In het mission-statement van Liberales staat dat we de mensenrechten absoluut belangrijk vinden. Hierna volgt Artikel 26 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:

  1. Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en beginonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal gelijkelijk openstaan voor een ieder die daartoe de begaafdheid heeft.

  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.

  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Als men vertrekt van deze mensenrechten dan wordt de kennis en dus de inhoud van het onderwijs opnieuw centraal gesteld en niet de looneisen, de netten en de structuren.

SUBTITELOnderwijs is een noodzaak voor vrijheid

'Liberales gelooft in de kracht, de eigenheid en de zelfontplooiing van de mens om als ontvoogd individu zijn verantwoordelijkheid op te nemen in de samenleving. Opdat ieder individu in staat zou zijn dit te doen, dienen wij ernaar te streven dat er zoveel mogelijk gelijke startkansen zijn.'

"Onwetendheid, armoede en het gebrek aan materiële mogelijkheden maken het voor de burgers onmogelijk om hun elementaire vrijheden te kunnen uitoefenen", aldus John Rawls in zijn boek The Basic Liberties and Their Priority. Hiermee wordt duidelijk aangegeven dat onderwijs een absolute noodzaak is voor vrijheid. Mensen die geen of te weinig onderwijs kregen zijn namelijk niet in staat gebruik te maken van de diverse keuzemogelijkheden in het leven. Dit uitgangspunt heeft verregaande gevolgen voor een liberale onderwijspolitiek.

Onderwijs dat voldoet aan de hoogste maatstaven is essentieel voor een land zonder grondstoffen, waar de 'brains' de basisgrondstof is. De kansen die van jongsaf aan geboden worden bepalen wie je wordt en hoe je leven vorm kan gegeven worden. Het heeft geen zin om over vrijheid te spreken zonder de mogelijkheid die vrijheid waar te maken. Elke liberaal moet dan ook goed onderwijs belangrijk vinden.

SUBTITEL1. Wat moet onderwijs aanleren? Inhoud van het onderwijs.

SUBSUBTITELDe vrije en kosteloze toegang tot een kwalitatief hoogstaand onderwijs is absoluut noodzakelijk om elk kind de kans te geven vrij te zijn, met name zijn leven te kunnen richten naar de richting die hij wenst.

Onderwijs is geen 'product' of 'dienst' als een ander. Het vormt niets minder dan de voorwaarde tot kansengelijkheid, vrij en verantwoord burgerschap. Het kiezen in het massale aanbod aan producten en diensten wordt er eerst mogelijk door. De taak van de overheid is voor ons liberalen niet zozeer de burgersamenleving in te vullen en in vooropgestelde banen te leiden, maar de 'infrastructuur' te voorzien opdat die samenleving ook maar mogelijk zou zijn. In die zin maakt onderwijs deel uit van de harde kern van haar taken. Een kwalitatieve democratie vraagt om een kwalitatief onderwijs. Zonder kennis, in de breedste betekenis, zijn vrijheid, welvaart, verdraagzaamheid en persoonlijkheid immers ondenkbaar. Kunnen en kennen staan dus centraal en structuren, van welke aard ook, zijn daaraan ondergeschikt.

SUBSUBTITELDe inhoud van het onderwijs dient vooral gericht te zijn op de ontwikkeling van de kritische en leergierige burger.

In onze samenleving wordt de kennis steeds gefragmenteerder en raakt de expertise die binnen een specialisatie wordt gewonnen al snel weer verouderd. In zo'n situatie heeft het - paradoxalerwijze misschien - geen zin om leerlingen van een middelbare school met al te doelgericht, utilitair onderwijs op te zadelen. In een kennismaatschappij waar hoog intellectueel niveau in smalle deelaspecten en een snelle evolutie van knowhow aan de orde van elke dag zijn, is het juist cruciaal om aan jongeren stevige en brede fundamenten mee te geven: een basis voor talen, geschiedenis, filosofie, cultuur, recht, wetenschappen, economie en andere maatschappelijke vakken. De goede algemene vorming moet ervoor zorgen dat kennis niet gewoon wordt gememoriseerd maar praktisch kan worden aangewend in het leven en op het werk. Een goede algemene vorming bezorgt jonge mensen een oriënteringsmogelijkheid, een kader voor het vormen van een onderbouwde eigen mening en positie in het leven.

