Europese politiek is saai. Eindeloze vergaderingen over het maximale vetpercentage in camembert worden afgewisseld met nachtenlange debatten over de aanpak van blauwtong en vogelgriep. Dat is het klassieke beeld - maar klopt dat wel? De Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent, bijvoorbeeld, telt in zijn korps eminente professoren zoals Carl Devos, Rik Coolsaet en Ruddy Doom. Maar als het erop aankomt, vindt een meerderheid van de studenten de weg naar het Centrum voor EU-Studies van Hendrik Vos. Eerst zegt Europese politiek hen weinig, zegt professor Vos. 'Ze krijgen pas belangstelling als ze een verplicht vak over Europese politiek hebben gehad. Dan merken ze dat het over meer gaat dan kabeljauwquota. Dat de voorspelbaarheid minder groot is dan in de nationale politiek. Er zijn in Europa geen vaste meerderheden. Elk dossier is een open strijd. Geen enkel land haalt altijd zijn slag thuis. Je zou kunnen denken dat Duitsland bijvoorbeeld de hele Unie naar zijn hand kan zetten, maar geen enkel land wordt in de Raad zo vaak weggestemd.' Knack: Het is dus niet waar dat enkele grote landen steeds meer beslissingen onder elkaar nemen? Hendrik Vos: Nee, en bovendien zitten ze ook niet altijd op één lijn. Als Duitsland en Frankrijk elkaar vroeger vonden in een akkoord was dat vaak een compromis tussen twee extremen. Frankrijk stond voor protectionisme, Duitsland voor vrijhandel. Frankrijk is het landbouwland bij uitstek, Duitsland wou weinig van een landbouwpolitiek weten. Frankrijk vaart doorgaans een anti-Angelsaksische koers, Duitsland zit normaal op de lijn van Amerika. Irak was de uitzondering op die regel. Als Frankrijk en Duitsland het eens waren, zat iedereen wel in de buurt van dat compromis. Weegt de stem van een Duitser of een Fransman dan niet zwaarder? Hendrik Vos: In de achterkamer misschien wel. Maar er bestaat niet zoiets als het belang van de grote landen, of het belang van de kleine landen. Ik ken geen enkel dossier waarin alle grote landen samen tegen alle kleine landen hebben gestemd. Mensen zoals de Luxemburger Jean-Claude Juncker of de Ier Bertie Ahern spelen in vergaderingen soms ver boven hun gewicht. Er waren ook geregeld Belgische politici naar wie werd geluisterd. Maar het verschil met de nationale politiek is dat in Europa niet alles vastligt. In de nationale politiek kan een oppositiepartij vier of vijf jaar lang geen bakens verzetten. De meerderheid zwijgt en stemt. Wie dat niet doet, belandt in een scenario zoals Jean-Marie Dedecker. In Europa is dat niet zo, precies omdat er geen vaste meerderheid is. Is de overdracht van bevoegdheden van het nationale naar het Europese niveau echt groot? Moeten we ons zorgen maken? Hendrik Vos: Ja en nee. Landen verliezen al macht door gewoon in de club te stappen. Het is verdragrechtelijk bepaald dat het begrotingstekort maar drie procent van het bruto binnenlands product mag bedragen. Je moet ook een democratie zijn en beantwoorden aan een aantal basiswaarden. Dat ligt vast in de verdragen. In de praktijk is het vaak moeilijk om landen die zondigen ook te straffen. Zoals wanneer Frankrijk en Duitsland zich niet storen aan de regel over het begrotingstekort. Hendrik Vos: Landen houden wel rekening met wat er in een verdrag staat, maar ze weten dat ze er ook creatief kunnen mee omspringen. Europa laat zijn gewicht vooral voelen op het vlak van de wetgeving. Er komen elk jaar al snel meer dan honderd wetten uit Europa, die ofwel rechtstreeks gelden, ofwel via nationale wetgeving of door middel van Koninklijke en ministeriële besluiten moeten worden uitgevoerd. Dat gaat vaak om heel essentiële beslissingen, zoals het vrijmaken van de post en de spoorwegen. De hele telefonie is al geliberaliseerd. Onze milieuwetgeving is zogoed als helemaal Europees. Ministers verschuilen zich vaak achter Europa: wij kunnen er niets aan doen. Hendrik Vos: Ze zaten wel mee aan tafel toen erover werd