De rede is een onuitputtelijke brandstof

interview vrijdag 17 juni 2005

Dirk Verhofstadt

Ruim tweehonderd jaar geleden stierf Immanuel Kant, een van de meest invloedrijke filosofen uit de geschiedenis. De filosofie van Kant gaat uit van de grondgedachte dat de mens niet alleen een natuurlijk wezen is, bewogen door wetten van oorzaak en gevolg, maar tevens een redelijk wezen. In zijn boeken Kritik der reinen Vernunft, Kritik der praktischen Vernunft, en Grundlegung zur Metaphysik der Sitten toont hij aan dat de rede in staat is geheel vanuit zichzelf, los van alle gevoelens van lust en onlust, aan de wil principes op te leggen die moeten worden nagekomen. De moreel handelende mens gehoorzaamt aan de wetten van de rede en niet aan die van de natuur. Met zijn kritische filosofie toonde Kant zich als de voornaamste vertegenwoordiger van de Verlichting. Over de actuele betekenis van Immanuel Kant had Liberales een interview met Dirk Verhofstadt, auteur van de politiek filosofische boeken Het menselijk liberalisme en Pleidooi voor individualisme, die doordrenkt zijn van het gedachtegoed van Kant.

Hoe belangrijk was Kant als filosoof?

Dirk Verhofstadt: Ik beschouw Kant als een van de belangrijkste filosofen in de geschiedenis. Zoals Copernicus, Vesalius en Newton relevant zijn voor de natuurwetenschappen, is Kant relevant voor de geesteswetenschappen. Natuurlijk waren er reeds voor Kant denkers die het belang van de rede en de waarde van het individu beklemtoonden. Ik denk bijvoorbeeld aan Pico della Mirandola die in zijn werk Over de waardigheid van de mens de gedachte van ‘de mens als zijn eigen schepper’ beklemtoonde. De mens heeft zijn lot in eigen handen. Hij kan ontaarden in het dierlijke, maar zich ook opheffen tot het goddelijke. Voor deze denkbeelden werd hij in 1486 veroordeeld door de paus. Maar we zijn in ons denken pas echt modern geworden met Kant die resoluut opkwam voor de autonomie van de mens, en dan vooral de morele autonomie die Kant zag als het ware begrip van de vrijheid.

Welk standpunt van Kant verschilde dan zo met de kijk op de mens in die periode?

Dirk Verhofstadt: Ongetwijfeld zijn stelling in zijn Grundlegung dat de mens een doel op zich is en geen middel. Dat was in de loop van de geschiedenis lange tijd niet het geval. Zelfs in de recente tijden werd deze visie met de voeten getreden. Het meest sprekende voorbeeld is het communisme, waarin de mens juist wél een middel was, een ding dat de Partij en de Grote Leider kon inzetten of weggooien, inschakelen of uitschakelen. ‘Mest op de velden van de toekomst’, zoals Trotski het treffend verwoordde. Een tweede voorbeeld is het fascisme waarin de mens als middel ondergeschikt werd gemaakt ten bate van de volksgemeenschap en het ras. Waarbij het zogenaamde ‘Lebensunwertses Leben’ zoals gehandicapten, homoseksuelen, zigeuners en joden fysiek werd vernietigd. Een ander voorbeeld is het religieus fanatisme, waarbij een mens zich moet onderwerpen aan een heilige tekst. Dat is nu actueel door de fundamentalistische krachten binnen de islam. Maar het komt in alle godsdiensten voor. Kijk naar de verschillende radicaal-christelijke kerkgenootschappen in de VS, die in populariteit blijven groeien. Vanuit de visie dat de mens een doel op zich is zouden we elk individu moeten behoeden voor de letterlijke interpretatie van Gods woord.

Maar hoe moest de mens volgens Kant dan handelen?

Dirk Verhofstadt: In zijn essay Was ist Aufklärung? vatte hij dat samen in twee woorden: ‘Sapere aude’, durf je te bedienen van je eigen verstand. Dat lijkt eenvoudig maar ook vandaag zien we nog hoeveel mensen daartoe niet in staat zijn of dat omwille van sociale, culturele of religieuze redenen niet mogen of kunnen doen. Zoals de vrouwen binnen de radicale moslimwereld. De Egyptische schrijfster Nahed Selim, voor wie dit kantiaanse uitgangspunt heel belangrijk is, zegt bijvoorbeeld dat vrouwen niet blind moeten vertrouwen op een waarheid die duizenddriehonderd jaar geleden door mannen werd neergeschreven en geïnterpreteerd. ‘Sapere aude’ is de brandstof voor een beweging die al eeuwenlang bezig is en nooit een einde zal kennen. Steenkolen en olie raken op, maar de menselijke rede is een onuitputtelijke brandstof. Daarom biedt de rede ook zoveel kracht en hoop.

Sommigen zullen dit afdoen als een vorm van westers imperialistisch denken.

