Over de wijsheid van soefimeester Mullah Nasrudin worden vaak grappige anekdotes verteld. In een ervan is hij een rechter in het Ottomaanse rijk. Tijdens een zitting staat de aanklager op en legt uitvoerig uit waarom de beschuldigde een zware straf verdient. "Je hebt gelijk", zegt Mullah Nasrudin. Daarna komt de verdediging aan het woord en die bepleit de onschuld van de beklaagde. "Je hebt gelijk", zegt Mullah Nasrudin. Vol onbegrip staat er iemand uit de toehoorders op die zegt: "Mullah, de aanklager sprak en je zei dat hij gelijk had. De verdediging sprak en je zei dat ze gelijk had. Hoe is dat mogelijk?" Waarop de Mullah reageert met: "En jij hebt ook gelijk." Dit is de filosofie die de in Bulgarije geboren maar in het Duits schrijvende Ilija Trojanow in zijn boeken wil uitdragen, want wie echt in staat is om vrij te denken kan zich door empathie in de positie van een ander verplaatsen. En precies daar wordt voor hem het interculturele project interessant. In zijn nieuwe roman, De wereldverzamelaar, doet hij dit door te focussen op de negentiende-eeuwse Brit Richard Francis Burton, een van die talloze eigenzinnige Victorianen die hun tijdperk zo fascinerend maken. Hij was militair, spion, etnoloog, ontdekkingsreiziger, diplomaat, hypnotiseur, dichter, schrijver van meer dan vijftig non-fictieboeken, moslim, fervent alcohol- en opiumgebruiker en de man die op zijn gemak 29 talen sprak. Hij vertaalde de Verhalen van 1.001 nacht voor het eerst in het Engels, evenals de Kamasoetra en ging samen met John Speke op zoek naar de bronnen van de Nijl, waarbij zij het Tanganyika- en het Victoriameer ontdekten. Trojanow kwam Burton op het spoor toen hij tussen zijn zevende en twaalfde school liep in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar zijn vader met zijn gezin naartoe was getrokken. In Kenton College - "Ken je de school waar Harry Potter naartoe gaat? Dat geeft je een idee", legt Trojanow uit - werd er maar één soort geschiedenis gedoceerd: die van het Britse koloniale rijk, en aangezien Burton voor Oost-Afrika is wat Stanley en Livingstone voor Kongo zijn, kreeg de man er de nodige aandacht. Het boek zoomt in op drie specifieke periodes uit Burtons leven: zijn jaren in India, toen hij aan het hoofd stond van een regiment van 300 man en meer in traditionele klederdracht dan in uniform te zien was; zijn reis door het Midden-Oosten, toen hij de hadj volbracht; en zijn 1.500 kilometer lange expeditie naar het Tanganyikameer. Al gauw besefte Trojanow echter dat hij ook de tegenpartij aan het woord moest laten: de Indiër, de Arabier en de Afrikaan. "Dat veranderde het boek compleet", vertelt hij. "Wat begonnen was als een roman over een Europeaan die de wereld ontdekt, ging opeens ook over de manier waarop de rest van de wereld Europa ziet." En zo deed Mullah Nasrudin zijn intrede. Wat opvalt aan Burton, is dat hij nog het best getypeerd zou kunnen worden als een antikoloniale koloniaal. Zo wou hij bijvoorbeeld India India laten en verzette hij zich tegen de invoering van de Britse wetgeving. Trojanow: "Zijn argument daarbij was kennis, en dat gaat vandaag nog net zo goed op. De moeilijkheden in de Palestijnse gebieden en Irak raken niet opgelost door onwetendheid. Het is overduidelijk dat de VS geen idee hebben van hetgeen daar echt speelt. Op 11 september 2001 was er in de hele Amerikaanse veiligheidsdienst welgeteld één persoon die Pathaans verstond. Veel verschil met de negentiende eeuw is er dus niet. Burtons voornaamste kritiek op zijn landgenoten was dat ze de lokale