Het gaat fantastisch met de wereld

Het gaat fantastisch met de wereld

Het gaat fantastisch met de wereld. Zolang je maar zicht houdt op het grotere plaatje. Dat zegt de Zweedse historicus Johan Norberg in zijn prikkelende boek Vooruitgang. Norberg weet een leuke vraag voor bij het kerstdiner. Zodra de stemming enigszins somber wordt over de staat van de wereld, zeg dan hardop: ‘Wie zou er aan deze tafel nog in leven zijn zonder riolen, waterzuiveringen, intensieve landbouw, antibiotica en andere zegeningen van de moderne tijd?’ De tante daar op links: waarschijnlijk gestorven in het kraambed. En haar dochter niet veel later aan ondervoeding. De oom aan het hoofd van de tafel: geveld door een bacteriële infectie na een valpartij van niks, en anders wel door een kinderziekte die inmiddels door vaccins is uitgebannen.

Norberg zelf had waarschijnlijk niet eens het kleuterstadium bereikt: als tweejarige kreeg hij een hersenvliesontsteking, maar herstelde met moderne geneeskunde. En kijk hem nu eens: één bonk blakende gezondheid, vol vertrouwen in de toekomst. De ‘profeet van het anti-pessimisme’ noemt The Guardian hem. Getrouwd, vader van drie kinderen, prijswinnend auteur met om zijn hals een slinger lovende recensies voor zijn nieuwste boek Vooruitgang, dat volgende maand in het Nederlands verschijnt. “Een explosie van gezond verstand”, vinden ze bij The Economist.

Op de eerste vraag “voor het cv bij het artikel: hoe oud bent u?” verschijnt direct een brede lach op zijn gezicht. “43. De leeftijd waarop ik nostalgisch zou moeten worden. Maar gelukkig heb ik genoeg onderzoek gedaan om niet terug te verlangen naar vroeger. Met welke maat je ook meet, nagenoeg alles staat er beter voor dan welk eerder tijdperk dan ook.”

Alles gaat goed? Zeg dat maar eens tegen de mensen in Syrië.

Johan Norberg: Wat daar gebeurt, is verschrikkelijk. En ik ontken ook niet dat er ellende is op de wereld. Die zal er altijd blijven – ik geloof niet in een utopie waarin problemen niet meer bestaan. Maar het is wel belangrijk die problemen in perspectief te plaatsen. Wereldwijd sterven, op elke 100.000 mensen, er ongeveer 1,5 door oorlogsgeweld. Toen ik opgroeide waren dat er 4 à 5 op elke 100.000, onder meer bij de oorlog tussen Iran en Irak en die van de Sovjet-Unie in Afghanistan.

We lijden aan historische bijziendheid: bij geweld denken we alleen aan de krantenkoppen die we elke dag voorbij zien komen, om te concluderen dat we in een bijzonder gevaarlijke wereld moeten leven. Het is mentaal moeilijker om verder terug te kijken en vergelijken. De Koreaanse oorlog? 1,2 miljoen doden. De Dertigjarige Oorlog? Een op de drie Duitsers dood. ”Ja, er zijn nu verschrikkelijke conflicten, maar de grote lijn wereldwijd is deze: door grotere welstand, een betere gezondheid en kleinere gezinnen zijn we meer waarde aan het leven gaan hechten. Vroeger, toen men leefde in grote gezinnen waarvan vele gezinsleden jong overleden, hadden we een andere verhouding tot de dood. Nu is een lang leven de standaard en zien we een jonge, plotselinge dood als een grotere tragedie. Daardoor nemen we minder risico’s, ook in conflicten. Bovendien zijn moderne internationale handelsstromen een rem op oorlog: waarom zou je iemand vermoorden met wie je ook zaken kunt doen, waardoor je beiden profiteert?

Was u altijd al zo optimistisch?

Johan Norberg: O nee, toen ik een jaar of 17 was, maakte ik me enorme zorgen over de staat van de wereld. Ik had lang haar, liep rond in zwarte kleren en samen met vrienden van de anarchistische beweging klaagde ik over de industrialisering, over gewetenloze grote bedrijven, over bureaucratische overheidsinstituties. Ik hield hen verantwoordelijk voor alle ellende in de wereld, de milieuproblemen, de sociale ongelijkheid, de geestdodende baantjes in de moderne consumptiemaatschappij. Ik verlangde naar een samenleving waarin de mens in harmonie leefde met de natuur, naar de goede oude tijd. Pas toen ik geschiedenis ging studeren, begon mijn wereldbeeld te kantelen. Die oude tijd was verschrikkelijk! Geen vaccinaties, geen schoon water, elke dag stress of er wel genoeg te eten is.

Is het niet wat makkelijk voor u om te verkondigen dat het goed gaat met de wereld? Een intellectueel uit het welvarende Zweden, waar iedereen een roodgelakt houten vakantiehuis aan het meer lijkt te hebben.

