Het offensief van het katholiek onderwijs

Het offensief van het katholiek onderwijs

Tenzij u de laatste weken op een andere planeet verbleef, weet u dat de ‘katholieke dialoogschool’ meer faciliteiten wil verlenen aan niet-katholieke (en vooral dan moslim)leerlingen. Al enkele weken wordt de publieke opinie overstelpt met berichten, die uitgaan van Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV, Lieven Boeve), van Thomas, platform van de leraren rooms-katholieke godsdienst (Didier Pollefeyt, de ware vader van de ‘katholieke dialoogschool’) of van aanverwante organisaties, zoals de bisdommen (Jürgen Mettepenningen, Piet Raes). Zij zingen alle de lof – wat zeg ik, de zegeningen – van voornoemde school en haar nieuwe koers. Er lijkt maar geen eind te komen aan de stroom apologetische geschriften.

Soms gaat het om opiniestukken waarop zonder meer de term kretologie van toepassing is. Ontleed eens kritisch Piet Raes' Waarin schuilt de eigenheid van een katholieke school? (Knack.be, 5 juni). Hieruit ter illustratie één passus: “Op een katholieke school staat de humane vorming in het teken van de humaniteit van Jezus Christus. In filosofentaal klinkt dat als: de zin van het leven is leven geven aan anderen”. (1) De meeste persberichten van KOV c.s. lijken echter veeleer zegebulletins. Ze bespelen steeds weer de thema’s ‘kwaliteit’ en ‘gastvrijheid’ (of een variant daarop, bijvoorbeeld ‘de juiste omgang met de maatschappelijke diversiteit’). Er wordt ook gehamerd op het feit dat binnen het katholiek onderwijs – althans bij directies en schoolbesturen – de consensus over de ‘katholieke dialoogschool’ en haar avances richting islam, zeer groot is. Een mooie illustratie vormt Boeves stukReacties op dialoogschool bewijzen dat Vlaanderen niet klaar is met diversiteit (Knack.be, 2 juni). (2)

Stille ruimtes

De vraag rijst of zo veel triomfalisme gewettigd is en, zo niet, of enige bescheidenheid niet mag worden aanbevolen? Hieronder slechts twee van de vele kritische bedenkingen. Een blijk van toenadering tot de moslims zou erin bestaan ook voor hen ‘stille ruimtes’ voor gebed en bezinning open te stellen. Weet KOV exact wat in de ‘ware’ (rechtlijnige) islam daaronder precies wordt verstaan? ‘Moderne’ gelovigen zijn het er min of meer over eens dat gebed of (religieuze) bezinning een intentioneel proces is waarbij de gelovige zich richt tot en in ‘gesprek’ gaat met (zijn) god. Hoe persoonlijker en authentieker, hoe waardevoller het gebed: liever in een bewuste, eigen woordkeuze, dan in loze formules waarvan de betekenis misschien niet ten volle doordringt.

Niet zo in de islam, een premoderne doctrine. In de salaat (het gebed) primeren niet inhoud en intentie, maar vormelijkheden: het gebed is een verplichting (‘zuil’), dient verricht in het Arabisch, in een welbepaalde richting, op vaste, nauwkeurig bepaalde tijdstippen, wordt niet individueel maar collectief uitgevoerd (vandaar de vaste tijden; ‘collectief’ betekent niet noodzakelijk ‘in dezelfde ruimte’, wel ‘op hetzelfde moment’). Verder bestaat de salaat uit een welomschreven reeks lichaamsbewegingen in de juiste volgorde, dient zij te worden voorafgegaan door een strikt geordend reinigingsritueel, wordt zij niet verricht in aanwezigheid van kuffaar (ongelovigen, niet-moslims) en zeker niet voor hen (men bidt niet voor niet-moslims). Enz. O ja, en ook dit wezenlijke kenmerk mag niet worden vergeten: de salaat is naar geslacht een strikt gescheiden aangelegenheid.

