Over de fysieke grenzen van Europa

interview vrijdag 21 maart 2003

Hendrik Vos

De Europese Unie is volop in beweging. In de komende jaren komen er tien nieuwe lidstaten bij. Intussen werkt de Europese Conventie onder leiding van Valerie Giscard 'd Estaing aan een nieuwe interne structuur teneinde de EU politiek werkbaar te houden. We spraken hierover met Hendrik Vos, hoogleraar Europese politiek en milieubeleid aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde over de eigenheid van de regio's in de EU van morgen, Vlaanderen in het Europese besluitvormingsproces, en over België en het Europees voorzitterschap.

V: Hoe staat u tegen de geplande uitbreiding van 2004?

HV: Voor vele redenen is dit een zeer goede zaak. Economisch gezien heeft de uitbreiding grote voordelen. West-Europa heeft er namelijk een nieuwe afzetmarkt bij, wat leidt tot stabiliteit. Risico's op oorlogen zijn quasi onbestaande, precies omdat je deze landen opneemt in de Europese Unie. De economieën worden als het ware in elkaar geklonken zodat elk gewapend conflict werkelijk ondenkbaar wordt. Dus ik ben in alle opzichten voor de uitbreiding van de EU naar Centraal en Oost-Europa. Langs de andere kant, zijn er wel een aantal redenen om je ook zorgen te maken. Het is namelijk zo dat hoe uitgebreider Europa wordt, hoe meer verwaterd Europa dreigt te worden. Dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn, maar het is wel een risico dat je altijd hebt. In die zin denk ik dat het eindelijk wel eens tijd wordt om discussie te voeren over de fysieke grenzen van Europa. Hoe ver kan je uitbreiden? Heeft het zin om bijvoorbeeld op een dag Rusland bij de EU te nemen? Dan denk ik persoonlijk dat we te ver gaan in de uitbreiding.

V: U zegt: Rusland kan er niet bij horen, maar er is eveneens het voorbeeld van Turkije. Welke argumenten haalt u bijgevolg aan om te zeggen dat een bepaald land er niet bij kan komen?

HV: Turkije is een speciaal geval, want er zijn in het verleden al enkele engagementen aangegaan. Enkele jaren geleden heeft Europa gezegd dat ze er bij kunnen komen; je kan dan vandaag moeilijk zeggen dat het om te lachen was. Europa heeft nu een aantal criteria aan Turkije gesteld en als je dan ziet dat dat land aan die criteria voldoet, dan moet je op een serieuze manier de nodige onderhandelingsgesprekken aanknopen. Ik denk bijvoorbeeld aan het afschaffen van de doodstraf, enzovoort. En het argument van "Turkije is geen christelijk land." gaat voor mij absoluut niet op. Meer bepaald omdat er binnenkort meerdere van die ex-Joegoslavische landen zullen toetreden, niemand binnen de EU die daaraan twijfelt. Deze landen zijn ook geen christelijke landen, of toch zeker geen rooms-katholieke landen; je hebt daar ook moslims. Dus dat culturele argument gaat voor me niet op. Het argument om sceptisch te zijn, is eigenlijk weer dat je opnieuw een stuk verwatering dreigt te hebben. Je mag niet vergeten, Turkije is een ongelooflijk groot land. Met hoe meer je bent, hoe moeilijker het wordt om een zeer doortastend beleid te voeren.

V: Is er dan een ideologische grens waarmee rekening gehouden moet worden? Ik denk aan bepaalde mensenrechten, die bij ons als heel waardevol worden ingeschat, maar dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Turkije.

HV: Tuurlijk. Europa is inderdaad meer dan economie. Europa is voor een stuk ook een waardegemeenschap en propageert een aantal waarden, bijvoorbeeld mensenrechten. Deze boodschap naar Turkije is op dat vlak ook ondubbelzinnig: je zet je op onze lijn, of je komt er niet bij. En in Turkije lijken ze de keuze gemaakt te hebben van hen op die lijn te zetten.

V: Dienen er bij de uitbreiding geen concrete hervormingen worden doorgevoerd, zodat een efficiënte werking na de uitbreiding mogelijk blijft?

