De Westerse angst berustte op een misverstand

interview vrijdag 07 oktober 2011

Francis Spufford

Eind jaren vijftig leek de hele wereld ervan overtuigd dat de Sovjetunie de geschiedenis aan haar kant had. Spoetnik draaide rond de aarde en Yoeri Gagarin draaide af en toe een rondje mee. Francis Spufford schreef een boek dat ergens tussen fictie en non-fictie hangt en dieper ingaat op de vraag waar het allemaal mis ging. “Wanneer je over een fabriek beschikt waar per jaar een half miljoen paar schoenen wordt gemaakt, vergeet je al vlug dat je misschien ook schoenmakers nodig hebt,” vat hij het probleem beeldig samen.

De telefoon rinkelt in het appartement van Gagarin. Zijn kleine dochtertje neemt op en zegt: “Sorry, maar mama en papa zijn er niet. Papa cirkelt momenteel om de aarde en hij zal om zeven uur weer thuis zijn, maar mama is naar de groentewinkel, dus wanneer we haar mogen verwachten weet niemand.” Het is een klassieke mop uit het Sovjetrepertoire en zoals alle moppen vertelt ze in een paar zinnen meer waarheid dan een epistel van een paar bladzijden zou kunnen doen. Met de lancering van de eerste Spoetnik-satelliet en de ruimtewandeling van Gagarin leek de Sovjetunie eind jaren vijftig op weg om het Westen zowel technologisch als economisch achter zich te laten. Het land kende een groei van naar eigen zeggen tien procent per jaar – wat door de CIA teruggebracht werd tot acht procent – en daarmee kwam het na Japan op de tweede plaats op de wereldranglijst. Chroesjtjov bezocht Washington, grapte dat het geen tien jaar meer zou duren alvorens de modale Rus rijker zou zijn dan de modale Amerikaan en iedereen was bang.

“Die Westerse angst berustte op een misverstand,” aldus Francis Spufford, de auteur van De rode belofte, “Men zag Spoetnik en Yoeri Gagarin en men nam automatisch aan dat een land dat tot zulke prestaties in staat was wel heel geavanceerd moest zijn. Onder die technologische hoogstandjes zag men een piramide van doordeweekse producten zoals groente en kinderschoenen, maar die was er helemaal niet. Men had alle energie in de technologische strijd met het Westen geïnvesteerd en de rest was niet mee geëvolueerd. Zo’n scheefgetrokken situatie is op termijn niet houdbaar.” De rode belofte is, zoals Spufford het uitdrukt, “een soort roman”, met dit verschil dat het boek vol personages loopt die echt bestaan hebben en het over een idee gaat in plaats van over mensen.

We zouden het dus net zo goed ‘een soort geschiedenisboek’ kunnen noemen. Dat idee in kwestie is de planeconomie, een halve eeuw geleden gezien als het toppunt van rationaliteit en daardoor dus de oplossing voor alle problemen. Spufford: “Het kapitalisme was chaotisch en daardoor ook extreem verspillend. Heel veel energie en grondstoffen gingen verloren. Iedereen trok immers een andere kant op en een systeem waarbij alle neuzen dezelfde richting uit wezen leek veel efficiënter. Wie wetenschappelijk te werk wou gaan, koos dus voor planning, want een maatschappij die gestuurd werd door onze hersenen moest gewoonweg beter zijn. Alleen weten we inmiddels dat we met een flinke dosis pragmatisme stukken verder komen dan met een strak plan natuurlijk.”

Heeft die planeconomie dan nooit gewerkt?

Francis Spufford: Dat hangt af van waar je haar mee vergelijkt. Een planeconomie kan heel wat verwezenlijken, maar je moet er wel bijnemen dat ze mensen behandelt als radertjes in een machine: nuttig zolang ze werken, maar ook heel makkelijk te vervangen. Afgezien daarvan kun je via een planeconomie de eerste stappen van de industrialisering heel vlug zetten. Op een generatie, van 1917 tot 1960, maakte men in de Sovjetunie van een stel ongeletterde boeren een goed opgeleide industriestaat. Het stadium daarna bleek het struikelblok te vormen. Na de revolutie van de zware industrie diende een elektronische te komen. Het ruwe planningsproces moest verfijnd worden en men wist dat dit niet zou lukken. De planners wisten dat ze geen Amerika bij elkaar konden plannen, maar ze raakten wel heel ver. Wat is de beste beschrijving van de Sovjeteconomie? Die scène uit de film van Laurel en Hardy die een piano moeten afleveren ergens bovenaan een immense trap. Met heel veel gekreun en gesteun raken ze bijna boven, en dan verliezen ze de macht over het instrument en dondert het weer naar beneden. In feite had Amerika toen meer met de Sovjetunie gemeen dan met Europa. Het geloof in de mechanisering en de grootschalige productie van goederen was hier nog helemaal niet doorgedrongen. Wij hadden geen kaasfabrieken zoals je die in Amerika en de Sovjetunie vond, maar wel Franse boertjes die hun brie en camenbert op de markt verkochten.