Gezien de geografische ligging van ons land is talenkennis van uitzonderlijk belang. Daarom pleiten we voor een vervroegd aanleren van een tweede en derde taal in het lager onderwijs (cf. het voorstel van Margriet Hermans). Wij pleiten voor het opzetten van meer uitwisselingsprojecten tussen Vlaamse en Waalse scholen.

De nadruk moet dus meer liggen op kunnen dan op kennen. Er wordt in Vlaanderen nog steeds veel 'geblokt' op alle onderwijsniveaus en minder geleerd. Na het aanreiken van de onontbeerlijke bouwstenen voor hun kennis, kapstokken waaraan ze het vele nieuwe dat later zal komen kunnen ophangen, dienen jongeren intellectuele (en natuurlijk ook sociale) vaardigheden te ontwikkelen. Die moeten hen in staat stellen in hun verdere studies en in hun hele verdere leven bijkomende kennis te verwerven en te verwerken. Overbodig te zeggen dat het leren werken met de Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) daartoe onontbeerlijk is.

SUBSUBTITELRol van de leraar is aan een herwaardering toe.

Een kwaliteitsvol en dynamisch onderwijs staat of valt met een voldoende aantal goed opgeleide en gemotiveerde leerkrachten. Het beroep van leerkracht moet aantrekkelijker gemaakt worden en verdient waardering door iedereen. De kritische rol van de leraar bij het overbrengen van 'leerstof' kan een belangrijke stimulans betekenen voor de kritische analyse door de leerling. Vakken als Wereldoriëntatie, geschiedenis, esthetica, … moeten kritisch benaderd worden zodat kinderen geprikkeld worden om zelf na te denken en creatief om te springen met de leerstof. De lerarenopleiding en nascholing moeten in die zin aangepast worden.

De onderwijsloopbaan moet aantrekkelijker gemaakt worden. De vlakke loopbaan bevordert de kritische ingesteldheid van leraren niet, men leeft immers naar zijn pensioen toe (de terbeschikkingstelling). Er moeten uitstap- en instapmogelijkheden voorzien worden die niet bestraffend werken voor de anciënniteitsverloning. Het overstappen naar het bedrijfsleven en omgekeerd vanuit het bedrijfsleven naar het lerarenberoep overstappen moet aangemoedigd worden. Er staat dan telkens een gemotiveerde leraar voor de klas, die omwille van zijn praktijkervaring de leerstof een levend karakter kan geven.

Ook het inschakelen van 'gastleraars' die per vak enkele lessen geven, moet in alle vormen van secundair onderwijs worden gestimuleerd door er de nodige middelen voor vrij te maken. Het is zowel voor leerlingen als leerkrachten cruciaal dat de perceptie van het vaak theoretische schoolgebeuren verandert waarbij onderwijs niet langer als een op zich staand iets wordt beschouwd. De wisselwerking met mensen die vakkennis beroepsmatig concretiseren, zal de leerkracht ertoe aanzetten om up-to-date te blijven en vormt een ideaal middel tegen de schoolmoeheid van sommige leerlingen.

SUBSUBTITELOnderwijs op maat en herwaardering beroeps- en technisch onderwijs.

De inspraak van ouders in het onderwijs, zowel qua organisatie als qua inhoud, mag niet leiden tot een 'u vraagt, wij draaien'-onderwijs. De druk zowel vanwege sommige ouders als vanuit de bedrijfswereld om een onderwijs te creëren op maat van de arbeidsmarkt hoort niet door te wegen bij wat er uiteindelijk geleerd wordt. Mensen hebben op meer recht dan slechts een ééndimensionale opleiding die dan toch weer achterhaald wordt of de keuzevrijheid al lang vooraf drastisch inperkt. Mensen groeien en leren hun leven lang, jongeren zeker en ze moeten er dus alle kansen voor krijgen.

Het beroeps- en technisch onderwijs moeten een grondige opwaardering krijgen. We moeten ervoor zorgen dat onze leerlingen het beste en meest performante onderwijs krijgen. Wij pleiten voor een betere samenwerking met het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven kan een partner zijn voor de overheid. De samenwerking kan bestaan uit het maken van afspraken over stages, het ter beschikking stellen van materiaal en infrastrustuur, samenspraak over zinvolle eindwerkprojecten, uitwisseling van personeel van bedrijf naar school en omgekeerd, … (cf. voorstellen VEV). Het betekent evenwel niet 'u vraagt, wij draaien'.

