Family-planning in het Trumpoceen - Rik Rammeloo

Family-planning in het Trumpoceen - Rik Rammeloo

Een al te vaak onderbelicht maar zeer belangrijk element in de ontwikkeling van een derdewereldland is de organisatie van family-planning en geboortebeperking. Zo lang de bevolkingsaangroei de aangroei van het BBP en de voedselproductie blijft overtreffen, kan de armoede in een land niet worden teruggedrongen. De beschikbare middelen per inwoner dalen er verder in plaats van te stijgen. Zuid-Afrika is daarvan een typisch voorbeeld: ondanks een zeer goed presterende economie, kan deze geen gelijke tred houden met de bevolkingsaangroei. Het is voor de huidige machthebbers zeer moeilijk de trend om te buigen die zij tijdens de Apartheid opzettelijk hebben bevorderd. In die periode verklaarde het ANC dat "de baarmoeders van hun vrouwen hun belangrijkste wapen" waren en zij het apartheidsregime op de knieën zouden krijgen door hun numeriek overwicht. Daarom spoorden zij de zwarte bevolking toen aan om zo veel mogelijk kinderen te krijgen. Nu blijkt het ontzettend moeilijk om van koers te veranderen en een einde te maken aan die inmiddels ingeburgerde gewoonte. Zij blijkt nu een hinderpaal voor de vooruitgang van het land: de werkloosheid blijft toenemen, waardoor de gemiddelde levensstandaard stagneert of zelf afneemt.

De praktijk wijst uit dat in een land waar de levensstandaard van de bevolking stijgt, het geboortecijfer automatisch daalt, weliswaar met enige vertraging. In landen met een ongebreidelde bevolkingstoename, daarentegen, groeit de armoede, ontstaat er schaarste aan voedsel en beschikbare landbouwgrond, met alle gevolgen van dien: kindersterfte door honger, sociale onlust en zelfs moordpartijen op "concurrenten" voor de beschikbare middelen. De genocide in Rwanda werd mede veroorzaakt door de schaarste aan landbouwgrond, voortvloeiend uit de overbevolking. Iedereen zocht middelen om aan meer grond te geraken, waarvan sluwe politici met een racistische agenda misbruik hebben gemaakt om de Hutu-bevolking op te hitsen tegen hun Tutsi-buren door haar voor te spiegelen dat zij de hand zou kunnen leggen op de bezittingen van die buren indien zij hen vermoordden. In de jaren vóór de genocide waren deze moordpartijen al aan de gang, nu eens hier, dan weer daar (met telkens enkele tientallen tot enkele honderden doden), steeds opnieuw aangewakkerd door de autoriteiten. Momenteel is in het buurland Burundi iets gelijkaardigs aan de gang. Overbevolking is dus een bijzonder gevaarlijke toestand die zich leent tot zware misbruiken. Het is een hinderpaal voor echte ontwikkeling.

Omgekeerd leidt een daling van het geboortecijfer ook tot een versnelde ontwikkeling van een land. Het voorbeeld bij uitstek is China, waar de één-kind-politiek (waartegen ik gekant ben omwille van de dwang) heeft geleid tot een veel hogere scholingsgraad en daarmee samenhangend, economische ontwikkeling. Een negatief neveneffect is het grote mannenoverschot ten gevolge van het massaal aborteren van vrouwelijke foetussen en zelfs moorden op pasgeboren meisjes. Dwang leidt dus tot ongewenste neveneffecten. Daarom ben ik voorstander van voorlichting en het aanbieden van de verschillende mogelijkheden.

Als liberaal zijn voor mij de negatieve gevolgen van overbevolking niet de hoofdreden om te pleiten voor family-planning in het kader van ontwikkelingssamenwerking. Wat veel belangrijker is dan de praktische gevolgen, is in mijn ogen het principe van de individuele zelfbeschikking van de vrouw. Elke vrouw moet zelf kunnen beslissen of, hoe veel en wanneer zij kinderen wil krijgen. Deze eigen keuze is een fundamenteel mensenrecht.

Ontwikkeling en geboortebeperking zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Eén van de onderdelen van ontwikkelingssamenwerking moet dus het helpen organiseren en aanbieden van family-planning in de derde wereld zijn. Voor die landen is het een voorwaarde om er bovenop te raken en op vele plaatsen is men er zich van bewust. De vraag bestaat, is het niet bij de regeringen, dan toch bij een deel van de bevolking. Vooral vrouwen zijn daarbij de vragende partij. Maar ook mannen: het is voor beide ouders ondraaglijk een kind te verliezen omdat er niet genoeg voedsel is voor iedereen, om maar te zwijgen over de ellende voor het kind zelf. Ik kan persoonlijk getuigen dat in overbevolkte delen van Afrika reeds in de jaren '80 van de vorige eeuw de plaatselijke bevolking aan de blanken vroeg hoe wij het klaarspeelden om maar een paar kinderen te krijgen. Zij beseften maar al te goed dat zij niet de middelen hadden om een hele resem kinderen in leven te houden en zij gaven de voorkeur aan minder kinderen, die zij voldoende konden voeden, zonder kindersterfte door honger.

