Je doodt niet, je helpt sterven

interview vrijdag 10 november 2006

Luckas Vander Taelen

Tot op het laatst bleef hij hopen dat zijn zus in een coma zou gaan en rustig zou uitdoven. Het mocht niet zijn. Dus verloste Lukas Vander Taelen haar uit haar lijden. "Ik wens het mijn ergste vijand niet toe."

Hij is net verkozen voor Groen! op de lijst van Ecolo in de Brusselse gemeente Vorst. Nochtans geen campagne gevoerd, niet van deur tot deur gegaan. Zijn 222 voorkeurstemmen hebben hem daarom bijzonder ‘geroerd’. Als Vlaming van dienst wordt hij zelfs schepen. “In Brussel stemt men blijkbaar graag op Vlamingen die op Franstalige lijsten staan. Er is ook een Vlaams meisje verkozen bij de PS. De Brusselaar geeft hiermee het signaal dat hij meertaligheid en taalgemengdheid op prijs stelt. Mijn vrouw is Franstalig, mijn dochter heeft wortels in beide culturen, maar zou niet kunnen kiezen tussen een van beide: zo is een groot deel van de Brusselse jeugd. Zo is Brussel. En daar houd ik van.”

Ik zit met Luckas Vander Taelen in een café in de Koningsgalerij: zijn lievelingsplek. Recht tegenover is een platenzaak, een beetje verder een bioscoop, daarnaast een restaurant waar hij wel eens komt en ginds de beste - Franstalige - boekhandel van de stad. Hij lacht: “In de winter zit het hier vol taartetende dames.” Maar ook: “Ik heb hier op het terras eens zitten snikken bij de lectuur van De weg naar het UZ is zo mooi in de lente, een boekje van een moeder die haar dochter verliest aan kanker. Dat heeft mij ertoe aangezet om ook mijn verhaal neer te schrijven. Ik geloof in de kracht van getuigenissen: als ik door het verhaal van een ander zo intens geraakt kan worden, dan kan ik ook met het mijne anderen raken. Ik ervaar dat niet als exhibitionisme.”

Straks een jaar geleden, op 28 november 2005, hielp Vander Taelen zijn zus Anna sterven. Ze had kanker, lag in het UZ Gent en was 51 jaar oud. Zijn boek Waar ben je nu? is het relaas van de laatste dagen in het leven van Anna, waarbij Vander Taelen ook terugkijkt op het hele ziekteproces en af en toe een glimp van hun jeugd laat doorschemeren.

U begint het boek als ze juist gestorven is. U bent dan opgelucht.

Luckas Vander Taelen: O, maar ik vond haar dood verschrikkelijk, hoor. Ik ben in huilen uitgebarsten toen het zover was. Maar de laatste weken waren erg uitputtend geweest, op de rand van het tolereerbare, ook voor mij. Anna reageerde nergens meer op. Ze had al vier dagen niet meer gegeten en gedronken. Ze zeggen dat je dan in een coma valt, maar zij had blijkbaar een sterk lichaam. Ze lag daar met haar ogen open, benen opgetrokken en haar handen tussen de dijen. Ze was zo onrustig. Ze wilde telkens het bed uit om naar het toilet te gaan, dat was een soort automatisme geworden. De laatste keer heb ik haar in mijn armen naar de wc-pot gedragen. Ze kon niet eens meer plassen. In dat magere, afgetakelde schepsel met die wilde blik vond ik mijn zus niet meer terug. De kanker was een beest dat haar vanbinnen aan het opeten was. Ik vond het vooral wreed voor haarzelf, wreed om haar dit aan te doen.

De euthanasie is volgens het boekje verlopen: ze had een wilsverklaring en u had die ook getekend.

Luckas Vander Taelen: En ze was in een terminale fase en de artsen hadden vastgesteld dat er iets was dat je als lijden kunt definiëren. Ze had geen enkel comfort van leven meer. Ik denk dat ik haar leven misschien maar met een etmaal heb verkort. Wat nog niet wil zeggen dat het gemakkelijk is om tot euthanasie over te gaan. Op 28 november, het was een maandagochtend, stap ik haar kamer binnen in de wetenschap dat ze het einde van de dag niet zal halen. Omdat ik daartoe beslist heb. Ik heb de oncoloog gebeld en ik weet dat ze met de euthanasie-medicijnen zullen komen. Ik heb dat bepaald, en zij weet van niets. Dat blijft verschrikkelijk om te doen. Iets wat ik mijn ergste vijanden niet eens toewens, nou ja, behalve een paar dan. (lacht)

Betekent dit dat u zelf geen wilsverklaring zult ondertekenen?