Op dat laatste gaan we even door, gewoon ter illustratie. Vrouwen worden, om het zacht uit te drukken, niet ‘gestimuleerd’ om naar de moskee te gaan; ook niet op vrijdag, de heilige dag voor moslims. In significant veel – wij wikken onze woorden – moskeeën worden vrouwen geweerd, ook als ze voldoen aan de strengste vestimentaire voorschriften. (3) Als ze worden toegelaten, komen ze niet in de gebedszaal, maar worden ze afgezonderd in een aparte ruimte waar ze visueel – niet auditief – volledig onttrokken zijn aan wat zich in de gebedsruimte afspeelt: zij zien bijvoorbeeld de khatieb (vrijdagprediker) niet, maar ze horen hem wel.

Vanwaar deze gendersegregatie? Niet, zoals ons wordt wijsgemaakt, om geflirt of eventuele seksuele driften van de man in de kiem te smoren, niet uit respect voor het ‘verheven’ wezen dat de vrouw zou zijn (een ‘Beschermde Parel’), maar omdat de vrouw een potentieel onrein wezen is. Wanneer een vrouw menstrueert is ze onrein (en mag ze in principe de moskee niet eens betreden). Een merkwaardig gevolg is dit: stel dat een man toevallig – dus los van welke intentie ook – de blik kruist van een menstruerende vrouw (of haar, zelfs per ongeluk, aanraakt), dan is zijn gebed in een klap ongeldig. Dat is ook de reden waarom orthodoxe moslims een vrouw de hand weigeren te schudden, waarom meisjes geacht worden de blik neer te slaan in het bijzijn van vreemde mannen, dat de gebedsruimte niet mag gedeeld worden met kuffaar, want ook die zijn onrein. Enz.

Volledigheidshalve: de islam kent ook een andere gebedsvorm, de du‘aa’. Die benadert veel meer het ‘moderne’ christelijke gebed of het concept ‘bezinning’: de inhoud is grotendeels vrij, maar dit gebed is facultatief (levert geen ‘punten’ op) en er blijven toch nog heel wat vormvereisten, bv. inzake reinheid en gebedsrichting. (4) Als de moslimleerling de gelegenheid tot bidden krijgt, zal zijn voorkeur wellicht uitgaan naar de salaat, het verplichte gebed dus. Op deze heikele kwestie wees Vermeersch reeds in De Morgenvan 10/5 toen hij over de voorgenomen 'stille ruimtes' in katholieke scholen – misschien iets te cryptisch - schreef: “Die ruimtes zijn evident bedoeld voor de salat, een gebedsvorm die ritueel vastligt en niets met 'bezinning' te maken heeft”. (5)

Nu dringt zich deze vraag op aan KOV: Hoe zoeken jullie die ‘stille-ruimte-ook-voor-moslims’ concreet vorm te geven? Zal zij bedoeld zijn voor du‘aa’ – of voor salaatverrichtingen (of voor beide)? Is daarover overlegd met de betrokkenen? Zeker als het gaat om een salaatruimte zijn deze vragen hoogst relevant: zal zij al of niet gendergemengd zijn? Zal zij ‘correct’ georiënteerd staan? Zal zij confessioneel gesegregeerd zijn? Zullen de moslimleerlingen driemaal daags, op de vastgestelde salaattijden, worden vrijgesteld van het les volgen? Zal men m.a.w. aan al de revendicaties van de (rechtlijnige) moslimleerling tegemoetkomen? En zo ja, wat dan met (de bepalingen van) onze Grondwet, met UVRM en EVRM, met Unia, …? Of hadden jullie dat alles niet op voorhand overwogen? Pollefeyt mag dan wel beweren op Knack.be van 12/5 (6) dat voor de dialoogschool bij katholieke schooldirecties een ‘enorm draagvlak’ en een ‘sterke voorkeur’ bestaat, maar zijn al de voornoemde consequenties in zijn ‘onderzoek’ aan bod gekomen en deskundig uitgelegd? (7)

