Seks en leugens in de islam - Leo De Haes

Seks en leugens in de islam - Leo De Haes

Er blijven maar bergen boeken over de islam verschijnen en als ze al iets gemeen hebben, is dat je er niet vrolijker van wordt. De Frans-Marokkaanse romanschrijfster en Prix Goncourt-winnaar Leïla Slimani schetst in Seks en leugens. Gesprekken met islamitische vrouwen een bijzonder somber beeld van de situatie van de vrouw en de verknipte relatie tot het eigen lichaam en seksueel plezier in Marokko. Publieke blijken van genegenheid, liefde, tederheid of verliefdheid zijn bij wet verboden. Jonge ongehuwde stellen kunnen niet in een hotel terecht, want daar vragen ze geheid een huwelijkscertificaat. Ze zoeken dus hun heil in auto’s op verlaten plekken of in bossen, en zelfs daar riskeren ze betrapt te worden door de politie, die corrupt genoeg is om voor een handvol dinars de wet niet te handhaven.

Dat soort corruptie lok je natuurlijk uit in een samenleving waar niets voor het huwelijk mag en iedereen toch met seks experimenteert, ook de vrome schijnheilige meisjes die zich in lange gewaden en een hoofddoek wikkelen. Liegen tegen je ouders, tegen de buren, tegen je vrienden en jezelf wordt dan een tweede natuur. En zwijgen! “Zwijg, er wordt geneukt,” vat professor seksualiteit Abdessamad Dialmy de situatie kernachtig samen. En er heerst, zoals in de hele Arabische wereld, nog altijd de cultus van de maagdelijkheid van de vrouw – al staat daarover niets in de Koran. De man mag als een beest rondneuken, aldus Slimani, maar de moeder van zijn toekomstige kroost moet en zal maagd zijn. “Voor veel mannen (en soms ook vrouwen) zit er niets tussen een deugdzame vrouw en een hoer. Ze hebben een uiterst zwart-witbeeld van de vrouw,” aldus de anoniem geïnterviewde Rim.

Om de schijn van ‘ongeschonden’ bruid op te houden bestaan er allerlei middeltjes: anale seks, kindhuwelijken, maagdenvliesherstellingen. Die laatste vormen big business in deze liefdeloze geperverteerde wereld. Wie toch ongetrouwd zwanger wordt, kan het schudden. Abortus is verboden (tenzij bij verkrachting, incest en misvorming van de foetus), dus moet je als meisje de illegaliteit in. Honderden vrouwen sterven zo jaarlijks in afschuwelijke omstandigheden. Een andere noodoplossing, wil je als vrouw niet verstoten worden door de hele gemeenschap, familie incluis, is het kind in het geheim baren en het op de vuilnisbelt achterlaten. En dan heb ik het nog niet over homoseksualiteit, eerwraak, verkrachting en vernederingen gehad.

De geobsedeerdheid van de islam door seks blijft me steeds verbazen. Wat is de zin om tegen genot, geluk en liefde van mensen te zijn? Leïla Slimani schetst via haar gesprekspartners de pijnlijke tweespalt in de Marokkaanse en met uitbreiding Arabische maatschappij: een patriarchaal systeem dat met een archaïsche repressieve religie koste wat het kost het ontluikend feminisme en de moderne levensstijl van de stedelijke middenklasse onder controle probeert te houden. Het knarst en schuurt, in de eerste plaats voor vrouwen. Het individu is niet van tel. Maho Sano, die De Vagina Monologen in Marokko organiseerde, vat het nog het krachtigst samen: “Als het maagdenvlies niet bestond, zou er vrijheid zijn.”

Nog straffere kost is het laaiende pamflet Vernietig het islamitisch fascisme van de Marokkaans- Franse journaliste Zineb El Rhazoui. Ze werd atheïst en redacteur van Charlie Hebdo. Ze ontsnapte aan de moordaanslag en is sindsdien de meest bewaakte vrouw van Frankrijk. Deze heftige ervaringen verklaren wellicht de iets te felle titel. Overigens maakt ze hem niet echt waar, omdat ze de vergelijking islam-fascisme niet behoorlijk uitwerkt. Jammer eigenlijk. Maar alleen al om de deconstructie van het begrip ‘islamofobie’ is dit pamflet de moeite waard. Zelf heb ik de term altijd een gemakkelijke discussiestopper gevonden, uniek in het maatschappelijk debat, want niemand heeft het ooit over katholicofobie, hindoeïsmofobie, boedhismofobie, calvinistofobie…

