Ecomodernisme voor beginners Deel I: ontkoppelen en verdichten - Thomas Rotthier

Ecomodernisme voor beginners Deel I: ontkoppelen en verdichten - Thomas Rotthier

Ik maakte voor de eerste keer kennis met het ecomodernisme door het boek Verlichting Nu (2018) van Steven Pinker. Dit meesterlijk boek is erg breed opgevat. Het eerste deel van Verlichting Nu handelt over de vooruitgang die de voorbije 250 jaar in de wereld heeft plaatsgevonden en wat de sleutelfactoren waren die die vooruitgang hebben mogelijk gemaakt. Het tweede deel gaat over de zware uitdagingen waar de mensheid voor staat, met name de klimaatverandering. De beste gereedschappen om grote problemen te lijf te gaan, aldus Pinker, zijn dezelfde die historische vooruitgang hebben bewerkstelligd, namelijk: de rede, de wetenschap en humanisme. 

Pinker ziet ecomodernisme als de milieustroming die zowel wetenschap als humanisme volledig omarmt. Ecomodernisten benadrukken bijvoorbeeld dat niet-westerlingen ook recht hebben op economische ontwikkeling en welvaart. Dit kan niet zonder dat ze meer toegang krijgen tot betaalbare energie. Om tegelijk het milieu zoveel mogelijk te sparen hebben we schone technologieën nodig. Het liberale humanisme en de gerichtheid op wetenschap van het ecomodernisme maakten dat deze stroming op mij een sterke aantrekkingskracht uitoefende.

Ecomodernisme en de groene beweging

De ecomodernistische beweging bestaat officieel nog maar een vijftal jaar en is dus een jonge beweging. De bedoeling was van in het begin om een frisse wind te laten waaien in het milieu-en klimaatdebat. Dit was nodig. De groene beweging is in het verleden te weinig uitgedaagd waardoor er een zekere ‘pensée unique’ is ontstaan rond bepaalde zaken.

Anderzijds kunnen ecomodernisten ook van ecologisten leren. Zo is het idee dat de aarde geen eindeloze draagkracht heeft een belangrijk uitgangspunt. Ecomodernisten lijken dat soms iets gemakkelijk weg te wuiven. De grenzen van die draagkracht kunnen worden opgerekt door technologische innovatie, maar het is logisch dat dit niet tot in het oneindige kan. 

De discussies tussen ecomodernisten en groenen zijn vaak verhit, zeker op sociale media. Maar een constructieve discussie tussen beide stromingen is broodnodig om vooruitgang te boeken in het klimaat-en milieudebat. Vooraleer die discussie goed kan starten, is het belangrijk dat duidelijk is waar ecomodernisme precies voor staat. Die verduidelijking wil ik hier geven. Daarna wil ik een aantal misvattingen over ecomodernisme elimineren.

De rol van technologie

Ecomodernisme is begonnen als een reactie tegen het klassiek-groene denken. Hoewel de groene beweging divers en complex is, zijn er toch een aantal rode draden te trekken, zoals de voorliefde voor kleinschaligheid, harmonie met de natuur en een sobere levensstijl. Dit is wellicht een van de redenen waarom groenen traditioneel gekant zijn tegen bepaalde grootschalige, industriële technologieën, zoals kernenergie en ggo’s. Die technologieën laten immers toe ‘de natuurlijke grenzen’ te overschrijden en te ‘knoeien’ met de natuur.

Om die reden worden kernenergie en ggo’s soms ook prometheïsch genoemd, naar de Griekse (anti-)held Prometheus die het vuur van de goden stal en zich zo aan hybris of overmoed schuldig maakte. "Het is net die prometheïsche drang van de mens die de huidige milieu-en klimaatproblematiek heeft teweeggebracht", zo stellen de groenen. Ecomodernisten zijn het hier niet mee eens. Ze kiezen voor een pragmatische houding. Technologie die zowel het menselijk lot verbetert als milieuschade tot een minimum beperkt moeten we omarmen. Het is een illusie om te denken dat we de klimaatverandering kunnen bestrijden zonder krachtige technologieën in te zetten. Daarvoor is het probleem veel te omvangrijk en te complex geworden.