De ‘k’ van ‘kwaliteit’

KOV pakt er graag mee uit dat haar ‘k’ niet alleen staat voor ‘katholiek’, maar ook voor ‘kwaliteit’. Niet lang geleden en kort na elkaar zijn in Vlaanderen en Nederland drie studies verschenen waaruit bleek dat de onderwijsongelijkheid in beide landen toeneemt. In Nederland is dat het rapport Staat van het Onderwijs 2014/2015 (Onderwijsinspectie, 13 april) (8) en het Oeso-landenrapport (25 mei) (9), in Vlaanderen het rapport Gelijke kansen op school (denktank Itinera, 25 april). (10) Beide landen blijken een flink probleem te hebben met kinderen van laagopgeleide ouders, van welke afkomst dan ook: kinderen van laaggeschoolde ouders maken in toenemende mate minder kans om hoog in het onderwijs te eindigen dan kinderen van hoogopgeleide ouders en met hetzelfde intelligentieniveau.

Ook hun kans op uitval ligt aanzienlijk hoger. De drie rapporten klinken zeer dramatisch. Het is ontnuchterend vast te stellen dat het onderwijs steeds minder een hefboom van emancipatie, verheffing en verbinding is geworden. Deprimerend is de vaststelling dat de vele herstel- en compensatiemechanismen – onderwijsachterstandenbeleid, onderwijsvoorrangsbeleid, gelijke-onderwijskansenbeleid, e.a. – grotendeels falen. Wie maar enigszins begaan is met het onderwijs, onze jeugd, haar (toekomst)perspectieven, de sociale cohesie, ons aller veiligheid (enz.) zou die rapporten moeten lezen. Met speciale aandacht voor oorzaken, gevolgen en oplossingsmodellen. (11)

Voor drie Itinera-conclusies vragen we bijzondere aandacht. Primo. Op p. 21 lezen we: “In het gemeenschapsonderwijs maken achtergestelde leerlingen (…) meer kans dan in het vrij onderwijs om beter te presteren. Het gemeenschapsonderwijs herverdeelt de kaarten dus beter dan het vrij onderwijs.” Leerlingen uit zwakkere sociaaleconomische milieus doen het in het Gemeenschapsonderwijs (GO!) beter dan in het katholiek onderwijs. Wat betreft gelijkekansenbleid en sociale mobiliteit van leerlingen uit een achtergesteld milieu is het GO! effectiever. Of, nog anders geformuleerd: de oorspronkelijke handicap van een ‘lagere’ sociale afkomst (en achterstelling) wordt het efficiëntst weggewerkt in het GO! Aandacht voor de zwakkere leerling: ook dat maakt deel uit van ‘kwaliteit’. Kennelijk moet KOV hier nog wat aan schaven?

Secundo. Kansengekijkheid en grotere sociale mobiliteit hangen samen met een grotere sociale gemengdheid in het onderwijs. De mix tussen leerlingen uit een bevoorrecht milieu met die uit een achtergesteld milieu levert positieve resultaten op. Het onderzoek “wijst op een sterke positieve correlatie tussen de resultaten van sterke leerlingen en die van zwakke leerlingen. Een mogelijke verklaring voor dit resultaat is dat, wanneer het niveau van de zwakkeren wordt opgetrokken, het gemiddelde niveau automatisch omhoog gaat, wat tot gevolg heeft dat de druk op de besten ook groter wordt.” (uit deSamenvatting van Itinera zelf). In vergelijking met andere Europese landen doet België het op dit punt heel slecht. Het rapport constateert “dat de segregatieratio in België tot de hoogste van Europa behoort” (p. 22).

