|
Het liefste wat ik doe is het vinden van een nieuw perspectief, en meerdere. - F. Nietzsche Het zoeken naar een vaste rotsgrond als fundament voor de kennis is een constante in de traditie van de Westerse filosofie. Reeds in 600 v.c. duidde Thales van Milete water aan als grondstof van de hele werkelijkheid. De idee van kennis die onomstootbaar is drijft de Westerse wijsbegeerte naar ongekende hoogtepunten. Maar ook de filosoof is mens, en dus zwak en feilbaar. Horkheimer en Adorno (20ste eeuw) situeren in hun magnum opus Dialectiek van de Verlichting het fundament van de hele Westerse rationalisatie in de angst voor de onbeheersbare natuurkrachten. Doorheen het mythische stadium mondt zij uit in de Griekse filosofen die op hun beurt de Westerse wijsgerige traditie in gang zetten. Uit de wijsbegeerte emanciperen zich dan in de Moderne Tijd de natuurwetenschappen. Deze geschiedenis wordt gekenmerkt door een steeds toenemende abstractie in het denken. Het hoogtepunt daarvan is de mathematische methode van de wetenschap. Al het singuliere aan de werkelijkheid wordt geabstraheerd: elk zijnde is een variabele. Uiteindelijk, menen Horkheimer en Adorno, toont de angst voor het onberekenbare en onverklaarbare haar ware gelaat in de con- en uniformiteit van de totalitaire regimes van de 20ste eeuw. ‘Knowledge is power’ luidde Bacons beroemde devies. Maar hoe zit het nu in onze hedendaagse postmoderne samenleving? Het lijkt erop dat men het masker van de fascistische conformiteit met afgrijzen heeft afgeworpen. Meer dan ooit wordt er vandaag de dag aandacht besteed aan de onherleidbare specificiteit van elk individu. En toch zijn we zozeer elkaars alter ego! We rijden allemaal in dezelfde auto's, kijken naar dezelfde televisie, kopen dezelfde kleren en we krijgen dezelfde basisopleiding. Zelfs de inkomens liggen in een standaardmarge. De verschillen lijken van dichtbij weliswaar onoverkomelijk. Maar nemen we een stapje terug, dan moeten we constateren dat onze samenleving hard haar best doet alles en iedereen te standaardiseren. Onze economie is er uitsluitend op gericht identieke behoeften te creëren. Het kernwoord in de politiek heden ten dage is 'integratie'. En hoe groter de gelijkheid, hoe groter de rivaliteit! De kloof met de derde wereld wordt steeds groter. Dit alles gebeurt in een samenleving bezield door ‘logos’, wetenschap. Daarom pleit ik met Nietzsche voor een ander soort kennis, toepasbaar in elk domein van onze maatschappelijke praxis. (Ik heb niet de minste bedoeling de wetenschap overboord te gooien.) Perspectivische kennis scherpt onze zintuigen aan en verhoogt de objectiviteit. De wetenschapper - dit zijn wij allen, ook zij zonder de minste wetenschappelijke aspiraties - begeeft zich niet op een mooie, egale, harde cementen autosnelweg die rechtstreeks naar waarheid voert. Zo een weg bestaat nu eenmaal niet. Zijn habitat is veeleer een meanderende rivier, waarop hij zich staande moet houden met behulp van drijvende boomstronken. Blijft hij te lang staan, dan rolt de boom om en dondert hij in het water. Hij moet dus constant heen en weer huppelen om zijn evenwicht te bewaren. De perspectivische wetenschapper is een beetje een acrobaat, een kunstenaar bijna. In zijn zoektocht naar kennis trekt hij langs slingerende, verraderlijke paden die hem naar ijzingwekkende toppen voeren en door diepe kloven. Door twee polen wordt hij voortgestuwd: de ene is de gedachte dat er geen waarheid is, de andere de overtuiging dat de werkelijkheid zich stukje bij beetje laat ontsluieren. Hij speelt het spel van de verleiding met haar, zoals een dans. De werking van beide polen zorgt ervoor dat hij enerzijds onbevooroordeeld is, anderzijds toch selectief