Ook Unizo wil geen wildwesttoestanden
Deze tekst verscheen in De Morgen van 26 juni 2003.
'In bijna alle Europese landen kun je wettige verdediging inroepen voor de bescherming van je eigendom. Dat heeft daar niet geleid tot een escalatie van geweld'.
In een opiniestuk in deze krant (DM 23/6) kant Bart Ameye, woordvoerder van Liberales, een liberale denkgroep, zich tegen de uitbreiding van de wettige zelfverdediging. Volgens de auteur beschermt de bestaande wetgeving de getroffenen afdoende. Hij verwijst daarbij onder meer naar de uitspraken in de rechtszaken van de juweliers Moortgat en Tyberghien. Volgens Kris Baetens, juridisch adviseur bij de Unizo-studiedienst, bewijzen die net dat de huidige juridische basis van zelfverdediging te smal is, met alle gevolgen van dien voor het slachtoffer. De zelfstandigenorganisatie pleit ervoor die uit te breiden zodat de getroffen ondernemers juridisch beter beschermd worden als, een weliswaar belangrijk, onderdeel van een globaal veiligheidsbeleid.
Naar aanleiding van de zoveelste drieste ramkraak bij een juwelier laait de discussie over de wenselijkheid om de wettige verdediging uit te breiden van de bescherming van personen naar die van eigen goederen weer in alle hevigheid op. Zo zou, ook volgens Ameye, zo'n uitbreiding het wapengebruik aanzwengelen en het geweld doen toenemen. Unizo bepleit al geruime tijd die uitbreiding. We willen de discussie evenwel voeren in alle sereniteit en met de juiste argumenten. Bovendien past ons voorstel in een totale aanpak van preventie en repressie en moet je, wat ons betreft, de uitbreiding van de wettige zelfverdediging koppelen aan een strengere wapenwet.
De discussie moet op de eerste plaats worden onderbouwd met juridische argumenten, want daar gaat het om. Volgens het Belgische strafrecht, artikels 416 en 417, geldt wettige zelfverdediging, zoals bekend, momenteel enkel voor de bescherming van personen, niet die van goederen. Wat staat daarin? Wie een misdrijf heeft gepleegd en daarbij wettige verdediging zou kunnen inroepen om zijn gedrag te rechtvaardigen en aan het strafbare karakter ervan kan ontsnappen, moet aan de volgende voorwaarden voldoen - we citeren uit de wet: "De aanranding moet gericht zijn tegen personen, wederrechtelijk en ogenblikkelijk zijn, het verweer moet noodzakelijk zijn en in verhouding staan tot de aanval."
In de praktijk bewegen rechters hemel en aarde om bescherming van goederen te duiden als wettige zelfverdediging van de persoon. Daar zijn we het met Ameye over eens. Maar dat is geen reden om het juridische begrip niet uit te breiden naar de verdediging van die goederen. Het tegendeel is waar. De zaken van de door ramkraken getroffen juweliers Moortgat en Tyberghien illustreren dat rechters momenteel niet of te weinig over een rechtszekere basis beschikken om een rechtvaardig oordeel te vellen. Dat betekent voor de slachtoffers zeer weinig rechtszekerheid. In eerste aanleg werden vader en zoon Moortgat vrijgesproken wegens wettige zelfverdediging. Het parket verwierp dat en ging in beroep op basis van het huidige artikel op de wettige zelfverdediging. Gevolg: opnieuw grote onzekerheid en nog meer advocatenkosten voor de ondernemer en zijn al zwaar getekende familie. In beroep, ruim een jaar later, weerhield de rechter alsnog de wettige zelfverdediging. In de zaak-Tyberghien was de rechtsgang voor het slachtoffer nog dramatischer. Onmiddellijk na de feiten werd de juwelier opgepakt en een tijdlang opgesloten. Hij werd veroordeeld op basis van de enge interpretatie van het artikel omtrent wettige verdediging maar kreeg wel opschorting van straf. Het slachtoffer en veel van zijn collega's begrepen die uitspraak absoluut niet. Velen vonden dat die indruiste tegen het rechtsgevoel. Onder meer om financiële en psychologische redenen besloot Tyberghien niet in beroep te gaan. Hij bleef achter met grote, zeer begrijpelijke frustraties én een strafblad.
