Mohammed en het ontstaan van de islam - Marcel Hulspas

Mohammed en het ontstaan van de islam - Marcel Hulspas

Wereldwijd bestaan er meer dan 4.000 verschillende godsdiensten. Zo zijn er ruim 2 miljard christenen, ongeveer 1,5 miljard moslims, bijna 1 miljard hindoes, 420 miljoen aanhangers van Chinese religies, 415 miljoen boeddhisten, 23 miljoen sikhs, 14 miljoen joden, een half miljoen leden van scientology en daarnaast nog talloze aanhangers van andere godsdiensten. Dat zijn de overkoepelende cijfers, want binnen zowat elke grote religie bestaan er nog diverse subgroepen. Onder moslims bestaat er bijvoorbeeld een groot verschil tussen sjiïeten en soennieten, met daarin nog diverse bewegingen gaande van gematigde soefisten en hanafieten tot radicale wahhabisten en salafisten. Toch is het opmerkelijk hoe snel de islam zich over de wereld heeft verspreid. Het jodendom en het christendom zijn veel ouder, waren breed gekend en aanvaard in de toenmalige wereld, maar konden toch niet verhinderen dat de islam zich snel en over grote gebieden zou verspreiden.

Over Mohammed en het ontstaan van de islam schreef de Nederlandse natuurkundige en wetenschapsjournalist Marcel Hulspas een bijzonder lijvig boek. Wie was Mohammed? Wat was zijn boodschap? En hoe kon de islam zich in zo korte tijd zo enorm verbreiden? De auteurs schetst een genuanceerd en realistisch beeld van de Profeet en de toenmalige wereld. Aan de hand van islamitische en niet-islamitische bronnen en de oudste biografieën over de profeet laat hij zien dat Mohammed onderdeel uitmaakte van een brede religieuze hervormingsbeweging in Arabië. Zo was Mohammed er met vele anderen van overtuigd dat de Arabieren moesten terugkeren tot de ware religie van Abraham. Hij waarschuwde de inwoners van Mekka dat ze de eredienst rond de Kaäba moesten zuiveren, maar vond nauwelijks gehoor. Nadat zijn volgelingen de stad hadden verlaten, zette hij zijn strijd voort vanuit Medina. Hulspas biedt de lezer een nieuwe kijk op het ontstaan van de islam. Zijn boek vormt een interessante bijdrage tot de kennis van de islam en van de profeet Mohammed.

Voor zijn onderzoek keert Hulspas ver terug in de tijd, namelijk bij de splitsing van het Romeinse Rijk in een Westelijk deel dat in 467 ten onderging en het Oost-Romeinse Rijk dat later werd aangeduid als het Byzantijnse Rijk met Constantinopel als bloeiend centrum. Daar domineerde het christendom, al leefden er op heel wat plaatsen ook heel wat joden die al snel te maken kregen met antisemitische acties door de christenen. De grote vijand van het Byzantijnse Rijk vormde in de zesde eeuw het Perzische Rijk, met het zoroastrisme als godsdienst. Byzantijnen en Perzen voerden voortdurend oorlog en putten elkaar op die manier ook wederzijds uit. Het is in die omstandigheden dat bij de Arabieren het besef groeide dat ze één volk vormden al was er van ‘een culturele en taalkundige, laat staan een politiek-militaire eenheid’ geen sprake, aldus Hulspas. In de pre-islamitische periode bekeerden heel wat Arabieren zich tot een van de monotheïstische godsdiensten, het christendom en het jodendom, of aanbaden ze traditionele goden. De diverse Arabische stammen vormden wisselende coalities met een van de strijdende partijen, de Byzantijnen of Perzen.

In de loop van de zesde eeuw begonnen Arabische schrijvers en dichters de ‘oorspronkelijke’ Arabische cultuur te verheerlijken, schrijft Hulspas. ‘De Arabieren, zo zeiden ze, moesten niet hun buren imiteren maar hun eigen gewoonten en gebruiken herontdekken en cultiveren (…) Echte Arabieren streefden naar het oude, zuivere leven in de woestijn.’ Het is in die context dat in de woestijnsteden op het Arabische schiereiland een religieus zelfbewustzijn bloeide. Uitgangspunt was dat de stamvader Abraham geen christen of jood was, maar ‘een moeslim, iemand die zich aan God had onderworpen’. Het was nog enkel wachten op een laatste, dit keer Arabische profeet die de ware inhoud van de religie van Abraham zou openbaren. Dat gebeurde voor het eerst door de profeet Mohammed rond het jaar 610 in de stad Mekka en duurde tot zijn dood in Medina in 632. De neerslag van deze openbaringen staan in de Koran, al werden die pas later neergeschreven. Het is dan ook onmogelijk te zeggen of de woorden van Mohammed – en voor zover het al om openbaringen van God gingen – correct zijn weergegeven. Hulspas geeft voorbeelden waaruit zou kunnen blijken dat bepaalde teksten dienden om de profeet en sommige van zijn medestanders in een goed daglicht te plaatsen.

