Uitbreiding wettige zelfverdediging is overbodig
Deze tekst verscheen in de Financieel Economische Tijd van 25 juni 2003.
Sinds de overvallen op de juwelierszaken in het centrum van Kortrijk en Aalst is de discussie over het recht op wettige zelfverdediging weer losgebarsten. Stefaan de Clerck (CD&V), de burgemeester van Kortrijk en ex-minister van Justitie, pleit voor de uitbreiding tot het recht om je goederen met geweld te verdedigen. Ook Unizo vraagt een uitbreiding van dat recht. De uitbreiding is overbodig, stelt BART AMEYE. De wettige zelfverdediging laat nu al toe om je goederen te verdedigen. Uitbreiding zal tot een spiraal van geweld leiden.De auteur is woordvoerder van Liberales, een onafhankelijke liberale denktank.
Ten tijde van de Franse Revolutie stelden de Fransen al in de 'Déclaration de l'homme et du citoyen' dat de staat als opdracht had te zorgen voor onder meer vrijheid en veiligheid van de burgers. Dat recht vinden we ook terug in het Verdrag van de Rechten van de Mens (1950). In het voorstel van EU-Conventie wordt het recht op vrijheid en veiligheid als belangrijk grondrecht geproclameerd. Vooralsnog staat dit 'recht op veiligheid' niet in de Belgische grondwet. Ik pleit er dan ook voor om dit 'recht op veiligheid' in te schrijven in de grondwet. Veiligheid is een basisvoorwaarde voor het samenleven. De bescherming van de veiligheid van de burger is een essentiële taak van de overheid. Ook de bescherming van eigendom in de brede betekenis is een taak van de overheid. Een overheid moet ernaar streven dat alle burgers zich veilig weten en voelen, evenals veilig zijn. Het veiligheidsbeleid moet een prioriteit zijn van elke overheid. Voor mij geldt het fundamentele principe dat het monopolie van het geweld toebehoort aan de staat. Vandaar dat ik ook voorstander ben van een strengere wapenwet. Meer wapens in omloop leidt tot meer geweld, meer ongevallen en onnodige risico's. Bij de Kortrijkse overval schampte één kogel op persoonshoogte af tegen de gevel van een koffiehuis. Nog een andere kogel boorde zich in de gevel en het glas op de eerste verdieping, bij de buren van het koffiehuis. Mocht er iemand op het terras van het koffiehuis hebben gezeten, dan zou dat een gemakkelijk slachtoffer geweest zijn. Zou Stefaan de Clerck dan ook gepleit hebben voor de uitbreiding van de wettige zelfverdediging? De waarde van een goed is nooit de waarde van een mensenleven waard. Voorwaarden Er moeten bepaalde voorwaarden zijn vervuld opdat iemand die een misdrijf heeft gepleegd, de wettige zelfverdediging zou kunnen inroepen om zijn gedragingen te rechtvaardigen. De aanranding moet gericht zijn tegen personen. De bescherming van goederen valt buiten het toepassingsveld van de wettige verdediging. De aanranding is wederrechtelijk. Zo kan de aanrander die op weerstand stuit van de aangerande persoon, zelf geen wettige verdediging inroepen tegen het slachtoffer dat zich verzet. De aanranding is ogenblikkelijk. Dit omvat de aanval die zich aan het voltrekken is of deze die onmiddellijk dreigend is. Er is geen wettige zelfverdediging wanneer het een toekomstig of een eventueel gevaar betreft, noch als de aanranding is afgelopen. Als de aanranders vluchten mag de aangerande juwelier de daders dus niet in de rug schieten. Het verweer is noodzakelijk. Het is niet vereist dat de aanranding levensgevaarlijk zou zijn. Toch moet zij voldoende ernstig zijn om een onmiddellijk en gewelddadig verweer als noodzakelijk te doen voorkomen. Het afweer is proportioneel of staat in verhouding tot de aanval. De verdediging door bijvoorbeeld doding, wanneer redelijkerwijze lichte verwondingen hadden volstaan, is niet noodzakelijk. Die evenredigheidseis moet wel met realiteitszin beoordeeld worden. Rechtvaardigheidsgronden Wettige zelfverdediging is een rechtvaardigingsgrond. Ons strafrecht is een schuldstrafrecht. Dit wil zeggen dat naast de daad (het materiële bestanddeel) er ook een zeker bewustzijn in hoofde van de dader moet bestaan (het psychologische bestanddeel). Als beide verenigd zijn, spreken we van een misdrijf. Er zijn echter bijzondere omstandigheden die de gepleegde feiten het karakter van misdrijf ontnemen. Die omstandigheden zijn rechtvaardigingsgronden. Dat zijn door de wet of door het recht erkende omstandigheden waardoor het