Laat ons de politieke macht naar het parlement brengen - Maurits Van Reyde

Laat ons de politieke macht naar het parlement brengen - Maurits Van Reyde

Het parlement zou de leidende politieke kracht in ons land moeten zijn. Niet de regering, partijvoorzitters, administratie of pers. De halfronden in ons land zijn de echte hoeksteen van de trias politica, zoals die ooit in de verlichte idëeen van John Locke en Montesqieu bedacht is. Aan ons, nieuwe volksvertegenwoordigers, om die rol eens eindelijk op te eisen.

 We zijn daar nu helaas ver van verwijderd. De wetgevende macht van onze parlementen brokkelt regeerperiode na regeerperiode af. Slechts één op de vijf Vlaamse decreten kwam er nog op initiatief van een volksvertegenwoordiger. Beleid bepalen zit voornamelijk bij de uitvoerende tak, administratie en kabinetten. Als die laatsten bijvoorbeeld beslissen om miljoenen uit te geven aan absurde dingen als hamstercoördinatoren en Donderdag Datenight, dan heeft een parlement daar geen moer aan te zeggen. Het zou omgekeerd moeten zijn.

Erger nog: veel invloed op de regeringsonderhandelingen heeft het parlement helemaal al niet. Dit is de fase waarin het budgettaire kader wordt gezet. Heel erg bepalend voor wat er de komende vijf jaar nog kan veranderen. De volksvergadering heeft het op het einde enkel goed te keuren. Een laatste formalistische horde. Te nemen of te laten. Komaan vrienden volksvertegenwoordigers, we zijn toch voor veel meer verkozen dan dat?

 

Er zijn dringende maatschappelijke keuzes te maken. In Vlaanderen gaat dat bijvoorbeeld over betere steun voor mensen met een beperking tot integratie en bepalen wat nu de echte kerntaken van de overheid zijn. Op het moment dat partijvoorzitters daar over enkele maanden een akkoord over uitrollen, zullen wij als nieuwe verkozenen daar enkel in de koffiekamer over hebben gepraat. Dat is niet gezond. De politieke macht zit ver weg van de zetels waar zo hard voor gevochten is tijdens de verkiezingen.

 

De Amerikaanse politicoloog Philip Norton noemt dat “de parlementaire paradox”. Aanwezigheid van een parlement wordt in een representatieve democratie als vanzelfsprekend en noodzakelijk beschouwd. Je bent een dictatuur tot je een parlement hebt. Maar eens het bestaat, weet niemand echt goed wat ermee aan te vangen. De echte beslissingsmacht en plaatsen voor maatschappelijk debat worden weggegeven aan regering, administratie en, godbetert, de pers.

Hoewel de hoogste in de democratische rang, wordt de parlementaire tak in bijna elke natie uitgehold tot er niet meer dan een formalistische representativiteit overblijft.

Dat kan echt anders. In het Nederlandse model zijn in plaats van de partijvoorzitters de fractievoorzitters de grootste politieke tenoren. Dat maakt de debatten niet alleen vormelijk een pak interessanter. Ook beleidsopties zijn er veel vaker voorwerp van écht parlementair debat. Voor een democratie is dat gezonder. Het gaat tenminste ergens over. Je kan keuzes uit het verleden in vraag stellen. Iets veranderen. Doen waarvoor mensen ons kiezen.

In ons land is dat véél moeilijker. Klein voorbeeld: we geven jaarlijks ongeveer 300 miljoen euro uit aan absurd systeem van religieus onderwijs. Dat is bij benadering ook het bedrag dat je nodig hebt om de grootste noden voor mensen met een beperking te dekken. Leg zoiets voor aan de bevolking en je zou snel het ene niet meer doen en het andere veel meer. 

Maar zoiets veranderen gebeurt nu dus nooit door het ontbreken van een gezond parlementair debat. Altijd meteen ergens onbespreekbaar. Te delicaat voor bepaalde belangen. Dat kan enkel blijven voortbestaan bij gratie van de partijmacht. Hoewel democratisch legitiem, slaat ze als een tang op een varken in de huidige politieke realiteit. De eeuwige ruzies, voorspelbare stratego, persoonlijke verwijten. Mensen zijn dat beu. Gelijk hebben ze. Wij als volksvertegenwoordigers moeten die rol naar ons toe trekken. Dingen in een open en klaar debat gooien, oppositie en meerderheid. Zo verschuift het politieke machtsevenwicht richting parlement. De politiek kan er enkel wel bij varen.

Je hebt een aantal praktische veranderingen die daarvoor kunnen zorgen. Voor er een begrotingsakkoord afgeklopt wordt, moeten wij in het halfrond kunnen bepalen wat de echte kerntaken van de overheid zijn. Dat zijn de lijnen waarbinnen de regering mag werken.

De parlementsleden moeten het heft in handen nemen bij het opstellen van begrotingen en maken van wetgeving. Daarvoor moeten we zelf onderzoek kunnen voeren naar maatschappelijke vraagstukken en er acties uit bepalen, die de minister enkel uit te voeren heeft. Als hij of zij daarvan wil afwijken moet dat via een parlementair debat gebeuren. Gedaan met een halfrond waarin enkel duizenden vragen en interpellaties passeren die uiteindelijk weinig deuken in de boter schoppen.

Het parlement moet opnieuw wetgevend zijn, in de echte betekenis. In Nederland heeft een minister bijvoorbeeld geen uitgebreid kabinet. Dat hoeft ook niet als ze gebonden blijft aan beleid uit te voeren. Maatschappelijke keuzes maken is aan ons.

De vraag die we ons moeten stellen, beste collega volksvertegenwoordigers: nemen we genoegen met de huidige rol: hardwerkend, nuttig, maar uiteindelijk toch vrij tandloos? Of willen we onze rechtmatige rol van echte volksvertegenwoordiging eindelijk opeisen? John Locke zou het antwoord weten. 

De auteur is Vlaams volksvertegenwoordiger

Print Friendly and PDF
De billen spreiden om naar een festival te mogen

De billen spreiden om naar een festival te mogen

De doodstraf invoeren is een daad van onmenselijkheid

De doodstraf invoeren is een daad van onmenselijkheid