|
Jules Van Rie, student burgerlijk ingenieur aan de universiteit van Gent, is de nieuwe nationale voorzitter van het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV). Naast zijn cursussen en studiewerk vindt hij nog voldoende tijd om zich gedreven in te zetten voor het liberalisme onder studenten aan onze universiteiten en hogescholen. Hij is niet te beroerd, zoals dat hoort voor de jonge Turken van een beweging, om heilige huisjes aan te pakken. Het middenveld bijvoorbeeld, dat hij apprecieert maar ook bekritiseert. Een gesprek. Liberales: Je vindt dat er een misverstand bestaat over liberalisme versus middenveld? Jules Van Rie: De liberalen wordt al jaren verweten tegen het middenveld te zijn. Ze zouden de maatschappelijke waarde ervan niet erkennen en er alles aan doen om het weg te vagen. Als ze dat dan proberen te weerleggen, klinkt het verwijtend 'dat ze het middenveld ontdekt hebben'. Deze voorstellingswijze is echter niet correct en stamt uit een partijpolitieke aanhankelijkheid van een groot deel van dat middenveld en uit een vorm van frustratie. Liberales: Maar is Verhofstadt indertijd dan niet fel tekeer gegaan tegen het middenveld? JVR: Toen Verhofstadt zijn burgermanifesten schreef, bestond het grootste deel van het middenveld nog uit christelijk en socialistisch geïnspireerde organisaties. Niet alleen was er die bepaalde inspiratie, maar er was ook een intense verwevenheid met de partijen van dezelfde gezindheid. Denken we maar even aan de standen binnen de CVP en de grote invloed van vakbond en ziekenfonds binnen de SP. In beide gevallen waren die organisaties zelfs structureel vertegenwoordigd in de partijorganen, zonder dat die personen daarin verkozen moesten worden. Bij de sp.a is dat trouwens nog altijd zo. Op die manier konden zij veel invloed op het beleid uitoefenen. Vele verkozenen kwamen (en komen) uit hun organisaties en werden vooral daardoor verkozen. Bovendien werd hun plaats op de lijst verzekerd door de macht van hun organisaties binnen de partijstructuren. Omgekeerd had dat middenveld er alle belang bij om hun vertegenwoordigers en verwante partijen aan de macht te houden. Zo konden ze beter hun belangen verdedigen en politieke beslissingen sturen. Dat maakte het voor hen leden aantrekkelijk om bij hun organisatie te blijven. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat zodra de liberale partij enige kritiek uitte op de positie van het middenveld zij een operatie beschadiging ingezet hebben. Dat was immers de beste manier om hun eigen positie te verzekeren. Dit om even te schetsen vanwaar de misvatting komt dat liberalen radicaal tegen het middenveld zouden zijn. Liberales: Maar wat is nu volgens jou wel de liberale houding tegenover het middenveld? JVR: Er is niets verkeerd mee als individuen verenigingen oprichten om bepaalde zaken te verwezenlijken, om zich te laten vertegenwoordigen of om gezamenlijk een bepaalde dienstverlening op te zetten. Integendeel, dat is zelfs bemoedigend. Het toont immers aan dat de mens zelf tot iets in staat is en dat er toch een bepaalde vorm van niet-geïnstitutionaliseerde solidariteit bestaat. Het middenveld heeft een belangrijke maatschappelijke rol. Het deel van het middenveld dat we onder het verenigingsleven kunnen catalogeren zorgt er voor dat mensen meer sociaal contact hebben. Het leert mensen met elkaar omgaan en rekening houden met de behoeften en meningen van anderen. Op die manier zorgt het voor een beleving van de democratie op een niveau dat dicht bij de mens staat. Dat uit zich bijvoorbeeld in het feit dat mensen uit het verenigingsleven minder vatbaar blijken te zijn voor de roep van extreem-rechts dan mensen die er niet actief in zijn. Het