wederrechtelijke karakter van de daad wordt opgeheven. Die daad wordt dus geoorloofd geacht. Door de rechtvaardigingsgronden is het gepleegde feit geen misdrijf meer. Daardoor zullen de personen die hebben deelgenomen aan de feiten, niet strafbaar zijn. Er zijn drie rechtvaardigingsgronden. Ten eerste is er geen misdrijf wanneer het feit door de wet is voorgeschreven en door de overheid bevolen is. Zoals bijvoorbeeld de opgevorderde slotenmaker die een deur openbreekt opdat een huiszoeking verricht kan worden. Ten tweede de noodtoestand. Dat is de enige rechtvaardigingsgrond die niet bepaald is bij de wet, maar die ontstaan is in de rechtspraak. Het is de situatie waarin een persoon verkeert die de bepalingen van de strafwet schendt om rechtsbelangen te vrijwaren die hij gerechtigd was of tot plicht had boven anderen te stellen. Ten derde de wettige zelfverdediging of de wettige verdediging. Dit is het recht tot afweer van onrecht. Het is een rechtvaardigingsgrond die als het ware een overblijfsel is uit de oertijd. Volgens artikel 416 van het Strafwetboek is er geen misdrijf noch een wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen of de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van anderen. Artikel 417 van het Strafwetboek geeft twee gevallen aan die, op grond van een wettelijk vermoeden, moeten gerekend worden tot de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak waarover artikel 416 handelt. Ze betreffen het afweren van aanrandingen tegen eigendommen die gepaard gaan met een aanslag of alleszins ernstige bedreigingen gericht tegen personen. Met andere woorden, wanneer het feit plaats heeft bij het zich verdedigen tegen daders van diefstal of plundering die met geweld tegen personen wordt gepleegd. De uitbreiding van de wettige zelfverdediging tot de verdediging van goederen is dus niet nodig. De rechtbanken houden ook rekening met de omstandigheden en met de onweerstaanbare drang, waarbij iemand niet meer instaat voor zijn daden als hij voor de zoveelste keer wordt overvallen. De rechter interpreteert de wet zeer ruim. Dat was was ook het geval in de zaak-Moortgat. Een vader en zoon met een juwelierszaak in Lebbeke werden vrijgesproken hoewel ze hadden geschoten op de inbrekers. De rechter oordeelde dat de juweliers, die al eerder waren overvallen, gehandeld hadden onder een dwang waaraan ze niet konden weerstaan. En vorig jaar werd de Harelbeekse juwelier Wouter Tyberghien schuldig bevonden aan doodslag op een Poolse inbreker. De rechter oordeelde evenwel dat de doodslag verschoonbaar was omdat de juwelier al verscheidene malen was belaagd. Opschorting van straf werd voor een periode van drie jaar toegestaan. Het blijft opportuun dat de rechter in elke zaak oordeelt op basis van de specifieke feiten. Een betere oplossing dan de uitbreiding van de wettige zelfverdediging zou onder meer kunnen zijn dat de overheid meer maatregelen neemt die de veiligheid verbeteren. Een volledige fiscale investeringsaftrek voor veiligheidsbevorderende initiatieven is aangewezen. Vele ondernemingen, onder anderen juweliers, hebben steeds meer moeilijkheden zich te verzekeren tegen welbepaalde risico's. Of de premies rijzen de pan uit. Om een verzekering te krijgen moeten juweliers enorm grote veiligheidsinvesteringen uitvoeren. Dit is voor hen onbetaalbaar. Onderzoek heeft aangetoond dat ongeveer 30 procent van de juweliers geen diefstalverzekering heeft. Dit leidt er natuurlijk toe dat juweliers zich bewapenen om zichzelf en hun goederen te beschermen. Verzekeringen moeten toegankelijk en betaalbaar worden. Wapenwet De nieuwe wapenwet, die gestrand is in de Senaat, moet worden goedgekeurd. Wie een wapen koopt, moet een vergunning hebben van de overheid. Alle vuurwapens worden geregistreerd, zodat men bij een schietpartij zeker weet welk wapen de kogel afvuurde. Er moet meer geld uitgetrokken worden voor de opsporing en vervolging van criminele bendes. Meer grensoverschrijdende samenwerking met onze buurlanden is daarvoor vereist. Een veilige samenleving is de prioriteit van een overheid. Veiligheidsproblemen hebben een nationaal en internationaal karakter. De nieuwe federale regering moet werk maken van een veilige samenleving en moet meer middelen uittrekken voor dit integraal veiligheidsbeleid.
© 2003 Uitgeversbedrijf Tijd NV