Erfgenamen van de aarde - Chris D. Thomas

Erfgenamen van de aarde - Chris D. Thomas

Zoals de titel van het boek reeds zelf aangeeft,  hebben we hier te maken met een optimistisch verhaal rond de toekomst van onze natuurlijke biotoop. Tegen de gangbare stelling in dat de mens als onderdeel van de natuur zelf vlijtig bezig is zijn eigen biotoop stuk te maken (door overdreven industrialisatie, ontbossing, industriële landbouw, water- en luchtvervuiling etc.) wil de auteur  aantonen  dat het allemaal  niet zo’n vaart loopt. Integendeel zelfs, hij beweert dat dankzij de mens de biodiversiteit is juist toegenomen in de plaats van af te nemen.

Als extreme voorbeelden geeft hij aan dat onze blauwe planeet door haar evolutie heen belaagd is geweest door allerlei externe uitdagingen: er zijn hier meteorietinslagen geweest die meerdere malen aanleiding hebben gegeven tot ijstijden en hele diersoorten (denken maar aan de dinosaurussen en al hun varianten, mammoets etc.) zijn inderdaad definitief uitgestorven. Maar conform de wetten van Darwins ‘survival of the fittest’, hebben andere diersoorten die leemtes opgevuld en laten ze toe dat de planeet verder draait. Kortom, er is volgens de auteur geen reden tot pessimisme of doemdenken. Verandering is er altijd geweest en zal er altijd zijn, en de natuur beschikt over een ongelofelijke veerkracht om daar duurzaam mee om te gaan.

Aan de hand van vier grote ‘verwoestingen’ die de mens aanricht probeert  Thomas  aan te tonen dat er inderdaad op bepaalde plaatsen ‘verliezen’ worden geleden, maar dat er op dezelfde plaats of ergens anders minstens even grote ‘winsten’ worden geboekt op het gebied  van biodiversiteit. Hij heeft het over het kweken van dieren om aan vlees en voedsel te geraken, over het inpalmen van ruimte om aan industriële landbouw en/of bewoning te doen, over de klimaatopwarming als gevolg van alle menselijke activiteiten, en over het bewust of onbewust verplaatsen  van dieren  of planten naar andere delen  van de wereld. Dit illustreert hij met voorbeelden kris kras van over de hele wereld. Bovendien bestrijdt hij de mythe dat de mens vroeger meer in harmonie met de natuur leefde. Volgens de auteur is dat een fictief en geromantiseerd beeld dat nergens onderbouwd wordt door historisch onderzoek en/of inzicht.

Heel dit proces van kruisbestuiving en ‘migratie’ binnen de biotoop verliep vroeger tergend langzaam, denken we maar aan het ‘driften’ van de tektonische platen, waardoor gebieden die vroeger geïsoleerd waren nu in elkaar geschoven zijn en andere delen die vroeger één geheel vormden nu door zeeën  gescheiden zijn. Daardoor konden dieren, zaden en planten wel of niet vlot in contact komen met andere soorten. Vandaag, door of dankzij de tussenkomst van de mens, verloopt dit proces ongelofelijk snel. Scheep- en luchtvaart nemen niet alleen (economische) vracht mee, maar ook allerlei dier- en plantensoorten. Denk bijvoorbeeld aan muizen en ratten die als verstekeling de wereld rondreizen. Insecten staan in minder dan 24u aan de andere kant van de wereld. Grote containerschepen, als ze niet volgeladen zijn, pompen ‘ergens’ (zee)water op  als ballast en storten dit in een totaal andere uithoek van de wereld  terug in zee (met al het biologisch leven dat het bevat). Hierdoor neemt op mondiaal niveau de biodiversiteit enorm toe. Hoewel de auteur niet ontkent dat sommige aldus  getransporteerde soorten meer kwaad dan goed hebben gedaan in hun nieuwe omgeving, geeft hij talrijke voorbeelden aan waar net het omgekeerde het geval is. Zijn verhaal blijft in elk geval positief en optimistisch.

In feite is zijn stelling de volgende. De mens als (weliswaar bijzonder) zoogdier, maakt zonder meer deel uit van de hele natuur. Hij staat er niet los of boven van en bepaalt, zoals al het andere, mee de continue veranderingen. Dat is geen ‘aanslag’ op de natuur, aldus Thomas, noch een verwoesting of bedreiging. Het is gewoon een totaal natuurlijk proces, zoals het altijd is geweest en altijd zal zijn. De auteur beseft echter maar al te goed dat we hoe dan ook waakzaam moeten blijven, en daarom schuift hij vier basisprincipes naar voor die een realistisch (en dus geen romantisch) natuurbeleid zouden moet sturen. Open staan voor  gunstige veranderingen en deze accepteren en verspreiden, flexibel blijven,  alle mogelijke middelen inzetten omdat menselijk handelen natuurlijk is, en de beperkingen van de natuur beter leren kennen en aanvaarden. Dit wordt verder uitgewerkt in het laatste hoofdstuk.

Zeker een boeiend boek, met een eindeloze rij van interessante voorbeelden uit alle hoeken van de wereld. Eén vraag die hij zich echter niet stelt bij zijn stelling dat er altijd verandering  is geweest en de biotoop zich wel aanpast, is als in dit veranderingsproces waar er altijd  winnaars, maar ook verliezers zijn, één van de soorten die het niet haalt de mens is. Wat dan?

 

Chris D. Thomas, Erfgenamen van de aarde. Een optimistische kijk op de natuur in het tijdperk  van de mens, Nieuw Amsterdam, 2018

 

Recensie door Mark Bienstman

mbienstman@hotmail.com

Print Friendly and PDF
Galicische wetten - Philippe Sands

Galicische wetten - Philippe Sands

Debat Mei '68 - 50 jaar later

Debat Mei '68 - 50 jaar later