SUBTITEL2. Elk kind is gelijk

SUBSUBTITELSocio-culturele verschillen wegwerken

Onderwijs is de essentiële voorwaarde om kennis op te doen, hetgeen leidt tot ontvoogding en tot een verdere invulling van je hele leven. Kansengelijkheid is noodzakelijk indien men die "vrijheid" absoluut wenst waar te maken en bovendien van een democratische samenleving wenst te spreken.

Ook al komen kinderen in het huidige onderwijssysteem formeel met gelijke kansen aan de start, er bestaan toch grote socio-culturele verschillen tussen gezinnen. Er is een verschil in opleiding, taalgebruik, communicatieve vaardigheden, interesse, professionele bezigheden,… van de ouders.

Studies hebben uitgewezen dat de resultaten van kansarme kinderen verschillen naargelang de school. Sommige scholen slagen erin alle kinderen leerwinst te doen boeken, zowel de leerlingen uit kansarme gezinnen als kansrijke milieus. In andere scholen worden vooral de goede leerlingen beter, terwijl de kansarme kinderen minder vooruitgang boeken. De school speelt met andere woorden een belangrijke rol in het bewaken van de kansengelijkheid.

SUBSUBTITELLeraar speelt een belangrijke rol en basisonderwijs is primordiaal

Leraren mogen niet al te vooringenomen zijn en kinderen trachten te motiveren los van de het sociale milieu waaruit ze afkomstig zijn. Dit houdt onder andere in dat ze alle kinderen op een gelijke wijze stimuleren en bijvoorbeeld kinderen uit achtergestelde milieus niet zouden mogen feliciteren met een vrij zwak resultaat, ervan uitgaande dat ze -gezien hun achtergrond- toch niet beter kunnen. Dit veronderstelt evenwel een fundamentele mentaliteitswijziging bij heel wat leraars, hetgeen zeker niet makkelijk is om via wetten af te dwingen. We kunnen hier wel een link leggen met een grotere bewustmaking hieromtrent in het kader van de lerarenopleiding.

Vooral het basisonderwijs is van primordiaal belang, omdat daar de fundamenten worden gelegd voor de verdere toekomst. Die leraren dragen een zware verantwoordelijkheid. We kunnen ook hier pleiten voor meer waardering voor het lerarenberoep, er moet daarbij niet zozeer gedacht worden aan de verloning (wat de laatste tijd een heikel punt geweest is), maar wel aan respect voor de job, inzicht dat deze mensen nuttig werk leveren, met de maatschappij van morgen bezig zijn.

SUBSUBTITELZittenblijven moet vermeden worden en betere begeleiding bij keuze

Er moet vermeden worden, zoals vandaag al te vaak het geval is, dat kinderen met leerproblemen in feite al vrij snel het etiket opgekleefd krijgen dat ze als "zoniet afgeschreven dan toch niet al te veel mee aan te vangen" worden gecatalogeerd. 'Zittenblijven' moet zoveel mogelijk vermeden worden. Grotere flexibiliteit is hier dan ook vereist. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de mogelijkheid iemand te laten overgaan naar het volgende jaar en bijvoorbeeld enkel voor wiskunde te blijven zitten zodat men het merendeel van de tijd toch in zijn vertrouwde milieu blijft vertoeven en niet gestigmatiseerd wordt. Eventueel moet het ook mogelijk zijn de vakken die duidelijk problemen scheppen grondiger te behandelen met andere kinderen die dezelfde problemen kennen en de vakken waarin men beter is aan een sneller tempo te laten verlopen, enzovoort. Los van de gegeven suggesties betekent dit dus dat men kort op de bal dient te spelen en problematische situaties niet te lang mag laten "aanmodderen".

We mogen er niet van uitgaan dat socio-culturele verschillen de oorzaak zijn van alle leed. Niet ieder kind heeft dezelfde interessesfeer. Indien men na het basisonderwijs tot de constatatie komt dat het kind slecht presteert in bijvoorbeeld taalvakken, wiskunde, geschiedenis … , dan kan het A..S.O. uiteraard geen optie meer zijn maar dan kan men wel veel bewuster op twaalfjarige leeftijd een keuze maken. Er moet een betere begeleiding beschikbaar zijn wat school- of richtingkeuze betreft. Het CLB (Centrum voor LeerlingenBegeleiding) speelt hierin een cruciale rol. Er moet hierin meer geïnvesteerd worden.