Luckas Vander Taelen: Ik denk dat ik het niet zou doen, al kun je zoiets moeilijk op voorhand zeggen. Ik heb het gevoel dat de artsen van vandaag en mijn omgeving sereen met mijn sterven zullen omgaan. Ik wil dat graag hopen. Je weet natuurlijk nooit in welke situatie je belandt. Ik hoop, als het nodig is, dat ik nog tijd genoeg heb om zo'n verklaring te tekenen. Je moet zoiets op het juiste moment doen. Mijn zus deed het een paar jaar voor haar dood, toen ze voor een grote operatie stond, die ze zonder problemen doorkwam.

U aarzelt nu precies, terwijl u toch altijd een voorstander van euthanasie bent geweest?

Luckas Vander Taelen: Absoluut. Maar het is zoals met abortus: elke keer is dat een drama, een mislukking, die traumatiseert. Toch ben ik voor het recht op abortus. Elk geval moet apart beoordeeld worden, volgens de draagkracht van de persoon zelf én haar omgeving. Zo is dat ook met euthanasie. Je doodt niet, je helpt sterven. Maar het is en blijft een verschrikkelijk wapen, je voelt je even Pietje de Dood. Ik ben er dan ook niet licht overheen gegaan. De dokters stelden het al voor op donderdag, vier dagen voor het werkelijk is gebeurd. Dat gesprek heb ik als een schok ervaren. Ik wilde nog niet. Niet zo plotseling. Ik hoopte nog op een natuurlijk stervensproces. Ik zou wel zolang bij haar blijven slapen. Aan euthanasie is niets natuurlijks: het gaat te snel, je slaat een etappe over.

Was uw moeder op de hoogte?

Luckas Vander Taelen: Nee, maar ze wist natuurlijk wel dat Anna terminaal was. Meteen daarna heb ik het haar verteld. Ze heeft intussen het boek gelezen en ze heeft daar heel emotioneel op gereageerd. Ze begrijpt niet zo goed waarom ik dit doe. Dat anderen hier een boodschap aan kunnen hebben.

U bekent in uw boek dat u voor haar ziekte eigenlijk geen nauwe band had met uw zus.

Luckas Vander Taelen: Ik had in feite geen relatie met haar, daar ben ik vrij eerlijk in. We waren uit elkaar gegroeid. We hadden elk ons eigen leven: zij in Antwerpen, ik in Brussel. Ze was ook vier jaar ouder dan ik. In de puberteit maakt dat een groot verschil: zij was met tienerzaken bezig, muziek van Boudewijn de Groot en zo. Ik praatte alleen maar over basket. Jongens blijven kleuter tot ze vijftien zijn, dat weet ik uit eigen ervaring.

Dat juist u dan de uitvoerder wordt van haar euthanasie.

Luckas Vander Taelen: Enkele jaren geleden kreeg ik van haar een telefoontje: ‘Ik heb kanker.’ Onmiddellijk was daar dat oerinstinct, dat haast dierlijke gevoel, dat ik haar moest redden. Het gevoel van een stam waartoe je samen behoort, een verborgen maar zeer sterke band waar je jarenlang niet hebt bij stilgestaan en die dan ineens terug is. Ik liet alles vallen waar ik op dat moment mee bezig was, en ben met haar naar het UZ Gent gereden voor een tweede diagnose. Ik ken er het diensthoofd oncologie, Simon Van Belle, uit de tijd dat ik reportages draaide voor ‘Kom op tegen Kanker’. Ik wilde het allerbeste voor Anna. Hij heeft haar kanker met een agressieve chemotherapie knock-out geslagen. Ze heeft dan nog vijf jaar geleefd en in die vijf jaar heb ik haar ziekteproces intens meebeleefd. We kwamen weer dichter tot elkaar.

Maar ook weer niet zo dicht dat u met haar over de grote levenskwesties hebt gesproken. U ziet dat nu een beetje als een gemiste kans.

Luckas Vander Taelen: Anna heeft om te beginnen een heel raar ziekteverloop gehad. Twee maanden eerder was ze al eens opgegeven door de medische wereld. Het leek er toen ook op dat ze zou sterven, niet door de kanker maar doordat haar organen faalden ten gevolge van nieuwe chemotherapie. Ik had toen al met onze moeder over de begrafenis gesproken, kun je nagaan! En ineens is ze terug en krijgt ze weer honger. Ze is toen zelfs weer naar huis mogen gaan, naar het ouderlijke huis in Aalst, waar ze de laatste tijd woonde. Ik was misschien naïef, ik dacht toen nog dat ze zich er ook deze keer doorheen zou slaan. Ik dacht niet aan sterven. Ik dacht alleen: Zal moeder dat wel aankunnen?' Want Anna was natuurlijk erg verzwakt. Weet je, elke keer dat ze erdoor kwam, namen wij onderling weer wat afstand. Als de crisis over was, vervielen wij weer in onze oude rollen. Ook ging ik zo'n gesprek over leven en dood uit de weg omdat ik het gevoel had dat ik haar daarmee als het ware ter dood zou veroordelen. Ik ben misleid door mijn optimisme. Achteraf kun je daar spijt van hebben, ja.