Het dilemma tussen welvaart en milieu

Ecomodernisme is zoals gezegd een relatief jonge stroming: het Ecomodernistisch Manifest werd gepubliceerd in 2015. Ze werd vooral getrokken door twee Amerikanen: Ted Nordhaus en Michael Shellenberger. Daarna waaide de stroming over naar Europa, waarbij de Europese ecomodernisten hun eigen accenten legden[1].

Ecomodernisme kenmerkt zich door pragmatisme, humanisme en een liefde voor de natuur. Uit de geschiedenis van de industriële revolutie blijkt dat een welvaartsboom vaak ten koste gaat van het milieu. Hoe meer inkomen mensen vergaren, hoe meer ze consumeren en hoe meer het milieu daaronder lijdt. Bovendien zorgde de industriële revolutie samen met de komst van de moderne geneeskunde dat de kindersterfte daalde. Daardoor groeide de bevolking stevig aan, wat de impact op het milieu nog meer vergrootte.

De meeste mensen op deze planeet leven echter nog steeds in gewone of extreme armoede. Ze verdienen minder dan 7 dollar per dag. Deze mensen zullen er alles aan doen om meer inkomen te vergaren en dat is ook hun volste recht. Die drang naar meer welvaart en een menswaardiger bestaan komt echter steeds meer in botsing met het milieu en het klimaat. De mensheid is sterk afhankelijk van de biosfeer, aangezien die ons allerlei ‘ecologische diensten’ levert: watervoorziening, voedsel en gezonde lucht om er maar enkele te noemen. We moeten de natuur dus zoveel mogelijk sparen en beschermen.

Ecomodernisme erkent dat er een dilemma is ontstaan tussen de nood aan welvaart enerzijds en de nood aan een leefbare, bloeiende planeet anderzijds. De oplossing bestaat erin om de menselijke impact op het milieu zo klein mogelijk te houden, om zo ruimte aan de natuur terug te geven. Dat laatste wordt soms ook ‘rewilding’ genoemd, oftewel het herstellen van de wilde natuur.

Het centrale idee: ontkoppeling

Ontkoppeling (‘decoupling’) is een centraal begrip binnen het ecomodernisme. Wij mensen hebben een grote impact op de natuurlijke omgeving. We transformeren het landschap om aan landbouw te doen, om steden en havens te bouwen, om wegen, kanalen en dijken aan te leggen, enzovoort. Onze impact op het milieu is niet louter negatief: we zijn ook in staat is om natuurgebieden te beschermen en ecosystemen te herstellen.

In het algemeen genomen valt het echter niet te ontkennen dat de milieu-impact van de mens nadelig is voor ecosystemen en dieren. Door woningen, ziekenhuizen en fabrieken te bouwen verbeteren we het menselijk lot, maar schaden we tegelijk de natuur en de biodiversiteit. Die schade kan groot of beperkt zijn.

Met meer dan 7 miljard mensen is het onmogelijk om de natuur geen schade te berokkenen en tegelijk te streven naar een menswaardig leven voor iedereen. Ecomodernisten geloven niet dat er een harmonieuze levenswijze in of met de natuur mogelijk is voor 7,5 miljard mensen. Daarvoor is onze planeet simpelweg te klein.

