We hebben weer linkse helden nodig

interview vrijdag 30 januari 2009

Susan Neiman

Toen op vier november de verkiezingsoverwinning van Barack Obama bekend werd gemaakt vroeg een groepje zwarte jongeren in het sportstadion van Chicago zich af wie die blanke vrouw van middelbare leeftijd was die net achter hen heel hard stond te schreeuwen terwijl de tranen over haar wangen stroomden. Het was de filosofe Susan Neiman, die hoopt dat Obama Amerikaans links de weg terug zal wijzen naar zijn aloude ethische waarden.

Het is een inmiddels bijna klassiek geworden cartoon in Amerika. “Oké”, zegt een man, “dat Bush een land binnenviel dat niet echt een bedreiging vormde voor ons was verkeerd, dat hij op ecologisch gebied de klok een paar decennia terugdraaide is ook niet goed te praten en dat hij het land in een economische recessie stortte deed helemaal de deur dicht, maar de man houdt er tenminste wel een stevige set morele waarden op na.” De Republikeinen zijn traditioneel de partij van de gezinswaarden, van baseball, hot dogs, apple pie en Chevrolet, terwijl de Democraten perverse liberals zijn die het gezin willen ondergraven en alle waarden overboord willen gooien. “Dat is althans de wijze waarop conservatief Amerika de zaken voorstelt, en de manier waarop het verkiezingen wint,” aldus de Amerikaanse filosofe en directeur van het Potsdamse Einstein Forum Susan Neiman, “want mensen willen waarden en het wordt tijd dat ook links hen die biedt”.

In haar boek Morele helderheid houdt Neiman een pleidooi voor een herbronning van links. Het moet terug het idealisme durven omhelzen schrijft ze. Het idee dat links zijn betekende dat je alle maatschappelijk heil uit het loonzakje zag komen, heeft zo stilaan zijn tijd wel gehad. Van oudsher had links een emancipatorisch ideaal voor ogen. Het wou de waardigheid van alle mensen verdedigen en het hield daarom universele humanistische idealen hoog. Geluk, rede, eerbied en hoop, dat zijn de woorden die links hoog in het vaandel zou moeten voeren, aldus Neiman, en het zou een voorbeeld moeten nemen aan wat ze Verlichtingshelden noemt, mensen die boven de massa uitsteken en door hun idealisme de wereld vooruit helpen.

Maar hoe is het zo ver kunnen komen? Waardoor is links zijn idealistische roots kwijtgeraakt?

Susan Neiman: Het marxisme bevat een interne metafysische contradictie. Enerzijds dankt het zijn belang aan de manier waarop het appelleert aan morele waarden en deze concreet probeert te realiseren. Anderzijds heeft het een heel reductionistische kijk op waarden. Uiteindelijk telt alleen de materiële basis van het bestaan. Waarden behoren tot de nogal eens perfide superstructuur. In de loop van de twintigste eeuw heeft men dit marxisme ook nog eens van zijn betovering ontdaan door er keer op keer de emancipatorische kracht van te ontkennen en het te herleiden tot een discussie over arbeid en loon, wat volgens mij zoiets is als de baby weggooien en het badwater bewaren. Waarden werden in die context met heel veel argwaan benaderd. Daar komt nog bij dat verschillende maatschappelijke fenomenen zoals Europees nieuw links, de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en de antikoloniale bevrijdingsbewegingen in de derde wereld natuurlijk wel uitgingen van een universalistische impuls die wou dat alle mensen waar ook ter wereld dezelfde rechten hebben, maar in de praktijk verzandden ze steevast in identiteitspolitiek. Het algemene belang werd uit het oog verloren ten voordele van de rechten van de sociale groep waartoe men behoorde, waardoor de emancipatiestrijd opeens veel weg kreeg van een stammentwist. De zwarten kwamen op voor de rechten van de zwarten, de vrouwen voor die van de vrouwen en de homo’s voor die van de homo’s. Het universalisme werd opeens als een vijand gezien.

Om dit te counteren houdt u een pleidooi voor de linkse held, maar is dat geen contradictie? Staat het egalitaire van links het zichzelf verheffende heldendom niet in de weg?