bevolking niet kenden en daardoor ook niet begrepen, waardoor hun wetgeving niet zou werken in India. Het idee van gevangenisstraf lachte hij bijvoorbeeld weg. We hebben hier te maken met arme mensen die over een zee van tijd beschikken, zei hij. Die willen best een paar weken in een cel doorbrengen. Dus betoogde hij dat het traditionele Indiase bestraffingssysteem beter in stand gehouden werd." In India was Burton een Indiër en in Arabië een Arabier, maar wie was hij echt? Ilija Trojanow: Was Burton een Engelsman, of was hij een Indiër? Voor hemzelf waren het categorieën die hij achter zich had gelaten. Hetzelfde zie ik niet alleen in mezelf, maar ook in anderen die ervoor gekozen hebben een dynamisch leven te leiden, gevoed door vele inspiraties en culturen. Zij hebben een eigen ruimte gecreëerd die buiten het traditionele discours valt. Dat is ook de reden waarom Burton nooit de eer kreeg die hem toekwam. Hij werd gewantrouwd in zijn eigen land en eindigde zijn leven als consul in Triëst, wat niet bepaald de belangrijkste stad ter wereld was in 1890. Wanneer je je buiten de gevestigde posities begeeft, is het moeilijk om echt gewaardeerd te worden. Ik heb een aantal seculiere moslims onder mijn vrienden en zij moeten constant hun positie verduidelijken. Als je een moslim bent, ben je in de ogen van westerlingen immers automatisch een gelovige. Na decennialang van het toneel verdwenen te zijn, is identiteit opnieuw in het centrum van het politieke denken komen te staan. Na de Tweede Wereldoorlog was identiteitspolitiek om voor de hand liggende redenen niet meer geliefd, wat leidde tot de Europese Unie, een poging om identiteit uit de politiek te halen. Dat idee is helemaal weg. Kijk bijvoorbeeld naar de Duitse deelstaatverkiezingen van tien dagen geleden, in Nedersaksen en Hessen. De conservatieve partijen probeerden die helemaal over criminele migrantenjongeren te laten gaan. Tien jaar geleden was zoiets ondenkbaar. In zekere zin bent u zelf ook een Burtoniaanse schrijver, een man van vele culturen die Duits proza en Engelse poëzie schrijft. Ilija Trojanow: Engels is de taal van mijn kindertijd. Ik heb er rijmpjes en versjes in geleerd, wat toch de eerste introductie tot de poëzie is. Proza komt pas later in het leven. Duits vind ik uitermate geschikt voor romans omdat het zo'n wendbare taal is, een beetje als de Duitsers zelf, denk ik. Het gekke is immers dat zij zowel de meest hoogstaande als de verwerpelijkste mensen hebben voortgebracht. Zij zijn als geen ander in staat tot extremen. Het is een cliché, maar het is werkelijk zo: Duitsland is Bach en Hitler tezelfdertijd, en ik heb nog nooit iemand ontmoet die me kan uitleggen waarom. Een taal is altijd getekend door haar geschiedenis, en dat zie je ook in het Duits. Er is een soort Duits dat heel pedant en lelijk is, naast het Duits van de uitzonderlijke abstractie die we terugvinden bij Kant en Hegel en het prachtige Duits van dichters als Paul Celan en Georg Trakl. Wanneer je naar dat soort Duits luistert, voelt het alsof een vrouw je rug streelt, zo sensueel is het. Ook in het boek is taal heel belangrijk. Het eerste wat Burton deed wanneer hij voor langere tijd in een land neerstreek, was de plaatselijke taal leren. Ilija Trojanow: Dat was inderdaad zijn toegangsticket tot de plaatselijke cultuur en maatschappij. Daarom vind ik het zo jammer dat vanuit een bepaalde linkse hoek steeds beweerd wordt dat migranten het recht moeten hebben om hun eigen taal te blijven spreken. Natuurlijk hebben ze dat, maar bevorderlijk voor de