SUBSUBTITELGratis onderwijs en democratisering

In de Grondwet staat er dat 'De toegang tot het onderwijs kosteloos is tot het einde van de leerplicht'. In de praktijk kan men vaststellen dat de schoolrekeningen oplopen en dat vele kansarme gezinnen het onderwijs als een belangrijke kost kunnen beschouwen. De indirecte kosten zoals de aanschaf van boeken, leermateriaal en kosten verbonden aan schoolse activiteiten moeten door de gemeenschap gedragen worden.

Het blijkt dat kinderen uit kansarme gezinnen ondervertegenwoordigd zijn in het hoger en universitair onderwijs. De kosten voor deze studies lopen dan ook op. De gemeenschap moet zorgen voor een verdere democratisering van het hoger en universitair onderwijs. Wij pleiten voor enkele maatregelen: het verlagen van de drempel voor het bekomen van een studiebeurs, de verhoging van de bedragen, het hervormen van de toekenningscriteria, en het toekennen van driekwart, half of eenkwart studiebeurzen naargelang het inkomen van de ouders.

SUBTITEL3. Hoe kunnen scholen en netten samenwerken?

SUBSUBTITELPleidooi voor netoverschrijdende samenwerking

Liberales pleit voor netoverschrijdende samenwerking. Deze netoverschrijdende samenwerking moet niet ten koste van de opvoedkundige projecten gaan. Wij zien het eerder als een principe dat kan leiden tot besparingen op kosten, waardoor er middelen vrijkomen om het onderwijs echt gratis te maken en voor andere initiatieven

SUBSUBTITELDe middelen efficiënt besteden

Ieder jaar gaat ongeveer 7 miljard euro naar onderwijs, het is daarmee de belangrijkst begrotingspost van de Vlaamse overheid. Een groot deel van deze middelen gaat naar personeel, lesmateriaal, gebouwen, etc. De hoge investering in onderwijs is noodzakelijk willen we een kwalitatief hoogstaand onderwijs aanbieden. In Vlaanderen hebben we maar één basisgrondstof, onze brains. Bijgevolg is het niet enkel nodig, maar is het ook onze plicht om voldoende middelen vrij te maken voor onderwijs, al ware het maar om er voor te zorgen dat de Vlaamse bevolking nog werk zou vinden, en om er voor te zorgen dat de hoge graad van sociale bescherming die onze gemeenschap kenmerkt op een even hoog niveau behouden kan blijven.

Los van deze bedenkingen kunnen we evenwel stellen dat de beschikbare middelen, en niets sluit uit dat die in het verlengde van het bovenstaande ook verhoogd zullen (moeten) worden, zo efficiënt mogelijk moeten worden gebruikt, en het is op dit punt dat netoverschrijdende samenwerking een belangrijk gegeven is.

Welk een verspilling van middelen is het niet om in bijvoorbeeld een stad als Roeselare in een straal van 1,5 kilometer 6 scholen en even zovele sporthallen te hebben. Dit betekent zes keer investeren in de bouw van een dergelijk gebouw, zes keer onderhoudskosten betalen, zes keer verwarmingskosten betalen etc. Dit zijn allemaal kosten waarvoor de gemeenschap in niet geringe mate opdraait. Wat voor zin heeft het ook om in een en dezelfde gemeente in een straal van 1,5 kilometer 2 à 3 keer dezelfde studierichtingen aan te bieden, in verschillende gebouwen en gedoceerd door verschillende lesgevers die allemaal ongeveer hetzelfde, los van het 'opvoedkundige project' van de school waartoe zij behoren, vertellen. Het moge duidelijk zijn dat het hier aangewezen zou zijn om deze scholen, los van het net waartoe zij behoren, te laten samenwerken. De schaaleffecten zullen hier tot gevolg hebben dat er minder middelen zullen worden verspild. Wij pleiten voor de infrastructurele nettensamenwerking die een optimaler gebruik van klaslokalen, sporthallen, … kan tot stand doen brengen. De huidige subsidiëring van de infrastructuur van schoolgebouwen moet in vraag gesteld worden.

Bepaalde ondersteunende diensten kunnen beter samen georganiseerd worden. Nu is het dikwijls zo dat een gemeenschapsschool en een vrije school die naast elkaar gelegen zijn apart leerlingenvervoer aanbieden.

