Al die aanslagen. Ik ben daar bang van - Luckas Vander Taelen

Al die aanslagen. Ik ben daar bang van - Luckas Vander Taelen

In zijn laatste boek De grote verwarring schreef Luckas Vander Taelen vorig jaar over moslimfundamentalisme naar aanleiding van de aanslagen in Parijs in november 2015. Eerder publiceerde hij over de hoofdstad de boeken Brussel!:de tijdbom tikt verder (2011) en Brussel: een politiek incorrecte schets (2012). Door zijn kritiek op het Brusselse bestuur en zijn bedenkingen bij de multiculturele samenleving lag hij moeilijk binnen Groen en de Franstalige mede-ecologisten van Ecolo.

De ex-Groenpoliticus – hij is intussen geen lid meer van de partij – schrijft nog geregeld columns, onder meer voor deredactie.be. In zijn eerste column van dit jaar voor de VRT Nieuwssite hekelt Vander Taelen dat onder de druk van politieke correctheid veel journalisten het woord islam mijden, hoewel de meeste aanslagen met religieus fanatisme te maken hadden. ‘Neem nu de aanslag op de kersmarkt in Berlijn’, geeft Vander Taelen als voorbeeld. ‘Eerst werd een naar Duitsland gevluchte Afghaan als dader aangezien. Toen hij vrijgelaten werd, waren er veel verontwaardigde commentaren in de pers: “Zie je wel dat die vluchteling er niets mee te maken heeft”. Maar toen de uiteindelijke dader gevat werd, een geradicaliseerde vluchteling uit Lampedusa, kwam er géén commentaar over zijn achtergrond – wat ik heel vreemd vond.’

Doorbraak: Is deze berichtgeving vergelijkbaar met die van de aanrandingen op de oudejaarsnacht van 2015 in Keulen?

Luckas Vander Taelen: Ja, dat verwijt ik linkse opiniemakers ook. Ik wil geen namen noemen, maar ze proberen op alle mogelijke manieren de realiteit te ontkennen. Over Keulen werd gezegd dat dat absoluut niets te maken had met die vluchtelingenstroom, het waren gewoon criminele bendes. Maar dan ontken je de realiteit, dat er effectief een cultureel probleem was. Er liepen mannen rond die nog niet zo lang in Duitsland verbleven en niet wisten hoe wij omgaan met vrouwen. Je kan dan ontkennen dat het vluchtelingen waren, maar dat is zo’n tijdverlies. We hebben dat in Brussel ook meegemaakt. We spreken hier bij problemen altijd over “Brusselse jongeren”. Dat is een soort codetaal, maar iedereen weet waarover het gaat: jeugdbendes of hangjongeren die uit Molenbeek of Anderlecht komen en rondhangen in City 2 (een shoppingcenter in centrum Brussel, S.C.). Als je over een probleem wil spreken, moet je het durven benoemen. Anders kan je het niet oplossen.

Wat bedoelt u met de term politieke correctheid?

Luckas Vander Taelen: Wel, je hebt een theoretische kijk op de wereld en alles wat daar niet in past brand je af. Dat is wat ik heb meegemaakt toen ik over multiculturaliteit in Brussel ben beginnen schrijven. Ecolo zag mij als een racist omdat ik zijn ideaalbeeld onderuit trok.

Hoe kan u politieke correctheid op de media toepassen?

Luckas Vander Taelen: Ik heb het liever over opiniemakers. Het is nogal gemakkelijk om de media in het algemeen te beschuldigen.

U schreef wel dat het verschil tussen feiten en opinie kleiner wordt, dus het gaat dan wel breder dan enkel de opiniemakers?

Luckas Vander Taelen: Ja. Ik ben nogal gevoelig voor het onderscheid tussen informatie en opinie. Ik ben groot geworden in een heel strenge krantenwereld, ik heb altijd Le Monde gelezen. Daarin had je duidelijk het onderscheid tussen het editoriaal en de pure feiten.

Hoe herken je opinies in feitelijke artikels als het verschil zo subtiel is geworden?

