Het falen van het utilitarisme - El Hammouchi Othman

Het falen van het utilitarisme - El Hammouchi Othman

In een substantieel essay op deze website repliceert Thomas Rotthier op een stuk dat ik een tijdje geleden schreef, waarin ik mijn treurnis uitte omwille van het resultaat van het abortusreferendum in Ierland en argumenteerde dat abortus een immorele praktijk is. De filosofische achtergrond van de auteur blijkt overduidelijk uit zijn stuk, en het was een hele verademing om een koele, bedachtzame reactie te lezen op mijn betoog, in plaats van de beledigende en inhoudsloze commentaren waar ik doorgaans mee overstelpt word.

Dhr. Rotthier stelt terecht vast dat mijn argumentatie zeer zwaar leunt op een verwerperping van het utilitarisme als een houdbaar ethisch standpunt. Die heb ik gedaan door te wijzen op het deontologische element in onze morele intuïtie. Dhr. Rotthier leidde hieruit af dat ik een deontoloog ben in de moraal, en bouwt een aanzienlijk deel van zijn betoog op tegen deze stroman. Ik geloof echter, zoals men wellicht wel kan vermoeden, in goddelijke bevelstheorie, zodat mijn morele filosofie gebouwd is rond de notie van een openbaring waaruit allerlei regels afgeleid kunnen worden, die deontologische, utilitaristische of zelfs eudaimonistische elementen kunnen bevatten. Gezien deze positie echter bijzonder moeilijk gebruikt kan worden in maatschappelijke debatten (omdat men de tegenstander dan eerst zou moeten overtuigen van het bestaan van God, enz.), vertrek ik in opiniestukken meestal van een algemeen idee van het sociaal contract, aangevuld met morele intuïties die door vrijwel iedereen onderkend worden.

Het gedachte-experiment wat ik in mijn oorspronkelijke stuk gaf om het utilitarisme onderuit te halen toont aan, wanneer men de morele irrelevante en contingente aspecten ervan weghaalt, dat utilitaristische principes slechts tot op zekere hoogte werken. Ik ontken geenszins dat utilitaristisch denken vaak zijn nut heeft bij het nemen van concrete morele beslissingen, en dat het zijn verdienste in de geschiedenis heeft bewezen (hoewel de keerzijde ervan – hedonisme, culturele degeneratie, egocentrisme, hyperindividualisme, enz. – niet genegeerd mag worden). Maar het is een feit dat utilitaristische morele redeneringen op een gegeven moment botsen op een intuïtieve grens.

Dhr. Rotthier doet de suggestie het denken van John Stuart Mill te gebruiken om tegenvoorbeelden uit te schakelen: hij wilt de notie van het ‘uithollen van rechten’ gebruiken om te argumenteren dat het geheel opofferen van individuen aan de utiliteitscalculus op de lange termijn leidt tot een verlaging van het totale geluk. Los van het feit dat dit geen direct verband lijkt te houden met mijn voorbeeld – de man die bedolven raakt onder telecommunicatie-infrastructuur is niet in die situatie omdat zijn rechten willekeurig beperkt werden – is het niet bijster moeilijk ook hierop een tegenvoorbeeld te verzinnen. We weten dat een bepaald percentage van de bevolking leidt aan pedofiele gevoelens, dit geheel onafhankelijk van hun vrije wil. Beschouw nu het volgende gedachte-experiment: we selecteren eenmalig willekeurig kinderen in onze maatschappij en zonderen ze af op een onzichtbare locatie, waar pedofielen naartoe mogen om ze te misbruiken. We organiseren de zaak zo dat deze groep mensen zichzelf onderhoudt: ze baren onderling en met de pedofielen nieuwe kinderen. Op die manier verhogen we het totale geluk door te voorzien in de seksuele bevrediging van een segment van de maatschappij door een kleinere groep te laten lijden. Omdat de inbreuk op individuele rechten slechts eenmalig optreedt (bij het stelen ervan) zal de impact hiervan relatief beperkt blijven bij het vestigen van een precedent, wat na een paar decennia vergeten zou worden. De utiliteitscalculus wordt dus op de lange termijn niet benadeeld. Zou iemand echter durven beweren dat dit een goede stand van zaken zou zijn?

De les die hieruit getrokken kan worden is de volgende: vanaf een bepaald ogenblik doet de utiliteitscalculus er niet meer toe, en worden we geconfronteerd met het brute, deontologische, absolute feit van de menselijke waardigheid. Een kind lever je niet uit aan het verschrikkelijke lijden van seksueel misbruik, ongeacht de gevolgen dat dit heeft. En op gelijkaardige wijze argumenteer ik dat je een mens in de baarmoeder niet mag doden, ongeacht de utilitaristische constatering dat het niet kan lijden.

 

El Hammouchi Othman

Print Friendly and PDF
Pessimisme versus optimisme

Pessimisme versus optimisme

De wetenschappelijke revolutie - Rienk Vermij

De wetenschappelijke revolutie - Rienk Vermij