De man die we met die tijd vereenzelvigen en de hoofdpersoon uit uw boek is president Chroesjtjov. Wat maakte hem zo anders?

Francis Spufford: Chroesjtjov was de enige Sovjetpresident die over emoties en humor beschikte. Het lijkt wel alsof hij onder Stalin zoveel had moeten zwijgen dat hij eens zelf aan de macht niet meer kon stoppen met praten. Hij was heel spontaan en vertelde grappen, een beetje zoals Bill Clinton, een performer die zich als een vis in het water voelde wanneer hij onder de mensen was, handjes kon schudden en oneliners spuien.

Hoe raakte zo iemand aan de top in de Sovjetunie?

Francis Spufford: Hij beschikte over een ijzeren zelfdiscipline en had er geen moeite mee zich voor te doen als een simpele malloot. Hij forceerde zichzelf om anderen sympathiek te vinden en was er uiteindelijk van overtuigd dat hij in de partijtop omringd werd door fantastische kerels. Let op, we hebben het hier over de Stalintijd, toen er miljoenen mensen vermoord werden en de partij door achterdocht en schrik werd geregeerd. Oké, dacht iedereen toen wellicht, we zijn bang voor alle anderen, maar die Chroesjtjov is een zacht ei. Laten we hem dus maar tot opvolger van Stalin verkiezen, waarna het zachte ei hen allemaal begroef. We mogen ons dus niet laten misleiden door de charme van de man. Misschien was hij zelfs nog luguberder dan alle anderen samen omdat hij onder die charme net zo meedogenloos was als zijn ergste tegenstanders. Mijn peter zag Chroesjtjov toen hij in 1957 Londen bezocht en hij beschreef hem als een norse aardappel. Dat was het beeld dat ik in mijn hoofd had tijdens het schrijven van mijn boek.

Waarom is de Sovjetunie uiteindelijk mislukt, te veel planning of net te weinig?

Francis Spufford: Op een bepaald moment, nadat Kosigin Chroesjtjov had opgevolgd, stelde het planbureau voor om de prijzen niet langer door een mens te laten bepalen, maar wel door een computer. Dat zou veel efficiënter zijn. Kosigin weigerde echter en verliet dus in feite het plan. Wellicht had dat voorstel tot een grote catastrofe geleid en had Kosigin dus gelijk. Zij die de planners op dit vlak wilden tegenhouden waren degenen die wisten hoe de economie echt werkte, en niet alleen in theorie. Zij beseften hoe die economie onophoudelijk bijgestuurd diende te worden en dat overlaten aan een computerprogramma was wel heel gevaarlijk natuurlijk. Het probleem met computerprogramma’s is immers dat ze bijzonder afhankelijk zijn van de kwaliteit van de informatie die ze gevoederd krijgen en de Sovjetunie had – om het zacht uit te drukken – moeilijkheden met het verzamelen van informatie. In 1965 begon het al goed mis te lopen, maar tegen de jaren tachtig diende de overheid haar eigen spionagesatellieten in te zetten om de werkelijke omvang van de katoenopbrengst te meten omdat niemand ter plekke nog correcte informatie verschafte.

Was Sovjetwetenschap in feite geen contradictio in terminis, om wetenschap te bedrijven moet je toch vrij zijn en contacten hebben met wetenschappers uit het buitenland?