Dirk Verhofstadt: Dat is een vorm van cultuurrelativisme waar ik mij tegen afzet. Waarden zoals de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van man en vrouw en het recht op zelfbeschikking moeten voor iedereen gelden. Zouden we die zaken dan alleen maar voor onszelf moeten claimen? Dat lijkt me bijzonder egocentrisch. Ik ben ervan overtuigd dat bepaalde waarden een universele geldingskracht hebben. In de natuurwetenschappen zie je dat bijvoorbeeld met de wet op de zwaartekracht die op gans de wereld van toepassing is. Maar ik kan dit ook beargumenteren vanuit de geesteswetenschappen. Neem bijvoorbeeld het lijden dat men onvrijwillig ondergaat. Elke mens op aarde heeft daar een afkeer voor. Pijn is een universeel gevoel en iedereen die het ondergaat zal er weerstand tegen bieden. Aangezien dat gevoel universeel bestaat, moeten er ook universele waarden kunnen bestaan om dat te bestrijden. Dat is de fundamentele reden waarom we elke mens, man of vrouw, als gelijkwaardig moeten beschouwen en behandelen.

Nochtans is de laatste jaren de tijdsgeest sterk veranderd. Er komt steeds meer kritiek op de globalisering en het nationalisme en religieus dogmatisme nemen opnieuw toe.

Dirk Verhofstadt: Toch blijf ik optimistisch. De geest van het universalisme is immers uit de fles. Kant stelde in zijn essay Zum ewigen Frieden dat we niet als lid van een volk of natie geboren worden, bijvoorbeeld als Vlaming, Belg of Nederlander, maar dat we allemaal wereldburgers zijn, en dat elke mens onvervreemdbare rechten en vrijheden heeft. De wereld is één gemeenschap vindt hij, en de schending van die rechten en vrijheden op één plaats zou op alle plaatsen hetzelfde gevoeld moeten worden. Daarmee heeft hij een theoretische basis geschapen voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en voor het recht op interventie. Hij ging ervan uit dat landen vreedzaam met elkaar samen konden leven zolang men maar afspraken maakte. Sommigen denken dat Kant pleitte voor een wereldregering, maar dat klopt niet. Staten zouden hun soevereiniteit behouden maar wel kunnen overeenkomen dat ze bepaalde misdrijven niet langer accepteren. In die zin is de oprichting van het Internationaal Strafhof, waar landen zich vrijwillig kunnen aan onderwerpen, een product van het kantiaanse denken. Uit de instelling van dat hof spreekt de gedachte dat je de schending van mensenrechten waar ook ter wereld niet kunt aanvaarden.

Maar is de tijdsgeest er niet een van toenemende onverschilligheid en individualisme? Zou Kant daar niet tegen in opstand zijn gekomen?

Dirk Verhofstadt: Je verwart hier ten onrechte individualisme met egoïsme, zelfzucht en onverschilligheid. Individualisme is geen ondeugd; dat zijn egoïsme en zelfzucht wél, net als onverschilligheid en wreedheid. Egoïsme of zelfzucht is het streven naar eigen voordeel en geluk met verwaarlozing van de belangen en het geluk van anderen. Volgens Kant is het egoïsme het alle echte moraliteit ondermijnende ‘Radikal-Böse’ in de mens, waarbij het ‘ik’ geen andere grenzen kent dan het eigen bewustzijn. Omdat hij zich aldus van anderen afgescheiden heeft gelooft de egoïst dat anderen bestaan om zijn eigen doelstellingen te dienen. Egoïsme of zelfzucht is verwerpelijk omdat het onvermijdelijk ten koste gaat van de medemens. Het zijn de dieven, profiteurs, bedriegers, pooiers, hormonenspuiters, huisjesmelkers, fraudeurs en andere criminelen van deze tijd. Het zijn de uitbuiters van mens, dier en aarde. Maar dat heeft niets te zien met individualisme. Het individualisme is een bijzonder positieve kracht. Het betekent de mogelijkheid voor de mens om zelf invulling te geven aan zijn of haar levenslot. Kant moedigde het recht op zelfbeschikking juist aan.

Staat een dergelijke houding dan niet tegenover de noodzakelijke solidariteit met de medemens?

Dirk Verhofstadt: Helemaal niet. Kant stelde dat elk individu inziet dat zijn eigen welzijn het respecteren van het welzijn van anderen vereist. Mensen sluiten zich spontaan aaneen omdat ze zich zo meer mens voelen. De ‘autonome’ mens erkent zijn medemens evenwel niet alleen uit compassie, uit sympathie of ‘om een goed gevoel te beleven’, hij kent ook een ‘plicht’ jegens anderen. Die plicht vloeit voort uit de centrale stelling van Kant in zijn Grundlegung zur Metaphysik der Sitten. “Handel zo dat het maxime van jouw handeling door je wil tot algemene wet zou worden”. Hiermee stelde Kant dat elke mens zijn handelingen als mogelijke wetgever moet beschouwen, alsof zijn handelingen een algemene wet zouden vormen. Noem het maar zelfwetgeving.

Is het individu wel in staat om een evenwicht te vinden tussen hemzelf en de gemeenschap?

