De AI-zeepbel zal uiteenspatten – Paul De Grauwe
Sinds de lancering van ChatGPT in 2022 schoten de aandelenkoersen van vele techbedrijven de lucht in. De chipfabrikant Nvidia bijvoorbeeld, die superchips verkoopt aan bedrijven die artificiële intelligentie (AI) ontwikkelen, zag zijn aandelenkoers stijgen met meer dan 1.000 percent sinds 2022. De aandelenkoersen van Meta, Microsoft, Google en andere techbedrijven die op de AI-bandwagen zijn gesprongen kenden eveneens spectaculaire stijgingen. Euforie heerst.
De basis van deze fenomenale koersstijgingen is de claim dat AI in de toekomst tot superintelligentie zal leiden. Er komt een moment, niet ver meer in de toekomst, dat AI op alle vlakken intelligenter zal zijn dan de mens. Dit zal tot gevolg hebben dat AI de meeste jobs veel beter zal kunnen doen dan de mens en die jobs zal overnemen. Geen plaats meer voor de mens in het economische leven. Slecht nieuws dus voor de meesten onder ons, ook voor professoren zoals ik. Goed nieuws voor de techbazen, die fantastische winsten zullen maken.
Het is deze verwachting die de pijlsnelle stijging van de aandelenkoersen van techbedrijven ondersteunt. Zolang die verwachting blijft bestaan, zullen die aandelenkoersen stijgen.
De claim dat AI tot superintelligentie zal leiden is een fata morgana. Er komen nu reeds barsten in dit euforische verwachtingspatroon. Toen enkele weken geleden Sam Altman zijn laatste versie van ChatGPT lanceerde, bleek die versie nauwelijks beter te zijn dan de vorige, ondanks het gebruik van nog meer data, nog meer rekenkracht en nog meer energie. Economen noemen dit afnemende meeropbrengsten.
Het wordt meer en meer duidelijk dat AI niet tot de superintelligentie zal leiden waar de techbonzen van dromen. Waarom? Ik zie een drietal redenen.
Ten eerste is AI gebaseerd op statistische analyse. Door gebruik te maken van massaal veel data zoekt AI naar het meest waarschijnlijke woord of reeks woorden volgend op een vorige reeks woorden. Zo ontstaat een tekst die statistisch het meest plausibel is.
Maar plausibel betekent niet noodzakelijk waarheidsgetrouw. Die statistische analyse leidt AI regelmatig tot het formuleren van hallucinaties, hersenspinsels die niets met de werkelijkheid te maken hebben. Het is de mens, die deze hallucinaties krijgt voorgeschoteld, die de chatbot moet vertellen dat het fout zit. Die chatbot ontdekt zijn eigen fouten niet. Hij moet erop worden gewezen door de mens. Die heeft een superieure intelligentie omdat hij leert van zijn eigen fouten.
Ten tweede legt de statistische analyse die wordt gebruikt in AI correlaties vast. Die hebben dikwijls wel een hoge voorspellingswaarde, maar die leren ons niets over causaliteit. AI is niet geïnteresseerd in causaliteit. Wij mensen wel. Wij willen achter de correlaties de causale verbanden ontdekken. Wij willen het waarom der dingen weten. Wetenschappelijke doorbraken ontstaan omdat wetenschappers zich de waarom-vraag stellen. Dat is de fundamentele reden waarom AI niet tot grote wetenschappelijke doorbraken zal leiden.
Ten derde is een groot deel van de ontwikkeling van menselijke intelligentie het resultaat van sociale interactie, waardoor mensen van elkaar leren en tot nieuwe inzichten komen. Die sociale interactie is afwezig bij AI. Een chatbot is een lonesome cowboy.
Het is niet door nog meer data te gebruiken, nog meer rekenkracht in te zetten en nog meer energie te gebruiken dat chatbots de mens in intelligentie zullen overvleugelen. Het statistische model dat aan de basis ligt van AI is gewoon het verkeerde model om dat te doen.
Dat betekent natuurlijk niet dat AI geen nuttig instrument is dat mits een juist gebruik als een verlengstuk van menselijke intelligentie kan worden ingeschakeld en dat vandaag reeds in vele toepassingen is. Dat was in het verleden ook zo met de rekenmachine en met de computer. Het zal niet anders zijn met AI.
Er schuilt een gevaar in de huidige AI-zeepbel. Die trekt massaal veel geld aan dat terechtkomt bij superambitieuze techbonzen. Nogal wat van die bonzen worden door geld en macht gedreven. AI is voor hen een instrument om zo veel mogelijk mensen te vervangen door AI-applicaties. Zo vergaren ze onmetelijke fortuinen die hen ook de middelen geven om de politiek naar hun hand te zetten.
De AI-zeepbel zal uiteenspatten. Gelukkig maar. Laten we hopen dat het snel gebeurt.
Paul De Grauwe
De auteur is professor aan de London School of Economics. Hij schrijft tweewekelijks voor De Morgen.