beslist. Europa is vaak erg concreet. De waarschuwing in grote, dikke letters op een pakje sigaretten, bijvoorbeeld. Van Slovenië tot Estland is het kader rond die boodschap tussen drie en vier millimeter dik. De ruitenwisser van een tractor gaat per minuut minstens twintig keer over en weer. De hoogte,breedte en diepte van de kooi van een kip in een legbatterij. Er zijn honderden voorbeelden. Europa bestaat dus door een fijnmazig net van reglementen? Hendrik Vos: De Europese treitermachine, zoals een krant onlangs schreef. Waarom bepaalt Europa hoeveel lawaai een grasmaaier mag maken? Omdat grasmaaiers uit de hele Unie mogen worden ingevoerd. Als, bijvoorbeeld, Portugal dan andere lawaainormen hanteert dan België en Duitsland nog andere, ontstaan er verdoken handelsbarrières. Dan kun je wel een grasmaaimachine kopen in Portugal, maar je kunt ze hier niet gebruiken. Hebben al die reglementen alleen met de werking van de interne markt te maken? Hendrik Vos: In grote mate. Margarine mocht vroeger in België alleen in kubusvormige potjes worden verkocht. Dat was een truc om Belgische margarineproducenten te beschermen. Het Europese Hof van Justitie kwam tussenbeide omdat een Duitse producent margarine in kegelvormige potjes aanbood. Veel van die maatregelen zijn ook populair. Een klassiek voorbeeld is dat de consument nu twee jaar garantie krijgt bij de aanschaf van huishoudtoestellen. Freya Van den Bossche stelde het als minister van Consumentenzaken zo voor, alsof zij die garantie had bedacht. Ze vertelde er niet bij dat die regel van Europa kwam en dat België al drie jaar te laat was met de omzetting ervan in Belgische wetgeving. Het Belgische ouderschapsverlof werd onder druk van Europa veralgemeend. We hadden uiteraard moederschapsverlof. Europa heeft ons verplicht om ook het vaderschapsverlof te regelen. Dan is er uiteraard niemand die over een treitermachine begint. Maar dat is toch vaak het beeld dat van Europa bestaat? Hendrik Vos: Ik moet de verdediging van Europa niet opnemen. Maar er is voor die regels vaak een goede reden. De problemen die, bijvoorbeeld, met voedselveiligheid, hygiëne of milieu te maken hebben, stoppen niet aan grenzen. In een eengemaakte markt zijn er zelfs geen grenzen. Zei u daarnet niet dat België zonder Europa nauwelijks een milieuwetgeving zou hebben? Hendrik Vos: Er is via de achterdeur van Europa veel milieuwetgeving ingevoerd, die in België onhaalbaar was. Neem het mestactieplan. De nitraatvervuilingzou in België nooit zo hard zijn aangepakt als het geen Europese verplichting was. Ik denk ook aan normen in verband met fijn stof. We hebben dan nu wel een klimaatminister. Maar het is Europa dat beslist hoeveel procent van onze energie we uit hernieuwbare bronnen moeten halen. Het is dus niet de ver-van-ons-bedshow die het meestal lijkt? Hendrik Vos: In Duitsland becijferde het ministerie van Justitie dat 85 procent van de Duitse wetgeving eigenlijk van Europa afkomstig was. De machine gaat ook altijd sneller draaien. De hele harmoniseringdrang begon eigenlijk maar goed eind jaren tachtig. In twintig jaar is het zogenaamde acquis communautaire - de wetgeving die alle lidstaten moeten aanvaarden - van bijna niets uitgegroeid tot een pakket van meer dan honderdduizend bladzijden. Fiscaliteit blijft nog grotendeels het domein van de afzonderlijke lidstaten. Maar het is toch ook Europa dat zegt dat schoenlappers en fietsherstellers bij ons het tarief van 6 procent btw mogen hanteren en niet verplicht zijn om 21 procent te vragen. Klopt het dat Europa de sociale wetgeving aan de lidstaten overlaat? Hendrik Vos: Dat klopt alleen voor de sociale zekerheid. De regelgeving in verband met veiligheid en gezondheid op de werkplek gaat heel ver. Als je op een bouwterrein komt, moet je een helm dragen. Als een bouwvakker op een stelling kruipt, moet die stelling een leuning hebben. Denk aan het minimumrecht op jaarlijkse vakantie. Europa zegt ook