Susan Neiman: Dat hangt af van de manier waarop je je helden ziet. Ik ben egalitair genoeg om te beseffen dat de meesten onder ons een potentieel heroïsme bezitten. In feite willen we allemaal wel een held zijn. Stel dat je in een land leeft waar een absolute tiran aan de macht is. Hij wil een tegenstander uit de weg ruimen en om zijn daad toch ietwat rechtsgeldigheid mee te geven vraagt hij jou een valse verklaring af te leggen tegen die man, waardoor hij opgepakt kan worden. Wat doe je dan? Ik denk dat de meerderheid onder ons op zo’n moment een held zou willen zijn en de tiran zijn zin niet zou willen geven, ook al zal de angst voor het eigen leven misschien tot een ander resultaat leiden. Natuurlijk is de een intelligenter dan de ander en speelt geluk een rol, maar wat mensen tot helden maakt is het besef dat je meer van je leven kunt maken dan hetgeen de anderen erin willen zien. Voor mij is er dus helemaal geen contradictie tussen links en heldendom. Dat het oude linkse idee dat de geschiedenis niet door individuen gestuurd wordt, maar door de massa’s nog steeds aanhangers heeft vind ik trouwens verbijsterend. Stel je de twintigste eeuw maar eens voor zonder Hitler en Stalin, dan snap je meteen wat ik bedoel. En hetzelfde geldt voor de claim dat ideeën de wereld niet veranderen. Kijk maar eens wat het nationalisme gedaan heeft in de eerste helft van de vorige eeuw.

Zijn helden niet gevaarlijk? Zij kunnen mensen opzwepen en achter slogans doen aanlopen. Hebben we in de politiek niet eerder de rede nodig dan de passies?

Susan Neiman: De ene held is de andere niet. Ik heb het over Verlichtingshelden, en een van hun grote eigenschappen is zelfkritiek. Verlichtinghelden moeten rationeel en nederig zijn. Het idee dat de rede en de passies onverenigbaar zijn, is een romantische waan gebaseerd op een karikatuur van het Verlichtingsdenken. Ik denk dat de rede eerder opkomt tegen autoriteit en fanatisme en dat rationele helden dus best in staat zijn om de soort fascistische verering waar je terecht bezorgd om bent te vermijden.

Een typische Verlichtingsheld is Gandhi. Zijn geweldloze verzet werkte echter alleen maar omdat de Britten geen bruten waren, wordt wel eens beweerd. Geldt hetzelfde niet voor Verlichtingshelden in het algemeen?

Susan Neiman: Een van de mooiste verhalen die ik ken gaat over de vrouwen uit de Berlijnse Rosenstrasse. De Duitse autoriteiten hielden daar in 1943 met het oog op deportatie vierhonderd joodse mannen vast die met een niet-joodse vrouw waren getrouwd. Die vrouwen namen dat echter niet en demonstreerden er openlijk tegen. Een week lang weigerden ze de straat te verlaten en trotseerden ze de mitrailleurs van de Gestapo, en met succes, want geen van de mannen werd gedeporteerd. Verzetslui die sneuvelden werden helden, maar de vrouwen uit de Rosenstrasse zijn vrijwel onbekend. Ik vindt dit typisch, en ook problematisch. In Duitsland - maar niet alleen daar - wil men de mythe levend houden dat verzet tegen de nazi’s onmogelijk was. Het is immers heel geruststellend om dat te geloven. De Britten waren inderdaad geen bruten, omdat mensen nu eenmaal gevoelig zijn voor ethiek, en dat geldt ook voor de nazi’s. Het euthanasieprogramma dat instond voor de totale vernietiging van mensen met het syndroom van Down werd bijvoorbeeld stilgelegd na protest van de Katholieke Kerk. Ongeveer twee procent van de mensheid is psychopathologisch en heeft geen moraal. De overige 98 procent denkt in overeenstemming te leven met bepaalde morele waarden. Zo is er de beroemde speech van Joseph Goebbels waarin hij, net nadat hij de troepen uitgestuurd heeft om een aantal onschuldige vrouwen en kinderen af te slachten, nog toevoegt dat hij weet dat hen geen makkelijke taak wacht, maar zij handelen naar de wetten van een hogere moraal en zij zullen de helden van het Derde Rijk worden. De nazi’s waren geen nihilisten die verkondigden dat er geen goed en kwaad bestaat. Integendeel, zij vonden dat ze er een bijzonder hoogstaande moraal op nahielden.

Heeft een Verlichtingsheld veel kans op slagen in een land als Amerika dat van nature toch bijzonder conservatief is, denken we maar aan de vele anti-abortusbetogingen, het recente verbod op homohuwelijken en de problemen die men heeft met euthanasie.