HV: We hebben natuurlijk de voorbije 10 jaar aan de kandidaat-lidstaten gevraagd om een aantal hervormingen door te voeren, zodat ze 'klaar' zijn om te kunnen toetreden. Wat we de voorbije tien jaar niet zo in geslaagd zijn, is om de EU. zelf voor te bereiden op de uitbreiding. Als je naar opiniepeilingen kijkt, dan zie je dat de Europese burger vragende partij is voor een Europees buitenlands beleid, voor een krachtig Europa in de wereld, voor een Europa dat met één stem of vuist kan spreken. Dat is een duidelijke vraag vanuit de Europese publieke opinie. Als je kijkt naar de besluitvorming binnen de EU dan zie je dat alles unaniem dient beslist te worden. Je merkt vandaag al hoe moeilijk het is om tot gemeenschappelijke standpunten te komen; laat staan een gemeenschappelijk optreden, zeker met betrekking tot risicooperaties, zoals bijvoorbeeld kwestie Irak, of Balkan. Je moet je dus geen illusies maken: als je de spelregels van besluitvorming niet verandert en je zit straks met 25, dan kan je in al die domeinen waar er met unanimiteit moet beslist worden, geen stap meer vooruit zetten. Dat debat is dan ook nu aan de gang. Het ligt natuurlijk gevoelig. Sommigen pleiten voor een stemming bij meerderheid, maar dan kan het gebeuren dat landen geconfronteerd zullen worden met iets waar ze eigenlijk tegen waren. Het debat ligt er dus moeilijk, ook inzake het buitenlands beleid. Je zou kunnen stellen dat een groot deel van Europa een standpunt zou kunnen innemen dat indruist tegen het Amerikaans standpunt, maar de Britten zouden het daar dan niet mee eens zijn. Bij eventueel gewijzigde besluitvormingsregels zouden de Britten zich moeten neerleggen bij een Europees standpunt dat ingaat tegen wat zij, hun nationaal belang noemen. V: Is het dan niet betreurenswaardig dat enkele grote Europese landen nog steeds handelen vanuit chauvinistische motieven, en dat het nationaal belang nog steeds primeert op het belang van de EU?

HV: Wat dat buitenlands beleid betreft, koesteren enkele van die grote landen nog een aantal illusies denk ik. Groot-Brittannië bijvoorbeeld, als je dat eens goed bekijkt, dan is dat zeer triestig. Dat is een land dat een enorme wereldmacht was, dat een enorme stempel heeft kunnen drukken op de wereld. Vandaag weigeren ze om zich in een groter geheel zoals de EU te zetten, met het grote argument van "wij zijn nog sterk genoeg op ons eigen". Maar als je dan ga kijken wat dat in de praktijk betekent, dan zie je dat Groot-Brittannië de hele tijd onder de Verenigde Staten kruipt en een autonoom Brits standpunt is er eigenlijk niet. V: Stel dat de VS Irak binnenvalt: hoe moet de EU reageren op deze actie?

HV: Europa is verdeeld. Duitsland en Frankrijk beginnen nu wat naar elkaar toe te groeien. Duitsland is zeer sceptisch, Frankrijk iets minder en is nu wel bereid om eventueel bepaalde zaken te overwegen. De Britten staan onvoorwaardelijk achter Amerika. Binnen Europa zijn er aantal landen, zoals Zweden en Ierland, die traditioneel neutraal blijven. Je hebt dan een land als Nederland dat meer Atlantisch is georiënteerd. België is opnieuw veel sceptischer. Er is dus geen Europees standpunt. Dus als Amerika straks Irak binnenvalt, dan zal je zien dat de Britten zullen mee assisteren en Europa zal niet 'meespelen'. Europa is op dit moment absoluut geen wereldspeler als het op zulke zaken aankomt. V: Europa voert een protectionischtische landbouwpolitiek. Is het niet tijd dat wij afstappen van deze politiek om derde wereld landen een eerlijke kans te geven?

