Ik wil niet dat iedereen atheïst wordt, dat hoeft niet - Ann Brusseel

Ik wil niet dat iedereen atheïst wordt, dat hoeft niet - Ann Brusseel

De rode draad door Ann Brusseels politieke werk bij Open Vld is gelijke kansen. Bovendien staat ze als voorzitter van R.A.P.P.E.L. (Réseau d’Action Pour la Promotion d’un Etat Laïque) voor een strikte scheiding van kerk en staat. Als voormalige lerares zet ze zich actief in voor een Vlaams onderwijs dat kritische, vrije en creatieve mensen vormt. Naast een drukke politieke carrière koos ze ook voor het alleenstaande moederschap, waarbij ze haar dochter een even warme, vrijzinnige opvoeding wil geven als zij kreeg. Tijd dat we deze levensgenieter met hart, humor en pit vragen wat haar drijft.

Als liberaal draag je vrijheid hoog in het vaandel, maar bestaat absolute individuele vrijheid wel?

Ann Brusseel: Absolute vrijheid bestaat niet en dat is maar goed ook. Vrijheid is waardevol als ze geldt voor elkeen. Daardoor is de vrijheid van het individu begrensd. Want als jij alle vrijheid neemt, komt de vrijheid van anderen in het gedrang. In de maatschappij worden daarom bepaalde gedragingen afgebakend in regels, wetten en gewoonten. Liberalen zijn er echter geen voorstanders van om elk aspect van je leven te reglementeren. We willen vooral goede wetgeving die niet alleen vrijheden waarborgt, maar ook kansen biedt. We kunnen echter niet op onze lauweren rusten en denken dat onze vrijheid voor altijd verworven is, want er zijn krachten die ze willen inperken. Neem bijvoorbeeld de vraag naar een regeling tot het erkennen van de identiteit van een ongeborene, daarmee probeert men vanuit katholieke hoek de abortuswetgeving te ondergraven. Zo wil men individuele vrijheden inperken om zogenoemde ecologische redenen, of ten behoeve van de integratie… Maar de individuele vrijheden behoeven geen verder compromis. Het respect voor de normen en waarden van de Verlichting staat voor mij immers niet ter discussie. Ook niet als men aanbrengt dat in onze samenleving veel mensen met een andere culturele achtergrond leven. Dat is absoluut geen reden om de individuele vrijheden die mannen en vrouwen verworven hebben ter discussie te stellen wegens bijvoorbeeld religieuze tradities.

Patrick Dewael wil aan de grondwet een preambule koppelen waarin de laïciteit van de staat wordt bevestigd. Hoe belangrijk is de scheiding tussen kerk en staat voor jou?

Ann Brusseel: Destijds nam ik het initiatief om een Vlaams R.A.P.P.E.L. (Réseau d'Action Pour la Promotion d’un Etat Laïque) uit te bouwen. Het is echter niet zo gemakkelijk om dat gestalte te geven. Er zijn gelovigen die weigeren te aanvaarden dat er ook andersdenkenden in onze samenleving zijn. Ons land is in grote mate geseculariseerd. Mensen trouwen nog wel voor de kerk en hun kinderen vieren een communiefeest, maar ze kiezen uit de religie wat hen past. Men gaat er allesbehalve fanatiek mee om en dat stoort sommige gelovigen. Om onze vrijheid te behouden, is het versterken van het concept scheiding tussen geloof en staat nodig. Het gaat immers niet zozeer om het instituut kerk, maar om verschillende geloofsovertuigingen en de eisen die men in naam ervan stelt. Eisen die gesteld worden aan de hele samenleving, terwijl het mijn overtuiging is dat de samenleving in goede banen wordt geleid door democratische wetten van de overheid. In een diverse samenleving als de onze kan het geen kwaad om hierover duidelijkheid te scheppen.

Jogchum Vrielink van het Instituut voor de Rechten van de Mens aan de KU Leuven stelt dat het toevoegen van een clausule die burgerlijke wetgeving altijd boven religieuze regels stelt, een uitholling van de godsdienstvrijheid is. Ik ben het daar absoluut niet mee eens. Welke godsdienstige regels mogen er dan boven welke wetten staan? Godsdienstvrijheid is een groot goed als het geïnterpreteerd wordt als het recht om te geloven wat je wil. Dat staat niet gelijk aan het recht om te eisen wat je wil in naam van je geloof. Ik wil niet dat iedereen atheïst wordt, dat hoeft niet. (lacht) Maar als we onze grondwet niet een beetje versterken, kunnen we religieuze strekkingen die tekenen van radicalisering vertonen niet duidelijk maken dat het ons menens is met de waarden van de Verlichting. Want man en vrouw zijn gelijk en hebben evenveel recht op arbeid, op onderwijs, en op sociale en fysieke bescherming. We kunnen niet aanvaarden dat aan die rechten wordt geknaagd.

