De residentie - Karen Andersen Brower

De residentie - Karen Andersen Brower

Willen we weten wat het dienstpersoneel van de Amerikaanse presidenten en hun familie dag in dag uit in het Witte Huis horen en zien, denken en voelen? De portiers en butlers, koks en timmerlui, dienstmeisjes en hondenoppassers, bloemstylisten en conciërges? Natuurlijk willen we dat weten. Het is allemaal goed en wel dat presidenten met een druk op de knop de wereld kunnen vernietigen, het is iets heel anders om hen samen met hun vrouw en kinderen door hun privévertrekken te zien dwalen, omringd door honderd fulltime en parttime bedienden die allemaal een en dezelfde taak hebben: het staatshoofd en zijn gezin tevredenstellen.

Maar verdienen de permanente bewoners wel een plaats in de geschiedenis van het Witte Huis? Kate Andersen Brower (1980) vindt dat ze zelfs een plaats in de geschiedenis van Amerika verdienen. In De residentie geeft de journaliste voor Bloomberg News hen echter niet alleen een naam en een gezicht, ze geeft hun tevens de kans om een boekje over hun baas en diens first lady en kroost open te doen. Is dat echter geen mission impossible? Per slot van rekening staan discretie en loyaliteit hoog in het vaandel van al wie een baan op Pennsylvania Avenue 1600 in Washington DC versiert. De meesten nemen hun geheimen trouwens mee in hun graf.

Gelukkig is er voor de rest geen sprake van horen, zien én zwijgen. Dus gunnen deze kletsmeiers ons een blik in wat er zich zowel downstairs als upstairs afspeelt. Maar dienen hun ervaringen niet vooral als glijmiddel om tot hun meesters door te stoten? Zodat we die machtige mensen eindelijk eens op hun kleine kanten kunnen beoordelen, desnoods veroordelen? Liggen met andere woorden de voyeur en de vitter niet voortdurend op de loer? Hoewel Andersen Brower zich van het gevaar bewust is en haar aandacht evenwichtig over personeel en presidenten verdeelt, onthullen de soms hartverwarmende, soms hilarische, soms tragische en soms banale anekdoten en verhalen inderdaad uiteindelijk meer over de families die het Witte Huis slechts tijdelijk bezetten.

Nancy Reagan? Een kenau en een verwend nest, en o zo kieskeurig. Ronald, haar man, was dan weer een sympathieke knul. Sympathiek zijn ook de Obama’s, hoewel ze meer dan de Reagans op hun privacy zijn gesteld. Ook de Nixons waren vriendelijk, al gedroegen ze zich vaak formeel. Barbara Bush, de vrouw van George H.W. Bush, had een hart van goud. De ‘oude’ Bush was overigens nog aardiger dan zijn zoon, George W. Bush. De Clintons? Ruziemakers die hun talrijke meningsverschillen royaal van scheldwoorden voorzagen. Lyndon B. Johnson? Een ‘onbehouwen, lompe beer’ die van wc-humor hield. Uiteraard ontbreken de seksuele escapades van John F. Kennedy en Bill Clinton niet op het appel. Allemaal amusant, zonder twijfel. Nu eens grinniken we, dan weer schudden we geërgerd of meewarig ons hoofd. Alleen, wat schieten we met al die kennis op? Wat leren we bijvoorbeeld uit het feit dat geen enkele first lady geduld heeft en dat iedereen bang voor ze is? Of dat sommige presidenten eisen stellen waaraan onmogelijk kan voldaan worden?

Het zou desondanks een ernstige fout zijn om het boek af te doen als een zoveelste poging om met sensationele nieuwtjes de koppen van de roddelpers te halen. Andersen Brower gaat het lot van het personeel immers oprecht ter harte. Zij zijn ‘de lijm die het huis bij elkaar houdt,’ zei Jimmy Carter. Uit alles blijkt dat ze veel meer zijn. Toen JFK op 22 november 1963 in Dallas was vermoord, bleek Preston Bruce, portier tussen 1953 en 1977, een van de enigen die erin slaagde Jackie Kennedy te troosten. Bijzonder indrukwekkend is ook de toewijding van iedere werknemer. ‘Zondagen en vakanties zijn slechts woorden voor een portier,’ aldus Irwin ‘Ike’ Hoover, portier van 1913 tot aan zijn dood in 1933. Walter Scheib, chef de cuisine tussen 1994 en 2005, gaf toe dat hij geen persoonlijk leven, geen familie en geen sociaal leven had.

Het tegelijk boeiendste en frappantste hoofdstuk legt het diepgewortelde, ja alomtegenwoordige racisme van de blanke Amerikaan bloot. Toen Barack Obama in 2008 zijn intrede in de residentie deed, was dat voor het Afro-Amerikaanse bedienden dan ook de mooiste dag uit hun leven. Amper veertig jaar vóór Obama’s verkiezing werden zwarten in het zuiden van het land nog altijd wettelijk gediscrimineerd. En een goede eeuw daarvoor waren zwarte slaven nog verkocht op Lafayette Square, tegenover het Witte Huis. Maar waarom hebben er dan altijd zoveel Afro-Amerikanen op de residentie gewerkt? Enerzijds omdat ze dubbel hun best deden: ze wilden immers laten zien dat ook mensen met een zwarte huidskleur van aanpakken wisten. Anderzijds omdat ze goedkoper waren. Dat salarisverschil is nu weliswaar weggewerkt.

De residentie is licht verteerbare kost. De journaliste Andersen Brower beschikt gelukkig over een zwierige stijl, zodat haar kijkje achter de schermen van het Witte Huis de aandacht van begin tot einde weet vast te houden.


Recensie door Joseph Pearce

Karen Andersen Brower, De residentie, Luitingh-Sijthoff, 2016, 304p., €19,99. Vertaald door Willemien Werkman.

Links

mailto:joseph.pearce@telenet.be

Humanisme als zelfbeschikking - Rob Tielman

Humanisme als zelfbeschikking - Rob Tielman

De kernleden van Liberales

De kernleden van Liberales