Vlaamse laaggeletterdheid kost ons elk jaar 425 miljoen euro - Wouter Duyck

Vlaamse laaggeletterdheid kost ons elk jaar 425 miljoen euro - Wouter Duyck

Het NRC Handelsblad berichtte vorige week dat laaggeletterdheid in Nederland elk jaar 1,1 miljard EUR kost. Dat werd berekend door adviesbureau PwC op vraag van de stichting Lezen & Schrijven. 2,5 miljoen laaggeletterden lopen zelf een dikke 500 miljoen EUR inkomsten mis, en kosten de samenleving een vergelijkbaar bedrag aan uitkeringen en zorg. Eenzelfde probleem bestaat in Vlaanderen, maar hier dreigt het ook nog eens veel verder te ontsporen. Het is tijd om hier iets aan te doen, en meer in te zetten op taalontwikkeling in het onderwijs.

Voor Vlaanderen bestaat eenzelfde studie niet. Maar er zijn voldoende cijfers om aan te nemen dat het probleem, en de kost van laaggeletterdheid, hier minstens even groot is. Het PISA onderzoek van de OESO vergelijkt onder meer taalvaardigheid in het secundair onderwijs tussen landen. Het toont dat in Nederland en Vlaanderen eenzelfde aandeel van de leerlingen (17%) niet voldoende geletterd is. In Vlaanderen gaat het dan om 1,1 miljoen mensen die niet over de nodige taalvaardigheid beschikken om in het dagelijks leven enigszins normaal en efficiënt te kunnen functioneren.

Dat is een probleem omdat dit drastisch de kansen op werk vermindert, maar ook een grote impact heeft op het salaris voor wie wél nog aan een job geraakt. Extrapolatie van de Nederlandse berekening levert een kost op van 425 miljoen EUR voor Vlaanderen. Elk jaar, een structurele kost. Dit is dan nog een conservatieve schatting, want enkel directe effecten worden meegerekend. De gevolgen op (lagere) consumptie worden bijvoorbeeld niet meegenomen. Enkel de lagere belastingopbrengsten, hogere uitkeringen, armoedebestrijding en zorgkosten worden in rekening gebracht. Daarnaast creëert laaggeletterdheid ook nog eens immateriële kosten, zoals een lager vertrouwen in politiek en maatschappij, een gebrekkige sociale integratie en oververtegenwoordiging in criminaliteit. Een gebrekkige cognitieve ontwikkeling van taalvaardigheid heeft dus een enorme maatschappelijke kost.

Dé plek waar dit probleem, en de gevolgen voor de economie, moeten aangepakt worden is uiteraard het onderwijs. Psychologen Ritchie en Bates volgden 19000 leerlingen gedurende veertig jaar lang in het vakblad Psychological Science. Ze stelden vast dat 7-jarigen die 1 leesniveau stijgen 40 jaar later een 6400 EUR hoger salaris krijgen, onafhankelijk van sociale afkomst. Dat gold voor de kinderen die de slechtst presterende 20% ontsnapten en zich bij de volgende 20% aansloten, maar ook voor degene die bij de top 20% aansloten vanuit het niveau daar net onder. Taalontwikkeling heeft dus een enorme impact op economische ontwikkeling, voor àlle leerlingen.

Terwijl de situatie in Vlaanderen bij (jong)volwassenen vandaag allicht nog vergelijkbaar is met Nederland, dreigt (de kost van) laaggeletterdheid echter vooral in Vlaanderen sterk toe te nemen. Zo blijkt uit een ander onderzoek, de Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS). PIRLS bestudeert taalvaardigheid bij jongere kinderen, in het lager onderwijs. PIRLS toonde dat het in Vlaanderen, de sterkste daler, nu een half (leer)jaar langer duurt vooraleer kinderen in het vierde leerjaar hetzelfde niveau halen als een decennium geleden. In Europa doen enkel Frankrijk, Georgië en Malta het gemiddeld nog slechter. Twintig procent van de Vlaamse leerlingen haalt niet een niveau dat enigszins beschermt tegen latere laaggeletterdheid. Ter vergelijking: in Nederland is dat op die leeftijd maar twaalf procent. Het risico op laaggeletterdheid van onze jongere leerlingen, en de bijhorende kost, is hier dus bijna dubbel zo groot. Ook het aantal leerlingen dat topprestaties levert is trouwens maar de helft van Nederland, én van het internationale gemiddelde. Hoezo kenniseconomie? En uitgerekend in talen. Waar Vlaanderen zo trots op was, toen het nog niet zo welvarend wass…

Men zou denken dat dergelijke resultaten iets in beweging zetten, en leiden tot crisisvergaderingen allerhande, waarin nagedacht wordt hoe dit tij gekeerd kan worden. Moeten we niet opnieuw inzetten op leren en taal? Was het wel een goed idee om de instructietijd voor taal te reduceren van 15% naar 9% van de onderwijstijd in dezelfde periode? Niets daarvan in het Vlaamse onderwijsland. Doen slechts drie Europese landen het nog slechter? Bijna een half jaar na dit alarmsignaal is het oorverdovend stil gebleven bij de vele onderwijskoepels die ons land rijk is. Geen énkele reactie: de vele pedagogische begeleidingsdiensten, uiteraard mét respect voor de levensbeschouwingen, hebben dringender zaken te doen. Er werd druk gewerkt aan dialoogscholen en leerlijnen over burgerschap. Dat te veel van onze leerlingen ondertussen niet meer kunnen lezen, blijkt bijzaak. In plaats van leerlingen te leren om te lezen, zich te informeren en na te denken, wordt door het onderwijs neergeschreven wat ze moeten denken. Dat moet anders. Als zowel de taalkelder als het wiskundedak in brand staan moet er geblust worden. Het is hoog tijd dat onderwijs opnieuw om leren draait. De factuur van deze nalatigheid is ondertussen voor u, de belastingbetaler.

Wouter Duyck

De auteur is professor cognitieve psychologie aan de UGent. Deze tekst  verscheen eerst  in De Tijd van 10 april 2018

Print Friendly and PDF
De gewone man - Jos Palm

De gewone man - Jos Palm

De Republiek der Letteren - Hans Bots

De Republiek der Letteren - Hans Bots