Het Zwart-Wit denken voorbij - Piet Emmer

Het Zwart-Wit denken voorbij - Piet Emmer

Een van de heetste hangijzers van dit moment in Nederland is de omgang met het koloniaal- en slavernijverleden. Al jaren woedt er een heetgebakerde discussie over dit onderwerp waarbij de nuance vaak ver te zoeken is. Zowel het kamp dat meer aandacht wenst voor het slavernijverleden als het kamp dat zich verzet tegen teveel aandacht hiervoor hanteren regelmatig een feitenvrije vorm van argumentatie.

Piet Emmer, emeritus hoogleraar Europese expansie en migratie aan de Universiteit Leiden probeert middels zijn laatste boek Het Zwart-Wit denken voorbij. Een bijdrage aan de discussie over kolonialisme, slavernij en migratie, juist meer op feiten gebaseerde argumenten in te brengen in de discussie. In een goed, met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd betoog, haalt hij dan ook fel uit naar partijen in het debat wier argumenten van feitelijkheid gespeend zijn.

Die titel van het boek, Het Zwart-Wit denken voorbij, heeft in dat opzicht ook een dubbele lading. Als eerste wil Emmer voorbijgaan aan de het veelal onterechte frame van tegenstellingen tussen ‘zwart’ en ‘wit’ waar het debat vaak mee wordt geconfronteerd. Als tweede laat Emmer aan de hand van de geschiedenis zien dat de realiteit van het koloniaal- en slavernijverleden soms veel grijzer is dan menigeen wil laten doen lijken.

Het boek vangt aan met de tekst die Emmer uitsprak bij de Johan de Wittlezing van 2017. De strekking van de lezing is dat het verleden een vreemd land is. Hiermee bedoelt Emmer te zeggen dat je het verleden dient te beoordelen aan de hand van de maatstaven uit die tijd, en niet die uit het heden. Emmer uit dan ook felle kritiek op wat hij ‘de nieuwe beeldenstorm’ noemt, de neiging om eenzijdig bepaalde episodes en personen uit het verleden te framen als fout – zonder hierbij dit verleden breder in ogenschouw te nemen – en het uit te willen wissen.

Naast het feit dat deze kijk op de geschiedenis van alle nuance gespeend is –Emmer laat in zijn boek overtuigend zien dat veel Europeanen het in die tijd ook niet heel veel beter hadden dan sommige groepen slaven of koloniale onderdanen –, is een groot bezwaar van Emmer tegen de huidige toon in het debat dus ook dat op deze wijze een verwrongen beeld van de geschiedenis ontstaat. Geschiedenis, aldus Emmer, dient hierbij vooral als politieke agenda en excuus. Excuus bijvoorbeeld voor de achterstanden die bepaalde landen in de loop der geschiedenis hebben opgelopen en die ze, zoals Emmer aantoont, eigenlijk al hadden voor de slavernij en kolonisatie maar waarbij die laatste wel als primaire oorzaak voor deze achterstanden in het debat door sommigen wordt opgevoerd.

Het boek is doorspekt van feiten die in het hedendaagse debat weinig aan bod komen. Zo schetst Emmer niet alleen een beeld van grote delen van Europa waar mensen in weinig betere omstandigheden leefden dan slaven – iets wat het zwart-witte frame van Europa vs. de koloniën danig onder druk zet – maar toont ook aan dat de slavernij Europa eigenlijk maar weinig heeft opgeleverd. Sterker nog, de stelling dat het Europa eerder geld gekost heeft en in haar ontwikkeling heeft geremd zou ook verdedigd kunnen worden. Het argument dat Europa haar welvaart aan kolonisatie en slavernij te danken heeft wordt daarmee feitelijk weerlegd. Ook laat Emmer zien dat de omvang van de Europese handel in Afrikaanse slaven in zowel absoluut opzicht nog beperkt was ten opzichte van Afrikaanse slavenhandel met sommige andere delen van de wereld.                                                                                     

Weer een ander element wat in de discussie weinig aan bod komt is dat de afschaffing van de slavernij het punt was waar Europa zich ten aanzien van de slavenhandel in onderscheidde ten opzichte van de rest van de wereld. De ontwikkelingen in Europa leidden in dit opzicht niet alleen tot de afschaffing van de slavernij in de Europese koloniën, maar ook in andere delen van de wereld, waaronder de Arabische wereld. Überhaupt bekleedde Europa in de tijd van de slavernij al een unieke positie, doordat het continent de enige plek ter wereld was waar slavernij, formeel althans, verboden was. Dergelijke feiten verdienen zeker meer aandacht dan dat ze nu krijgen in het debat over de slavernij.

Een ander punt waar Emmer meer afrekent is het identiteitsdenken wat een steeds grotere rol gaat spelen in het debat over kolonialisme en slavernij, en overigens ook in debatten over veel andere onderwerpen. Door de aanhangers van dit identiteitsdenken wordt gesteld dat je eigenlijk alleen goed onderzoek kunt doen naar deze onderwerpen als je de juiste huidskleur hebt, waarbij ‘zwart’ goed is, en ‘wit’ een stuk minder goed. Ook hier brengt Emmer de nodige nuance aan door te laten zien dat huidskleur weinig zegt over de kwaliteit van het onderzoek, en dat het onderzoek naar deze onderwerpen op dit moment juist bloeit ondanks dat de populatie van onderzoekers op dit moment weinig etnisch divers is. Desondanks zien we toch een grote diversiteit aan meningen in de wetenschap, iets wat de wetenschap meer vooruit stuwt dan puur en alleen verschil in huidskleur.

Het Zwart-Wit denken voorbij is dan ook een aanrader voor wie ook daadwerkelijk aan het zwart-wit denken voorbij wil gaan. Het boek is zoals gezegd doorspekt van feiten die op dit moment weinig in het debat aan het licht komen, en laat de grijze nuance zien op plekken waar de discussie soms erg zwart-wit lijkt. Enerzijds logenstraft Emmer met zijn argumenten veel van de critici uit bijvoorbeeld antiracistische hoek, maar anderzijds geeft hij ook wel degelijk geregeld een moreel oordeel over de geschiedenis waarbij hij kritisch is op kolonisatie, racisme en andere misstanden. Maar hij blijft hierbij wel consequent het verleden in haar context plaatsen, en langs de maatstaven van die tijd beoordelen zonder hierbij in overdreven relativisme te vervallen.

De voornaamste kritiek op het boek zou desondanks toch kunnen zijn dat Emmer iets te weinig aandacht besteed aan de kritiek op de meer nationalistische, conservatieve stemmen in het debat, die het verleden het liefst dood zouden willen zwijgen, of sterker nog, dit zelfs willen verheerlijken. Een enkele keer komen zij aan bod, waarbij Emmer zich ook in dit opzicht kritisch opstelt, maar dit had wat vaker mogen gebeuren om het boek iets meer balans te geven. Desondanks is het boek toch een erg feitelijke, genuanceerde bijdrage aan een vaak ongenuanceerd debat. Het Zwart-Wit denken voorbij doet haar naam dan ook eer aan.

 

Piet Emmer, Het Zwart-Wit denken voorbij, Nieuw Amsterdam, 2018

Recensie door Gert Jan Geling

Print Friendly and PDF
De olijke atheïst - Floris van den Berg

De olijke atheïst - Floris van den Berg

Debat Mei '68 - 50 jaar later

Debat Mei '68 - 50 jaar later