De vraag naar geboortebeperking is niet nieuw: al in de prekoloniale tijd bestonden er bvb. in Afrika methodes om de bevolkingsaangroei in toom te houden. Het betrof medicinale abortussen (met zorgvuldig samengestelde kruidenmengsels) in een vroeg stadium van de zwangerschap. De "kruidenvrouwen" wisten precies hoe zij dat moesten aanpakken. In de koloniale periode werd deze praktijk streng veroordeeld en bestreden door de missies en is daardoor in onbruik geraakt. De lokale kennis ter zake is nu volledig verloren.

Gelukkig bestaan er tegenwoordig veel veiliger en zekerder methodes (de traditionele kruidenmengsels hadden ook onaangename bijwerkingen) om ongewenste zwangerschappen te voorkomen, zowel hormonale (pil, prikpil, morning-after-pil,...) als mechanische (spiraaltje, condoom,...). Vooral het condoom is in vele ontwikkelingslanden belangrijk omdat het niet alleen een (onvolledige) bescherming biedt tegen ongewenste zwangerschappen, maar vooral ook tegen de overdracht van SOA's (seksueel overdraagbare aandoeningen), waaronder in de eerste plaats HIV en AIDS. Deze zijn in veel van die landen een echte gesel. De meeste projecten hebben dan ook aandacht voor beide doelstellingen: family-planning samen met de strijd tegen AIDS en andere SOA's. Omdat niet alleen het condoom, maar ook andere contraceptieve technieken geen 100% zekerheid bieden voor het vermijden van zwangerschap, blijft er een behoefte aan een "noodrem" bij "ongelukjes'. De enige veilige manier is een medisch begeleide abortus. Waar die noodrem afwezig is, stelt men vast dat de vrouwen in nood beroep doen op onveilige abortussen met gebruik van allerhande gevaarlijke methodes (chemische en fysieke), met veel leed tot gevolg, tot en met een mogelijke dodelijke afloop. De kennis van de traditionele kruidenvrouwen is immers verloren gegaan.

Daarom bieden de ontwikkelings-NGO's die op dat terrein werkzaam zijn, het volledige pakket aan, gaande van degelijke voorlichting, het uitdelen van condooms, het toepassen van een heel gamma aan contraceptieve technieken (aangepast aan elk individu) tot en met een veilige en medisch begeleide abortus als ultieme noodrem. Daarnaast hebben zij veelal ook aandacht voor vrouwen die niet zwanger raken, hoewel zij dit wensen. Want ook dat is een probleem: vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen, worden in veel traditionele gemeenschappen uitgestoten. Hen medisch helpen laat niet allen toe dit te vermijden, maar komt ook tegemoet aan het respecteren van de persoonlijke, individuele keuze.

Meerdere internationale NGO's zijn op al deze domeinen actief. Vele donorlanden dragen daaraan financieel bij. Een belangrijke, maar wispelturige donor zijn de Verenigde Staten. Telkens er een republikeinse president aan de macht is, wordt de steun van de VS geschrapt, telkens de president een democraat is, wordt er opnieuw hulp verleend. Geen hulp onder Bush, opnieuw hulp onder Obama. En nu breekt er opnieuw een ander tijdperk aan dat ik, omwille van zijn bijzondere kenmerken, het "Trumpoceen" noem. Eén van de eerste beslissingen van Donald Trump (in de allereerste dagen van zijn presidentschap) was het schrappen van alle hulp aan internationale NGO's die projecten van family-planning in de derde wereld steunen. Zelfs zijn eventueel gedwongen aftreden zou niet veel oplossen: zijn mogelijke vervanger, vice-president Pence, is zo mogelijk nog conservatiever op ethisch vlak.

Ik ben dan ook bijzonder verheugd over het initiatief van de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking, mw. Ploumen, om onder de naam "She Decides" (verwijzend naar de zelfbeschikking van de vrouw) een internationaal consortium op te zetten dat de financiering van de VS overneemt. En ik verheug mij nog veel meer over het feit dat Alexander De Croo, onze minister van ontwikkelingssamenwerking, zich zonder dralen bij dit initiatief heeft aangesloten en er een aanzienlijk bedrag aan heeft bijgedragen. De internationale conferentie van "She Decides" ging trouwens op 2 maart door in het Egmontpaleis in Brussel.

Een laatste suggestie: onze bekommernis om het individueel zelfbeschikkingsrecht van vrouwen in de derde wereld kan alleen maar aan geloofwaardigheid winnen als wij abortus uit het Belgisch strafrecht halen. Laten wij er snel werk van maken. Dan pas zal "She Decides" ook in België voor 100% gelden.

 

Rik Rammeloo

mailto:rik.rammeloo@telenet.be

 

De christelijke wortels van het liberale denken - Gert Jan Geling

De christelijke wortels van het liberale denken - Gert Jan Geling

Mag je een 'speciaal' mens bewusteloos slaan? - Chris Michel

Mag je een 'speciaal' mens bewusteloos slaan? - Chris Michel