Johan Norberg: Natuurlijk prijs ik mezelf gelukkig dat ik in deze hoek van de wereld leef. Maar vergis je niet: ook Zweden was lange tijd helemaal geen comfortabele plek om te wonen. In de negentiende eeuw, maar een paar generaties geleden dus, kwamen nog duizenden Zweden om van de honger vanwege mislukte oogsten. Uitgemergeld vee werd rechtop vastgebonden omdat de dieren niet meer op hun poten konden staan. Er zat bloed in de melk. Wie niet genoeg meel had, moest boombast bijmengen in zijn brood. Dankzij verbeterde landbouwtechnieken, conserveringsmethoden, koelkasten en kunstmest is de voedselzekerheid enorm gestegen. Niet alleen hier, maar overal. In 1970 was 29 procent van de wereldbevolking ondervoed, nu is dat 11 procent. Arme landen maken dezelfde stappen die we hier in het Westen hebben gemaakt, maar dan veel sneller. Natuurlijk moeten journalisten ons informeren over zaken als de hongersnood die nu in Noord-Nigeria heerst. Maar vertel dan ook dat de afgelopen 25 jaar veel meer Nigerianen juist méér voedselzekerheid hebben gekregen.

Ziet u het al voor zich: een reportage over een hongersnood met daarbij de disclaimer, ‘maar over de gehele linie gaat het best de goede kant op hoor’. Onze brievenrubriek zou volstromen.

Johan Norberg: Want in een crisissituatie zou zo’n disclaimer niet respectvol zijn ten opzichte van de slachtoffers? Ik vind het eerder getuigen van weinig respect als je verzwijgt dat de voedselzekerheid in Afrika de laatste 25 jaar juist spectaculair is verbeterd en hoe dat zo gekomen is. Dankzij betere landbouwtechnieken, maar ook dankzij instanties die boeren sterkere eigendomsrechten over hun land verlenen, en hen beter beschermen. Zo durven boeren langetermijninvesteringen te doen in hun land, omdat ze niet bang hoeven te zijn dat elk moment plunderaars al het werk weer tenietdoen. Dat is een belangrijke ontwikkeling in veel Afrikaanse landen, maar toch reizen journalisten in Afrika alleen maar van crisis naar crisis, waardoor het een hopeloos continent lijkt.

Kortom, het is allemaal de schuld van de media?

Johan Norberg: Je kunt het journalisten niet eens kwalijk nemen dat ze zich vooral richten op problemen en conflicten. Goed nieuws is saai nieuws. Wéér een vliegtuig veilig aangekomen, transport nóg veiliger: ik denk dat je er weinig kranten mee verkoopt. Terwijl na een zeldzame vliegtuigcrash iedereen er alles van wil weten: niet alleen journalisten, ook de nieuwsconsumenten.

Wat is dat toch, die neiging om vooral te focussen op kommer en kwel?

Johan Norberg: Dat is een evolutionaire erfenis. Onze verre voorouders leefden pas echt in gevaarlijke tijden. Roofdieren, voedseltekorten, concurrerende jager-verzamelaars die je kwamen bestelen of erger. Als je slap reageerde op zulke bedreigingen, had je een lagere overlevingskans dan wanneer je er te fanatiek op reageerde. Nog steeds maken slechte ervaringen veel meer indruk op ons dan goede ervaringen. Vrienden of geld verliezen raken ons emotioneel meer dan vrienden maken of salaris krijgen. Voor je gemoedstoestand kan het enorm helpen om jezelf bewust te zijn van dit soort mechanismen, zodat je slechte ervaringen in perspectief kunt plaatsen.

Speelt leeftijd ook een rol bij een somber wereldbeeld?

Johan Norberg: Zeker. Als ik bij een lezing vraag welke tijd mensen zien als de gouden jaren, noemen ze altijd de periode waarin ze opgroeiden. De jaren 60 waren fantastisch, zeggen oudere Amerikanen me regelmatig. De jaren 60, hallo! Een Amerikaanse president vermoord, Martin Luther King vermoord, rassenrellen in bijna elke Amerikaanse stad, de dreiging van totale nucleaire vernietiging tijdens de Cubacrisis. Als we die problemen nu zouden hebben, zouden mensen zeggen: erger kan niet, wat leven we toch in een gevaarlijk tijdperk! Waarom veel ouderen dan toch met zoveel warmte terugkijken op de jaren 60? Omdat ze toen jong waren.

Alles was nieuw en spannend, maar tegelijkertijd ook veilig, want ze hadden nog weinig verantwoordelijkheden en hoefden geen rekeningen te betalen. Bovendien weet je van problemen uit het verleden dat ze inmiddels zijn opgelost. De Cubacrisis betekende niet ons einde. Terwijl nieuwe dreigingen wél ons bestaan in gevaar kunnen brengen, dus gaat daar al onze aandacht naar uit. Deels is dat goed, want je kunt problemen pas oplossen als je ze ziet. Maar we hebben ook de neiging ons blind te staren op actuele problemen en te denken dat ze onoplosbaar zijn.