Luckas Vander Taelen: Je merkt dat natuurlijk ook aan de keuzes die gemaakt worden. Over wat spreek je in de krant en waarover niet? Mijn laatste boek heeft wat aandacht gekregen, maar bepaalde media gaan dat niet bespreken. Ze hebben het niet gelezen, want er staan dingen in waarover ze anders toch zeker iets gezegd zouden hebben. Ik heb zaken geschreven over Dyab Abou Jahjah waarover ik dacht toen ik het schreef: dit is een bommetje. Idem met Bert Anciaux. Sommige journalisten (hij wil geen namen noemen, S.C.) hebben me duidelijk gecatalogeerd en schrijven zaken over mij die absoluut niet kloppen. Met één denigrerende tweet over mijn boek merk je dan dat het niet in hun krant zal komen. Sommigen framen me en identificeren mij met Groen en Agalev, maar ik heb geen verleden als partijmilitant en ben pas op latere leeftijd in de politiek gegaan. Groen is nog altijd de partij die mij het meest ligt als het gaat over ecologie, daarvoor heb ik me indertijd bij Agalev aangesloten. Ik ben altijd voor solidariteit en de multiculturele samenleving geweest, maar dat belet niet dat ik daar bedenkingen bij heb.’

In Brussel Deze Week zei u: ‘Groen is uiteindelijk een katholieke partij die nooit het antiklerikalisme van de socialisten gedeeld heeft. Zij kunnen zich niet inbeelden dat atheïsten geen godsbeeld hebben, en geen godsdienstige regels in hun leven willen. Dat is bij Groen het probleem.’

Luckas Vander Taelen: Het is een nogal provocatieve uitspraak omdat ik heel hard gevoeld heb dat negentig percent een katholieke achtergrond heeft; naar een katholieke school is geweest, er misdienaar is geweest … Dat is niet mijn achtergrond. Ik ben wel gedoopt en heb mijn communies gedaan, maar ben naar het atheneum in Aalst geweest en ben absoluut niet streng katholiek opgevoed. Als je dan te maken krijgt met mensen die heel hun leven wel zo hebben gefunctioneerd, weliswaar als progressieven …

Is die zogenaamde katholieke achtergrond bij Groen dan zo bepalend voor haar standpunten?

Luckas Vander Taelen: Bij Ecolo nog meer. Die partij is een soort linkse versie van CDH. Bij Groen zelf herinner ik me nog heel heftige discussies van lang geleden over het vervangen van godsdienstonderwijs door filosofie. Dat was voor Groen onbespreekbaar.

In Brussel Deze Week zei u nochtans ook: ‘Tachtig percent van de Groen-kaders was het met mijn analyses eens, maar ze zwegen nadat ik voor de partij-inquisitie verschenen was.

Luckas Vander Taelen: Ik bedoel daarmee: toen ik op het toppunt van mijn problemen met de partij op een congres kwam of op een bijeenkomst van een lokale groep, hoeveel honderden mensen me dan zeiden dat ik wel gelijk had. Er bestaat een heel interessant fenomeen. Pak een partijbestuur, een groep van vijftig mensen. Daar zijn er twee van die zeggen: “Luckas, uw standpunten zijn reactionair en we moeten ons daartegen verzetten.” Dan valt een stilte, want zij hebben het over de heilige graal van de partij. Niemand zal daarover in debat gaan, omdat men voelt dat dan de graal van de partij in gevaar is. Die twee mannen brengen zo een dynamiek op gang die feitelijk minoritair is. Overal werkt het zo en dat is hoe besluitvorming functioneert.

Groen is een hyperdemocratische partij, maar het heeft ook met persoonlijkheden te maken. Ik had eens een opiniestuk geschreven waarin ik zei dat een levenslange werkloosheidsuitkering niet altijd een cadeau is. Ik denk dat je daardoor mensen kan blokkeren. Over dat stuk werd op het partijbestuur niets gezegd, totdat Kristof Calvo op het einde van het de zitting zijn vinger opstak en zei: “We kunnen dat niet aanvaarden, want dat gaat in tegen de principes van onze partij”. Iedereen zweeg toen. Dat is het fenomeen van de graal van de partij.

Klopt het dat u geen Groen-lid meer bent om terug aan journalistiek te doen?

