De Romanovs - Simon Sebag Montefiore

De Romanovs - Simon Sebag Montefiore

Op 17 juli 1918 werd de dertienjarige Aleksej Romanov samen met zijn ouders en vier zussen op bevel van Lenin door een bolsjewistisch commando in de kelder van een huis in Jekaterinburg vermoord. De moordenaar schoot de tsarevitsj, opvolger van Nicolaas II, eerst neer, waarna hij zo verwoed met een bajonet in het lichaam instak dat het bloed in het rond spoot. Toen bleek dat de jongen dankzij zijn met diamanten versterkte hemd nog leefde, werd hij met een schot door het hoofd afgemaakt. Zo kwam er een einde aan meer dan drie eeuwen dynastiek bewind van de Romanovs. Een definitief einde, want op 2 maart 1917 had Nicolaas II (tsaar vanaf 1894) onder druk van zijn raadgevers zijn troon al afgestaan. De oorlog tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije verliep immers desastreus, het land was in de greep van een revolutie, de macht van de tsaar was als zand door zijn vingers geglipt. De kroon van Nicolaas ging naar Michaël, inspecteur-generaal van de cavalerie. Tsaar Michaël II zou het welgeteld één dag volhouden.

Simon Sebag Montefiore (1965) is de geknipte persoon om het verhaal van drie eeuwen Russisch absolutisme uit de doeken te doen. De Britse historicus liet immers al op grandioze manier zijn licht schijnen op de tiran en massamoordenaar Jozef Stalin. Wat zijn de kenmerken van een tirannie? Hou houdt een dictator de touwtjes in handen? Wie heeft er baat bij een autocratie? Wie zijn de slachtoffers? Ook in De Romanovs focust Sebag Montefiore op de mechanismen van een regime dat zijn onderdanen met alle mogelijke middelen onder de knoet probeert te houden. Zulke regimes houden uiteraard hardnekkig vast aan hun privileges. Hervormingen? Die zijn des duivels. Bij de Romanovs was het niet anders. ‘Jullie afgodendienaars aanbidden afgoden van vrijheid!’ fulmineerde Konstantin Pobedonostiev, opperprocurator van de Heiligste Regerende Synode onder Alexander II (tsaar van 1855 tot 1881) en Alexander III (tsaar van 1881 tot 1894). ‘Allemaal afgoden, afgoden!’

 

Sebag Montefiore trekt de lijn van die koppige blindheid voor meer mensenrechten door naar de Sovjet-Unie en het Rusland van Vladimir Poetin. ‘De hachelijke werkelijkheid van de Russische autocratie leeft nog altijd voort,’ zo luidt de slotzin van zijn boek. En wat is die werkelijkheid? Sebag Montefiore velt een vernietigend oordeel. Het poetinisme, aldus de auteur, is ‘een samensmelting van de autoritaire handelwijze van de Romanovs, orthodoxe godsvrucht, Russisch nationalisme, nepotisme, Sovjetbureaucratie en de verplichte nummers van democratie, verkiezingen en parlementen.’ Poetin als erfgenaam van een ‘imperiaal stalinisme en een 21e-eeuws digitaal autoritair bestel.’ De kenmerken? ‘Persoonlijke nukken en grillen, ouderwetse wetteloosheid, economische malaise en enorme corruptie.’ De kans is klein dat Sebag Montefiore ooit nog toegang tot Russische archieven zal krijgen.

 

In het jaar 2000 werden Nicolaas en zijn gezin door de Russisch-orthodoxe Kerk heilig verklaard. Sebag Montefiore bewijst met klem van redenen dat geen enkele tsaar of tsarina die eer verdient. Zeker, iedere vorst of vorstin beweerde het beste voor Rusland te beogen. Zo importeerde Peter de Grote (tsaar van 1682 tot 1725) uit Holland de moderne maritieme bouwkunst. Catharina II de Grote (tsarina van 1762 tot 1796) correspondeerde met verlichte geesten als Diderot, Voltaire en Montesquieu. Alexander I (tsaar van 1801 tot 1825) nam zich voor de lijfeigenschap af te schaffen, een overweging waar Alexander II (tsaar van 1855 tot 1881) in 1861 gehoor aan zou geven. Nicolaas II ten slotte was bereid om na de revolutie van 1905 de Doema op te richten, een raadgevende vergadering met evenwel zeer beperkte macht. Allemaal liberaliserende maatregelen die zoals alles onder de Romanovs veel te weinig voorstelden en veel te laat werden doorgezet, laat staan voltooid.

Sebag Montefiore schetst geen sociaal of economisch portret van Rusland. Hem is het in de eerste plaats om een studie van een dynastie te doen. Een geschiedenis dus van de persoonlijkheid van twintig monarchen, hun gezinnen en hun hofhouding. Een geschiedenis ook van een uiterst succesvol geslacht, dat er ondanks voortdurende vetes, conflicten, opstanden en oorlogen – zes van de laatste twaalf tsaren werden vermoord – in geslaagd is om van Rusland het grootste land ter wereld te maken. Die agressieve zendingsdrang, begonnen met Michaël Romanov (tsaar van 1613 tot 1645), resulteerde in een groei van het rijk met 142 vierkante kilometer per dag. Het mag daarom geen verwondering wekken dat Poetin, aldus Sebag Montefiore, hunkert naar die vergane glorie. ‘De grootste criminelen uit onze geschiedenis,’ zo betoogde de Russische leider tegen zijn hovelingen, ‘waren de zwakkelingen die de macht uit handen lieten vallen – Nicolaas II en Michail Gorbatsjov – die toelieten dat de macht werd opgepakt door hysterici en gekken.’