Tertio. Maar nu rijst de vraag: stel dat “we de zwakkeren beter ondersteunen, zou dit dan de betere leerlingen kunnen ophouden en het gemiddelde prestatieniveau naar beneden halen?” (p. 16). In tegenstelling tot wat men vaak beweert, vormen de aspecten ‘efficiëntie’, ‘gelijkheid’ en ‘sociale mobiliteit’ (of veerkracht) geen hinderpalen voor elkaar: het rapport toont dat een systeem dat de zwaksten optrekt zonder de sterksten te schaden, bestaat en werkt. Het is echt de moeite waard te lezen wat het Itinera-rapport én de twee voornoemde studies die betrekking hebben op Nederland, hierover te zeggen hebben. Ze maken alle drie duidelijk dat er helemaal niet gekozen hoeft te worden tussen uitmuntendheid en rechtvaardigheid.

Interessant is de reactie op dat alles van Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen in De Standaard van 27/4 jl. (12) Als hij stelt dat “het GO!-onderwijs (…) door de grotere sociale mix onder de jongeren en het verschil in publiek daarvoor veel meer middelen (krijgt) dan wij”, dan is dat een dubieuze voorstelling van zaken. De ‘middelen’ waarop Boeve doelt – in het jargon SES –, is het extra geld voor scholen met leerlingen uit een minder bevoorrecht sociaaleconomische milieu, o.m. bepaald door het opleidingsniveau van de moeder. Welnu, SES-middelen zijn voor alle scholen van alle netten dezelfde. Dat geldt overigens voor alle onderwijsinnovaties sinds …. minister Vanderpoorten (1999-2004!). (13)

Het zou van intellectuele eerlijkheid hebben getuigd als de heer Boeve had geschreven dat het katholiek onderwijs relatief evenveel middelen ontvangt, maar dat die in absolute cijfers voor het GO! hoger liggen omdat dat net nu eenmaal (verhoudingsgewijs) heel wat meer leerlingen opvangt die voor dergelijke middelen in aanmerking komen. Best begrijpelijk dat in een reactie ’s anderendaags in dezelfde krant, Raymonda Verdyck, topvrouw van GO! pareert: “Het verbaast mij dat de directeur-generaal van het katholiek onderwijs dat verschil (de grotere kansengelijkheid in GO! dan in het katholiek onderwijs – LV) niet verklaart vanuit het eigen beleid, maar aan de extra werkingsmiddelen die het GO! krijgt voor minder kansrijke leerlingen. Dat is de wereld op haar kop. De superdiverse samenleving waarin we leven, weerspiegelt zich sterker in het GO! […]. Wij kiezen al jaren voor een sociale mix […]”.

Cream skimming? Een oefening.

Een verhelderende oefening is deze. Zoek op Google naar de grootste SO-school van pakweg Hoogstraten of Turnhout (het gaat om katholieke scholen; ik kies met opzet de Noorderkempen want daar zijn haast geen openbare SO-scholen; van een echt vrije schoolkeuze is daar geen sprake). (15) Bekijk nu het aanbod van deze scho(o)l(en). U zult merken: in de eerste graad is daar de zg. B-stroom volkomen onbestaande. De B-klas is het traject, speciaal uitgestippeld voor leerlingen die met een achterstand uit de basisschool komen. Hij vormt een essentieel aspect van de vigerende decreten betreffende (eerste graad) SO. Aan wie minder vertrouwd is met de onderwijsorganisatie en -regelgeving is het moeilijk in een-twee-drie uit te leggen hoe zeer de niet-aanbieding van de B-optie ingaat, zo al niet tegen de letter, dan alleszins tegen de geest van de decreetgever.

Wij vragen ons af hoe een dergelijke uitsluitingspolitiek juridisch en moreel kan worden verantwoord. Misschien zal KOV ons antwoorden dat genoemde scho(o)l(en) de B-taak overla(a)t(en) aan andere katholieke scholen in de nabijheid (een kwestie van efficiëntie dus). Goed, laten we dan niet spreken over uitsluiting, maar over segregatie, apartheid. (16) Is daar een betere verantwoording voor? Want hoe dan ook: van een sociale mix is geen sprake. Kan het zijn dat op die manier de bedoelde (gerenommeerde) scholen hun rol van elite-instelling ten volle kunnen waarmaken: de zwakke leerlingen, die het algemene niveau ‘dreigen’ naar beneden te halen, worden doorgeschoven naar elders. Wij spreken hier alleen over het ontbreken van de B-stroom, maar er zijn andere anomalieën (zie het in n. 10 vermelde essay in Liberales 472, 05 feb. 2016).