Luckas Vander Taelen: Ja, ik vind dat je moeilijk lid kan zijn van een politieke partij en tegelijk als freelance journalist kan werken.

Had het ook met politieke redenen te maken?

Luckas Vander Taelen: Ik ga daar niet hypocriet over doen. Al heeft Groen zeer volwassen gereageerd op de kritiek van Ecolo op de Molenbeekse schepen Annalisa Gadaleta (Ecolo-Groen, S.C.) over enkele passages uit haar boek Entretien à Molenbeek, (Ecolo vond het ‘clichébevestigend, absoluut niet constructief en stigmatiserend voor de Molenbeekse bevolking’, S.C.). Ze werd afgebrand door Ecolo, maar Groen heeft het redelijk voor haar opgenomen. Ik had Gadaleta heel radicaal verdedigd in De Afspraak en Kristof Calvo heeft me daarover gemaild. Dat heeft mij plezier gedaan, zonder rancune. Ik heb het gevoel dat Groen aan het veranderen is.

Vanwaar die ommekeer bij Groen?

Luckas Vander Taelen: Wel, Meyrem Almaci is assertiever dan Wouter Van Besien, die voorzitter was toen ik nog als Vlaams Parlementslid zetelde. Ik heb bij Agalev Jos Geysels gekend als partijvoorzitter en hij nam geen blad voor de mond. Als hij van mening verschilde dan zei hij dat ook. Als je iets deed kon je op zijn reactie rekenen. Dat verwijt ik Wouter een beetje; hij was te afwachtend.

Hoe is uw relatie met Almaci?

Luckas Vander Taelen: Ik heb met Almaci indertijd interessante gesprekken gehad. Ze is een intelligente vrouw en weet welke tendensen er bestaan binnen de islam. Ze legde me eens een van de grote problemen van de allochtone gemeenschap uit. In de Marokkaanse en Turkse cultuur komen enorm veel problemen vanuit het feit dat het begrip schuld en boete zoals wij dat kennen voor hen eer en schande is. Als ik iets doe dat ik niet mag doen, dan is dat mijn schuld en moet ik daar voor boeten. Als in de islamitische gemeenschap iemand iets verkeerd doet, dan is dat een schande voor de familie en dat is een heel vreemde redenering. Na de aanslagen vertelde Philippe Moureaux (Van 1993 tot 2012 burgemeester van Molenbeek, S.C.) dat hij ging wandelen in de buurt waar Salah Abdeslam was opgepakt. Hij vroeg aan een Marokkaan of hij naar de politie zou gegaan zijn mocht hij Abdeslam gezien hebben. Die man zei nee. Moureaux was zeer geschokt en vroeg waarom. Die man antwoordde dat hij die familie – die hij kent – die schande niet zou willen aandoen. Dat gegeven maakt het heel complex om te spreken over problemen met jongeren.

In mijn vorige boeken heb ik al eens geschreven over twee allochtone jongeren die een juwelier overvallen met een revolver. Ze plegen een carjacking als ze buiten komen en schieten daarbij de moeder van vier kinderen neer en rijden weg met haar wagen. Gelukkig werden ze aangehouden. De vader van een de overvallers zei nadien dat hij niet kon geloven dat zijn zoon zo’n kwaad zou doen. Die zoon verdedigde zich door te zeggen: “Ik heb het niet gedaan, mijn revolver was afgegaan”. Die ouders weten natuurlijk dat hun zoon schuldig is, maar die oneer voor de familie is zo immens dat ze dat gaan ontkennen.

Is er ook een probleem met de islam zelf?

Luckas Vander Taelen: Religie is een belangrijke factor om gedrag te verklaren. Ik woon al bijna veertig jaar in Brussel dus ik heb perspectief. De invloed van religie is enorm toegenomen. Jongeren die nu in Brussel komen wonen gaan niet zeggen: “Tiens, vroeger liepen er hier geen vrouwen met een hoofddoek rond.” Ik merk dat wél. De eerste generatie moslims leek vroeger vrij fel op de katholieke gemeenschap, waarbij godsdienst tot het privédomein behoorde. Er waren toen ook nauwelijks moskeeën. Niemand had er last van. Ik dacht dat de derde en vierde generatie volledig geïntegreerd, zelfs geassimileerd zou zijn. Het omgekeerde is gebeurd. Niet ik maar de realiteit is veranderd.