Om zo'n rechtsonzekerheid voor het slachtoffer maximaal te vermijden moet wat ons betreft het recht op wettige verdediging daarom onder welbepaalde voorwaarden uitgebreid kunnen worden tot de bescherming van eigen goederen. Daardoor worden de rechten van het slachtoffer juridisch beter beschermd.
In een aantal ons omringende landen zoals Nederland en Frankrijk is dat trouwens al langer het geval. Het Franse strafwetboek vermeldt daarover: "Is niet strafrechtelijk aansprakelijk, de persoon die, om de uitvoering van een misdaad of een strafbaar feit tegen een goed te stoppen, een verdedigende daad stelt." In het Nederlandse wetboek van strafrecht voorziet artikel 41 een rechtvaardiging: "Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding." In bijna alle Europese landen kun je wettige verdediging inroepen voor de bescherming van je eigendom. Dat heeft daar niet geleid tot een escalatie van geweld of excessen en 'wildwesttoestanden'. Ook het aantal schietincidenten is er niet bijzonder toegenomen terwijl handelaars evenmin de indruk hebben dat ze een vrijgeleide voor nodeloos geweld kregen.
Om misverstanden te vermijden, we zijn het wel met Bart Ameye eens over het volgende: het is in eerste instantie aan de overheid in te staan voor een doeltreffend veiligheidsbeleid voor elke burger. Voor een rechtsstaat is dat essentieel. Wettige zelfverdediging voor personen én goederen betekent trouwens geen vrijgeleide om erop los te schieten. Integendeel. Het juridische begrip 'wettige verdediging' is gekoppeld aan stringente voorwaarden. Dat moet en zal zo blijven, ook bij een uitbreiding naar de eigen goederen. Zo moet het principe van het verbod om het heft in eigen handen te nemen in ieder geval de regel blijven. Al de bestaande voorwaarden om je te kunnen beroepen op 'noodweer' moeten daarom behouden blijven. Concreet moet het dus altijd gaan om een ernstige aanval die al begonnen is of dreigt te beginnen en waarbij verdediging noodzakelijk is en die verdediging moet in verhouding staan tot de aanval. De uiteindelijke beoordeling of er al dan niet sprake was van wettige verdediging zal altijd worden overgelaten aan het onafhankelijke oordeel van de feitenrechter. Maar die die rechter zal wel over een bredere juridische basis beschikken.
Bovendien is Unizo er voorstander van de uitbreiding te koppelen aan een verstrenging van de wapenwet. Een gecontroleerd bezit en gebruik van wapens is noodzakelijk om onnodig geweld te voorkomen en de noodzakelijke uitbreiding van de wettige zelfverdediging politiek mogelijk te maken. Ten slotte, we kunnen het niet genoeg herhalen, die uitbreiding is maar één element van een noodzakelijk globaal veiligheidsplan voor ondernemers. Zo bepleiten we, net als Ameye, allang onder meer federale fiscale en regionale investeringssteun voor bedrijfsbeveiliging, een meldpunt voor door criminaliteit getroffen ondernemers, betaalbare verzekeringspremies, aangepaste preventie en informatie en uiteraard passende vervolging en repressie.
Wie ons pleidooi afdoet als een bewijs van een onverantwoordelijke cowboymentaliteit, vergist zich. We wensen minstens een serene discussie op basis van correcte juridische argumenten en ervaringen, ook uit het buitenland. Zeker in het parlement kan zo'n debat niet langer uitblijven. Zo niet zal de frustratie bij de betrokken ondernemers en in de hele samenleving alleen maar toenemen, met alle negatieve gevolgen van dien.
Kris Baetens is juridisch adviseur van de Unizo-studiedienst.
© 2003 Uitgeverij De Morgen NV