Ik sta heel argwanend tegenover populisme

interview vrijdag 25 februari 2011

Tobias Wolff

Wat krijg je wanneer je een notoire leugenaar kruist met een vrouw die van eerlijkheid een halszaak maakt? Een kind dat gedoemd is om een van de grootste verhalenvertellers uit de Amerikaanse literatuurgeschiedenis te worden, zo blijkt, en dat zijn ouders nooit samen heeft gezien omdat ze elkaar na verloop van tijd zo haatten dat ze elk aan een andere kant van het land gingen wonen. Het kind in kwestie is Tobias Wolff, een rijzige, kale man met een grote witte snor en de auteur van een paar romans, memoires en vooral veel korte verhalen waarvan de beste verzameld zijn in de bundel Hier begint het verhaal. “Mijn vader was inderdaad een gladjanus die dacht zich overal uit te kunnen liegen, maar echt goed was hij er niet in,” lacht Wolff, “want uiteindelijk belandde hij in de gevangenis. Ik hield veel van mijn vader, maar ik werd opgevoed door mijn doodeerlijke moeder. Zij kon bijvoorbeeld de saaiste verhalen vertellen omdat ze deze nooit wou verrijken met een fantasietje. Niet normaal was dat.

Misschien van de weeromstuit liet ik me als kind graag gaan in mijn verzinsels, wat niet meer dan menselijk is. We kunnen niet altijd de waarheid zeggen, dat is gewoon onredelijk. Je vrouw vraagt je bijvoorbeeld wat je van de jurk vindt die ze net gekocht heeft om naar een feestje te gaan. Dan zeg je toch niet: trek uit dat vod? Nee, je zegt dat hij haar schattig staat en dat iedereen naar haar zal kijken. Als je echt diplomatisch aangelegd bent, kun je nog voorzichtig suggereren dat die jurk misschien beter past op een andere avond en dat ze voor dit feestje die beeldige outfit van een paar weken eerder kan aantrekken. Maar daar stopt het zowat. Een hond is altijd eerlijk. Een mens speelt dat hij altijd eerlijk is. Dit acteren is een manier om onszelf te leren kennen. Dat ontdekken we pas laat in het leven, en precies door te improviseren met de waarheid. We zijn als kinderen die op zolder een koffer vol verkleedkleren vinden en deze aanpassen tot ze iets gevonden hebben wat goed aanvoelt. Pas dan weten ze welke rol hen het best ligt.

Schrijvers zijn dus leugenaars?

Tobias Wolff: Nee, want schrijven is een manier om de waarheid te zoeken. De verbeelding toont je immers wat er verborgen gaat achter het masker dat mensen dragen. Neem mijn verhaal over twee mensen die samen de afwas doen en het over gemengde huwelijken hebben, waardoor ze zachtjesaan ruzie krijgen. Dat is geen leugen, maar een manier om te tonen hoe we onszelf iets wijsmaken wanneer we beweren dat we onvoorwaardelijk van iemand kunnen houden.

En het interessante is dat het verhaal over rassenrelaties lijkt te gaan terwijl in feite de liefde tussen die twee personages centraal staat.

Tobias Wolff: Zo zitten menselijke discussies volgens mij meestal in elkaar. We lijken het over het een te hebben, maar als je goed luistert merk je dat het gesprek over iets helemaal anders gaat. Als ik tegen mijn vrouw zeg dat ze beter een andere weg had kunnen nemen en dat we dan wellicht al op onze bestemming zouden aangekomen zijn, hoort zij iets heel anders. Waarom houdt hij nu nooit eens op, denkt ze, dat is al de vijftigste keer vandaag; het is nooit goed. En ze heeft gelijk natuurlijk, want wat ik in feite wil zeggen is: waarom doet ze de dingen niet zoals ik ze zou doen? We voeren dus altijd twee discussies tegelijk: een die we denken te voeren en een die we werkelijk voeren.

Heeft u bij het schrijven een natuurlijke lengte?

Tobias Wolff: Wellicht wel. Ik zie me nog niet meteen een roman van 800 pagina’s schrijven, en ik lees die dingen ook niet graag, met uitzondering van Dickens en de grote Russen. Alhoewel, nu overdrijf ik. Ik lees Jonathan Franzen graag, en Jeffrey Eugenides’ Middlesex was ook knap. Maar het zijn niet de romans waar ik het meest van hou. Die zijn veel geconcentreerder, zoals Marguerite Duras’ L’Amant of Erich Maria Remarques Im Westen Nichts Neues. Het lijkt iets typisch Europees te zijn waar ik me helemaal in thuis voel. Mijn temperament maakt dat ik verandering wil, en wanneer ik iets herschrijf betekent dat over het algemeen dat ik het inkort. Ik heb ook wel een paar romans geschreven, en een paar boeken met memoires die elk tussen de 250 en 300 pagina’s beslaan, maar dat vind ik al heel lang. Iedereen heeft het tegenwoordig over de steeds kleiner wordende aandachtsboog van de hedendaagse mens. Ik vind het paradoxaal dat Amerikaanse lezers tezelfdertijd steeds dikkere boeken kopen. Al dient gezegd dat deze van de lezer weinig inspanning vergen. De belangrijkste reden waarom ze zo dik zijn is omdat alles erin beschreven wordt en niets gesuggereerd. Neem bijvoorbeeld de boeken van Stieg Larsson. Mijn vrouw leest die en ik ben er ook aan begonnen, maar daar kan ik mijn pap echt niet mee koelen. Ik ga liever naar de verfilming kijken, daar is tenminste al dat godsgruwelijke proza achterwege gelaten. En zo bekeken is de hedendaagse voorliefde voor dikke boeken misschien helemaal wel niet zo paradoxaal. De genres die vandaag onpopulair zijn, zijn het korte verhaal en de poëzie, precies de twee waar je even moet voor gaan zitten en waar je moet bij nadenken. En dat kunnen we vandaag niet zo goed meer.