dat hospitalisatieverzekeringen vrouwen geen andere tarieven mogen aanrekenen dan mannen. Het is niet omdat vrouwen opvallend vaker zwanger worden dan mannen dat hun hospitalisatieverzekering daarom duurder mag zijn. Waarom blijft de sociale zekerheid taboe? Hendrik Vos: De lidstaten hebben heel verschillende systemen uitgewerkt, die je vandaag niet meer kunt harmoniseren. Wel wordt steeds meer een andere techniek gebruikt om invloed uit te oefenen. In de open coördinatiemethode formuleert Europa doelstellingen, maar ze laat de lidstaten zelf uitmaken hoe ze die zullen realiseren. Het klassieke voorbeeld is dat van de oudere werklozen. Europa kan ons niet vertellen welk werkgelegenheidsbeleid we moeten voeren. Maar het kan wel bepalen dat de tewerkstellingsgraad bij vijftigplussers tegen 2010 vijftig procent moet bedragen. De lidstaten moeten dan elk jaar een plan opstellen, waarin ze aangeven hoe ze naar dat cijfer zullen evolueren. Dat doet denken aan de Lissabonstrategie, die van de Unie tegen 2010 de eerste kenniseconomie van de wereld wil maken. Hendrik Vos: De open coördinatiemethode is geen harde wetgeving en de lidstaten worden niet gestraft als ze de doelstellingen niet halen. Met de Lissabonstrategie wordt gehoopt dat lidstaten die onderaan het peloton bengelen dat als een prikkel ervaren en maatregelen zullen nemen. Het Generatiepact zou er in België niet zijn gekomen als we niet systematisch zo laag stonden op de Europese scoreborden. Er ontstaat dus wel een dynamiek. Maar toch blijft het een vrijblijvende oefening, in vergelijking met al die andere domeinen waar Europa wél harde wetten maakt. Hebben zes maanden crisis ons eigenlijk niet geleerd dat België wel even zonder regering kan? Zowel op Europees terrein als op dat van de gewesten en gemeenschappen ging het werk ondertussen toch verder. Hendrik Vos: Er zijn een aantal domeinen waar het toch nog wat uitmaakt. Maar het is waar dat het land niet is ingestort. Er was geen vacuüm van de macht. De gestegen prijzen van brood, graan, spaghetti zijn geen Belgisch probleem. Het verlies aan koopkracht heeft te maken met verkeerde inschattingen in het Europese landbouwbeleid, de toegenomen vraag naar voedsel in China en India, de teelt voor de aanmaak van biobrandstoffen. Niks wat België op zichzelf kon tegenhouden. Met wat centen op de stookoliefactuur haal je de olieprijzen op de wereldmarkt niet omlaag. In Nederland en Frankrijk werd de Europese grondwet bij referendum afgewezen. Was dat ook een soort opstand tegen de Europese machine in Brussel? Hendrik Vos: Het ging in die twee landen in ieder geval niet alleen over binnenlandse politieke onderwerpen, zoals vaak is gezegd. Er sprak ook een algemeen gevoel van ontevredenheid over Europa uit. Als je ziet hoe er in Nederland, maar ook bij ons, door opinion leaders en door nationale politici over Europa wordt gecommuniceerd, verbaast het me dat niet nog meer mensen hebben tegengestemd. Als je Vlamingen over Europa zou ondervragen, krijg je ook verhalen over geldverspilling en bureaucratie. Onterecht. Een beetje stad heeft meer ambtenaren dan de hele Europese Commissie. De mensen beseffen niet wat Europa concreet doet op het vlak van milieuwetgeving, dierenwelzijn, consumentenbescherming, en zo verder. Dat wil niet zeggen dat er geen problemen zijn, maar je mag de invloed van die slechte communicatie niet onderschatten. Ontbreekt het Europa niet aan politiek leiderschap? Hendrik Vos: Ik denk dat er in Europa wel degelijk politiek leiderschap is – het zijn uiteindelijk toch politici die beslissen. De ministers in de ministerraad zijn verantwoording verschuldigd aan hun nationale parlementen. De Europese Commissie kan op ieder moment door het Europees Parlement naar huis worden gestuurd. Europa zit op institutioneel vlak veel democratischer in elkaar dan vaak gezegd of gedacht wordt. Veel mensen - ook politici van bij ons - hebben nog altijd het beeld dat