De supernota bevat een fictie en een verborgen agenda – Paul De Grauwe
Als columnist van een gereputeerde Vlaamse krant moet je soms ook minder leuke dingen doen, zoals het lezen van de supernota van Bart De Wever met de bijbehorende begrotingstabellen. Dat heb ik met oneindige verveling dan ook gedaan. Ik had mij het einde van de zomervakantie anders voorgesteld.
Wat haal ik uit deze lectuur? Een fictie en een verborgen agenda.
De fictie: de terugverdieneffecten. Ik heb het in mijn carrière van econoom nog nooit geweten dat de helft (jawel 50 procent) van een budgettaire inspanning gebaseerd is op terugverdieneffecten. Gewoonlijk bedragen die niet meer dan 10 procent van de inspanning. Er is een goede reden om de rol van die terugverdieneffecten te beperken. Als we iets weten over die effecten dan is het wel dat ze hoogst onzeker zijn. Sterker nog: ze komen nooit uit. We kunnen nu al met zekerheid stellen dat de voorgestelde begrotingsinspanning voor de helft gebaseerd op terugverdieneffecten een slag in het water zal zijn.
Waarom dan stellen onderhandelaars verdieneffecten voor die een dergelijke graad van fictie bereiken? Ze doen dat omdat het geheel ingekleed is in een verhaal van structurele hervormingen. Die zullen de economie flexibeler maken en op die manier ook productiever. En die toegenomen productiviteit zal dan leiden tot meer belastinginkomsten. Het is een mooi verhaal waar nogal wat mensen in geloven. Het leuke van dat verhaal is dat de budgettaire sanering mogelijk is zonder opofferingen te moeten doen. En wie wil daarvoor niet tekenen?
In de lijst van structurele hervormingen, vervat in de supernota, zitten er ongetwijfeld een aantal goede dingen waar ik ook voorstander van ben, zoals de mensen ertoe aanzetten langer te werken, de openingsuren van de winkels en het nachtwerk flexibeler maken. Maar als je al die maatregelen optelt dan kom je tot de conclusie dat die hervormingen (waarvan sommige wenselijk zijn) weinig of geen invloed uitoefenen op de globale productiviteit van een land. Ik zeg dat omdat ik een tijdje geleden heb meegewerkt aan een internationaal onderzoek dat naging hoe structurele hervormingen de groei en de productiviteit beïnvloeden. We onderzochten een honderdtal studies over het verband tussen structurele hervormingen en productiviteitsgroei en kwamen tot de conclusie dat het verband ofwel onbestaande was ofwel te zwak om er budgettair iets mee aan te vangen.
Soms werken theorieën wervend, zoals de theorie dat een flexibele economie tot meer groei leidt. De voorstanders van die theorie weigeren meestal naar de empirische evidentie te kijken. Psychologen noemen dat ‘cognitieve dissonantie’. We kunnen alleen maar hopen dat de ambtenaren in de Europese Commissie ook lijden aan cognitieve dissonantie zodat ze het flexibiliseringsverhaal van Bart De Wever slikken en een begroting waarvan de helft gebaseerd is op dat wervend verhaal niet naar de prullenmand zullen verwijzen.
De verborgen agenda: toen Ronald Reagan Amerikaans president werd in 1981 besliste hij de belastingen drastisch te verminderen ondanks het feit dat het begrotingstekort reeds hoog was toen hij aantrad. De onderliggende theorie was de Laffer-curve: de vermindering van de belastingtarieven zou de economie zodanig aanzwengelen dat die uiteindelijk zou leiden tot meer belastinginkomsten. In de supernota van Bart De Wever zitten ook restanten van deze theorie.
Een aantal raadgevers van Reagan waren niet overtuigd van dat verhaal. Maar het deerde hen niet. Hun strategie was to starve the beast. In tegenstelling tot wat Laffer beweerde, zou volgens hen de belastingvermindering het begrotingstekort doen stijgen. Dat tekort zou onhoudbaar worden en de regering dwingen om de overheidsuitgaven te verminderen, en vooral dan de sociale-zekerheidsuitgaven. Dat was eigenlijk het doel van de operatie. Het beest (de overheid) moest uitgehongerd worden. Die strategie was succesrijk. De Amerikaanse budgettaire tekorten namen explosief toe en de Amerikaanse regering was ‘gedwongen’ de overheidsuitgaven te verminderen.
Het lijkt erop dat de supernota ook een starve the beast-strategie verbergt. Op een moment dat het begrotingstekort onhoudbaar hoog is stelt Bart De Wever een netto belastingvermindering van drie miljard euro voor. Als een toekomstige coalitie dat voorstel overneemt, zal dat ongetwijfeld de toekomstige budgettaire tekorten verder doen stijgen en zal die coalitie dan ‘verplicht’ zijn om nog meer te snoeien in de overheidsuitgaven. Benieuwd of Vooruit in die strategie wil instappen.
Paul De Grauwe
De auteur is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks in De Morgen.