Zijn korte verhalen ook niet stukken realistischer dan romans? Niemands leven is toch zoals dat van een romanpersonage, terwijl iedereen zich wel in de hoofdrolspeler van een bepaald verhaal kan herkennen.

Tobias Wolff: Dat is een interessante gedachte. Het korte verhaal heeft wat dat betreft veel gemeen met ons geheugen. Wanneer we vertellen over iets wat ons overkomen is, hangen we geen verhaal op van twaalf uur lang. We beschrijven een in de tijd beperkte ervaring. Ons geheugen maakt dus altijd korte verhalen van ons verleden, geen romans. Een paar maanden geleden was ik uitgenodigd door een Amerikaanse universiteit die heel wat brieven van Hemingway bezit, onder meer die waarin hij vanuit het buitenland naar huis schrijft. Er was een postkaart bij, geschreven net nadat zijn bundel korte verhalen In Our Time was verschenen en waarin hij aankondigde aan The Sun Also Rises te zijn begonnen. “Ik heb het gevoel dat mijn roman helemaal verknoopt geraakt is”, schreef hij, waarmee hij het artificiële van de roman perfect aan het licht bracht. Ik schrijf zelf ook graag romans, maar het zijn heel andere dingen dan korte verhalen. Ik heb bijvoorbeeld moeite om er mijn aandacht bij te houden, om nog maar te zwijgen van die van mijn lezers. Schrijven is voor mij moeilijk. Oké, ik ben vroeger handarbeider geweest en ik heb nog op schepen gewerkt en dat was stukken lastiger, maar een verhaal ontstaat bij mij pas terwijl ik het aan het schrijven ben. Lekker languit achterover liggen tot er iets opborrelt is er niet bij. Ik ben dus niet als mijn buurman, de filosoof René Girard. Ik zie hem regelmatig traag voorbij komen wandelen en merk dan aan zijn stap dat hij ideeën aan het uitwerken is. Wat benijd ik die man.

In uw recentere verhalen lijken de personages zich steeds meer zorgen te maken over de Amerikaanse toekomst.

Tobias Wolff: Die verhalen zijn uit een persoonlijke bezorgdheid gegroeid. Ik heb drie kinderen en ik weet niet welk land ze zullen erven. De V.S. lijken begin eenentwintigste eeuw ten onder te gaan aan fanatisme en irrationalisme. Het is niet dat ik vandaag politieke verhalen schrijf en vroeger niet, het is gewoon dat je de publieke sfeer niet uit het persoonlijke kunt weghalen en dat die publieke sfeer vandaag stukken politieker is geworden. Ieder verhaal speelt immers in een bepaalde cultuur. Wanneer je die weglaat vermoord je het. Ik denk dat mijn bezorgdheid terecht is. Onze toekomst ziet er niet zo schitterend uit als ons verleden. Maar uiteindelijk zullen we het wel te boven komen. De V.S. zitten vandaag in hun puberteit. Er heerst heel wat onvolwassenheid en narcisme.

En de Chinezen komen eraan.

Tobias Wolff: Onlangs sprak ik met Nancy Snyderman, een dokter en beroemde media-persoonlijkheid in de V.S. Ze had net heel wat tijd doorgebracht in China omdat ze commentatrice was tijdens de Olympische Spelen en ze nadien nog een paar maanden was blijven hangen. ‘Wat denk je van het land’, vroeg ik haar, en ze zei: ‘Ze zullen onze lunch inpikken’. Ik denk dat we aan het overdrijven zijn. Het zal allemaal wel meevallen. Ik sta heel argwanend tegenover dat soort populisme, en zeker tegenover referenda die denken daarop te moeten inspelen. Laat de inwoners van de zuidelijke staten van de V.S. stemmen en ze scheuren zich af van de rest van het land en schaffen meteen alle burgerrechten weer af.


Tobias Wolff, Hier begint het verhaal, vertaald door Guido Golüke en Peter Bergsma, Atlas, 478 p., 29,90 euro.

Interview door Marnix Verplancke

Deze tekst verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen

Tobias Wolff

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be