Het zou interessant zijn hier het reeds aangehaalde rapport van de Nederlandse Onderwijsinspectie nog eens onder de aandacht te brengen. Daarin wordt immers een gelijkaardig oplossingsmodel gesuggereerd (naast andere strategieën): het pleidooi voor het ‘gemixte of brede brugjaar’ (Nederland kent de B-klas niet). Expliciet leerlingen weigeren kunnen katholieke scholen niet, maar zou het kunnen dat zij er op een geraffineerde manier toch in slagen ‘aan de poort te selecteren’ (in de literatuur ook gekend als cream skimming). En nee, heren van KOV, het streven naar excellentie heeft niets te maken met het streven naar elitarisme (supra). (17)

Mag ik de KOV-verantwoordelijken in dat verband deze lectuur aanbevelen, geschreven door jullie Leuvense collega’s, Erwin Ooghe en Erik Schokkaert. De titels zijn veelzeggend: School accountability: (how) can we reward schools and avoid cream-skimming? (2009) of School Accountability: Can We Reward Schools and Avoid Pupil Selection? (2013). Zij behandelen de vraag hoe scholen optimaal kunnen presteren zonder (in de verleiding te komen) enkel de beste leerlingen te selecteren. (18) Onze ultieme vraag aan u, mijnheer Boeve c.s.: “Zijn moslimleerlingen – door de band genomen achterstandsleerlingen met laaggeschoolde ouders – niet beter af met een alom verspreid aanbod van goede B-klassen (en dito BSO/TSO-richtingen) in een sociaal gemengde omgeving (zelfde campus, zelfde speelplaats, zelfde refter, …). Zouden ze daar niet meer aan hebben dan aan stille ruimtes, hoofddoeken e.t.q.?”


De auteur is historicus, oriëntalist, onderwijsdeskundige en penvoerder van ‘De ziel van het kind’, een informele netoverschrijdende studiegroep (burgerinitiatief), Gent. 

Voetnoten: 

(1) http://www.knack.be/nieuws/belgie/waarin-schuilt-de-eigenheid-van-een-katholieke-school/article-opinion-711903.html. 

(2) http://www.knack.be/nieuws/belgie/lieven-boeve-reacties-op-dialoogschool-bewijzen-dat-vlaanderen-niet-klaar-is-met-diversiteit/article-normal-711279.html. 

(3) Zoals bv. Hind Fraihi ondervond in haar rondgang langs Brusselse moskeeën (“Undercover in Klein-Marokko”). Verdere details: http://www.vanhalewyck.be/boek/undercover-in-klein-marokko. 

(4) Zoals gezegd ligt in de islam “de focus op orthopraxie, eerder dan op de aard en diepgang van de geloofsovertuiging” (Jan De Pauw, “De plicht tot definitie. Over de mogelijkheidsvoorwaarden van een islam in het Westen”, in: Johan Sanctorum (red.), De islam in Europa: dialoog of clash?, Leuven: Van Halewyck, 2008, p. 135). 

(5) “Dringt salafisme binnen in katholieke scholen?” (http://www.demorgen.be/opinie/dringt-salafisme-binnen-in-katholieke-scholen-b87e8c3a/). 

(6) “Voor N-VA lijkt katholiek synoniem aan anti-islam” (http://www.knack.be/nieuws/belgie/voor-n-va-lijkt-katholiek-synoniem-aan-anti-islam/article-normal-702515.html). 

(7) Op 2 juni hield KOV in Leuven een congres, deels gewijd aan de ‘katholieke dialoogschool’. In de documenten van deze samenkomst, te lezen op https://www.kuleuven.be/thomas/page/dialoogschool-congres-eigentijds-tegendraads/?utm_content=udd5201&utm, vond ik alvast geen antwoord op mijn vragen. 