Vijftien jaar geleden bestond het begrip halal niet eens. Een Turks meisje vertelde me dat er binnen haar gemeenschap een obsessie is gegroeid met halal. De invloed van die religieuze fanatiekelingen is zo groot geworden dat als een of andere zot schrijft dat gelatine van varkensvlees komt en je daarom geen koekje meer bij je koffie mag eten. Dat is nieuw. Door het internet is de invloed van radicale groepen toegenomen.’

En wat dan met gematigde moslims?

Luckas Vander Taelen: Gematigde moslims zijn nog altijd moslims. Ik vind het trouwens vreemd dat mensen iedere Marokkaan meteen als een moslim beschouwen. Ik ben Belg en atheïst, maar je zou evengoed kunnen zeggen: “Alle Belgen zijn katholiek”, terwijl dat helemaal niet klopt.

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) zei dat na de aanslagen van 22 maart 2016 een significant deel van de moslims op straat danste. Vreest u steun voor die aanslagen?

Luckas Vander Taelen: Ik vrees dat dat bestaat, maar ik denk eerder dat dat te maken heeft met eer en schande. Nogmaals: 99 percent van de migranten in Brussel zijn gewone vriendelijke mensen die hun godsdienst op een ingetogen manier beleven en die aanslagen niet goedkeuren. Maar die één percent is gevaarlijk en ik zie dingen die ik niet graag zie. Na de arrestatie van Abdeslam bekogelden jongetjes van vijftien, zestien jaar auto’s. Ik stel mij daar vragen bij. Waar zijn die ouders, waar is de maatschappelijke controle? Ik zie heel veel groepen die te veel op zichzelf gericht zijn. Je moet die gemeenschappen openbreken, want die groepsdruk is heel groot. Je kan dat doen door bijvoorbeeld gemeenschappen te vermengen en die jongeren verantwoordelijkheidszin te geven. Maar dat is in Brussel zo fout gelopen … Ik weet niet hoe we het nog kunnen goedmaken.

Hoe komt dat dat probleem net in Brussel zo groot is?

Luckas Vander Taelen: Brussel is momenteel de meest diverse stad ter wereld. Eigenlijk is Brussel een stad geworden die je niet kan beheren met twee gemeenschappen. Je moet die stad vanuit zichzelf laten besturen.

Zou je ook de diversiteit kunnen afbouwen, met een inschrijvingsstop zoals Vlaams Belang voorstelt?

Luckas Vander Taelen: Ik denk niet dat dat positief is. Bevolkingsstromen kan je niet tegenhouden. Dan kan ik Merkel begrijpen; als er een miljoen mensen staan, kan je ze niet tegenhouden.

Wat vindt u van islamcriticus Wim van Rooy? Hij was aanvankelijk multicultureel ingesteld, maar zijn ervaringen in het onderwijs hebben zijn beeld bijgesteld.

Luckas Vander Taelen: Ik respecteer hem. Ik ga niet zeggen: Wim van Rooy is een islamofoob. Mij kan dat gevaar ook besluipen; dat je weggezet wordt als iemand die altijd hetzelfde zegt. Wim kent de islam nochtans heel goed en weet wat de gevaren zijn. Hij is zeer pessimistisch, maar ik ben dat ook. De godsdienstoorlogen in de vorige eeuwen, hoeveel aanslagen er in Irak per week gebeuren, hoe ver dat dat allemaal gaat … 9/11 is een keerpunt geweest, maar zelfs daarna konden we ons die waanzin niet voorstellen. Al die aanslagen, dat is oorlog. Ik ben daar bang van.


Interview door Sander Carollo

Dit interview verscheen eerst in het internettijdschrift Doorbraak.be van 28 januari 2017.

Waar bevindt zich de politieke filosofie? - Evert van der Zweerde

Waar bevindt zich de politieke filosofie? - Evert van der Zweerde

Niet de kiezer is gek - Tom van der Meer

Niet de kiezer is gek - Tom van der Meer