Pleidooi voor de opkomstplicht - Wim Geluykens

Pleidooi voor de opkomstplicht - Wim Geluykens

Naar aanleiding van de verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer herhaalde Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten het voorstel van de liberale partij om de nu geldende opkomstplicht af te schaffen en in plaats daarvan een stemrecht in te voeren. Rutten zei hierover op 16 maart 2017 in ‘De Ochtend’ op Radio 1: “Laten we hier in België ook stemrecht invoeren, dan maak je van de democratie echt een feest. Je ziet, als het ertoe doet, dan gaan mensen stemmen en dan kiezen ze ook voor waar ze echt in geloven en voor staan.” In feite geldt nu in België al een stemrecht, in combinatie weliswaar met de opkomstplicht: men is verplicht om te komen opdagen, maar niet om een stem uit te brengen op een lijst of een kandidaat. Een blanco stem is perfect geldig en heeft geen impact op de uitslag van de verkiezingen.

Of een afschaffing van de opkomstplicht ook effectief tot een democratisch festijn zal leiden is maar zeer de vraag. Boet een rechtsstaat immers niet net in aan democratisch draagvlak wanneer het voor haar burgers geen plicht meer is om zich eens om de zoveel jaar naar het stemlokaal te begeven? Zou dit er niet juist voor zorgen dat een deel van haar bevolking niet meer wordt vertegenwoordigd? De opkomstplicht vergemakkelijkt als het ware het uitoefenen van het stemrecht. Vanuit een democratisch oogpunt lijkt die opkomstplicht dan ook zo slecht nog niet.

Het is ook opvallend dat de roep om de hefboom van de opkomstplicht te laten vallen opnieuw wordt gelanceerd na de verkiezingsuitslag van vorige week in Nederland, terwijl het hieromtrent opvallend stil bleef na de laatste presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten en na het Brexit-referendum. In alle drie de gevallen was er echter sprake van een stemrecht, zonder een opkomstplicht. Opmerkelijk is ook dat de opkomst bij de presidentsverkiezingen in de VS al jaren tussen de 55 en 62% ligt, waardoor steevast tussen de 38 en 45% van de bevolking eenvoudigweg niet vertegenwoordigd wordt. (1) Dat stemrecht is aan de andere kant van de Atlantische Oceaan dan blijkbaar toch maar een feestje in beperkte kring.

Een argument dat weleens wordt gehanteerd om de eis tot afschaffing van de opkomstplicht kracht bij te zetten, is dat politici in dat geval ‘meer moeite zouden moeten doen om de kiezer te overtuigen’. Deze zienswijze mag toch enigszins verbazingwekkend worden genoemd. In ons huidige systeem is men alvast ‘zeker’ van de opkomst, maar niet van de stem. Het is dan ook onduidelijk waarom momenteel niet net zoveel moeite zou moeten worden gedaan om die kiezer over de streep te trekken als in een systeem zonder opkomstplicht. Als die plicht wordt afgeschaft, bestaat daarentegen wel het gevaar dat er meer tijd en politieke energie zal worden besteed aan het mobiliseren van de stemgerechtigde dan aan het zuiver inhoudelijke. Dit houdt ook het risico in dat politici de kiezers meer naar de mond zullen willen praten en meer nog dan vandaag, zich zullen laten leiden door de waan van de dag om toch maar hun relevantie te bewijzen. Een langetermijnvisie laat zich namelijk moeilijk vatten in 140 tekens.

Daarnaast is het toch ook niet ongeoorloofd om van de burger te vragen wat hij van het gevoerde beleid vindt en welke toekomst hij ziet voor het land? Je kan het inderdaad zien als een democratische plicht, maar die plicht hoeft geen vies woord te zijn. Men zou het zelfs kunnen beschouwen als deel uitmakend van een evenwichtig sociaal contract tussen de overheid en de burger. De burger die een deel van zijn rechten afstaat aan de overheid, doet dit in een democratische rechtsstaat omdat die overheid beter geplaatst is de civiele vrijheden en eigendommen te beschermen en omdat hij de garantie krijgt dat die overheid zijn rechten niet zal schenden.

Om dit contract op regelmatige basis te evalueren dient de burger opgeroepen te worden zijn inschatting hiervan kenbaar te maken. De opkomstplicht herinnert ons op deze manier aan de essentie van hoe onze staat is vormgegeven. Zonder democratische controle helt de balans in het sociaal contract naar één kant over. Het stemrecht dient bijgevolg niet louter te worden gezien als een recht van de burger, maar evenzeer als een noodzaak voor de overheid om van elke stemgerechtigde diens waardeoordeel over de omgang van de staat met de verkregen rechten te kunnen bekomen. Een opkomstplicht die dat stemrecht faciliteert, heeft daarom absoluut zijn plaats in een liberale democratie, net omdat ze helpt de rechten van het individu en het voortbestaan van de democratische basis van de staat te garanderen.

In mijn ogen is die ene dag om de vijf, dan wel zes jaar waarop elke kiezer zich in ons land naar de lokale school of sporthal moet begeven, dan ook de ware feestdag van de democratie.


Wim Geluykens

De auteur is Onderzoeker-jurist bij een Vlaamse ngo.

Voetnoot:

(1) http://www.electproject.org/home/voter-turnout/voter-turnout-data

Links

mailto:wimgeluykens@gmail.com

Slachthuizen moeten veel beter gecontroleerd worden - Johannes Derboven

Slachthuizen moeten veel beter gecontroleerd worden - Johannes Derboven

Op gezondheid staat geen prijs! - Geert Messiaen

Op gezondheid staat geen prijs! - Geert Messiaen