Had u eerder iemand zien sterven?

Luckas Vander Taelen: Nee, het was de eerste keer. Voor het eerst heb ik het grote verschil gezien tussen een stervende mens en een dode. In een paar seconden verandert een levend wezen in een levenloos lichaam. Dat is toch een van de grote mysteries van het leven: het lijkt of je ergens door een poort gaat naar... tja, waar naartoe? Ik ben heel hard beginnen wenen toen Anna dood was en ik ben beginnen roepen Waar ben je nu? Waar ben je nu?' Want ze was niet meer in die kamer. Haar ziel – ‘die 21 gram’, zoals gekke onderzoekers hebben proberen te bewijzen - was verdwenen. Ik ben nochtans een vrijdenker, ik geloof niet in het leven na de dood.

U toert anders op dit moment rond met een theatervoorstelling over het leven na de dood.

Luckas Vander Taelen: Ik kan u vertellen dat er niets is na de dood, maar dat is niet zo interessant. Doen alsof er wel iets is, met die gedachte speel ik graag. Omdat we het zo moeilijk hebben met de dood, hebben alle culturen mythologieën bedacht. Ook ik heb daar behoefte aan. Ik zeg dus in mijn voorstelling: ja, er is leven na de dood. Ik heb mijn eigen mythologie gecreëerd. Ik heb er lang op zitten broeden, eigenlijk dateert het plan al van een hele tijd voor mijn zus stervende was. Het was pas na haar dood dat het mij lukte, alsof ze mijn pen hielp vasthouden. Zij gaf mij de kracht.

Wat is de kern van uw mythologie?

Luckas Vander Taelen: Reïncarnatie. Hoewel ik niet, zoals Bram Vermeulen, in echte reïncarnatie geloof. Ik geloof wel dat de wereld een gesloten systeem is, waarin alles bij alles aansluit en niets verloren gaat. Moleculen vallen uit elkaar en geven leven aan iets of iemand anders. Ik heb ooit een fascinerend Engelstalig boek gelezen over lijken, met als titel ‘Stiffs’. Daarin las ik dat ze in Scandinavië een methode hebben ontwikkeld om lijken tot humus te recycleren. Daar kan je dan een zaadje in planten en na jaren kan je dan zeggen: Die boom daar, dat is oma. Zo gaat het volgens mij. In mijn voorstelling vergelijk ik het met het water op aarde: die hele cyclus van verdampen en weer uitregenen. Er gaat geen druppel verloren. Maar in mijn voorstelling heb ik het ook over reïncarnatie van mensen. Ik heb van God een mens gemaakt, hij heet ‘Albert De Schepper’. In de islamwereld zou je voor zoiets gespietst worden, maar zo zitten wij gelukkig niet in elkaar. Ik heb trouwens een zeer milde god van hem gemaakt. Hij geeft mensen de kans om terug te keren naar hun vorige leven als ze vinden dat het nog niet af is. Maar bijna niemand kiest daarvoor. De mensen hebben er geen zin in. Ze leggen zich neer bij hun dood. Die aanvaarding, daar houd ik van. Het idee dat het leven goed is geweest, dat je het niet wilt overdoen.

Mag er ook gelachen worden met de dood?

Luckas Vander Taelen: Zeker weten. Het is zo menselijk. Op hoeveel begrafenissen wordt er niet gelachen? In de familie van mijn vrouw wordt het lichaam van een overledene naar goede Waalse gewoonte vaak thuis opgebaard en thuis gekist. En ook daar wordt er drie meter verder, gezellig samen rond de tafel, gelachen omdat er mooie herinneringen worden opgehaald. Ik vind dat een mooie mengeling, erg louterend.

U heeft uw vader nooit gekend, hij stierf toen uw moeder vier maanden zwanger was van u. In deze voorstelling spreekt, of liever zingt u voor het eerst over hem. Is dat omdat het verdriet om uw zus ouder verdriet uit uw kindertijd heeft wakker gemaakt?