integratie is het niet. Volgens mij heeft ieder mens daarentegen het recht op toegang tot de taal van het land waar hij verblijft. Neem de taal weg en je schendt de basisrechten van die mens. En als we het dan toch over vrijheid hebben, je kunt pas echt vrij zijn wanneer je meertalig bent. Zodra iemand zich niet meer kan uitdrukken is hij immers een inferieur wezen geworden. Ik vind het ronduit schandalig dat wij er in het Westen geen topprioriteit van maken om migranten taalcursussen aan te bieden. De reden daarvoor moeten we in het verleden zoeken. Toen de eerste gastarbeiders naar Europa kwamen, wilden wij immers niet dat ze de taal leerden. Het idee was dat ze hier een jaar of twintig zouden werken en daarna terugkeren naar huis. In taalcursussen werd dus niet geïnvesteerd. Het is te vergelijken met iemand die in twintig jaar niet naar de dokter is geweest en bij wie nu kanker wordt vastgesteld. 'Je had veel eerder moeten komen', zegt de dokter dan. 'Nu is het veel te laat.' En dan zit je dus met een probleem. Naamgeving lijkt eveneens heel belangrijk. Door het meer dat de expeditie aantreft het Victoriameer te noemen terwijl het, zoals de Afrikaanse gids zegt, al altijd een Afrikaanse naam heeft gehad, maken ze er een stukje Brits rijk van. Ilija Trojanow: Het kolonialisme werkte traditioneel op twee manieren: meten en naamgeving. Eens een object gemeten was en een naam had gekregen, was het verworven. Tegenwoordig zijn in de sociologie en de antropologie kaarten heel belangrijk. Kaarten zijn altijd al representaties van de wereld geweest die niet alleen beschrijven, maar ook valideren. Op een bepaald moment in de veertiende eeuw stond naar onze normen de wereldkaart op zijn kop, en leek Europa op het zuidelijk halfrond te liggen. De kaarten van vandaag zijn net zulke machtsinstrumenten als die van vroeger. Wanneer je in Dar-es-Salaam een kaart opvraagt op het kadaster, krijg je een oude Britse kaart in handen. De laatste bijwerking dateert van 1954. Afrikanen zien hun eigen land dus door een koloniale bril en wij hier in het Westen spreken nog steeds over Afrika en het Verre-Oosten in een negentiende-eeuws idioom. Bernard Lewis, de Midden-Oostenadviseur van Bush, is daar een schoolvoorbeeld van. In een van zijn essays schrijft hij dat de enige taal die moslims verstaan die van het geweld is. Dat zeiden de negentiende-eeuwse Britse generaals ook al. Tegenover deze westerse monoloog stelt u liever een dialoog, lijkt me. Ilija Trojanow: Ik ben er inderdaad trots op dat ik voor een andere weg gekozen heb en twee gelijkwaardige discoursen aan bod laat komen in mijn roman. De ware ontdekkingsreiziger was de Afrikaanse gids Sidi Moebarak Bombay. Hij liep voorop en nam Burton en Speke gewoon op sleeptouw. Mijn uiteindelijke doel was dat de lezer het perspectief van Burton zou begrijpen en aanvaarden, en daarna dat van Sidi Moebarak Bombay, en dat hij beide evenwaardig zou vinden. Al te vaak zeggen we dat we multicultureel zijn, terwijl we alleen weten welke rituelen andere mensen erop nahouden. Maar dat is niets waard, want het houdt geen echt begrip van de ander in. Waarom leert geen enkele Duitser Turks? Ik beweer niet dat ze Turkse dichters moeten worden, maar voor mensen die in steden wonen met een Turkse populatie van 30 procent kan een basiskennis Turks misschien bijdragen tot een beter begrip van de buren. Wanneer het er dus op aan komt een interculturele dialoog te houden moeten we bereid zijn om aan beide zijden stappen naar elkaar toe te zetten. Wat we vandaag zien is dat er