SUBSUBTITELGeen afbreuk aan de opvoedkundige projecten

Het probleem van de verschillende opvoedkundige projecten die in het gemeenschaps- en in het katholiek onderwijs worden aangeboden is een cruciaal discussiepunt Op dit punt kan erop gewezen worden dat netoverschrijdende samenwerking niet per definitie ten koste van die opvoedkundige projecten moet gaan. Men kan bezwaarlijk aanvoeren dat het delen van dezelfde (sport-) faciliteiten afbreuk doet aan het opvoedkundige project van een school, net zoals men dat eigenlijk kan stellen voor de lessen zelf.

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat er geen significant verschil te vinden is in de kwaliteit van het onderwijs van de verschillende netten. Er kunnen wel grote verschillen bestaan maar dat is eerder schoolgebonden dan netgebonden. Het verslag dat de onderwijsinspectie elk jaar aflevert en dat de toestand van het onderwijs in Vlaanderen in kaart brengt, geeft hetzelfde beeld weer.

SUBSUBTITELDe leerling staat altijd centraal

Niet de netten en structuren staan centraal, maar de leerling wordt bij ons centraal gesteld. Het onderwijs is er in de eerste plaats voor de leerlingen die er geacht worden de nodige feitelijke kennis op te doen die hun in staat moet stellen zonder al te veel moeite in de samenleving te kunnen functioneren en in het economische leven te kunnen instappen.

SUBTITEL4. Vrijheid van onderwijs

SUBSUBTITELDe vrijheid van onderwijs is een onweerlegbaar grondwettelijk beginsel

De grondwettelijk voorgeschreven vrijheid van onderwijs is een beginsel waaraan niet kan geraakt worden. Het behoort tot éénieders vrij initiatief een onderwijsproject te starten. Deze scholen kunnen al dan niet een bepaald levensbeschouwelijk karakter hebben. Het is aan de initiatiefnemer om uit te maken of een bepaald opvoedkundig of levensbeschouwelijk project aan de school verbonden wordt.

Evenwel blijft het evident dat de initiatiefnemer in beginsel ook zelf instaat voor de financiering van het onderwijs dat hij wil organiseren. Wie immers de vrijheid neemt om een school op te richten, dient daaraan de verantwoordelijkheid te koppelen van de auto-financiering. De overheid kan in beginsel niet verplicht worden elk project financieel te ondersteunen.

SUBSUBTITELDe overheid dient zelf onderwijs te organiseren, aangezien het hier om één van haar belangrijkste taken gaat, met name gelijke startkansen creëren

De overheid heeft de plicht zelf onderwijs te organiseren. Geen enkel kind kan vrij zijn indien het nooit de kans gekregen heeft zich te ontplooien. Voor Liberales is het van groot belang dat ieder kind – ongeacht diens afkomst – gelijke kansen in het onderwijs heeft gekregen. Alleen een door de overheid gefinancierd en georganiseerd onderwijs lijkt ons daartoe in staat.

In andere landen blijkt heel duidelijk dat waar het privaat initiatief het onderwijsbeleid uitstippelt er geen ruimte meer is voor gelijke kansen. Men vervalt dan immers vaak in een systeem waarbij de ouders het onderwijs financieren en waarbij sociale afkomst een doorslaggevende rol gaat spelen. Liberales ziet dit als een factor van onvrijheid. De vrijheid blijft dan immers voorbehouden voor de happy few.

Het spreekt echter vanzelf dat de financiële middelen die de overheid ter beschikking stelt om zelf onderwijs te organiseren in eerste instantie naar een pluralistische vorm van onderwijs dienen te gaan met een aantal doelstellingen en vereisten qua onderwijsniveau.

SUBSUBTITELSubsidiëring van onderwijs

Daarnaast kan de overheid overwegen om andere vormen van onderwijs financieel te ondersteunen, doch het is vanzelfsprekend dat de overheid haar financiële middelen eerst dient aan te wenden voor het onderwijs dat zij zelf organiseert. Subsidiëring van andere onderwijsinstellingen kan slechts overwogen worden als deze aan een aantal vereisten voldoen op het vlak van pluralisme, gelijke kansenbeleid, segregatiestop, eindtermen, enz.

SUBTITEL5. Geen segregatie

SUBSUBTITELVrij complexe discussie

De maatschappelijke discussie over etnische segregatie in het Vlaamse onderwijs, de zogenaamde 'zwarte-scholenproblematiek', speelt al sinds geruime tijd. Het centrale element in de discussie is in feite de onwenselijkheid van etnische en sociale segregatie in het onderwijs. Wij zijn overigens tegen alle vormen van segregatie.