In ons onderwijslandschap bestaat er een levensbeschouwelijk geïnspireerd vrij net. Vind je dat we naar één neutraal net moeten gaan?

Ann Brusseel: Een paar jaar terug zou ik meteen ja gezegd hebben, maar de diversiteit in het onderwijs heeft ook positieve aspecten. Al vind ik wel dat er één sterk neutraal officieel onderwijsnet moet zijn. Ik zie niet in waarom er én gemeentelijk, én provinciaal, én door de Vlaamse Gemeenschap onderwijs wordt georganiseerd. De overheid moet pluralistisch en neutraal onderwijs van de meest hoogstaande kwaliteit garanderen en organiseren voor elk kind, opdat elke inwoner gelijke startkansen heeft. Je mag als kind niet opdraaien voor de slechte keuzes van je ouders. Stel dat we een systeem zouden hebben waarin onderwijs een commercieel gegeven is en je ouders verkwanselen hun centen liever aan andere dingen dan aan goed onderwijs, dat zou onrechtvaardig zijn ten aanzien van kinderen.

Als je denkt pedagogisch beter te handelen dan de overheid, mag je dankzij de vrijheid van onderwijs, die in onze grondwet staat, een eigen school oprichten. Maar als je daarvoor middelen van de overheid wil krijgen, moet je de eindtermen, die bekrachtigd zijn in het parlement, halen. Je kan geen privéschool op confessionele basis organiseren waar de eindtermen niet gehaald worden, zoals bijvoorbeeld in kleinschalige joodse scholen, waar men vooral op godsdienstige aspecten focust. Daar zou men strenger op moeten toezien dan vandaag het geval is. Bovendien is de vraag of je daar zoveel subsidies voor moet krijgen. Door een samenloop van omstandigheden is het officieel onderwijs, gefinancierd door de overheid, zo armer geworden dan het gesubsidieerd onderwijs, dat ook via andere kanalen middelen heeft. Dat is een scheeftrekking.

Moeten burgerschapsvorming en kritisch leren denken een plaats hebben in het onderwijs?

Ann Brusseel: Ik zou het appreciëren mocht er in de eindtermen meer ruimte gemaakt worden voor burgerschapsvorming, ethiek, filosofie en cultuureducatie. Wie zegt dat het moeilijk is om te filosoferen met jongeren heeft er geen kaas van gegeten. Het gaat erom dat je hen leert vragen te stellen en antwoorden te zoeken, en dat je hen leert om te gaan met een diversiteit aan meningen. Leerlingen moeten leren kritisch te denken en dialogeren, opdat ze nadien vrije en onafhankelijke burgers zijn.

Daarnaast is er in ons onderwijs nood aan een betere aanpak inzake genderidentiteit en inzake verdraagzaamheid van gender en verschillen in seksuele geaardheid. Ik heb daarvoor herhaaldelijk in het parlement gepleit. De jeugd wordt net geconfronteerd met al die gevoelens en de school moet daarmee omgaan en een toegevoegde waarde leveren. Hetzelfde voor relationele ontwikkeling en seksuele vorming. Dat zijn zaken die op school goed moeten worden aangebracht. Als ze dat door een taboecultuur thuis niet meekrijgen, zijn ze niet beschermd. Niet tegen grensoverschrijdend gedrag, niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen en niet tegen ongeplande of ongewenste zwangerschap.

Je zet je sterk in voor gelijke rechten, LGBT-rechten (lesbian, gay, bisexual, transgender) en gendergelijkheid. Wat motiveert je daartoe?

Ann Brusseel: De vrijheid om jezelf te mogen zijn. Elke mens heeft zijn eigen unieke persoonlijkheid en moet die kunnen beleven. Niemand mag je daarop afrekenen. Je mag niet gepest worden omdat je niet beantwoordt aan de genderstereotypen van vrouw of man. Je moet evenveel kansen krijgen op school, op je werk, bij je vrijetijdsbeleving … Het is eigenlijk niet meer dan normaal dat iedereen zichzelf kan zijn, mag trouwen met wie men wil en een gezin kan stichten. Daarvoor is een grote strijd geleverd, maar er is nog wel een weg af te leggen. Daarom kom ik op voor gelijke kansen voor elk individu. Gendergelijkheid is belangrijk, niet alleen omdat we gewoon evenveel talent hebben en evenveel rechten horen te hebben, maar ook omdat het iedereen ten goede komt.