een podium opgericht wordt waarop ieder zijn ding kan doen. De een brengt Anatolische liederen en de ander Stockhausen, maar een geslaagd concert is het niet te noemen, ook al vinden we onszelf op zo'n moment reuzetolerant. Burton ging zelfs nog verder op de interculturele weg. Hij werd moslim. Ilija Trojanow: We weten wel niet in hoeverre hij echt geloofde, of gewoon deed alsof. In Al-Islam, the Gypsies and the Jews zegt hij dat hij de islam verkiest boven alle andere hem bekende godsdiensten omdat die het meest abstracte godsconcept hanteert en daardoor de mens de grootste vrijheid laat. Maar het zinnetje dat altijd achterwege gelaten wordt en er net voor staat is: 'Als ik kon geloven,...' Hij heeft hier dus veeleer een intellectuele dan een religieuze kijk op de zaak. En geef hem maar eens ongelijk. Iedere vrijdenker zou het ongetwijfeld met hem eens zijn dat de meest abstracte godsdienst de grootste vrijheid schenkt. Uiteindelijk zijn we het allemaal wel eens dat er iets is dat we niet begrijpen en dat er een soort kosmische energie moet bestaan. Pas wanneer die concreet ingevuld worden, ontstaan de meningsverschillen. Keer op keer schrijft Burton dat hij niet in staat is om te geloven. Er blijft steeds die afstand tussen hem en de gelovige moslims, de drang om alles te meten, maar hij was wel in staat om de extase van het geloof aan den lijve te ondervinden, door zich onder te dompelen in de massa tijdens de hadj in Mekka bijvoorbeeld. Hoe de vork precies aan de steel zat, zullen we wellicht nooit te weten komen, want Burton heeft ook geschreven dat hij niet alles wat hem overkwam op papier zette omdat zijn Britse lezers het niet zouden begrijpen. Hij was een Victoriaan, en daardoor selectief in zijn confessies. We weten bijvoorbeeld dat Lawrence of Arabia nooit een woord over homoseksualiteit heeft geschreven, maar dat hij wel relaties heeft gehad met Arabische mannen. Als Brit schrijven dat je zo onder de indruk gekomen was van de islam dat je je ertoe bekeerd had, kon in die tijd niet. De vraag of hij een echte moslim was, is dus niet te beantwoorden. In theologische termen ben je een moslim zodra je het credo 'Er is geen andere god dan god en Mohammed is zijn profeet' uitspreekt in het bijzijn van twee getuigen. Aangezien Burton dat heel vaak heeft gedaan, was hij een moslim. Maar misschien was hij wel louter een culturele moslim, wat iets heel anders is dan een gelovige, net zoals er hier in het Westen veel meer culturele christenen rondlopen dan gelovige christenen. Net als Burton hebt u de hadj volbracht, ook al bent u geen gelovige moslim. Ilija Trojanow: Maar dat is toch geen enkel probleem? Ik ging als pelgrim en was niet de enige daar die tijdens het dagelijkse leven nooit bad. Wij in het Westen zien alles graag in zwart en wit, maar zo zit de islam niet in elkaar. Er liggen veel grijswaarden tussen die twee, en er zijn dus meerdere vormen van geloof mogelijk. Persoonlijk vond ik het ritme van vijf keer per dag bidden heel heilzaam. Het schonk me concentratie en energie. Je zou het kunnen vergelijken met vijf keer per dag yoga beoefenen. Maar omdat ik van nature tegen regels en wetten ben, ben ik na de hadj gestopt met bidden. Wat ik dus zeg is dat we in een seculiere maatschappij het recht moeten verdedigen dat we onze eigen kijk hebben op de verschillende religieuze tradities, zonder dat we ons de les laten spellen door een paus, wahabiet, mullah of enige andere imam.
Ilija Trojanow Linkshttp://www.demorgen.be/ |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|