Luckas Vander Taelen: Misschien vreemd, maar ik heb daar nooit echt van afgezien. Ik durf zelfs te zeggen dat hij mij sterker heeft gemaakt door er niet te zijn. Ik heb mijn eigen persoonlijkheid kunnen ontwikkelen, hij zat niet in de weg. En toch... heb ik jarenlang rondgelopen met zijn pasfoto op mijn studentenkaart: zo hard lijken we op elkaar. Mensen hebben mij ook vaak verteld hoe sympathiek ze hem wel vonden, dat is natuurlijk leuk. Je kunt wel stellen dat mijn zus mij de kracht heeft gegeven om over de belangrijke dingen des levens na te denken en om nu voor het eerst over hem te zingen: Het is niet tof, een papa op het kerkhof. Voor het eerst durf ik toe te geven dat ik heb hem toch heb gemist.

Wordt u daar niet emotioneel van op het podium?

Luckas Vander Taelen: Ik kan het veel beter op het podium dan thuis voor de spiegel of in mijn auto. Dan hapert mijn stem. Ik heb het lied ook al wenend geschreven, op vakantie in Sardinië. De anderen waren buiten, ik zat alleen. Het voelde als een enorme bevrijding. Ik sprak met hem en hij antwoordde! Ik was zelf verrast door de woorden die ik in zijn mond heb gelegd: Heb je niet gevoeld dat ik mijn hand op je schouder legde? Heb je niet gevoeld hoe ik met een frisse wind je tranen droogde? Mensen zeggen wel eens dat de dood doet twijfelen aan de zin van het bestaan. Het leven heeft geen zin. Het is een stroom van mensen die geboren worden en sterven. Wie daar meer achter zoekt, lijkt de grondbeginselen van de menselijkheid niet te willen aanvaarden: dat we plaats moeten maken voor elkaar, voor volgende generaties. En toch moet je huilen als je het meemaakt. Zoals ik ook gehuild heb bij de dood van mijn groottante Martha, hoewel die 107 jaar is geworden. Dat is normaal, want ik zag haar graag.

We zouden nog bijna vergeten dat u in die moeilijke periode vorig jaar dubbel geraakt werd: u werd ontslagen als intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds.

Luckas Vander Taelen: Ik ben daar zeer door geraakt. Niet door het verlies van een vaste baan, want daarvoor was ik altijd zelfstandig geweest. Wat me pijn heeft gedaan, is het verraad, de lafheid, het gebrek aan moed van mensen die ik vertrouwde en die ik niet had moeten vertrouwen. Die mij hadden kunnen waarschuwen en die het niet gedaan hebben. Uit eigenbelang, berusting, lafheid, omdat ik hen in de weg stond misschien. Het zijn de opportunisten en de malcontenten die mij hebben genekt, niet de mensen met het meeste talent. Enfin, soit. De afrekening was voorbereid en ik had ze niet zien aankomen omdat ik zo hard met mijn zus bezig was. Het gebeurde allemaal terwijl zij lag te sterven. Meer wil ik daar niet meer over zeggen.

Denkt u dat u er klaar mee bent, met de dood van uw zus?

Luckas Vander Taelen: Ja, dankzij dit boek. Ik heb er foto's van haar in opgenomen: heel abstracte beelden, die ik op drie cd-roms naast haar computer heb gevonden. Mijn zus was met kunst bezig, maar heeft het nooit echt gemaakt. Dat lag meer aan haar karakter en gebrek aan brandende ambitie dan aan gebrek aan talent. Hang deze foto's in een New Yorkse galerie en men zal spreken van grote kunst. Zo zie ik het. Als een postuum eerbetoon aan Anna. Ik laat het boek ook hoopvol eindigen, met een metafysisch moment. In een droom zag ik Anna weggaan en in haar plaats kwam er een jongetje naar me toe gewandeld, dat de zoon is van de dochter van mijn vrouw. Helemaal te gek, want dat meisje is niet zwanger en heeft op dit moment ook geen vriend. Ik vond het zo mooi, ik ben om drie uur 's nachts opgestaan om het neer te schrijven. Het was alsof mijn zus mij een boodschap stuurde: je moet geen verdriet hebben, het leven gaat door. Of zijn het onze hersenen die ons troosten door ons de droom te sturen waar we op dat moment het meest behoefte aan hebben?


Luckas Vander Taelen, Waar ben je nu?, Van Halewyck, 96 blz., 15 euro.



Vander Taelen brengt zijn theaterstuk De zin van het leven' nog op 10 november in de gemeentelijke feestzaal van Willebroek (03-860.03.02) en op 24 november in CC De Kruisboog in Tienen (016-81.28.20).



Interview door Veerle Beel



© 2006 Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

Luckas Vander Taelen

Links
http://www.vanhalewyck.be/index.php?page=bookDetail&id=319&writer=319
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be