Bijkomend probleem is dat de openbaringen niet in een chronologische volgorde in de Koran staan, schrijft Hulspas. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de openbaringen door de profeet maakt de auteur dan ook gebruik van oude biografieën over het leven van Mohammed en vergelijkt die dan met de soera’s in het voor moslims ‘heilige boek’. Zo zou volgens het woord van God de man het hoofd van het gezin zijn. Vrouwen moesten binnen blijven ‘en als ze toch op straat moeten, het hoofd bedekken met een omslagdoek’. Volgens soera 4:34 mag een man zijn vrouw slaan als zij opstandig dreigt te worden. Polygamie is toegelaten en slavernij wordt volgens het woord van God niet afgewezen. Dergelijke bepalingen zorgden niet voor onrust. Wel het feit dat er volgens Mohammed maar één God bestaat. De Mekkanen geloofden immers in het bestaan van drie dochters van God die als een soort bemiddelaars tussen God en de mens functioneerden. Dit vormt de kern van het probleem voor Mohammed en zijn eerste medestanders. Het zal ertoe leiden dat ze onder druk van de Mekkanen de stad moeten verlaten en zich gaan vestigen in Medina.

Vanaf dat moment bindt Mohammed met zijn eerste schare gelovigen de strijd aan met zowel de inwoners van Mekka als met de Joden in Medina die volgens de profeet een kwaadaardig volk waren en weigerden te aanvaarden dat er nieuwe openbaringen konden gebeuren. In Medina ontplooit Mohammed zich tot een overtuigde en krijgslustige moslim die met geweld zijn geloof begint op te leggen aan anderen. De eerste grote confrontatie met de bewoners van Mekka gebeurde bij de slag bij Badr. Daar haalt Mohammed – dank zij God natuurlijk – een belangrijke overwinning. Wat volgt is een reeks van overvallen, moordaanslagen (vaak op instigatie van de profeet in naam van God) en massamoorden om de ongelovigen te straffen of te bekeren. Daarbij kregen ook de joden het hard te verduren al was dat in die tijd geen uitzondering. ‘Mohammed leefde in een tijd waarin de Joden in heel het Midden-Oosten bijna voortdurend werden aangevallen en opgejaagd, ofwel omdat ze nu eenmaal de moordenaars van Jezus waren geweest, ofwel omdat ze vijanden van het ware geloof en stiekeme bondgenoten, de “vijfde colonne” van de duivelse Perzische tegenstander, zouden zijn,’ schrijft Hulspas. Volgens God moesten de joden worden verstoten, opgejaagd en vermoord.

Intussen huwde Mohammed regelmatig met een andere vrouw. Zo ook met Aisja toen ze zes jaar was (en met haar geslachtsgemeenschap had op haar negende). Opvallend is dat de profeet bij het zien van een mooie vrouw plots een openbaring kreeg dat hij ermee moest trouwen. Het zorgt echter voor spanningen in het gezin, vooral dan met de jaloerse Aisja en ook hier moet God via zijn profeet al eens tussenbeide komen. Maar verder staat het leven van Mohammed in het teken van het verbreiden van het geloof. Zo neemt hij de stad Chaibar in waar veel joden woonden. Velen worden gedood, anderen worden slaven van de moslims. En uiteindelijk krijgt hij ook Mekka onder controle waar hij een ommegang rond de heilige steen Kaäba uitvoert (sindsdien een verplichting voor elke moslim). Vanaf dan gaat het nog sneller en worden hele stammen overwonnen die zich dan doorgaans bekeren. En finaal vallen ze ook het uitgeputte Byzantijnse en verslagen Perzische Rijk binnen. Eén kwestie kon Mohammed blijkbaar niet goed geregeld krijgen: dat van zijn opvolging. Volgens de ene versie stierf hij in de armen van Ali die aanspraak maakte op het leiderschap (waaruit de sjiieten voortkomen) en volgens de andere versie in de armen van Aisja, de dochter van Aboe Bakr (waaruit de soennieten voortkomen). Die laatste haalt het en slaagt erin de islam verder te verbreiden.  

‘Mohammed en het ontstaan van de islam’ is een uitstekend boek voor wie op zoek gaat naar de wortels van de islam. Tegelijk ontsluit het tal van Koranteksten die op het eerste zicht onverstaanbaar of dubbelzinnig zijn, waardoor de lezer een beter inzicht krijgt over wat er nu juist in dit ‘heilige boek’ staat.

 

Marcel Hulspas, Mohammed en het ontstaan van de islam

Recensie door Dirk Verhofstadt

mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be

Print Friendly and PDF
1945. Biografie van een jaar

1945. Biografie van een jaar

Eerste John Stuart Mill lezing door Nick Clegg

Eerste John Stuart Mill lezing door Nick Clegg