maakt mensen mondeling vaardiger en leert hen problemen uit te praten in plaats van ze op te kroppen of op een gewelddadige manier te proberen oplossen. Dat kan niet anders dan maatschappelijk een positieve zaak zijn. Bovendien kan het verenigingsleven zeer nuttig zijn omdat het haar actieve participanten heel wat vaardigheden aanleert. Naast het eerder genoemde leren omgaan met mensen, kan het ook praktischer vaardigheden zoals organiseren en leidinggeven aanleren. Liberales: Zijn er ook taken die het middenveld beter niet uitoefent? JVR: Een deel van het middenveld kan beter omschreven worden als dienstverlener. Zo zorgen de mutualiteiten voor de terugbetaling van de gezondheidszorg. De vraag is natuurlijk of zij wel de aangewezen organisatie zijn om dat te doen. Zij doen immers het werk van het RIZIV, een overheidsinstelling, over. Zou die terugbetaling dan niet beter rechtstreeks gebeuren? Daarnaast bieden de mutualiteiten steeds meer extra diensten aan. Denk maar aan de jeugdvakanties, hospitaalplannen en recent ook jongerenservices. De reden waarom ze dat doen is eenvoudig: de meeste mensen kiezen hun mutualiteit al lang niet meer op basis van ideologie, maar vooral op basis van dienstverlening. Op het vlak van jeugdwerking hebben zij, doordat ze kunnen bogen op de uitgebouwde infrastructuur en organisatie van de mutualiteiten, echter een voorsprong op andere verenigingen. Zij worden dus onrechtstreeks meer gesteund door de overheid. Door die oneerlijke concurrentie kunnen zij andere, lokale, van onder uitgebouwde verenigingen de das om doen. Iets dergelijks gebeurt ook bij andere aanvullende diensten, zoals hospitaalplannen en andere verzekeringen. Dat zijn zaken die perfect door de privé-sector zouden kunnen uitgevoerd worden. De zorgverzekering bijvoorbeeld kan trouwens al door de privé-sector aangeboden worden, maar de mutualiteiten zijn bevoordeeld doordat zij al de ziekteverzekering voor zich nemen. Dat leidt er toe dat het overgrote deel van de mensen hun zorgverzekering bij de ziekenfondsen hebben. Op die manier kunnen de mutualiteiten dankzij de overheid hun macht en concurrentiepositie handhaven. Het zou daarom beter zijn om de terugbetaling van de gezondheidszorg uit handen van de mutualiteiten te nemen. Zij kunnen dan gerust verder hun andere diensten aanbieden. Niemand kan hen immers verbieden dat te doen en een aantal van hun activiteiten hebben ook een duidelijk maatschappelijk nut. Denk maar aan de jeugdvakanties of de mogelijkheid om hulp aan te vragen bij een betwisting binnen de gezondheidszorg. Die diensten kunnen zij gerust verder uitvoeren, maar ze zouden dan tenminste met gelijke wapens strijden zoals alle andere verenigingen en bedrijven die actief zijn of willen zijn in die sectoren. Liberales: Hoe sta je tegenover de houding van de vakbonden? JVR: Ook de vakbonden vallen in die categorie van dienstverleners. Zij vertegenwoordigen de werknemers en daar is op zich niets mis mee, zolang zij tolerant zijn ten opzichte van de anderen. Daarmee bedoel ik dat zij concurrerende vakbonden niet dezelfde rechten als zichzelf mogen ontzeggen. Zo kan het bijvoorbeeld niet dat de christelijke en socialistische vakbonden bij de NMBS constant proberen hun liberale tegenhanger te boycotten, niettegenstaande die toch ook een relatief belangrijk deel van de werknemers van dat bedrijf vertegenwoordigen. Daarnaast moet het ook perfect mogelijk zijn om niet aangesloten te zijn bij een vakbond zonder daarbij benadeeld te worden. Liberales: Tot nog toe heb je het vooral over het middenveld gehad in gevallen waar zij los van de politiek werken. Wat kan hun rol zijn in het politieke leven? JVR: Het middenveld kàn een bepaalde rol