HV: Ja zeker. Europa staat ook onder zware druk van de wereldhandelsorganisatie om zijn muren, die rond Europa staan als het over landbouwproducten gaat, te slopen. Dit gebeurt ook heel geleidelijk maar je hebt dan het belangrijkste landbouwland Frankrijk, gesteund door Spanje, die dit zo lang mogelijk proberen tegen te houden. Naar de Derde Wereld toe worden er openingen gemaakt en er zijn ook toekomstplannen om Derde Wereld landen meer toegang te geven tot Europese markten. De vrees dat wij zullen overspoeld worden door producten uit de Derde Wereld en omgekeerd de Derde Wereld enorm baat zal hebben bij het afschaven van de Europese landbouwsubsidies klopt niet helemaal. Als Europa zijn tolmuren sloopt, zullen de grote voordelen gaan naar landen als Australië, Latijns Amerika eventueel ook de VS. waar men op een zeer industriële manier en hoogtechnologisch manier aan landbouw doet. Het is niet zeker dat de Derde Wereld zo zal profiteren van het afbouwen van de landbouwsubsidies. De grote voordelen zullen elders terechtkomen.

V: Wat zijn de nadelen van liberalisering van het Europees landbouwbeleid. HV: Het Europees landbouwbeleid staat onder druk van de wereldhandelsorganisatie en zal moeten geliberaliseerd worden maar zij heeft ook andere nadelen. Zij heeft geleid tot enkele crisissen zoals BSE, dolle koeien crisis, dioxine crisis, enzovoort. Zij leidt tot een manier van produceren die ook ecologisch deficitair is, waarbij volksgezondheid niet centraal staat. Het landbouwbeleid in Europa op dit moment komt er op neer: hoe meer dat je als boer produceert, hoe meer je krijgt. Dit leidt tot een zeer productie georiënteerde manier van beleid. Dit is iets wat enorm onder druk komt te staan vanuit consumentenbewegingen, vanuit de milieubeweging, vanuit de Derde Wereld beweging, vanuit de wereldhandelsorganisatie. De vraag is, in hoeverre is het nog zinvol dat Europa nog een landbouwbeleid heeft. Op dit moment is het zo dat ongeveer de helft van de Europese begroting gaat naar landbouw. Een bevolkingsgroep die maar een paar procent in de Europese Unie vertegenwoordigt; hierbij kan je de vraag stellen in hoeverre dit nog logisch is.

V: Maar moet er nog een specifiek Europees landbouwbeleid blijven bestaan?

HV: Ik denk dat het nuttig is dat Europa zijn landbouwbeleid blijft hebben. Indien je veilig voedsel wil, kwalitatief voedsel, wil je uit strategisch oogpunt je eigen voedselvoorziening in eigen handen houden. Je vindt enkele waarden zoals dierenwelzijn, enzovoort belangrijk; dan hangt hier ook een prijskaartje aan vast. Dus dat Europa een eigen landbouwbeleid heeft en dat er hier een behoorlijke hap uit het Europees budget naartoe gaat, lijkt mij verdedigbaar. Maar dat je hiermee markten in de Derde Wereld gaat ontwrichten, dat je enorme tolmuren gaat gaan opzetten, dat is iets wat niet houdbaar is. Vroeg of laat zal dit landbouwbeleid grondig moeten hervormd worden maar een land als Frankrijk gesteund door Spanje en voor een stuk ook Wallonië - want de breuklijn loopt ook door België - houden een hervorming tegen. De grote geldschieters dringen zeer sterk aan op een hervorming van het landbouwbeleid omdat zij het financieren en zij merken dat de grootste voordelen geconcentreerd worden in Frankrijk, Spanje en enkele zuiderse landen. Je zit hier in zeer moeilijke onderhandelingen en vandaag zal Frans Fishler, de Europees commissaris voor landbouw, opnieuw zijn hervormingsvoorstellen indienen en voorstellen, maar je zal blijvend verzet zien vanuit Frankrijk en Spanje. Om een meerderheid te vinden voor een hervorming is het nog altijd iets te vroeg.

V: Wat vindt u van het rotatie systeem bij het voorzitterschap of van een EU president?

