Tegen de terreur - Beatrice De Graef

Tegen de terreur - Beatrice De Graef

Het nieuwe machtsdenken na Napoleon

Het Congres van Wenen (1814-1815) was nog niet helemaal uitgepalaverd of de naar Elba verbannen Napoleon stond alweer tot ieders verrassing op Franse bodem en zou opnieuw honderd dagen glorieus heersen. In Waterloo werd hij echter definitief verslagen, omdat de geallieerde grootmachten Groot-Brittannië, Rusland, Pruisen en Oostenrijk en enkele kleinere landen de handen in elkaar hadden geslagen. Tegen die internationale overmacht was Napoleon niet langer opgewassen. De Vrede van Parijs uit 1814, die onder druk van de religieus dweperige en vergevingsgezinde tsaar Alexander I vrij mild was geweest voor Napoleon en Frankrijk,  was dus snel aan herziening toe. Zou het nieuwe vredesverdrag ongenadiger en wraakzuchtiger voor Frankrijk zijn? Als de Pruisen hadden mogen beslissen zeker. Dat bleek uit alles. ‘Maarschalk Voorwaarts’ Blücher, de aanvoerder van de Pruisen, had manschappen noch moeite gespaard om dit keer als eerste in Parijs te arriveren. De vorige keer genoten de Russen die eer en de gevolgen waren ernaar. Blücher zou het even anders aanpakken. Hij wilde Napoleon terstond executeren zodra hij hem te pakken kreeg en ook de Jenabrug over de Seine wilde hij opblazen want  de brug was vernoemd naar de stad waar de Pruisen door Napoleon op een vernederende manier in de pan gehakt waren. Bovendien eisten de Pruisen een behoorlijk stuk grondgebied van Frankrijk op als buffer tegen zowel het jakobijnse als het oorlogszuchtige Frankrijk. En of het niet op kon, wilden de Pruisen ook nog eens 1200 miljoen francs reparatiekosten. Het was buiten dé echte winnaar van Waterloo gerekend, de Brit Arthur Wellesley, beter bekend als de hertog van Wellington. Hij had Bonaparte al eerder in Spanje en Portugal mores geleerd en Waterloo gaf zijn reputatie van onoverwinnelijkheid helemaal een boost. Mede daardoor werd Wellington na de oorlog opperbevelhebber van het bezettingsleger in Frankrijk én voorzitter van de Geallieerde Raad, die het naoorlogs Europa moest uittekenen. Een gouden greep, want behalve een ijzervreter was Wellington een behendige diplomaat, een scherpzinnig strategisch denker, een ervaren beleidsman en een ideale bemiddelaar. Hij masseerde geduldig alle grootmachten met elk hun eigen verzuchtingen en belangen op één lijn. Dat werd mede vergemakkelijkt doordat Pruisen, Rusland en Oostenrijk blut waren en Groot-Brittannië nog lekker in de slappe was zat en met geld over de brug kwam.