Ontkoppelen door te 'verdichten'

De beste manier om de menselijke voetafdruk te beperken is bijgevolg intensifiëren en verdichten. Dit kunnen we best illustreren met een aantal voorbeelden: precisielandbouw, kernenergie, megasteden  Bij precisielandbouw wordt er zeer gericht gebruik gemaakt van irrigatie, pesticiden en kunstmest. Dit gebeurt door middel van sensoren, GPS en drones. Vooral kunstmest is relevant in de context van klimaatopwarming.  Doordat kunstmest spaarzaam te gebruiken, wordt overbemesting vermeden en ontstaat er minder lachgas (N2O), een krachtig broeikasgas. Om kunstmest te produceren wordt meestal aardgas als brandstof gebruikt. De warmte van aardgas is nodig om stikstof uit de lucht te halen. Dit is het zogenaamde Haber-Boschproces. Bij dit proces komen er dus ook broeikasgassen vrij. Door het gebruik van kunstmest te verminderen stoot je dus ook minder methaan en CO2 uit.

 Precisielandbouw kan de impact van de landbouw op het milieu verkleinen

 Kernenergie is een schoolvoorbeeld van verdichting. Kerncentrales stoten gedurende hun hele levensduur erg weinig CO2 uit. In vergelijking met gas- of steenkoolcentrales zo’n 40 à 80 keer minder. Enkel bij de uraniumontginning en de bouw van kerncentrale is er een beperkte CO2-voetafdruk. Kerncentrales kunnen bovendien 24/7 energie leveren aan miljoenen mensen, omdat er zo massaal veel energie vrijkomt bij de splijting van atomen.

Het feit dat kernenergie zo klimaat- en milieuvriendelijk is heeft alles te maken met de energiedensiteit van uranium. Een brok verrijkt uranium ter grootte van een tennisbal bevat 2 à 3 miljoen (!) keer meer energie dan een equivalente hoeveelheid steenkool of olie. Zo’n ‘tennisbal’ uranium is voldoende om één persoon gedurende heel zijn leven van energie te voorzien. Kernenergie lijkt dus de ideale energiebron in tijden van klimaatopwarming. Maar tussen droom en daad staan een heel aantal praktische bezwaren. Momenteel vormen de lange bouwtijd van nieuwe centrales, de hoge kostprijs en de angst bij de publieke opinie de zwaarste horden voor een nucleaire renaissance.

 Megasteden vormen een derde voorbeeld van verdichting en intensificatie. Als mensen dicht bij elkaar wonen is hun milieu-impact beduidend kleiner. Dit is logisch aangezien stedelingen gemiddeld kleiner wonen (waardoor je minder beton en andere bouwgrondstoffen nodig hebt), ze kortere afstanden afleggen en meer met het openbaar vervoer rijden (minder CO2-uitstoot van transport) en ze minder vlees eten (in steden is vegetarisch voedsel gemakkelijker beschikbaar).

Dit is in heel kort bestek hetgeen waar ecomodernisme voor staat.

Van bij het begin zijn er echter misverstanden en verkeerde voorstellingen ontstaan, mede omdat men ecomodernisme in een bepaalde hoek wilde duwen. Die misverstanden zou ik graag willen ontkrachten in het volgende deel over ecomodernisme.

[1] Twee boeken vormen een goede inleiding tot het ecomodernisme: Ecomodernisme (2017) onder redactie van de milieujournalist Marco Devisscher, met bijdragen van verschillende experten. - en De Energietransitie (2018), eveneens van Marco Visscher.

Hidde Boersma (journalist en bioloog van opleiding) is een andere Nederlandse ecomodernist. Hij maakt de documentaire Well Fed (2016) over de rol genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) bij de voedselvoorziening.

 Bekende ecomodernisten in België zijn Manuel Sintubin (prof. geologie aan de KUL), Bart Coenen (redacteur van Wonder, Backcover.be), Gerard Govers (prof. Geografie KUL  en dr. Maarten Boudry (filosoof, onderzoeker aan de UGent)

Print Friendly and PDF
Zelfdoding als stap naar vrijheid - Rudi Collijs

Zelfdoding als stap naar vrijheid - Rudi Collijs

Second thoughts about Brexit - Philipp Bekaert

Second thoughts about Brexit - Philipp Bekaert