(8) http://www.onderwijsinspectie.nl/nieuws/2016/04/onderwijsinspectie-kansenongelijkheid-groeit.html. Goede samenvattingen zijn de artn. “Slim kind met laagopgeleide ouders blijft op achterstand” (Trouw, 13/4) en “Ongelijke kansen in onderwijs zijn direct gevolg van beleid” (Trouw, 27/4), resp. http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/4281274/2016/04/13/Slim-kind-met-laagopgeleide-ouders-blijft-op-achterstand.dhtml en http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/4290453/2016/04/27/Ongelijke-kansen-in-onderwijs-zijn-direct-gevolg-van-beleid.dhtml. 

(9) http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/education/netherlands-2016_9789264257658-en#page1. Adequaat geresumeerd in “Onderwijskundige: 'Scholen snijden kinderen vroegtijdig pas af'” (Trouw, 25/5): http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/4307212/2016/05/25/Onderwijskundige-Scholen-snijden-kinderen-vroegtijdig-pas-af.dhtml. Waarom verwijs ik ook naar rapporten die betrekking hebben op Nederland? In een eerdere bijdrage in Liberales (472, 05 feb. 2016) is erop gewezen hoe het onderwijs van beide landen, in tal van opzichten overeenkomt en een vergelijking wettigt. “Het confessioneel onderwijs als moreel dilemma” (http://www.liberales.be/essays/vervloet2). 

(10) http://www.itinerainstitute.org/nl/artikel/nieuw-itinera-rapport-over-gelijke-kansen-op-school. Over dat rapport dadelijk meer. Dat deze Itinera-studie in de media amper aandacht heeft gewekt, heeft m.i. te maken met de kort daaropvolgende bekendmaking van de plannen van het katholiek onderwijs om moslimleerlingen meer ruimte te geven. Dat nieuws zoog meteen alle persaandacht op. 

(11) Voor wie vertrouwd is met de onderwijsproblematiek, bevat het Itinera-rapport weinig nieuws (wat in geen enkel geval afbreuk doet aan de waarde ervan: sommige inconvenient truths kunnen niet genoeg worden herhaald.) Voor uitgebreide informatie met bronnen: ons essay in Liberales 472, 05 feb. 2016 (zie n. 10). 

(12) “Onderwijsnet bepaalt sociale mobiliteit”: http://www.standaard.be/cnt/dmf20160426_02259972. 

(13) Mevrouw Marleen Vanderpoorten zelf hierover: “Mijnheer Martens, alle maatregelen die deze regering inzake onderwijs heeft genomen, zijn lineaire maatregelen, dat wil zeggen in een verhouding van 100/100. De gelijke onderwijskansen, de IC-coördinatie en de zorgcoördinatie vallen daaronder. […]. De discussie over de verhouding 100/76 is achterhaald” (Parlementaire vraag van de heer Luc Martens tot mevrouw Marleen Vanderpoorten, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, over de acties voor gelijke financiering in het katholiek onderwijs, 06-11-2002). https://docs.vlaamsparlement.be/website/htm-vrg/329882.html. 

(14) “Boeve zet de wereld op haar kop” (De Standaard, 28/4): www.standaard.be/cnt/dmf20160427_02262082. 

(15) U kan ook andere voorbeelden kiezen: College van Melle, St.-Barbara Gent, enz., enz. Keuze te over. 