De Geallieerde Raad, een geoliede machine, had zichzelf opgedragen Europa veiliger en evenwichtiger te maken. Ze had zichzelf eveneens opgedragen een nieuwe evenwichtigere machtsbalans voor Europa uit te dokteren. Historica Beatrice de Graaf schreef met Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon daarover een even leerzaam als onthullend boek. Hoewel de auteur ook terrorisme-expert is en in die functie veel in de media geïnterviewd wordt, slaat ‘terreur’ in haar boek niet op islamitische of extreemrechtse aanslagen maar op het spook van de rode terreur die door Europa waarde na de Franse Revolutie én op het imperialisme van Napoleon of het ‘systeem van veroveringen’. Om die dubbele terreur te bedwingen ging de Geallieerde Raad onder leiding van Wellington over tot wat De Graaf noemt ‘de implementatie van een collectief veiligheidssysteem’. Dat was op dat moment uniek en volgens de auteur zelfs het prille begin van topoverleg in Europa. Napoleon had de grote mogendheden in elkaars armen gedreven en die waren wel verplicht om na te denken over hoe het verder moest. Er moest en zou een nieuwe machtsbalans voor heel Europa komen. Opmerkelijk daarbij was dat ze het verliezende land niet wilden vernietigen zoals overwinnaars vroeger plachten te doen en de Pruisen nog altijd eisten. Daartoe installeerden ze een nieuwe regering die voor rust en orde zou zorgen, niet alleen binnenlands maar ook Europees. Een tijdelijke bezettingsmacht in Frankrijk moest dat doel dichter bij brengen. Zo’n gezamenlijk geallieerde bezettingsmacht was eveneens een nieuwigheid. Het ‘Concert van Europa’, zoals het meestal wordt genoemd, zeg maar Europees overleg, stoelde op vier principes: demilitarisering, debonapartisering, politieke stabilisering en het afdwingen van realistische herstelbetalingen (inclusief teruggave van de schatten en kunstvoorwerpen die Napoleon had geroofd). Omdat het Franse leger de oorzaak van alle onheil was geweest, moest het zich bezuiden de Loire terugtrekken waar het ontbonden werd. Het immense Europese bezettingsleger, zo’n 1,2 miljoen soldaten, mocht niet plunderen, moorden en verkrachten, zoals tot dan bij overwinningen gebruikelijk was, en ondanks onvermijdelijke incidenten van soldateske heethoofden, werd daar door Wellington streng de hand aan gehouden. Napoleon zelf werd zwaar bewaakt naar Sint-Helena verbannen – de moordlustige Pruisen kregen dus niet hun zin - en zijn familieleden en getrouwen werden onder bewaking van elkaar op plekken in het buitenland geïsoleerd. Lodewijk XVIII werd opnieuw op de Franse troon gehesen als legitieme koning en door de geallieerden met raad en daad ondersteund, maar achter de schermen bleven ze Frankrijk leiden en controleren. Over indirect bestuur wist Wellington alles, dankzij zijn ervaring in India. Hij werd dan ook als ‘onderkoning van Frankrijk’ beschouwd. Meer stabiliteit vereiste dat revolutionairen, Napoleons generaals en ministers werden gevangengezet, verbannen of geëxecuteerd. Er werd bovendien voor het eerst een Europees inlichtingennetwerk opgetuigd en radicale bladen verboden. Wie wilde reizen had een speciaal door de geallieerden goedgekeurde paspoort nodig en grenscontroles werden strenger dan ooit. De Fransen moesten wel opdraaien voor de kosten van de bezetting. Dat was vaak een bron tot onrust. De vredesaanpak leidde dus paradoxaal genoeg vaak tot onvrede. Mede daardoor werd het bezettingsleger vanaf 1818 uitgedund tot 150.000 manschappen. Ook aan afschrikking was gedacht.  Aan de grenzen van Frankrijk, bijvoorbeeld in het zuiden van huidig België, werden forten gebouwd. Ook daar maakte Wellington zich sterk voor. Die fortengordel werd niet voor niets de Wellingtonbarrière genoemd. Hij zorgde ervoor dat de vier grootmachten meededen aan de bouw en financiering ervan, zodat ze al die tijd wel moesten blijven samenwerken. Tegen de Pruisen in wilden de Russen en de Britten niet van landjepik weten, bang als ze waren dat gebiedsafstand tot grotere instabiliteit en revanchisme in Frankrijk zou leiden. Kortom, Frankrijk werd niet echt gewroken maar zo goed en zo kwaad als het ging ingeschakeld in een nieuw Europees veiligheidssysteem gebaseerd op een nieuw machtsevenwicht.

  Vier jaar geleden las ik De fantoomterreur. Revolutiedreiging en de onderdrukking van de vrijheid 1789-1848. De populaire historicus Adam Zamoyski schetste daarin een eenzijdig beeld van repressie, censuur en onderdrukking van alle democratische krachten. Het Concert van Europa was niet meer dan een van boven opgelegde terugkeer naar het ancien régime, aldus Zamoyski. Beatrice de Graaf weerlegt die visie op een doorwrochte en geloofwaardige manier. Op basis van uitgebreid nieuw archiefonderzoek en (vaak al te) gedetailleerde analyses van brieven, reisverslagen, rapporten, verdragsteksten en voorstellen allerhande maakt ze duidelijk dat de geallieerden helemaal niet uit waren op een volledige restauratie van het achttiende-eeuwse absolutisme, zoals historici altijd hebben beweerd. Ze wilden integendeel meer Europese solidariteit, meer balance of power en meer veiligheid, zij het vooral meer veiligheid voor de bezittende klasse. Een heuse restauratie was dat niet, dat kon zelfs niet, want de revolutionaire geest was nu eenmaal uit de fles. De Graaf: ‘Gestolen bezittingen en gebieden keerden veelal niet terug naar de voorrevolutionaire eigenaars… De veiligheid was antirevolutionair in de zin dat ze toekomstige onteigeningen en omwentelingen moest voorkomen door “mijn en dijn” administratief te regelen.’ De ministers en vorsten van het Concert van Europa waren weliswaar geen democraten, dat was toen nagenoeg niemand, maar ze waren wel modern. Ze waren tegen dictatuur en voor moderatie, crisismanagement, overleg en saamhorigheid. Althans in Europa. Want door de overwinning op Napoleon waren de grootmachten, en vooral Groot-Brittannië, overtuigd van hun superioriteit. In die arrogantie vonden ze dat ze elders in de wereld de beschaving moesten brengen. Met alle koloniale gevolgen van dien.

Beatrice de Graaf is geen vrolijke verteller zoals Adam Zamoyski of Tom Holland, om Bart Van Loo niet te noemen, ze wil eerder overtuigen door inzichten gebaseerd op nog niet aangeboorde bronnen en dat maakt haar tekst soms taai en stug. Maar wie doorbijt, wordt beloond met een heel nieuwe visie op postnapoleontisch Europa.

Beatrice de Graaf, Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon, Prometheus, 2018

Print Friendly and PDF
De Vrijheidsillusie - Simon Knepper en Frank van den Bosch    

De Vrijheidsillusie - Simon Knepper en Frank van den Bosch  

Mexico aan de schelde - David Van Turnhout

Mexico aan de schelde - David Van Turnhout