Een woord een woord - Frank Westerman

Een woord een woord - Frank Westerman

De aanslagen van 9/11 in de Verenigde Staten en later in Madrid, Londen, Boston, Parijs, Ankara, Brussel, Zaventem en op tal van andere plaatsen in de wereld, geven de indruk dat terreur een recent verschijnsel is. Dat is echter niet het geval. In de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw werden ook in onze contreien tal van terreurdaden gepleegd onder meer door de Rote Armee Fraktion in Duitsland, de IRA in Noord-Ierland en de ETA in Baskenland. In die periode werden ook regelmatig vliegtuigen gekaapt door doorgaans pro-Palestijnse kapers. Alleen al op 6 september 1970 sloegen ze toe op vier verschillende vluchten. De eerste kaping van een trein vond plaats in Nederland in 1975. Zeven Molukse strijders gijzelden daarbij vijftig passagiers en eisten een bus met chauffeur en een volgetankt vliegtuig dat zou klaarstaan op Schiphol om hen naar een onbekende bestemming te vliegen. Als er niet aan hun eisen zou voldaan worden, zouden ze de gijzelaars een voor een doodschieten.

Hoe moet de overheid reageren op een dergelijke terreurdaad? Doe je dat met geweld of doe je dat door te onderhandelen, dus door het gebruiken van woorden? En welke woorden zijn in een dergelijke situatie geschikt en noodzakelijk? Wat kan een redenaar uitrichten tegen een moordenaar? Heeft een samenleving überhaupt wel een verbaal verweer tegen terreur? Over deze kwestie, die sinds de aanslagen van de voorbije jaren weer bijzonder actueel is, schreef de Nederlandse auteur Frank Westerman een indrukwekkend boek onder de titel Een woord een woord. Als kind maakte hij van dichtbij een Molukse treinkaping mee, en als correspondent was hij getuige van de Tsjetsjeense terreur in Rusland. Hij ging in gesprek met een onderhandelaar met de treinkapers en met terrorisme-experts. Hij volgde een training als gijzelingsonderhandelaar in een oefendorp van de Nederlandse politie en verdiepte zich in de terreurgids Al Battar dat in een nummer tips gaf over gijzelingen en onderhandelingen.

Westerman beschrijft de manier waarop men in Nederland vroeger omging met terroristen. Men poogde ze via onderhandelingen tot ‘betere’ gedachten te brengen, tijd te winnen en ze op die manier af te matten tot ze zichzelf zouden overgeven. Het ultieme doel was toen het redden van levens. ‘Nederland was gaan geloven in de goedheid of anders de verbeterlijkheid van mensen. Daar hoorde bij dat je terroristen niet doodschoot, maar de kans gaf om tot inkeer te komen,’ schrijft de auteur. De Nederlandse regering zette alles op de tactiek om gijzelacties tot een geweldloos einde te brengen. Soms door toe te geven aan de eisen van de kapers, soms door dagenlange onderhandelingen (die eerste treinkaping liep nog relatief goed af). Deze tactiek kreeg al snel de benaming ‘Dutch Approach’ maar had een vervelend neveneffect, namelijk dat ‘gijzelen loont’. Dat bleek al snel bij een volgende treinkaping.

Tegenover die Dutch Approach zag Westerman de no-nonsense-aanpak van de Russen in hun strijd tegen de Tsjetsjeense terroristische islamisten onder leiding van Sjamil Basajev. Die ijverde voor het herstel van het negentiende-eeuwse kalifaat. Poetin liet in de winter van 1999 de Tsjetsjeense thuisbasis compleet kapot bombarderen. Maar Basajev sloeg terug. In oktober 2002 werden zevenhonderd toeschouwers in een schouwburg in Moskou gegijzeld. Poetin reageerde prompt met geweld. Bij de ‘bevrijding’ van het theater vielen 128 doden. De terreur ging echter verder. Twee vrouwelijke zelfmoordenaars brachten zichzelf tot ontploffing in een Toepolev vliegtuig. En op 1 september 2004 werd een school in Beslan door Tsjetsjeense rebellen bezet. De Russen reageerden prompt met geweld wat leidde tot een bloedbad met 331 doden waaronder 150 kinderen. De Russian Approach heeft ook een gruwelijke keerzijde.

Er bestaat geen overeenstemming over de manier waarop men met gijzelaars en terroristen omgaat. Scotland Yard hanteert het principe van ‘wel praten, maar niet toegeven’. De Amerikaanse FBI past onderhandelingen toe, maar zodra er moorden gebeuren, moeten onderhandelaars plaatsmaken voor ‘close combat-specialisten’. De Franse criminoloog Guy Olivier Faure onderscheidt vier generaties terroristen: van de Russische nihilisten, over de erfopvolgers van Che Guevara, de radicale organisaties in de jaren ’60 en ’70 (Baader-Meinhof, Brigate Rosse, Action Directe), tot de radicale religieuzen van vandaag (Taliban, Al Qaida, Boko Haram, IS). Hij maakt daarbij het verschil tussen ‘oude terroristen’ die nog gevoelig waren voor de publieke opinie en op zoek waren naar erkenning enerzijds, en de ‘nieuwe terroristen’ die het martelaarschap omarmen en voor geen rede vatbaar zijn. ‘Welke vorm terreur ook aanneemt, we zullen altijd ook moeten praten, Aldus Faure.

Sinds de moordaanslagen op de redactie en andere medewerkers van Charlie Hebdo, de demonstratieve onthoofdingen van ‘ongelovigen’ door IS, en de blinde terreuraanslagen in Parijs en Brussel lijkt praten met terroristen nog weinig zin te hebben. Dat erkent zelfs Kenneth Roth, de directeur van Human Rights Watch: ‘IS op humane wijze aanpakken is zinloos. Met IS is geen dialoog mogelijk’. Schieten woorden dan tekort? Volgens velen niet. Na de aanslag op Charlie Hebdo kwamen miljoenen mensen op straat met de slogan ‘Je suis Charlie’ en een pen in de hand. Die pen stond symbool voor de kracht van het woord (of de tekening). Al gaat het niet langer om een dialoog. Het lijkt of er tegenwoordig twee parallelle werelden bestaan waar ieder zijn eigen taal spreekt. ‘Een woord een woord is een bevlogen zoektocht naar een weerwoord op terreur – op het snijvlak van beschaving en barbarij’, zo staat op de achterflap. Westerman heeft het helaas niet gevonden, al schreef hij opnieuw een parel van een boek.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Frank Westerman, Een woord een woord, De Bezige Bij, 2016

Links

mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be

Vergeten vrouwen - Jan van den Berghe

Vergeten vrouwen - Jan van den Berghe

Kwaad. Nederlanders over immigranten - Joost Niemöller

Kwaad. Nederlanders over immigranten - Joost Niemöller