spelen in het politieke leven. Het kan politici adviseren bij het uitstippelen van een beleid. Beleidsmakers kunnen immers niet altijd alles weten en kunnen bepaalde dingen over het hoofd die toch een grote invloed op een bepaalde bevolkingscategorie kunnen hebben. Aan de andere kant hebben mensen als individu niet altijd voldoende kennis en tijd om te weten wat de invloed van een bepaalde maatregel op hun leven kan zijn. Daarom is het goed dat zij zich laten vertegenwoordigen door bepaalde organisaties die dat wel kunnen. Een belangrijke voorwaarde daarbij is wel dat die organisaties ècht hun leden vertegenwoordigen en niet bepaalde standpunten verkondigen die wel goed zijn om de positie van hun topmensen te bewaren, maar daarom niet bevorderend voor hun leden. Het is daarom zeer belangrijk dat de besluitvorming binnen die organisaties op een democratische manier tot stand komt. Voor bepaalde onderwerpen kan dat via een systeem van referenda waarbij de leden het standpunt bepalen, voor andere zaken kan dat via een verkozen bestuur. Helaas zijn beide zaken momenteel bij veel middenveldorganisaties, en dan vooral bij die met een lange voorgeschiedenis, ver zoek. Liberales: En het primaat van de politiek dan? JVR: Het zijn inderdaad nog altijd de politici die beslissen welk beleid gevoerd moet worden. Dat zij zich daarbij laten adviseren door het middenveld is een goede zaak, maar dat kan wel niet verder gaan dan een advies. Het waarom daarvan is redelijk eenvoudig. Politici worden verkozen door de bevolking. Zij worden verkozen op basis van een bepaald programma. Als zij verkozen worden, worden zij geacht dat programma dan ook uit te voeren, of dat op zijn minst te proberen. Zij vertegenwoordigen ook de volledige bevolking, in tegenstelling tot het middenveld dat slechts een bepaald bevolkingssegment representeert. Het middenveld mag in zijn politieke stellingnames ook wel wat eerlijker zijn. Ik heb het er bijvoorbeeld altijd verschrikkelijk moeilijk mee als ik bepaalde van die organisaties zie meelopen in anders-globaliseringsbetogingen. Terwijl de kern van die beweging een andere wereld wil ten voordele van de bevolking in derde wereldlanden, staan die middenveldorganisaties meestal voor het status quo. Hun discours komt er bijna altijd op neer dat zij een wereld willen waarin vooral zeer weinig mag veranderd worden. Voor hen is het vooral van belang dat er ook maar niet het minste risico bestaat dat er voor een deel van hun achterban een lichte achteruitgang zou te bespeuren zijn. Hun standpunten staan dan ook meestal haaks op die van de overige anders-globalisten. Denk maar aan een aantal eisen zoals het echt vrij maken van de wereldhandel, de afschaffing van allerlei landbouwsubsidies, exportsubsidies en importheffingen, allemaal zaken waar allerlei middenveldorganisaties tegen gekant zijn. Liberales: Conclusie: het middenveld moet zijn plaats en rol kennen… JVR: Het middenveld kan zeker een functie hebben en doet soms waardevolle zaken. Het feit dat het mensen op een vrijwillige manier verenigt is zeker positief te noemen, net zoals diverse dienstverleningen hun nut hebben. Het middenveld kan ook een belangrijke rol spelen binnen de politiek als raadgever, maar moet echter beseffen dat deze zaken niet wegnemen dat de uiteindelijke beslissing door de politiek moet genomen worden en dat beleidsmakers een ruimere taak hebben dan de belangen van een bepaalde bevolkingsgroep of de belangen van de top van bepaalde organisaties dienen. Liberales: Bedankt voor dit interview en nog veel succes met de liberale studenten! Interview afgenomen door Olivier Boehme voor Liberales. Jules van Rie |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|