Zineb El Rhazoui noemt het een semantische truc bedoeld om islamcritici te kunnen beschuldigen van racisme. Wie de term ‘islamofobie’ gebruikt,  beschouwt de islam namelijk niet alleen als een religie maar als een ras én een haast homogene beschaving. Hoe onwaar ook, het werkt als sluipend gif in discussies. Elke vorm van kritiek is dan, aldus de auteur, “een argumentum ad hominem jegens honderden miljoenen mensen op aarde”. Sterker, “als je vindt dat de islam een treurig lot voor vrouwen in petto heeft, als je eraan herinnert dat de profeet (…) persoonlijk aan jihad deed en dit geen uitvinding is van terroristen uit de twintigste eeuw, als je je erover opwindt dat in deze religie op afvalligheid de doodstraf staat, als je Mohammed geen heilige vindt omdat hij met een meisje van zes trouwde, of als je verwijst naar de door zijn legers gepleegde massamoorden, dan ben je islamofoob.”

En zo dendert de auteur door. Haar opwinding is begrijpelijk, zeker in de beangstigende Franse context. Het Collectif contre l’islamophobie en France eist namelijk dat islamofobie niet langer als een mening wordt beschouwd maar als een misdaad. Moet er nog een kalifaat zijn? Trouwens, in moslimlanden bestaat geen islamofobie, simpel, omdat op godslastering of afvalligheid de doodstraf staat.

Geen wonder dat meer en meer moslims in het Westen ongelovig worden en zich willen ontdoen van de ballast van hun religie, tradities en andere geluksremmers. Boris van der Ham en Rachid Benhammou geven in Nieuwe Vrijdenkers twaalf voormalige moslims een platform. Wat meteen opvalt, is dat meer dan de helft van deze mensen niet met naam en toenaam in het boek willen, uit vrees voor represailles van hun coming out. Hoewel de helft van de moslims in Nederland nooit naar de moskee gaat, kun je het niet maken om publiek van je geloof af te vallen. Niet alleen omdat je dreigt verstoten en geïntimideerd te worden of omwille van de geschonden eer van je familie, maar ook omdat niemand zijn ouders pijn wil doen.

Als Fatima El Mourabit zich in De Telegraaf als atheïst uit, ziet haar moeder haar eigen toekomst zwart in: “Als ik straks dood ben, kom ik je niet tegen in de hemel.” Of in de woorden van Karim: “Ze zien het als hun taak om mij naar het Paradijs te helpen en als ik zou zeggen dat ik daar niet in geloof neem ik hun wereldbeeld af.” Ga daar maar eens aanstaan. Pure geestelijke chantage. Geen wonder dat vele ex-moslims hun ware overtuiging thuis niet durven op te biechten. Overigens zijn ze vaak niet meer welkom.

De vader van Said El Haji verbood zijn zonen hoe dan ook nog met hun broer om te gaan. Ze ontmoetten hem toch nog, maar in het geheim. Als individu heb je totaal geen rechten, ook als moslim in het Westen “Alleen in mijn dromen kon ik mezelf zijn,” aldus schrijver Celal Altuntas. Kortom, je moet klakkeloos de regels van de gemeenschap volgen en wie daaraan wil ontsnappen staat aan een enorme sociale druk bloot en aan angst voor die druk.  Ook hier weer leugens, dubbellevens en hypocrisie dus. Alleen de moedigsten zeggen publiek waar het op staat.

Ook een interviewboek, maar wel een zeer apart, is God is groot. Eten, bidden en beminnen met moslims van Mounir Samuel. Socioloog en journalist Mounir is een Nederlands-Egyptische koptisch christelijke transman die vroeger als Monique onder meer de Arabische Lente versloeg voor de Nederlandse radio en tv. De laatste jaren publiceerde hij interviews met moslims in onder meer De Groene Amsterdammer en die zijn nu op een wat bizarre manier gebundeld. Hij duwt ze wat gekunsteld in een ramadandagboek want hij heeft - tot ontzetting van zijn diepgelovige ouders en christelijke vrienden - het idee opgevat om samen met moslimkennissen te vasten. Dat dagboek wil maar niks worden, ook al omdat hij  de ramadan om allerlei redenen moet onderbreken.

