langer het geval, met als gevolg dat in bepaalde onderzoeksdomeinen zoals aids, antibiotica en geestelijke gezondheid de onderzoeksinvesteringen dalen. Los daarvan is het nogal logisch dat we rekening houden met onze aandeelhouders. Aandeelhouders - en dat zijn ook vele gewone burgers - hebben in ons geïnvesteerd. Ze hebben recht op een beloning die hoger is dan wat het spaarboekje oplevert. Ik heb er dan ook geen enkele moeite mee om over de farmaceutische industrie te spreken. Uiteraard willen we geld verdienen, wat had u gedacht? Weet u wie woekerwinsten maakt op de rug van patiënten? Producenten en verkopers van namaakmedicijnen; ze verkopen hun producten wereldwijd online. India blinkt daarin uit, ja, in de productie en verkoop van deze schadelijke en schaamteloze troep. Ze richten op alle vlakken schade aan. De strijd tegen namaakgeneesmiddelen moet zeker worden opgevoerd.

U spreekt over uw voormalig bedrijf alsof u er nog niet weg bent. Ajit Shetty: Ik ben gepassioneerd door alles wat met gezondheid te maken heeft. Ik zal dat altijd zijn. En aan diverse Amerikaanse universiteiten ben ik ook effectief met gezondheidsonderzoek bezig. Maar wat ik vertel, geldt voor alle sectoren: innovatie moet vanuit de overheden worden gestimuleerd. België is, in tegenstelling tot wat men vaak beweert, nog altijd een vrij goed land voor ondernemers. Zeker voor de geneeskundige wetenschappen. We hebben goede universiteiten, we hebben een goede traditie van innovatie, we wonen in een land met Brussel als hoofdstad - wat een fantastische troef is - we hebben hardwerkende en slimme mensen, enzovoort. Alleen moet de staat ervoor zorgen dat ze zekerheden biedt voor potentiële investeerders. Ik hamer op grotere belastingvoordelen voor bedrijven. En ik ijver voor minder regelgeving. Singapore is, op economisch vlak, mijn grote voorbeeld. Net als Ierland. In Ierland betalen bedrijven geen belasting op winst. Waardoor ze meer banen kunnen creëren, en dus meer koopkracht scheppen, meer personenbelasting genereren, meer sociale zekerheid, een sterkere economie, minder uitkeringen, en meer veiligheid - want wie werkt, hangt niet op de straat rond, en wie geld verdient, hoeft het niet te stelen. Dat Ierland de zaak op de duur niet goed heeft aangepakt, is een andere kwestie. Niet alleen bedrijfsleiders, ook de top van de overheid moet uitdagingen met gezond verstand aangaan. En wachten is voor niemand goed.

Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx voerde zopas het 'voorschrift op stofnaam' (VOS) in. Dat treedt op 1 mei in voege en houdt in dat de apotheek bij antibiotica en schimmeldodende middelen het goedkoopste geneesmiddel aan de patiënt moet verstrekken.

Ajit Shetty: Dat geldt natuurlijk alleen voor geneesmiddelen waarvan het patent is vervallen. Voor een bedrijf als Janssen betekent het niet veel, omdat we ons vooral richten op innovatieve producten. Het nadeel zal vooral bij de patiënt liggen, die verward zal worden door telkens nieuwe geneesmiddelen. En bij de apotheker, wiens inkomsten zullen dalen. We moeten in dit land ook een gezondheidsbeleid voeren, en niet alleen een kostenbeleid.