HV: Het roterend voorzitterschap dat we tot op de dag van vandaag kennen, heeft een aantal voordelen. Belangrijkste voordeel is dat Europa om de zoveel jaar dichtbij de publieke opinie van een bepaald land wordt gebracht en ook bij de administratie. De politici worden zich bewust dat ze nu zelf raden moeten gaan voorzitten, zelf werkgroepen moeten gaan voorzitten. Europa komt plots dichtbij. Dit is een enorm voordeel van het roterend voorzitterschap: samen met alle landen die op gelijke voet worden behandeld. Dat de continuïteit daar een stuk onder lijdt klopt niet helemaal want je hebt een secretariaat, je hebt de commissie, enz. die allemaal op post blijven. Het voorzitterschap staat wel onder druk zeker bij 25 landen waarbij er een heel aantal kleine landen zitten waar bij men zich kan afvragen of zij de capaciteiten wel hebben. Het kost ook veel als je als land het voorzitterschap waarneemt.

V: Wat denk je van het Frans-Duitse voorstel terzake? HV: Het voorstel van Frankrijk en Duitsland om een permanente president aan te duiden van de Europese raad is gevaarlijk in die zin dat wat zij voorstellen is dat zij een president willen bij de Europese raad als een voltijdse functie. Die president, die voorzitter zal in de eerste plaats verantwoording moeten afleggen aan al de lidstaten. De Europese Raad daarin zitten de verschillende lidstaten die dan ook door hen worden aangeduid en de vrees is dat dit ten koste zal gaan van de macht van de Europese Commissie. De Europese Commissie die over het Europese belang waakt. De Europese Raad waakt over de belangen van de verschillende Europese lidstaten. Wat Frankrijk en Duitsland nu voorstellen is een permanente voorzitter van die Europese Raad. Dit betekent iemand die een voltijdse functie zou hebben en daarnaast geen staatshoofd meer zou zijn van zijn land. De vraag is wat moet die voltijdse president dan doen? Er zijn op een jaar ongeveer 4 zittingen van de Europese Raad. Waarvan er twee één dag duren en twee, twee dagen duren, die Europese Raad vergadert dus eigenlijk zes dagen op een jaar. Dit betekent dat er nog 359 dagen overschieten en dit is ondenkbaar natuurlijk. Men zou hier een politiek zwaargewicht als president aanduiden, iemand die een belangrijke functie gehad heeft. Men denkt bijvoorbeeld aan Asnar - als hij geen Spaans premier meer is -en eventueel Blair. Nu wordt ook Verhofstadt genoemd. Men zou daar dus een politiek zwaargewicht opzetten die 359 dagen op een jaar met zijn vingers zit te draaien dat is ondenkbaar. In praktijk betekent dit dat dit 'zwaargewicht' in concurrentie zou komen met de commissievoorzitter en dat er een rivaliteit zou ontstaan en dat die waarschijnlijk een aantal bevoegdheden, zeker een aantal politieke bevoegdheden van de commissievoorzitter zou trachten in te palmen.

V: Welke gevolgen zou dit hebben?

HV: Typisch voor de commissievoorzitter is dat hij altijd vanuit het Europese belang kan denken los van de belangen van de lidstaten, zodat hij eigenlijk op de tenen van lidstaten mag trappen, dat hij soms tegen specifieke belangen van lidstaten mag ingaan in functie van het Europese belang. Die president die aan de Europese Raad verantwoording moet afleggen die kan dit niet. De Europese president die zal altijd de belangen van alle lidstaten in gedachten moeten houden en die zeer moeilijk vergaande Europese en gedurfde Europese standpunten zal durven innemen. Voor dat hij iets zegt, zal hij altijd moeten bellen naar de Britten, naar de Duitsers, naar de Fransen en dus zal hij een veel wateriger standpunt innemen dan wat een commissievoorzitter kan innemen.


Interview door Pieter Bracke en Edward Landtsheere

Bestuursleden LVSV-Gent

Verschenen in Neo-Humanisme, jaargang 66, nummer 3

Hendrik Vos

Links
http://www.lvsv.be/gent
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be