Europa zoiets is als God. Iets dat boven ons staat. Iets waar we geen greep op hebben en dat wetten uitvaardigt die we dan, net als de wetten van God, moeten naleven. Want als we dat niet doen daalt Zijn toorn op ons neer en staat het Europese Hof van Justitie klaar om ons sancties en boetes op te leggen. Klopt dat beeld dan niet? Hendrik Vos: Nee, want Europese politiek is juist ontzettend beïnvloedbaar. Er zouden in Brussel geen duizenden lobbyisten zitten, met een koperen plakkaat op hun deur geschroefd, en bedrijven zouden daar niet in investeren als dat niets opbracht. Je kunt Europese beslissingen- van heel fundamentele beleidskwesties tot de meest gedetailleerde uitvoeringsbesluiten - wel degelijk beïnvloeden. Al was het maar omdat de Europese Commissie over zo weinig ambtenaren beschikt en dus constant een beroep moet doen op expertise van buitenaf. Als private belangen op de Europese besluitvorming kunnen wegen, waarom zouden nationale overheden dat dan niet kunnen? Geldt dat ook voor een klein land als België? Hendrik Vos: Ik zou niet weten waarom niet. Het geldt ook voor Luxemburg en Malta. Maar wat ik bij Vlaamse politici vaak merk, is een soort calimeroreflex: Europa is groot en wij zijn klein en dat is niet eerlijk! Ze willen meer macht in Europa en dat willen ze dan bereiken door institutioneel het een en ander te gaan veranderen. Ze willen dan bijvoorbeeld dat het comité van de regio's meer te zeggen krijgt, terwijl dat nu net de meest nutteloze instelling is die er ooit is gecreëerd. Maar hoe moet het dan wel? Hendrik Vos: Door de bestaande kanalen te gebruiken. Door al eens te gaan eten met iemand van een directoraat-generaal of door rond te lopen in de wandelgangen. Dat klinkt heel vies, ik weet het, maar de milieubewegingen en de chemielobby doen het - waarom zouden Vlaamse politici dat niet doen? Wat mij ook stoort is dat je, bijvoorbeeld in het Vlaams Parlement, haast nooit een inhoudelijk debat krijgt om een proactief standpunt in te nemen in een of ander dossier dat in Europa op tafel ligt. Men bemoeit zich niet met het debat, maar begint achteraf wel te klagen: kijk eens wat Europa ons allemaal oplegt! Tegen 2020 moeten we van Europa 13 procent van ons energieverbruik uit hernieuwbare bronnen halen, maar wij hebben niet zoveel zon als in Spanje, niet zoveel wind als in Denemarken, en niet zulke snelstromende rivieren als in Oostenrijk! Dat zal allemaal wel, maar waarom is er over hernieuwbare energie nooit eens een goed parlementair debat georganiseerd? Is het een voor- of een nadeel dat de Europese instellingen in Brussel zijn gevestigd? Hendrik Vos: Beide. Er is bijvoorbeeld geen enkel land dat op de Europese ministerraden zo vaak afwezig blijft als België. Dat is de paradox van de nabijheid: een Portugees of een Let moet al maanden van tevoren die data in zijn agenda aanstippen en zijn vliegtuigtickets reserveren. Terwijl die Vlaamse of die Belgische minister op het laatste moment nog op zijn kabinet zit te denken: zal ik nu wel of niet gaan? Er is altijd wel een goede reden om niet te gaan. Wij zitten ook minder in het lobbycircuit. Als in Brussel de avond valt, dan gaan al die buitenlandse lobbyisten, diplomaten en permanente vertegenwoordigers dineren en netwerken. En wat doen de Belgen, de Vlamingen en de Brusselaars? Die gaan naar huis. Daardoor missen ze natuurlijk wel een stuk van het circuit. Als we het over de invloed van Europa op België hebben, hoe belangrijk is dan de rol van het Hof van Justitie? Hendrik Vos: Het is vaak het Hof dat een trend zet. Ik denk dan bijvoorbeeld aan patiëntenrechten: een dossier dat de komende maanden op de agenda zal staan en enorme gevolgen kan hebben voor onze sociale zekerheid. Vrij verkeer van patiënten is iets wat in Europa eigenlijk nog niet geregeld is. Vroeger was het ook niet zo'n issue: je kwam met buitenlandse ziekenhuizen in contact als je je op vakantie in Spanje in je paella