Ik wil de pret niet bederven, maar zelfs als alle oorlogen zouden verdampen zie ik nog wel een paar forse problemen.

Johan Norberg: Vertel.

Om er maar een te noemen: de groei van de wereldbevolking. Een hele planeet die de westerse consumptiestijl overneemt. Het beslag op de natuur, verlies aan biodiversiteit.

Johan Norberg: Dat is inderdaad zorgelijk. Toch wil ik ook hier wijzen op vergelijkbare problemen in het verleden die de mensheid wel degelijk heeft opgelost. In de jaren 70 kampten we met grote vervuiling in Europa. We waren destijds bang dat het alleen maar erger zou worden. Dode bossen, vies water, we zouden allemaal moeten rondlopen met zuurstofmaskers. Maar dankzij internationale inspanningen is de lucht sinds die tijd spectaculair schoner geworden. Vanuit milieuoogpunt moeten we juist blij zijn dat arme landen welvarender worden. Wie rijker is, kan het zich veroorloven zich druk te maken over het milieu en ook meer investeren in technologieën om milieuproblemen te tackelen.

Nog een succesverhaal uit het verleden: het gat in de ozonlaag, waardoor we zouden worden blootgesteld aan gevaarlijke hoeveelheden kankerverwekkende straling. Inmiddels herstelt de ozonlaag zich weer langzaam, dankzij internationale afspraken om bepaalde stoffen uit te bannen. Wat ik zeggen wil: we hebben eerder voor grote milieuvraagstukken gestaan, en dankzij goede internationale samenwerking zijn die problemen aangepakt.

Problemen samen oplossen... Er is nu eerder een nationalistische trend. Trump in Amerika, Brexit in Groot-Brittannië, Le Pen in Frankrijk, Wilders in Nederland.

Johan Norberg: Ja, en hier in Zweden de Sweden Democrats.

U wilt tegen die kiezers zeggen: stel je niet aan, jullie overschatten je eigen angsten?

Johan Norberg: Daarmee zou ik mezelf waarschijnlijk erg impopulair maken. Niemand wil horen dat hij zijn energie richt op pietluttige problemen.

Toch zou u dat het liefst wel tegen hen zeggen, of niet?

Johan Norberg: Ja, al zou ik het anders verpakken. Zij leven in het hier en nu, dus ze hebben weinig aan de boodschap dat het honderd jaar geleden erger was. Ik zou eerder zeggen dat ik hun onvrede deels begrijp. De huidige machthebbers hebben ons tenslotte ook de financiële crisis ingeleid, de Irakoorlog, chaos in het Midden-Oosten. Maar ik zou hen ook wijzen op de statistieken die laten zien hoe het werkelijk gaat met de welvaart, met het opleidingsniveau, met onze gezondheid, noem maar op. Misschien helpt dat om wat van de onvrede weg te nemen. Veel van deze stemmers voelen zich bedreigd. En mensen die zich bedreigd voelen, worden vaak op allerlei fronten conservatiever. Angst voor buitenlanders, angst voor diversiteit.

Ik ben fan van het internet, maar denk wel dat sociale media en de moderne beeldcultuur onze angsten te veel voeden. Hoe goed het ook gaat, er is altijd wel ergens een oorlog of een ontsnapte crimineel. En dat krijg je dan continu binnen. Een zekere mate van vertraging in de nieuwsvoorziening zou de mens goed doen: oké, er liep een crimineel rond maar die is nu alweer opgepakt en helemaal niet in mijn buurt geweest.

Binnenkort krijgt Donald Trump de codes voor een paar duizend nucleaire raketten. Ondertussen heeft Poetin expansiedrift en hield de NAVO in Polen de grootste militaire oefening sinds de Koude Oorlog. Maar u kijkt naar uw kinderen en denkt: zij zullen het beter krijgen dan ik?

Johan Norberg: Niet altijd. Ik ben ook maar een vader die krantenkoppen leest en in een eerste emotionele impuls denkt: ‘als dit maar goed gaat’. Maar dan pak ik de statistieken en de grafieken erbij, over hoe de mensheid zich de afgelopen honderden jaren heeft ontwikkeld. Hoe het leven er van generatie op generatie steeds beter is gaan uitzien. En dan denk ik: ja, mijn kinderen zullen het waarschijnlijk ook weer beter hebben dan ik.


Interview door Tonie Mudde

Dit interview verscheen eerst in De Morgen van 27 november 2016. 

Het boek van Johan Norberg ligt binnen enkele dagen in de boekhandel.

Extreemlinks is even erg als extreemrechts

Extreemlinks is even erg als extreemrechts

Liberalen moeten opnieuw geschiedenis maken

Liberalen moeten opnieuw geschiedenis maken