Susan Neiman: Een paar jaar geleden hadden we de controverse gehad rond Terry Schiavo, wat bewijst dat euthanasie niet onbespreekbaar is. Ik geef toe dat Amerika een heel verdeeld land is waar het deze zaken betreft. Een groot deel van de Amerikaanse bevolking streeft immers naar morele simpliciteit, wat iets heel anders is dan morele helderheid. Al dat gediscussieer leidt volgens hen tot niets. Je vermoordt geen kinderen en daarmee uit. Het opnieuw verbieden van het homohuwelijk in Californië maakt heel wat progressieve Amerikanen ongerust, maar ik vind dat we ook niet moeten overdrijven. Zo slecht gaat het er bij ons nu ook weer niet aan toe. Als homoseksueel kon je tijdens de Vietnamoorlog niet opgeroepen worden. Het enige wat je dus hoefde te doen om niet naar de oorlog te moeten was het oproepingsbureau binnenstappen, een karikatuur van een homo opzetten en buiten wandelen met een 4f-notatie achter je naam, wat betekende dat je nooit meer opgeroepen zou worden. Toch deed bijna niemand dat. Ze vluchtten liever naar Canada of lieten zich opsluiten in de gevangenis. Alles was beter dan homo zijn, en dat is pas veertig jaar geleden. Onze cultuur is op die korte tijdspanne geëvolueerd naar het punt waarop de meerderheid van weldenkend Amerika vindt dat het homohuwelijk een optie moet kunnen zijn. Zo conservatief zijn we dus nog niet. En nu hebben we zelfs een zwarte president die gelooft in de kracht van ethische waarden. Obama heeft het voorbije jaar niet alleen beweerd maar ook op het terrein aangetoond dat je mensen warm kunt maken voor algemene idealen en waarden.

Kan één man zo’n verschil maken?

Susan Neiman: Nee, maar Obama staat ook niet alleen. Het beeld dat de Europese pers schetst van hem is trouwens helemaal anders dan wat men in de V.S. te zien krijgt. Hier zien we alleen grote stadions die afgeladen vol mensen zitten die compleet uit de bol gaan en ‘Yes we can’ schreeuwen. In Amerika zag je veel meer hoe gewone mensen onophoudelijk creatief bezig waren met campagne voeren voor Obama. Ze gingen spontaan de hort op om anderen op te roepen voor Obama te stemmen en particulieren zetten heuse reclamecampagnes op. Het individuele initiatief was overweldigend. Er ging een enthousiasme door het land dat in staat is een verschil te maken, ook op internationaal vlak. Of je het nu leuk vindt of niet, Amerika is nog steeds het machtigste land ter wereld, en we zullen er alles aan doen om dat zo te houden. We willen echt niet dat de Russen of de Chinezen onze plaats innemen. Het wordt trouwens tijd dat de Europeanen tot het besef komen dat ze veel meer macht hebben dan ze denken en besluiten de transatlantische alliantie nieuw leven in te blazen. Die draait echt wel om meer dan handelsovereenkomsten. We delen een verleden en een set Verlichtingswaarden die trouwens beter gerealiseerd zijn in Europa dan in Amerika.

De Europese sociaal-democratie is de mooiste politieke verwezenlijking uit de hele menselijke geschiedenis. Er valt hier en daar wat wel aan te verbeteren - zoals een groter besef van internationale verantwoordelijkheid bijvoorbeeld - maar grofweg beschouwd vind je in Europa het meest rechtvaardige, gelijkwaardige en vooral ook aangename politieke systeem. De Europese instellingen zijn dus een stuk Verlichter dan de Amerikaanse, alleen geloven de Europeanen niet genoeg in zichzelf. Amerikanen geloven daarentegen heel erg in zichzelf. Het probleem is dat ze zo vaak verkeerd zijn. In Amerika gelooft men dat het land op een set idealen gebouwd is die de Bush-administratie acht jaar lang door de modder heeft gesleurd. Van Obama wordt verwacht dat hij die fundamentele idealen terug zal brengen. Het is onvoorstelbaar hoeveel mensen in tranen uitbarstten toen ze op 4 november de uitslagen zagen binnenrollen. Miljoenen Amerikanen hebben toen gehuild omdat ze hoopten dat de idealen waarmee ze opgegroeid waren en die de voorbije jaren afgedaan werden als naïef en voorbijgestreefd opeens weer een kans maakten.

Is hij een Verlichtingsheld?

Susan Neiman: Hij is een nuchtere idealist. Of hij ook een held is, kunnen we nu nog niet weten. De Grieken zeiden dat je iemand pas gelukkig mag noemen na zijn dood. Voor heldendom geldt dat ook. Veel wil ik daar dus niet over zeggen, maar ik ben hoopvol.


Interview door Marnix Verplancke



Sudan Neiman, Morele helderheid, Ambo, 472 p., 29,95 euro.

Susan Neiman

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be