te werk gaat in het hanteren van perspectieven. Het perspectivisme staat tevens voor emotie en gevoel. Men vergelijke het met een wandeling door een heuvellandschap. Achter elke heuvel wacht een nieuwe indruk en een nieuwe stemming die deze teweeg brengt. De voelende toestand maakt dat de wetenschapper één wordt met het object van interesse. Groepeert men nu al deze afzonderlijke indrukken tot een coherent fotoalbum, dan krijg je een realistisch beeld van dat landschap. We zijn allen in zekere zin wetenschapper. Het leven is maar mogelijk op grond van kennis. Alles wat we doen en laten, al wat onze wegen kruist, is het voorwerp van onze waardeschattingen. Onophoudelijk schatten wij de zaken naar hun schadelijkheid of nuttigheid voor het leven. Perspectivische kennis stelt ons nu in staat de zaken beter naar waarde te schatten, aangezien ze ons in staat stelt meer van de ontelbare subtiliteiten van het leven te overzien. Dit aangescherpt oordeelsvermogen garandeert ons ook een hogere kwaliteit van ons eigen leven. Het perspectivisme is de enige manier waarop we ons kunnen ontdoen van het sluimerende fascisme in al zijn gedaantes. Perspectivisme is dan ook het tegenovergestelde van censuur! Het gaat om een eigen verantwoordelijkheid en een eigen creativiteit wat betreft de keuzes van perspectieven en het persoonlijke affect tegenover elk van hen. Dit impliceert meteen ook een noodzakelijke feilbaarheid in het vergaren van kennis, en dus ook in het leven. Een ouder kan onmogelijk beletten dat zijn of haar kind valt. Het zou volgens mij dom en hopeloos zijn om bijvoorbeeld het MTV-netwerk thuis te censureren. Waar ouders wel voor kunnen zorgen is dat het kind de teugels in handen blijft houden, zodat de realiteit er niet met een paar bokkesprongen mee vandoor gaat. Het in handen houden van de teugels komt overeen met het hanteren van perspectieven: beide vereisen een fijngevoeligheid die men maar leert door ervaring. Kan het perpectivisme politieke vraagstukken oplossen? Ik denk van wel. Het heeft namelijk de kracht zowel de relativiteit als het levensgrote belang van elk detail te onderstrepen. Nemen we als voorbeeld de (te) veel besproken integratiekwestie. Het met open armen ontvangen van alles en iedereen is maar één uit de vele perspectieven. Dit is het perspectief van een grenzeloos pluralisme en is volgens mij al even onkritisch als een uitgesproken intolerantie. Het vereist echter grote kunde van de verantwoordelijken ter zake om perspectief tegen perspectief op te wegen. Het zou ook niet te veel gezegd zijn dat het zelfs hun taak is nieuwe perspectieven te zoeken die nuttig kunnen zijn voor een zo volledig mogelijk beeld van de kwestie. Pas dan stapt men voorbij de grenzen van een pragmatisch utilitarisme naar een kritische en weldoordachte democratie. Een schilder werkt zijn schilderijen ook voortdurend bij, met het oog op een zo groot mogelijke harmonie. Het creatief proces is hierbij belangrijker dan de procedure. Ik ben mij bewust van het feit dat ik mij hier op glad terrein begeef. Wat ik eigenlijk voorzichtig wil uitdrukken is dit: een meerderheid van stemmen bezorgt niet noodzakelijk een harmonie. Hier sluit ik mijn pleidooi voor een nieuw soort kennis af. Het is een kennis die voortdurend heen en weer slingert tussen objectiviteit en relativisme, stabiliteit en hyperkinesie, tussen bereken- en onberekenbaarheid. In het kort: het leven is een vrouw, deinend op het ritme van de steeds wisselende passies. Zij wenst bemind te worden door een krijgsman. Dus rept u allen uit uw veilige burchten van de rede! Het avontuur wacht op u!
Simon Rogghe Simon Rogghe Linksmailto:simonrogghe@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|