'Zwarte scholen' staan haaks op het ideaal van maatschappelijke integratie van allochtonen. Meningsverschillen hebben te maken met de oorzaken en gevolgen van segregatie en het te voeren beleid. De discussie is vrij complex omdat er diverse zaken spelen, zoals de maatschappelijke integratie van allochtonen, de vrijheid van onderwijs, kwaliteitsverschillen binnen het onderwijs en de prestaties van allochtone leerlingen.

SUBSUBTITELVrije keuze moet verzekerd blijven voor iedereen

Indien we een open samenleving willen verdedigen in een steeds grenzelozere wereld is segregatie in het onderwijs verwerpelijk. Multiculturele scholen zijn nastrevenswaardig. Ze bereiden alle leerlingen voor op een open, multiculturele maatschappij en creëren een perfect kader voor integratie en emancipatie. We moeten evenwel oog hebben voor het feit dat, zodra het aandeel allochtone leerlingen in een school een bepaald percentage overschrijdt, de autochtone leerlingen verdwijnen en de school snel evolueert naar een 'concentratieschool'. De 'witte vlucht' versterkt de segregatiegedachte.

Waarschijnlijk kiezen autochtone ouders voor 'witte scholen' omdat men denkt dat er op 'concentratiescholen' slecht onderwijs wordt geboden en leerlingen op deze school daarom minder goed presteren. Ouders laten zich in hun schoolkeuze onder meer leiden door de kwaliteit van het geboden onderwijs en de bestaande beeldvorming pakt op deze manier nadelig uit voor 'concentratiescholen'. Er zou een betere voorlichting moeten gegeven worden aan de ouders.

De vrije schoolkeuze die ingeschreven is in onze Grondwet beperkt volgens ons het spreidingsbeleid. Die keuzevrijheid is een waardevol goed: ouders moeten het recht hebben een school te kiezen die bij hun kind past. Bovendien is die keuzevrijheid van belang om scholen te stimuleren kwaliteit te leveren. Aan deze keuzevrijheid mag hoe dan ook niet getornd worden. Maatregelen om concentratiescholen te vermijden mogen er niet toe leiden dat deze vrijheid beknot wordt.

Ook voor de vrije scholen wordt het tijd om kleur te bekennen. Vrije scholen moeten ook op het levensbeschouwelijk vlak open staan voor vrijzinnigen of andersgezinden zodat een werkelijk pluralisme tot stand zou kunnen komen. Godsdienstonderwijs en het godsdienstig karakter van de instelling, hoe waardevol het naast andere benaderingen ook kan gaan, mag nooit als excuus dienen om allochtonen buiten de poorten te houden. Slechts wanneer ook deze laatsten overal terecht kunnen en elke school een weerspiegeling is van de maatschappelijke verscheidenheid is echte integratie van allen met allen mogelijk.

SUBSUBTITELOverheid moet zich focussen op verbeteren van de kwaliteit

De overheid moet zich eerder toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs in concentratiescholen, dan op spreidingsbeleid. 'Concentratiescholen' moeten extra middelen ter beschikking krijgen om de kwaliteit te verbeteren.

Verhoging van het prestatieniveau op 'concentratiescholen' is geboden. Een verhoging van het prestatieniveau op de scholen zou kunnen optreden als leerkrachten een direct belang krijgen bij het verbeteren van het prestatieniveau van hun leerlingen. Wij stellen voor om scholen te verplichten tot een openbare en gestandaardiseerde rapportage over de vorderingen van hun leerlingen. Een dergelijke rapportage kan bovendien ouders in de gelegenheid stellen hun schoolkeuze niet langer te baseren op de kleur van de school, maar op het werkelijke prestatieniveau. Openbaarheid ten aanzien van de prestaties die scholen met hun leerlingen bereiken, is een gevoelig onderwerp en moet uiterst zorgvuldig worden aangepakt, het moet wel in overeenstemming te brengen zijn met de wetgeving op de privacy.

SUBSUBTITELNederlandse taallessen vanaf de kleuterklas.

De extra financiering kan aangewend worden om meer Nederlandse taallessen te voorzien, voor kleinere klassen, meer leerling-gericht onderwijs, … Het aanleren van het Nederlands is zeer belangrijk ter bevordering van de integratie en emancipatie. Nederlandse taallessen moeten voorzien zijn vanaf de kleuterklas.


Liberales

23 februari 2002



Deze tekst werd opgesteld naar aanleiding van de studiedag 'Onderwijs, de grondstof van Vlaanderen' die VLD en NCD organiseerden.

Liberales

Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be