Aan hysterische en gekke tsaren was er onder de Romanovs desondanks geen tekort. Sebag Montefiore lijst al hun perversiteiten, seksuele uitspattingen, waanzinnige grillen, zuippartijen, megalomane plannen en barbaarse zeden en gewoontes gretig op. Hij houdt met andere woorden vast aan een van zijn uitgangspunten dat zijn boek het ‘deformerende effect’ van de absolute macht op mensen wil tonen. In de coulissen van het keizerlijke hof passeert daarom een nooit aflatende stoet van geldwolven en opportunisten, huichelaars en sadisten, draaikonten en konkelaars, bloedzuigers en gatlikkers, parvenu’s en seksverslaafden. Wie uit de gratie viel werd gemarteld (tong uitrukken, neusvleugels afknippen) en daarna rectaal gespietst, gevierendeeld en onthoofd. Vanaf de 19de eeuw werd je met wat geluk naar Siberië verbannen. Wie de gunst van de heerser kon winnen werd beloond met geld, lijfeigenen, titels, promoties, landgoederen en een collectie dwergen. Dwergen waren een populair cadeau. Op feesten mocht je immers met ze werpen. Anna (tsarina van 1730 tot 1740) organiseerde tijdens drankgelagen zelfs gevechten tussen kreupele oudjes. De ongelukkigen werden verplicht om elkaars haren tot bloedens toe uit te rukken.

Sebag Montefiore verliest zich, ondanks zijn stilistische brille, helaas te vaak in beschrijvingen van dergelijke wreedheden. Bovendien overlaadt hij zijn betoog onnodig met de tenenkrommend zoete slaapkamergesprekken van tsaren en tsarina’s met hun minnaressen of minnaars, en verkneukelt hij zich maar al te graag in de absurde fantasieën, capriolen en decreten van een stel machtsverslaafde despoten dat eerst door de rest van koninklijk en keizerlijk Europa werd uitgelachen maar daarna door hen zo gevreesd dat ze ettelijke oorlogen met ze uitvochten. Des Guten zuviel. Wat met het leven buiten de paleismuren? Over het verschrikkelijke lot van de lijfeigenen en de boeren (93% van de bevolking) wordt nauwelijks gerept. Aan het lot van de Joden besteedt Sebag Montefiore wel enige aandacht. De Jodenhaat van de tsaren en hun gevolg was dan ook van een misselijkmakende proportie.

Joodse jongens moesten vanaf hun twaalfde tot hun vijfentwintigste het leger in, en in 1889 mochten Joodse vrouwen enkel in Moskou blijven als ze zich lieten registreren als prostituée. Nicolaas II was voorts erelid van de Unie van het Russische Volk, een organisatie die extreem geweld tegen Joden predikte. In 1906 werden tijdens een van de talloze pogroms (het woord is afgeleid van het werkwoord gromit, wat vernietigen betekent) in Odessa 800 Joden vermoord, en het was de Ochrana, de voorloper van al die andere gevreesde staatsveiligheidsdiensten zoals de Tsjeka, NKVD, KGB en de huidige FSB, die eind 19de eeuw de Protocollen van de Wijzen van Zion opstelde, een pamflet over een samenzwering van de Joden om een wereldbrand uit te lokken en daarna de heerschappij over de wereld over te nemen. Het compleet verzonnen schrijfsel zou later het antisemitisme van Adolf Hitler helpen voeden. Vandaag wordt het in de moslimwereld trouwens nog altijd massaal verspreid. En voor waar aangenomen.

De Romanovs is enerzijds een tot nadenken stemmende kroniek van een nu eens monsterlijke en dan weer kinderachtige grootheidswaanzin, anderzijds een verslag van een conflict dat alle Russische regimes, en bij uitbreiding de hele Russische samenleving, sinds mensenheugenis teistert: de strijd tussen ‘westerlingen en ‘slavofielen’. De eersten willen democratie en moderniteit naar westers model, de laatsten cultiveren een Russisch nationalisme dat zowel afkerig is van het ‘slappe, decadente Westen’ als de eigen uitzonderlijke, op orthodoxie en autocratie gestoelde, identiteit idealiseert. Sebag Montefiore vat deze opvatting gevat samen: de slavofiel zal altijd slaafs naar boven likken en tiranniek naar onderen trappen. Is dit dan de essentie van de ooit ongrijpbaar gewaande Russische ziel? Voor Sebag Montefiore is dat enkele stappen te ver. Maar niemand zal kunnen ontkennen dat in het Kremlin de slavofielen ook vandaag de dienst uitmaken.


Recensie door Joseph Pearce

Deze recensie verscheen eerst in de boekenbijlage van De Morgen.

Simon Sebag Montefiore, De Romanovs. Nieuw Amsterdam, 2016, 880p., €49,99. Vertaald door Toon Dohmen, Chiel van Soelen, Pieter van der Veen en Gerard van der Wardt.

Links

mailto:joseph.pearce@telenet.be

Hoe komen we van religie af? - Floris van den Berg

Hoe komen we van religie af? - Floris van den Berg

Sage femme - Martin Provost

Sage femme - Martin Provost