Francis Spufford: Toen de contacten met de buitenwereld afgebroken werden was dit catastrofaal maar niet terminaal. Bovendien bleven zuivere wetenschappen zoals wiskunde en fysica relatief ongeschonden. Wanneer je het echter over sociale wetenschappen of economie hebt, waren de gevolgen wel zwaar. Die disciplines werden gewoonweg van de kaart geveegd. Wat je wel zag tijdens de jaren vijftig en zestig was dat de menswetenschappen opnieuw opgebouwd werden vanuit de wiskunde. De economisten die ik in mijn boek opvoer waren in feite allemaal wiskundigen. Vandaar dat ze ook geen flauw idee hadden van de echte economie en dat leidde soms tot bijzonder verfrissende inzichten. Leonid Kantorovitch, de enige Sovjeteconoom die ooit de Nobelprijs kreeg en de vader van het lineair programmeren, ontketende weliswaar geen revolutie in de Sovjeteconomie, maar zijn wiskunde is een uitstekende manier om goede van minder goede keuzes te onderscheiden wanneer er veel variabelen in het spel zijn. Ze wordt vandaag nog steeds gebruikt bij het uittekenen van vluchtroutes van vliegtuigen.

Waarom waren biologen gevaarlijk voor het regime?

Francis Spufford: Omdat Chroesjtjov weliswaar de Sovjetmaatschappij gedestaliniseerd had maar niet wanneer het op biologie en landbouw aankwam. Tot de jaren twintig stonden de Sovjetgenetici aan de top van de wereld, maar toen kwam Lysenko, die de evolutieleer afzwoer en de biologen dienden opeens te ontkennen dat er genen bestonden, en dat hielden ze dertig jaar vol. Of toch bijna, want sommigen konden niet zwijgen. Zo bekeek een biologe het patroon van door genetische afwijkingen veroorzaakte kindersterfte en ontdekte dat deze in golven voorkwam die helemaal parallel liepen met de zwartste pagina’s uit de Sovjetgeschiedenis. De grote hongersnoden en vervolgingscampagnes bleken genetische gevolgen te hebben. De biologie had dus toegang tot de werkelijke geschiedenis van de Sovjetunie, die in de geschiedenisboeken verbloemd of verzwegen werd.

Hoe slecht het uiteindelijk ging met de Sovjetwetenschap blijkt uit het opgeven van de eigen computerindustrie in 1969. Voortaan zou de USSR IBM-compatibel zijn.

Francis Spufford: Dat is wellicht een van de meest destructieve beslissingen die in de Sovjetunie gemaakt zijn. Het land liep voortaan een computerachterstand op van gemiddeld vijf à tien jaar. Dit is extra jammer omdat het tot in 1969 over imposante computers kon beschikken. Ze werden niet massaal geproduceerd en dienden vooral landsverdediging, waardoor de ontwerpers nooit hun eigen uitvinding te zien kregen, maar ze werkten voortreffelijk en het was op deze computers dat de grote economische plannen draaiden. Het is dus niet toevallig dat het opgeven van die computerindustrie en het stopzetten van de economische hervormingen van het land ongeveer op hetzelfde moment gebeurden. Het was het einde van een tijdperk: weg alle hoop en ambitie.

En toen kwam Breznjev.

Francis Spufford: En de totale stagnatie. Het leven was vrij comfortabel. Je had een gegarandeerde job, je eigen flat met je eigen keukentafel en daar kon je dan je vrienden uitnodigen om bij gebrek aan wodka samen dingen te drinken die niet echt bedoeld waren om te drinken, zoals eau de cologne bijvoorbeeld. Onder Breznjev was iedere visie op een betere toekomst verdwenen. De Sovjetunie verkocht olie, rijfde dollars binnen en kocht er salami en Fiat-fabrieken mee, wat verre van utopisch is natuurlijk. Men was tevreden met wat men bereikt had en berustte. Dat merk je ook aan de moppen die toen verteld werden. Daar zat geen teleurstelling meer in. De hoop die tot teleurstelling kan leiden was verdwenen. Er was alleen nog comfortabel cynisme: ‘Heb je het al gehoord, Breznjev is opgegeten door een krokodil.’ ‘Ja, ik weet het, het arme dier scheet twee weken later nog steeds medailles’”.


Francis Spufford, De rode belofte (oorspronkelijke titel: Red Plenty), vertaald door Toon Dohmen, Nieuw Amsterdam, 2011, 478 p., 27,95 euro.

Interview door Marnix Verplancke

Dit interview verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen.


Francis Spufford

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be