(16) Misschien beseffen we nog te weinig hoe zeer onze samenleving “extreem verdeeld” is (en verder wordt). De kloof tussen hoogopgeleiden en lager geschoolden is diep en wordt breder, vindt haar oorsprong in (kansen)ongelijkheid, voedt het wantrouwen tegenover de overheid en tegenover ‘de andere’ (Europa, de vluchteling, de multiculturele stedeling, …) en ondergraaft de sociale cohesie. De professoren Luc Huyse en Bart Kerremans (beiden KU Leuven) zien “de groeiende dualiteit op spectaculaire wijze” geïllustreerd. “Onze bevolkingen dreigen uit elkaar te vallen in twee grote groepen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Aan de ene kant heb je de winnaars van de globalisering: het gaat hoofdzakelijk om hooggeschoolden die voordeel halen uit het eengemaakte Europa, die veel reizen en genieten van een grenzeloze wereld, die alle capaciteiten hebben om een veilige job te bemachtigen en nieuwe technologieën kunnen omzetten in nettowinst. Daartegenover staan de verliezers van de globalisering: mindergeschoolden en lage middenstanders die hun inkomen aangetast zien door delokalisatie, goedkopere migranten of robotten. Open grenzen zijn voor hen een beangstigende bedreiging”. “Groepen sluiten zich op in hun eigen wijken, hun eigen scholen, hun eigen jobwereld, hun eigen Facebook-vrienden. Er is amper nog contact en dat maakt dat ook het inlevingsvermogen in de standpunten van de anderen verdwijnt. Naarmate deze segregatie zich verder zet en je minder contact hebt met andersdenkenden vernauwt je blik dermate dat je uiteindelijk niet meer beseft dat je extreme ideeën staat te verdedigen. Radicalisme wordt het nieuwe normaal. Zo'n structurele polarisering leidt bijna altijd tot aversie (…)”. Alle citaten komen uit De Morgen, 4/6 (“Tous ensemble, vergeet het maar”): http://www.demorgen.be/plus/tous-ensemble-vergeet-het-maar-b-1464998407970/. Segregatie is zulk een funest verschijnsel dat de bestrijding daarvan ieders plicht is. In dat licht is het niet-aanbieden van passend onderwijs (voor achtergestelden, in een gemixte omgeving) geen vrijblijvende keuze, maar schuldig verzuim. Het zou van moed en perspectief getuigen, niet langer in te gaan op een bepaald cliënteel dat voor zijn kinderen per se een blanke eliteschool wenst, in de geheel onterechte gedachte dat dit type school zich als enige het label ‘topkwaliteit’ zou mogen aanmeten. Zie het in n. 10 geciteerde essay in Liberales 472, 05 feb. 2016. In datzelfde perspectief is ook het recente besluit tot hervorming van SO een grandioos gemiste kans. Wij delen de argumentatie van de experts Georges Monard enerzijds, Mieke Van Houtte & Simon Boone (UGent) anderzijds en verwijzen dus graag naar hun exposés. Georges Monard: "Kind verandert niet plots op z'n twaalfde" (Terzake, 6/6; http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/archief/programmas/terzake/2.22744/2.22745/1.1345981). Mieke Van Houte & Simon Boone, “Deze onderwijshervorming is een ideaal instrument om sociale ongelijkheid te reproduceren” (Knack.be, 6/6; http://www.knack.be/nieuws/belgie/deze-onderwijshervorming-is-een-ideaal-instrument-om-sociale-ongelijkheid-te-reproduceren/article-opinion-713021.html). 

(17) Ter vergelijking, pas uit: Paul de Beer en Maisha van Pinxteren( red.), Meritocratie. Op weg naar een nieuwe klassensamenleving?, Amsterdam: AUP, 2016 (ook: http://nl.aup.nl/download/Look%20Inside%20Meritocratie.pdf). Samengevat in “Zonder slimme ouders kom je er niet meer”, Trouw,6/6: http://www.trouw.nl/tr/nl/4504/Economie/article/detail/4314273/2016/06/06/Zonder-slimme-ouders-kom-je-er-niet-meer.dhtml

(18) Verdere referenties vindt u hier: https://lirias.kuleuven.be/bitstream/123456789/252863/3/DPS0922.pdf en http://ftp.iza.org/dp7420.pdf.

Luc Vervloet

God in de oorlog - Jan Bank

God in de oorlog - Jan Bank

Van gelijke naar maximale kansen

Van gelijke naar maximale kansen