Dirk Verhofstadt: Jazeker, dat bewijzen miljoenen mensen elke dag opnieuw. Een individu kan zich slechts ontplooien als het erkenning, respect en begrip vindt bij anderen. Daarom zullen individuen zich steeds willen inschakelen in sociale netwerken, omdat alleen in deze netwerken, en niet in cocons, erkenning, respect en begrip kunnen gevonden worden. Individualisme leidt dus niet tot een coconmaatschappij, integendeel, het is juist een noodzakelijke voorwaarde om dergelijke netwerken te zien ontstaan. Het eigene aan individualisme is dat het leidt tot spontane sociale netwerken. Deze relatie werd door Kant uitgewerkt in zijn Idee zu einer allgemeiner Geschichte in weltbürgerlicher Absicht. Daarin beschrijft hij dat mensen zowel in gemeenschap willen leven als zich regelmatig in zichzelf willen terugtrekken. Het is juist deze ‘Ungesellige Geselligkeit’ die aanzet tot een redelijk gedrag en tot een gezond evenwicht tussen individu en gemeenschap.

Hoe komt men tot dat evenwicht. Waarom zouden mensen zich verplicht voelen ten aanzien van een ander? Staat het begrip vrijheid niet diametraal tegenover de verplichting om zorg te dragen voor de ander?

Dirk Verhofstadt: Mensen moeten aldus Kant hun handelen niet laten bepalen door drijfveren maar door beweegredenen. Dat is een essentieel verschil. De plicht om er als mens ‘te zijn voor anderen’ is onvoorwaardelijk en vervalt niet omdat iemand geen rechten kan doen gelden op andermans hulp. Op die manier zit in het begrip vrijheid een opdracht verborgen: ‘Du Kannst, denn Du Sollst’. Je kunt ethisch handelen, want het is je plicht. Het is een universele zedelijke wet die je als mens verplicht te doen wat je hoort te doen. Hiermee koppelt Kant de autonomie van het individu aan een plicht tegenover anderen. Een plicht die verder gaat dan een formeel sociaal contract waarbij mensen enkel verplichtingen hebben ten aanzien van anderen voor zover ze vooraf bindende afspraken met elkaar hebben gemaakt.

Binnen de libertarische beweging wordt deze stelling betwist. Hoe staat u hier tegenover?

Dirk Verhofstadt: Liberalen erkennen hun verantwoordelijkheid als mens tegenover medemensen. Heel wat libertariërs beschouwen dit als een persoonlijke zaak waarbij het elk individu vrij staat om te doen wat hij wil. Dat vind ik een verwerpelijke houding. De mens is ook verantwoordelijk voor het lijden van anderen indien hij daar zelf verlichting kan geven. Laat het mij anders uitdrukken. Niet zozeer de daders, beslissingnemers en uitvoerders van onrecht hebben schuld, maar ook al wie op dat ogenblik bekwaam was om er iets aan te doen, maar dat niet deed. Of anders gezegd: al wie omkijkt bij maatschappelijk leed is in zekere mate betrokken en bijgevolg verantwoordelijk. De weigering om mensen in nood te helpen is even erg belastend als voor al wie verantwoordelijk is voor die noodtoestand. Hier schiet het libertarisme duidelijk tekort. Voor Robert Nozick is de staat niet verplicht levenskansen voor anderen te waarborgen. Anders gezegd, de mens is niet verantwoordelijk voor de miserie van anderen (wat juist is) en hoeft er zich bijgevolg niet om te bekommeren (wat onjuist is). Uit de theorieën van Nozick vloeit ook voort dat het oneerlijk is dat werkenden moeten opdraaien voor de luiaards in de wereld. Dat klinkt misschien goed, maar wat met de zieken, de ouderen, de kreupelen, de ongeletterden, de gehandicapten? Zij moeten zich op eigen kracht opwerken, aldus Nozick, maar wat als dat niet lukt? Laten we ze creperen? Of laten we ze over aan de vrijwillige liefdadigheid? Daar geeft hij geen antwoord op. Dan liever Kant en de plicht van de mens om er te zijn voor de medemens.

Mogen we Kant dan een toonbeeld noemen voor de hedendaagse politieke filosofie?

Dirk Verhofstadt: Dat is een moeilijke vraag. Kant deed ook heel wat uitspraken die we tegenwoordig niet meer zouden accepteren. Zo keek hij nogal neer op vrouwen. Maar zijn theoretische benadering van de mens en het belang van zijn individuele autonomie was voor zijn tijd buitengewoon revolutionair. Als we kijken naar het hedendaagse politiek filosofisch denken dan merk ik hoe enorm zijn impact de voorbije twee eeuwen is geweest. Wat ik zo bijzonder aan hem vind, is zijn ruimdenkendheid. Alhoewel hij gans zijn leven in Köningsberg verbleef, had hij een bijzonder open kijk op de rest van de wereld en zijn medemensen. Dat blijkt ook uit zijn besluit van zijn Kritik der praktischen Vernunft waarin hij de ontkoppeling van kosmologie en ethiek als volgt onder woorden bracht: ‘Twee dingen vervullen het gemoed met telkens nieuwe en toenemende verwondering en eerbied, hoe vaker en indringender het denken zich met hen bezig houdt: de sterrenhemel boven mij, en de morele wet in mij.’


Interview door Mathias De Clercq

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be