Toch blijft het een moeilijke ethische kwestie. Afrika en Azië zouden bijvoorbeeld baat hebben bij goedkope aidsremmers. Ontzegt men patiënten uit arme landen geen genezing louter doordat ze de remedie niet kunnen betalen? Zou het niet 'juister' zijn om die landen vrij te pleiten van het respecteren van een patent? Ajit Shetty: Het heeft geen zin om de duur van de patenten in die landen niet te respecteren. Bepaalde geneesmiddelen zomaar goedkoper in de handel brengen, is voor ontwikkelingslanden echt geen oplossing. Malafide handelaars zullen de goedkope middelen meteen tegen westerse prijzen versluizen, en er ontstaat een parallel circuit waar elke controle zoek is. Janssen heeft in Afrika en Azië akkoorden gesloten met negen producenten van generische geneesmiddelen, die onze aidsgeneesmiddelen voor zeer lage prijzen op de markt brengen in bepaalde landen. In die landen bereiken we ongeveer 80 procent van alle aidspatiënten. Met de andere landen zijn we in gesprek. Het grote probleem is dat die geneesmiddelen in zeer gecontroleerde omstandigheden verdeeld moeten worden. We moeten absoluut vermijden dat het virus resistent wordt. Dat zou alles wat we tot nog toe hebben bereikt op de helling zetten. Daarnaast werken we samen met plaatselijke ministeries van Onderwijs en Volksgezondheid om bepaalde middelen gratis te verstrekken. In een van zijn programma's streeft Janssen bijvoorbeeld naar gratis ontworming van 400 miljoen kinderen. Maar ontworming heeft pas zin als het gekoppeld is aan opvoeding over hygiëne. Je móét die ministeries er dus bij betrekken. Verder geloof ik heel sterk dat een deel van de oplossing voor armoede in economische welvaart schuilt. Winst moet aangemoedigd worden. En winst wordt in de nieuwe economische pijlers van de wereld beslist aangemoedigd. In India en China neemt de middenklasse gestaag toe. Die middenklasse vertoont een solidariteit die niet lang geleden onbestaand was. Er is een nieuw sociaal bewustzijn. En dankzij zijn economische vooruitgang heeft die groeiende middenmoot de kans om zich bezig te houden met zaken van een hogere orde. De middenklasse gaat aan liefdadigheid doen. De middenklasse gaat delen met anderen. Op een ander vlak stel ik een soortgelijk nieuw bewustzijn vast. De sterkere en zelfverzekerde middenklasse van India neemt het niet langer dat hoge pieten in de politiek manifest corrupt zijn. Neem de anticorruptieactivist Anna Hazare. Door hem en zijn beweging beginnen mensen zich te realiseren dat de rijkdom van het land niet aan corrupte politici toebehoort, maar aan iedereen. Corruptie remt de economische ontwikkeling. Ook dat wordt op de duur niet meer getolereerd. Zijn India en China identieke tweelingen op economisch vlak?

Ajit Shetty: Neen. India is een democratie, China een dictatuur. Dat politieke systeem heeft consequenties voor de economie. Verzet tegen corruptie zal in China bijvoorbeeld veel moeilijker tot onmogelijk zijn. Anderzijds zal de infrastructuur in China veel sneller vooruitgang boeken dan die in India, om dezelfde redenen. In een dictatuur dwing je de infrastructuur af. Plus: China is gevoelig voor showcases. Ze willen graag de snelste trein, de hoogste toren, de krachtigste dam neerpoten. Toch blijven ze, ondanks die krachttoeren, met een gigantisch probleem op het platteland kampen. De kloof tussen de steden en het platteland is akelig diep. Beide landen hebben ook milieuproblemen als gevolg van de industrialisatie.

Toch nog een vraag over uw afkomst. U bent Indiër en hindoe. Hebt u de kracht van de ayurvedische geneeskunde al ervaren?

Ajit Shetty: Ik ben vooral een man van de moderne medische wetenschap. En de werking van de hindoestaanse, ayurvedische geneeskunde is nog nooit bewezen, wat voor mij volstaat om er niet in te geloven en om de voorkeur aan de moderne geneeskunde te geven. Ik heb tijdens mijn bezoeken aan India trouwens een paar keer grote goeroes aan het werk gezien. Ze gedragen zich als filmsterren. Ze lopen op een catwalk, ze verkopen zichzelf, en ze spreken de mensen met spirituele teksten toe. In een land met vele analfabeten en een lage gemiddelde scholingsgraad zijn er altijd mensen die willen geloven in mooie verhalen en die bereid zijn om voor die mooie verhalen geld te geven. Onderwijs is de weg die tot meer welvaart en minder misbruik leidt. Hoe meer onderwijs, hoe groter het geloof in de moderne, medische wetenschap.


Interview door Margot Vanderstraeten

Ajit Shetty, Beyond Borders. De reis van een ondernemer, Lannoo, 192 p., 19,99 euro.

Dit interview verscheen eerst in De Morgen.

© 2012 De Persgroep Publishing


Links
http://www.demorgen.be/
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties'. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be