Mounier Samuel zoekt weliswaar toenadering tot de islam, maar hij heeft er tegelijk gefundeerde kritiek op. Wat helpt is zijn grote kennis van zowel de Bijbel als de Koran. Hij komt dan ook veel meer beslagen ten ijs dan de moslims die hij interviewt. Die kletsen vaak maar raak en praten imams na die imams napraten. De reden van zijn islaminteresse zijn zijn twee stukgelopen lesbische relaties met moslima’s (in de tijd toen hij nog Monique heette). Telkens strandden ze op onwaarheden, geheimdoenerij en de onwil van de moslimpartner om  voor de andersgelovige geliefde te kiezen.

Zie Seks en leugens van Slimani. “Nergens gaat het gezegde ‘niets zo streng als de navelstreng’ meer op dan binnen de islamitische gemeenschap.” Ooit vroeg Samuel Mounier zijn Egyptisch-Nederlandse ex-vriendin: “Wat zou je moeder eigenlijk erger vinden. Dat je lesbisch bent of dat je een IS-strijder wordt”  Het ontstellende antwoord is: “Het eerste. Als jihadist ben ik tenminste nog moslim, als lesbienne niet.” Dat is een wezenlijk verschil tussen christendom en islam. De ouders van Mounir zijn niet gelukkig met de seksuele transitie van hun dochter, maar ze accepteren die en verstoten hem niet.

Moslimouders daarentegen verwerpen hun eigen kinderen, in het ergste geval laten ze ze vermoorden. Hun geluk kan ze niks schelen, het gaat om wat mag en niet en om de eer van de familie in hun gemeenschap. Ik heb het altijd wat bizar gevonden dat een eremoord niet als oneer voor de familie wordt gezien. Soit. Hoewel Mounir oprecht probeert de islam te begrijpen en die interesse elegant verwoordt, schetst hij er via zijn geïnterviewden toch onbewust een naar beeld van. Ze klagen voortdurend de vooroordelen en generalisaties van derden aan, maar zelf framen ze voortdurend andersdenkenden op een negatieve manier.

Nog hinderlijker is het diepe narcisme en het gekoketteer, zo van: zie mij eens worstelen met god en/of mijn gendertransitie .  Daardoor draait het boek in een iets te eng(geestig) kringetje rond om boeiend te blijven, hoe sierlijk Nederlands Mounir ook schrijft. Het is te gefixeerd op particulier wollig religieus geworstel vermengd met dito vragen over gender(transitie).

Van de weeromstuit heb ik Baanbrekers. Kracht uit afkomst van Güler Turan eropna gelslagen. Wat een verademing. Türan is een gewezen advocaat en Vlaams parlementslid voor de SP.A en heeft voor haar boek ondernemers (M/V) gesproken met buitenlandse roots, onder wie ook niet-moslims. Wat meteen opvalt, is hoe weinig deze lui het over hun geloof hebben. Ze staan in het volle leven, zijn succesvol, hebben een zaak uit de grond gestampt, nieuwigheden bedacht en zijn zich ervan bewust dat ze met hun werk bijdragen leveren aan economie en samenleving, sommigen ook expliciet door met een deel van hun winst of inkomen goede doelen te steunen, hier of in hun land van herkomst. Ondanks de discriminatie die sommigen van hen ondervinden, gaan ze keihard hun eigen gang. Ze hebben een doel in het leven en, typisch, hoe succesvoller ze zijn hoe minder discriminatie ze tegenkomen. Geen gezeur, maar handen uit de mouwen. En durven. Hun geloof is hooguit een privézaak Een heuse verademing om te lezen.

 

Leïla Slimani, Seks en leugens. Gesprekken met islamitische vrouwen, Nieuw Amsterdam, 160 pag., € 18,99

Zineb El Rhazoui, Vernietig het islamitisch fascisme, Prometheus, 72 pag., €10

Boris van der Ham & Rochid Benhammou, Nieuwe vrijdenkers. 12 voormalige moslims vertellen hun verhaal, Prometheus, 208 pag., €19,99

Mounir Samuel, God is groot. Eten, bidden en beminnen met moslims, Uitgeverij Jurgen Maas, 344 pag.,€19,95

Güler Turan, Baanbrekers. Kracht uit afkomst, Houtekiet, 200 pag., € 21,99

 

Recensie door Leo De Haes

Print Friendly and PDF
Baas over eigen vinger - David Van Turnhout

Baas over eigen vinger - David Van Turnhout

De klimaatparadox - Peter van Druenen

De klimaatparadox - Peter van Druenen