Het belang van dagen zonder vlees - Amy Kessels

Het belang van dagen zonder vlees - Amy Kessels

Wij, u en ik, zijn maar een fractie van de wereld. Een wereld die geteisterd wordt door de opwarming van de atmosfeer die te wijten is aan ons allen. Het risico bestaat dat we de grenzen van de draagkracht van moeder aarde overschrijden. Daar moeten we met zijn allen iets aan doen, en dat kan alleen als we een andere koers gaan varen. Elk individu is misschien maar een fractie van het menselijk bestaan maar heeft daarmee wel ook een stukje van de oplossing in handen.

Een campagne, zoals “Dagen zonder Vlees”, krijgt de aandacht waar menig marketingbureau jaloers op zou zijn. De campagne roept op tot minder consumptie van vlees en vis. Daarnaast is er eveneens aandacht voor minder verpakkingen en minder voedselverspilling. Alle bewustwordingscampagnes ten spijt, het is het initiatief ontstaan vanuit een individu zoals u en ik, vanuit de samenleving, een vrijblijvende oproep waarbij we de vrijheid hebben om al dan niet mee te doen. De uitkomst is misschien niet direct te meten in de hoeveelheid vleesconsumptie, besparingen of het aantal mensen dat meedoet, maar wat wel bereikt is, is het feit dat de discussie overal aanwezig is en gevoerd wordt.

Toch ontstaat er een vreemde contradictie. Aan de ene kant lijken veel mensen in onze samenleving ontvankelijkheid te zijn voor dergelijke initiatieven. Althans voor zover we onszelf niet te veel moeten ontzeggen en het ons als consument of producent niet teveel raakt. Maar met het succes groeit ook de weerstand. De wereldwijde klimaatimpact wordt door sommigen met de meest absurde beweringen geminimaliseerd waardoor het draagvlak voor dit initiatief verloren gaat in een stroom van zinloze discussies. Het belangrijkste doel van dit initiatief is nochtans dat het ons doet nadenken en bewustmaakt van het feit dat we als individu in elk geval een impact hebben op het klimaat.

De mens wordt, mede door deze campagnes, zich steeds meer bewust van de implicaties van het productieproces van ons voedsel op het milieu, mens en dier. Dit proces bedreigt immers ons milieu , maar ook onze gezondheid. Enerzijds door de gebruikte chemicaliën en anderzijds door de kunstmatige voeding en inspuitingen van dieren die in onze voedselketen terechtkomen. In de afgelopen 50 jaar is vlees verworden tot een product tussen andere producten. Dieren zijn gewone economisch verhandelbare goederen. Het kille en vaak gruwelijke slachtingsproces heeft de waardigheid van de dieren behoorlijk aangetast. In het economisch denken staat kwantiteit in plaats van kwaliteit voorop en wordt dus louter gedacht in termen van kosten en opbrengsten. Maar de Britse filosoof Jeremy Bentham wist reeds dat dieren meer zijn dan loutere objecten toen hij zich de vraag stelde: “Can they suffer?”

Initiatieven zoals “Dagen zonder vlees” hebben op die manier wel degelijk nut. Ze hebben een impact op ons gedrag dat (hopelijk) verandert en dus ook op de daarbij horende vraag van Bentahm. We leven in een vrije markt economie. Dankzij de vrije markt is de levensverwachting en de welvaart op de meeste plaatsen in de wereld toegenomen. In relatie tot milieu worden vaak lokale producten gepromoot als zijnde het beste voor het milieu. Dit gaat in tegen de kennis die we hebben over hoe de vrije markt werkt en hoe de marktwerking zorgt voor goedkopere producten en voor meer welvaart. Uiteindelijk wilt iedereen alles voor een sterk competitieve prijs. We willen én maatschappelijk betrokken zijn én een goed leven leiden. We willen voedsel kopen voor een zo laag mogelijke prijs. Natuurlijk ligt marktwerking hieraan ten grondslag. De kost voor de natuur wordt echter zelden mee in rekening gebracht.

Een campagne als “Dagen zonder Vlees” effent eveneens het pad naar meer waardigheid in het productieproces. De “veeproducent” wordt terug “veehouder”, iemand die houdt van zijn kudde en ze met respect en de nodige tijd en ruimte laat opgroeien. Het slachthuis zal geen kille machinale verwerkingsplek meer zijn. Wij als consument zullen minder vlees verbruiken, maar zullen hiervoor bereid zijn om ietsje meer te betalen voor een betere kwaliteit. Er hoeft geen discrepantie te ontstaan tussen vraag en aanbod, maar enkel een verschuiving door de veranderende menselijke preferenties. Alleen die veranderende preferenties zullen een verschuiving teweegbrengen in vraag en aanbod en dus van invloed zijn op de marktwerking. Op die manier wordt het probleem een onderdeel van de oplossing. Een veranderende vraag hoeft geenszins een bedreiging te zijn voor marktwerking, maar is juist een uitdaging omdat het aanzet tot vernieuwing, waarbij een humane omgang met de niet menselijke wezens, in ere wordt hersteld.

Kortom, we moeten blij zijn met dergelijke initiatieven. Deze campagne enthousiasmeert en inspireert. We zouden die als samenleving moeten omarmen, koesteren en aanmoedigen. Het zet ons immers aan om na te denken over onze eigen positie. Het confronteert onszelf over waar we staan en daadwerkelijk willen staan. We hebben de vrijheid om al dan niet gehoor te geven aan de campagne. Het maakt niet uit of je voor of tegen bent, meedoet of niet. Een initiatief als dit laat ons zien hoe belangrijk het is om ruimte te hebben voor bottom up initiatieven die ontstaan bij bewuste burgers en die uiteindelijk de hele samenleving weten te inspireren. Soortgelijke campagnes herstellen de waardigheid in ons consumentengedrag, maar vooral ook in onszelf. Wat kunnen we nog meer willen?


Amy Kessels

De auteur is kernlid van Liberales.

Links

mailto:amykessels@hotmail.com

Waar zitten de ex-moslims? - Maarten Boudry

Waar zitten de ex-moslims? - Maarten Boudry

Verkiezingen in Nederland - Daniël Boomsma en Joost Sneller

Verkiezingen in Nederland - Daniël Boomsma en Joost Sneller