Samenlevingen waarin mannen en vrouwen een grote mate van gelijkheid hebben boeren gewoon beter in het algemeen. Men is er doorgaans gelukkiger, men realiseert meer, neemt meer initiatief en het kind stelt het beter. Het is een mythe dat het kind beter af is met een moeder die niet werkt. Het is echter wel nodig dat zowel mannen als vrouwen voldoende tijd en aandacht voor hun kinderen hebben. Daarom is de vraag naar werkbaar werk en een gezinsvriendelijk beleid zo belangrijk. Waarom houd ik gender tegen het licht? Omdat ik zie dat vrouwen vaker de klos zijn dan mannen. (lacht) Daarom is er nog effectief werk aan de winkel. Zo organiseerde ik een rondetafel over genderstereotypen in de media. En er beweegt al wat, maar er is nog werk voor de boeg. Daarom dat ik goed werkende initiatieven kracht probeer bij te zetten. Mijn grootste drijfveer om aan politiek te doen is de gelijkheid en vrijheid van elk individu te bevorderen.

Wat betekent solidariteit voor jou?

Ann Brusseel: Solidariteit wordt tot mijn grote spijt te weinig geassocieerd met liberalen, terwijl het wel aan de basis van ons denken ligt. Gelijke kansen garanderen voor elkeen is een zeer liberaal concept. We mogen dat niet uit het oog verliezen. We moeten de solidariteit natuurlijk op een efficiënte manier organiseren. Het is goed dat mensen initiatief nemen en al wie een steentje wil bijdragen verdient lof. Maar solidariteit behoeft een structurele aanpak en we moeten het systeem van sociale zekerheid kunnen behouden. Dat betekent dat je moet ingrijpen wanneer de betaalbaarheid ervan in het gedrang komt, net om het in stand te kunnen houden.

Je bent vrijzinnig opgevoed, wat betekent vrijzinnigheid voor jou?

Ann Brusseel: Vrij zijn en de waarden van het humanisme koesteren: vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit. Maar ook dingen mogen in vraag stellen en niet hoeven te gehoorzamen aan irrationele dogma’s. En een vrij geweten hebben. Het is jammer dat er zo’n negatieve sfeer rondhangt, waardoor veel mensen niet openlijk vrijzinnig durven te zijn. Het is niet omdat ik merk dat een bepaalde overtuiging mij minder populair zou maken, dat ik van mening ga veranderen of erover ga zwijgen. Wanneer een christelijke collega zegt: “Ah, vrijzinnig? Hm”, dan wil ik daarover gerust bij een potje koffie praten. Die collega zal dan inzien dat dat nogal meevalt. (lacht uitbundig) Zo beweerde een rector die wel eens op de televisie komt tijdens een gesprek dat een atheïstische opvoeding geen waardenbesef meegeeft. Ik antwoordde dat je, zoals elk kind, het waardenkader van je ouders meekrijgt, er zit alleen geen allegorische saus over. Het bestaan van god vormt geen issue, want er wordt gewoonweg niet over een god gesproken. Je kan zaken als verdraagzaamheid en solidariteit aanleren zonder te verwijzen naar geboden, zonde en een god die alles ziet. Het was eigenlijk heel fijn dat mijn ouders mij nooit in een bepaalde richting hebben geduwd en dat ik over alles vragen mocht stellen, dat besef ik nu wel.

Een laatste vraag: waarover ben je ooit van mening veranderd?

Ann Brusseel: (Denkt lang na) Ten gronde van mening veranderd? Ik kan niet één ding zeggen waarin ik zo gedraaid ben. Ik heb een koppig kantje, want over belangrijke principes zal ik niet gauw van mening veranderen. Er zijn wel veel dingen waarin ik de zaken met de tijd veel breder zie. Zo vind ik dat levensbeschouwing niet thuishoort in het onderwijs. Maar ik zie wel dat we daarin moeilijk stappen kunnen vooruitzetten. Dan moeten we misschien eerder de uren godsdienst en zedenleer reduceren en daarnaast filosofie en ethiek invoeren. Ik heb dus geleerd iets soepeler te zijn en dingen uit te proberen, al ben ik er geen voorstander van om aan iets dat goed werkt te prutsen. Ik wil wel naar de grond van de zaken kijken en remediëren wat niet werkt. Maar los daarvan, van mening veranderd? (Fluisterend) Heel weinig.

 

Interview door Liza Janssens

Dit interview verscheen eerst in deMens.nu Magazine, April - mei - juni 2017, jg. 6, nr. 2, pagina 6-10

http://www.demens.nu/nl/

De religieuze wurggreep van de Grondwet - Leni Franken

De religieuze wurggreep van de Grondwet - Leni Franken

Win for Life - Nele Lijnen

Win for Life - Nele Lijnen