had verslikt. Dat was het zo'n beetje. Maar de voorbije jaren kreeg je meer en meer mensen die voor een behandeling - een heupoperatie bijvoorbeeld - naar een ander land trokken en vervolgens dachten: ik zal die kosten wel terugkrijgen van mijn eigen ziekteverzekering. Daar was geen Europees kader rond, en als ze die kosten niet terugkregen, stapten ze naar de rechtbank. Het is het Europese Hof van Justitie geweest dat, om het simpel te zeggen, grensoverschrijdend patiëntenverkeer is beginnen te promoten. En nu is de Europese Commissie de eerste voorstellen aan het uitschrijven om daar een wetgevend kader rond te creëren. De gevolgen voor onze sociale zekerheid kunnen immens zijn. Als we straks meer patiënten uit andere lidstaten van de EU krijgen - omdat Europa ons daartoe verplicht – krijgen we dan geen langere wachtlijsten? Gaan ziekenhuizen dan dubbele tarieven hanteren en worden ze duurder? Maar het is dus het Hof van Justitie dat het dossier heeft aangezwengeld. Hoe groot is de macht van het Europees Parlement? Heeft een Europarlementslid eigenlijk wel invloed? Hendrik Vos: Op voorwaarde dat hij - of zij - zich specialiseert in een aantal dossiers. Niemand kan expert zijn in alles. Maar je ziet steeds meer Europarlementsleden zich specialiseren: er zijn er vier die alles weten over speelgoed, zes die alles weten over wapenhandel of openbaar vervoer.En als die dossiers dan op tafel liggen, komt men onvermijdelijk bij die vier of die zes terecht. Zij sturen het debat. Dat is het echte parlementaire werk: je moet kunnen argumenteren waarom die komma in dat amendement niet achter het eerste maar het derde woord moet staan, en waarom een autodeur niet 1,5 maar 1,7 centimeter dik moet zijn. Spannend. Maar daarmee haal je de krant natuurlijk niet. Hendrik Vos: Nee, en dat is ook een beetje de tragiek van de Vlaamse Europarlementsleden die, op een paar uitzonderingen na, fantastisch werk leveren. Iemand als Dirk Sterckx heeft zich gespecialiseerd in scheepvaart, Bart Staes in voedselveiligheid, Anne Van Lancker in sociale politiek en non-discriminatie. Maar daar haal je inderdaad de voorpagina niet mee. Europarlementsleden hebben dus geen luizenbaan, zoals veel mensen denken? Hendrik Vos: Er wordt in de commissies van het Europees Parlement hard gewerkt en op het scherp van de snee gediscuteerd. Veel meer dan in het nationale parlement. Ieder dossier, ieder amendement, iedere komma moet er worden bevochten. Uiteindelijk rolt daar dan een compromis uit - en dat maakt Europa natuurlijk niet populair. Je doet nooit iets waar iedereen gelukkig mee is. Je doet in het beste geval iets waar niet al te veel tegenstand tegen is. Maar met dat democratische deficit van Europa valt het dus nog wel mee? Hendrik Vos: Ik vind van wel. Alleen werkt de Europese democratie op een heel andere manier dan de nationale. Die lijkt vrij helder te functioneren, maar het parlementaire initiatiefrecht bijvoorbeeld is een lachertje. In het Europees Parlement bestaat dat initiatiefrecht niet, maar dat betekent daarom nog niet dat het minder democratisch is. Het probleem is alleen dat Europese beslissingen dikwijls onhoorbaar en onzichtbaar zijn. Het begint bijvoorbeeld met een arrest van het Hof van Justitie, dan komt er een proefballonnetje, een groenboek of een witboek, en een eerste voorstel voor een richtlijn of een verordening, waar iedereen zijn zeg over moet hebben. Voor je het weet ben je twee jaar verder. Het is een heel tijdrovend proces - een stroom die langzaam aanzwelt. Twintig jaar geleden was Europa nog een verhaal van landbouwprijzen en kabeljauwquota, maar vandaag is de impact van Europa op het dagelijkse leven van de mensen echt gigantisch. De meeste mensen hebben dat nog altijd niet goed door. Pas sinds de invoering van de euro beginnen ze het - een beetje - te beseffen.
Hendrik Vos Linkshttp://www.knack.be/index.jsp |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|